Verlaging mrb bestelauto’s en vrachtauto’s in tweede helft 2026
Bestelauto’s voor btw-ondernemers
Voor de bestelauto van een btw-ondernemer die deze bestelauto voor meer dan 10% van de jaarlijks verreden kilometers voor zijn onderneming gebruikt, wordt de mrb verlaagd met 50%. Een bestelauto is in dit verband een motorrijtuig met een toegestane maximum massa van 3.500 kg of minder die geen personenauto of een autobus is.
Let op!Je bent btw-ondernemer als je leveringen en diensten verricht waarvoor je voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt. Daarbij is het niet relevant of je btw-vrijgestelde prestaties of btw-belaste prestaties verricht. Ook een ondernemer met alleen btw-vrijgestelde prestaties is gewoon een ondernemer voor de btw.
De verlaging met 50% betekent dat vanaf 1 juli 2026 tot 31 december 2026 de volgende mrb geldt:
| Massa rijklaar in kg van | Tijdvak 3 maaden | Vermeerderd met | Per 100 kg massa rijklaar boven |
| 600 of minder | € 25,99 | ||
| 700 t/m 1.100 | € 31,78 | € 4,07 | 700 kg |
| 1.200 t/m 2.100 | € 52,21 | € 4,38 | 1.200 kg |
| 2.200 t/m 2.800 | € 96,23 | € 4,71 | 2.200 kg |
| 2.900 en meer | € 127,40 | € 1,07 | 2.900 kg |
Vrachtauto’s
Voor vrachtauto’s wordt de mrb verlaagd naar nul. Voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo zou al een tarief van nul gaan gelden vanaf 1 juli 2026, maar voor vrachtauto’s van 12.000 kilo of meer gaat dat nu tijdelijk ook gelden.
Periode
De verlaging is niet structureel, maar geldt voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026. Effectief kan de verlaging echter ook na 31 december 2026 nog van toepassing zijn. De verlaging geldt namelijk pas vanaf het tijdvak dat begint op 1 juli 2026 of later.
Start het tijdvak van jouw voertuig bijvoorbeeld op 15 juli 2026? Dan is de verlaging pas van toepassing vanaf het tijdvak dat start op 15 juli 2026 en stopt op 15 januari 2027.
Let op!Het tarief van nul voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo is structureel en geldt dus ook vanaf 2027.
Maatregelen in verband met hoge energieprijzen
In verband met de hoge energieprijzen wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:
- Verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Deze verhoging gaat bij beleidsbesluit over ongeveer drie maanden in en heeft dan terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Let wel, dit betreft een mogelijkheid voor werkgevers om een hogere reiskostenvergoeding onbelast te geven. Het is dus geen verplichting.
- Tijdelijk halveren van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor grijze kentekens (bestelauto’s voor ondernemers) voor de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
- Tijdelijk verlagen van de mrb voor vrachtauto’s naar nul voor de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
- Vrijmaken van:
o € 40 miljoen in 2026 en € 155 miljoen in 2027 voor een Noodfonds Energie, waarmee de meest kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening in de winter geholpen kunnen worden,
o € 25 miljoen in 2026 voor energie-efficiëntieregelingen in de visserijsector,
o € 25 miljoen in 2026 voor subsidies om gebruik van energie en kunstmest in land- en tuinbouw te verminderen. - Verlengen van de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) voor vijf jaar per 1 juli 2026 met een garantieplafond van € 300 miljoen.
- Verhoging van het borgstellingsdeel in de Borgstelling MKB-krediet (BMKB) van 50% naar 75% voor de periode 1 juli 2026 tot 1 juli 2027.
Vermindering gebruik fossiele energie
Om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele energie wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:
- Verhogen van de Energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%.
