Kabinetsreactie op fiscale knelpunten agrarische sector
BOR
Ook is verzocht om fiscale knelpunten in de samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers weg te nemen. Specifiek is gevraagd te onderzoeken of bij tijdelijke uitruil van grond de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) kan blijven gelden.
Voorstellen belangenorganisaties
In de reactie van het kabinet is ingegaan op de voorstellen van belangenorganisaties op de gestelde fiscale knelpunten. Ook is aangegeven in hoeverre het kabinet de voorgestelde oplossingen ondersteunt.
Introductie klimaat- en calamiteitenreserve
De belangenorganisaties hebben onder andere de invoering van een klimaat- en calamiteitenreserve bepleit, om op die manier de inkomensgevolgen van risicovolle gebeurtenissen te beperken. Het kabinet is hiervan geen voorstander en geeft aan dat er in zijn optiek beter een al dan niet verplicht fonds voor dergelijke risico’s gevormd kan worden. De premie ervan is namelijk eveneens fiscaal aftrekbaar, is goedkoper dan wanneer ieder individueel bedrijf zijn risico’s moet afdekken en zou met name voor jonge bedrijven bij een calamiteit meer soelaas bieden, aldus het kabinet.
Introductie fiscale investeringsreserve en verbetering verliesverrekening
Om aan nieuwe eisen van milieu en dierenwelzijn te voldoen wordt ook voorgesteld een fiscale investeringsreserve te introduceren. Het kabinet geeft aan de MIA en Vamil hiervoor in beginsel voldoende te vinden, maar gaat nog wel met de branche in overleg over het stimuleren van dierwaardige investeringen.
Een ander voorstel betreft een verbetering van de achterwaartse verliesverrekening, specifiek voor de landbouw vanwege sterk fluctuerende resultaten. Het kabinet geeft aan dat dit laatste in meerdere branches voorkomt. Ook zijn er budgettaire en uitvoeringstechnische bezwaren, reden waarom het kabinet dit voorstel niet steunt.
Opheffen beperkingen landbouwvrijstelling en BOR
Zowel binnen de landbouwvrijstelling als