- Het invoeren van een inruilregeling in het vierde kwartaal 2026 waarbij huishoudens met een lager of middeninkomen een oude fossiele auto (emissieklasse 1 tot en met 4) kunnen laten slopen en met subsidie een elektrische tweedehandse auto kunnen aanschaffen (hiervoor is in 2026 € 2 miljoen, in 2027 € 30 miljoen en in 2028 € 20 miljoen vrijgemaakt).
- Vrijmaken van:
o € 180 miljoen extra in 2026 voor het Nationaal Warmtefonds waaruit woningeigenaren een lening kunnen krijgen om hun woning te verduurzamen,
o € 40 miljoen in 2026 en € 40 miljoen in 2027 voor Energiefixers (professionals die langsgaan bij huishoudens om kleine- en middelgrote energiebesparende maatregelen te nemen),
o € 25 miljoen in 2027 voor verduurzamingsubsidies voor VvE’s,
o € 5 miljoen per jaar in de jaren 2026, 2027 en 2028 voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid waarmee huishoudens in energiearmoede ontzorgd worden bij het financieren van de verduurzaming van hun koopwoning,
o € 23 miljoen in 2027 en € 8 miljoen in 2028 voor duurzaamheidsleningen voor het mkb via Qredits en een uitbreiding van het ontzorgingsprogramma op dit terrein.
Dekking
Om de kosten van deze maatregelen te dekken wil het kabinet onder meer:
- De startersaftrek zonder overgangsrecht per 1 januari 2027 afschaffen.
- Het maximale investeringsbedrag in de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) per 1 januari 2027 verlagen door het afbouwpercentage aan te passen en het plateau van investeringsbedragen in te korten.
- De alcoholaccijns vanaf 2027 indexeren.
Let op! Het kabinet houdt rekening met een verdere verslechtering van de situatie. Het kabinet heeft zich daarop voorbereid door verschillende scenario’s uit te werken
Wel gebruik?
Maakt u tijdens de schorsing toch gebruik van de openbare weg, dan kan dit bij controle een naheffing met boete opleveren. De boete bedraagt in principe 50% van het bedrag van de naheffing.
Fout komt eigenaar duur te staan
In een zaak die onlangs werd behandeld door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, had de eigenaar van verschillende hobbyvoertuigen met een van de auto’s gereden waarvan het kenteken geschorst was. Volgens de eigenaar had hij zich vergist en was hij onbedoeld met een auto gaan rijden, waarvan hij ten onrechte dacht dat het kenteken niet geschorst was. Dit leverde hem een naheffing van € 1.379 op, met een boete van 100%.
Boete gematigd
Volgens de eigenaar dienden de naheffing en boete te worden gematigd, aangezien er sprake was van een vergissing en het, gelet op de omstandigheden, niet ging om belastingontwijking. De rechtbank ging hierin deels mee en achtte de naheffing terecht omdat er nu eenmaal van de openbare weg gebruik was gemaakt. De rechtbank vond wel dat de boete gematigd moest worden.
Matiging tot 25%
De boete diende sowieso gematigd te worden tot 50%, aangezien dit per 1 juli 2023 via een aanpassing van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst zo was geregeld. De rechtbank vond echter een verdere matiging op zijn plaats, omdat er sprake was van een relatief zwaar voertuig. Dit resulteerde automatisch in een hoog bedrag aan naheffing en dus ook automatisch in een hoge boete. De rechtbank gaf aan niet in te kunnen zien waarom het gebruik van een auto met een hoger gewicht moet leiden tot een hogere boete en matigde de boete dan ook tot 25%.
Hof acht gewicht voor boete niet relevant
De inspecteur was het met de verdere matiging van de boete tot 25% niet eens en legde de zaak voor aan het gerechtshof. Die laat de uitspraak in stand, maar tekent hier nadrukkelijk bij aan dat de boete passend en geboden is, zonder het gewicht van de auto in dit oordeel te betrekken. De inspecteur heeft de zaak nu voorgelegd aan de Hoge Raad.
Rijdt u in een milieuvriendelijke auto, dan heeft u kunnen genieten van een groot aantal fiscale voordelen. De afgelopen jaren zijn deze voordelen steeds verder teruggeschroefd. Hoewel nog beperkter, kunt u ook in 2026 gebruikmaken van een aantal fiscale voordelen.
Bijtelling privégebruik auto
Voor de meeste nieuwe auto’s van de zaak waarmee ook privé wordt gereden, geldt vanaf 2017 een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een korting op de bijtelling. Die korting geldt in de maand van tenaamstelling en in de volgende zestig volle maanden. Daarna wordt de bijtelling jaarlijks opnieuw bepaald aan de hand van de dan geldende tarieven. Auto’s zonder uitstoot die in 2021 op kenteken zijn gezet, kennen in een deel van 2026 nog bijtelling van 12%. In de loop van 2026 zal voor deze auto’s de bijtelling moeten worden herzien op basis van de regels van 2026 (zie hierna).
2021
Voor elektrische auto’s die in het jaar 2021 op naam zijn gesteld geldt een lagere bijtelling van 12% over een cataloguswaarde van € 40.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2021 een bijtelling van 12% over de gehele cataloguswaarde.
2022
Voor elektrische auto’s die in het jaar 2022 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 35.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2022 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.
2023
Voor elektrische auto’s die in 2023 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2023 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.
2024
Voor elektrische auto’s die in 2024 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2024 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.
2025
Voor elektrische auto’s die in 2025 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 17% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2025 een bijtelling van 17% over de gehele cataloguswaarde.
2026
Voor nieuwe auto’s gelden in 2026 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:
| Soort auto | Bijtelling | CO2-uitstoot |
| Elektrisch | 18% tot € 30.000/22% over meerdere | 0 |
| Waterstof | 18% | 0 |
| Zonnecel | 18% | 0 |
| Overig | 22% | > 0 |
Het aanscherpen van de CO2-grenzen heeft niet tot gevolg dat u elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage wordt geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende zestig maanden geldig. Na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.
Let op! Een auto met datum eerste toelating tot de weg van uiterlijk 31 december 2016 krijgt na zestig maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%. Dit is alleen anders als het een auto betreft die geen CO2 uitstoot. Auto’s die geen CO2 uitstoten, krijgen in 2026 een korting van 4% op de normale bijtelling tot een cataloguswaarde van € 30.000. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor een elektrische auto uit 2016 in 2025 een bijtelling geldt van 21% (25% -/- 4%) tot een cataloguswaarde van € 30.000. Daarboven is de bijtelling 25%. Voor een elektrische auto die in 2017 voor het eerst op kenteken is gezet, gaat in 2026 een bijtelling gelden van 18% (22% -/- 4%) tot een cataloguswaarde van € 30.000 en van 22% over het meerdere. Auto’s die de periode van zestig maanden achter de rug hebben, lopen dus jaarlijks mee met de wettelijke wijzigingen in de bijtelling.
Tip! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting blijft de bijtelling beperkt tot maximaal het bedrag dat in een jaar aan autokosten ten laste van de winst is gebracht.
Vanaf 2028
Vanaf 2028 is er nog maar één bijtellingspercentage van 22% en is er dus geen voordeel meer voor auto’s zonder CO2-uitstoot. In 2027 wordt de korting op de bijtelling verlaagd van 4 naar 2% tot de cataloguswaarde van € 30.000 en bedraagt de bijtelling 22% over het meerdere. Voor een elektrische auto die in 2027 voor het eerst op kenteken wordt gezet, gaat dus een bijtelling gelden van 20% tot een cataloguswaarde van € 30.000 en van 22% over het meerdere.
Minder dan 500 kilometer?
Een bijtelling kan overigens helemaal achterwege blijven als u kunt bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto heeft gereden. Woon-werkkilometers worden daarbij gezien als zakelijk, ook als u thuis gaat lunchen.
Youngtimerregeling: leeftijdgrens omhoog, overgangsregeling in 2026
De bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, bedraagt in 2026 35% van de waarde in het economisch verkeer. Dit wordt ook wel de youngtimerregeling genoemd. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.
Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.
Tip! Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder is geworden, geldt overgangsrecht. Voor deze auto mag heel 2026 uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.
Let op! Met ingang van 1 januari 2027 gaat de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.
Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Er bestaat in 2026 recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) voor bestelauto’s. Voor waterstofpersonen- en bestelauto’s bedraagt de MIA 45% voor maximaal 90% van het bedrag van de investering. Voor personenauto’s geldt daarbij een maximum van € 75.000, voor bestelauto’s van € 125.000.
Let op! Als u voor de MIA in aanmerking komt, kunt u geen gebruikmaken van de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM). Andersom geldt hetzelfde. Voor de zonnecelpersonenauto’s bedraagt de MIA 36% tot maximaal 90% van het investeringsbedrag, met een maximum van € 100.000.
Onderstaand de regelingen op een rij.
| Soort auto | MIA % | Maximaal investeringsbedrag |
| Waterstofpersonenauto | 45% | € 75.000 |
| Zonnecelpersonenauto | 36% | € 100.000 |
| Waterstofbestelauto | 45% | € 125.000 |
Melding RVO
Om in aanmerking te komen voor de MIA, is een tijdige melding van de investering bij RVO noodzakelijk. De investering moet worden gemeld binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting. Het moment van ingebruikname of facturering is daarbij niet van belang. Het moment van ingebruikname en/of betaling kan wel van belang zijn voor het moment waarop u de aftrek kunt effectueren in de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Motorrijtuigenbelasting
De hoogte van de motorrijtuigenbelasting (mrb) is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de CO2-uitstoot van uw auto. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km geldt in 2026 een korting van 30% op het normale MRB-tarief. Voor plug-inhybrides geldt in 2026 geen korting meer. Ook voor emissieloze bestelauto’s geldt in 2026 geen korting meer op de mrb.
Ondernemers betalen voor een bestelauto minder mrb. Voorwaarde is dat de bestelauto meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Dit moet u desgevraagd aannemelijk kunnen maken, maar een kilometeradministratie is niet vereist.
Bpm
Als uw auto op kenteken wordt gezet, wordt bpm geheven. De hoogte van de bpm is voor personenauto’s gebaseerd op de CO2-uitstoot. Er geldt vanaf 2025 geen vrijstelling bpm meer voor auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Er geldt nog wel een vrijstelling bpm voor bestelauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Voor personenauto’s waarvoor geen vrijstelling geldt, is de bpm hoger naarmate de CO2-uitstoot groter is.
Let op! De bpm-vrijstelling voor ondernemers is per 2025 afgeschaft. De vrijstelling geldt nog wel voor bestelauto’s die vóór 2025 zijn aangeschaft, mits voldaan blijft worden aan de daarvoor geldende voorwaarden. Dit betekent onder meer dat de bestelauto voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt.
Vanaf 2027: 12% pseudo-eindheffing personenauto van de zaak met CO2-uitstoot
Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% in de loonbelasting. Deze 12% is een werkgever verschuldigd als hij aan een werknemer vanaf 2027:
- een personenauto van de zaak ter beschikking stelt,
- die ook privé mag worden gebruikt en
- die een CO2-uitstoot heeft groter dan nul.
Let op!De 12% pseudo-eindheffing komt ten laste van de werkgever. Het is een extra heffing die de werkgever niet mag verhalen op de werknemer. Daarnaast blijft de bijtelling voor de auto van de zaak die ten laste van de werknemer komt, ook gewoon bestaan in 2027.
Uitzonderingen
Er is wel een aantal uitzonderingen. Een werkgever is de eindheffing namelijk niet verschuldigd als:
- de personenauto een CO2-uitstoot heeft van nul – volledig elektrische en waterstof aangedreven auto’s vallen dus buiten deze heffing;
- de auto van de zaak uitsluitend zakelijk wordt gebruikt en niet voor privégebruik (er geldt dan ook geen bijtelling voor de auto van de zaak).
Let op!Er geldt een uitzondering voor incidenteel privégebruik bij overmacht en bijzondere omstandigheden. De werkgever moet dan wel aannemelijk kunnen maken dat hiervan sprake is.
Woon-werkverkeer is privé!
Wat betreft de uitzondering van ‘geen privégebruik’ zit er een addertje onder het gras. Waar voor de bijtelling van de auto van de zaak het woon-werkverkeer als zakelijk wordt aangemerkt, zijn deze kilometers voor de pseudo-eindheffing privékilometers.
Let op! Dit heeft tot gevolg dat een werkgever vanaf 2027 ook de pseudo-eindheffing verschuldigd kan zijn als de werknemer de personenauto niet privé gebruikt (of maximaal 500 kilometers) en dus geen bijtelling heeft. Als die werknemer de personenauto wel voor woon-werkverkeer gebruikt, is de werkgever de pseudo-eindheffing van 12% verschuldigd.
Personenauto
De pseudo-eindheffing geldt voor personenauto’s. Dit zijn voertuigen met voertuigclassificatie M1 in het civiele kentekenregister en auto’s die onder de Europese verordening zo zouden kwalificeren.
Let op! Een M1-voertuig is een motorvoertuig op vier of meer wielen, ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, met maximaal negen zitplaatsen, inclusief bestuurdersstoel. Ook kampeerauto’s, personenbusjes voor zorgvervoer (ingericht met maximaal negen zitplaatsen) en lijkwagens vallen hieronder.
Bestelauto’s, vrachtwagens en tractors hebben geen M1-kwalificatie en vallen dus niet onder de pseudo-eindheffing.
Overgangsregeling tot 17 september 2030
Personenauto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.
Let op! De overgangsregeling is gekoppeld aan de personenauto. Dus ook als een werkgever de auto na 1 januari 2027 ter beschikking stelt aan een andere werknemer dan aan wie de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking stond, blijft de overgangsregeling gelden.
12% van de (catalogus)waarde
De 12% pseudo-eindheffing wordt straks berekend over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. In tegenstelling tot de bijtelling voor de auto van de zaak, wordt bij de berekening van de pseudo-eindheffing geen rekening gehouden met de eigen bijdrage van de werknemer. Is de personenauto ouder dan 25 jaar, dan wordt de 12% pseudo-eindheffing berekend over de waarde in het economisch verkeer van de personenauto.
Betaling bij aangifte loonbelasting
De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend. De werkgever kan er echter voor kiezen om de eindheffing uiterlijk in de tweede loonaangifte van het volgende kalenderjaar te voldoen.
Let op! Over het jaar 2027 betaalt een werkgever de pseudo-eindheffing dus uiterlijk in het tweede loonaangiftetijdvak van 2028.
Besparen op de pseudo-eindheffing door de personenauto niet alle dagen voor privé ter beschikking te stellen, zal niet werken. Als de personenauto slechts een deel van een maand voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, wordt deze namelijk geacht de hele kalendermaand voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld. De pseudo-eindheffing van 12% geldt dan voor de hele kalendermaand.
Ook voor de dga, niet voor IB-ondernemer
De pseudo-eindheffing is een heffing voor werkgevers. Dit betekent dat als een bv een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een dga, deze bv ook met de heffing te maken kan krijgen.
Een ondernemer met een eenmanszaak of in een vof zal voor zichzelf niet met de heffing te maken krijgen, maar mogelijk wel voor zijn personeel.
Anticiperen
Ondanks dat de maatregel pas in 2027 ingaat en er een overgangsregeling geldt, is het goed om al te anticiperen op de maatregel. Dat geldt zeker als u nu of in de toekomst een leasecontract gaat afsluiten met een looptijd van vijf jaar. De overgangsregeling loopt immers tot 17 september 2030 en dat is op dit moment al over minder dan vijf jaar.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.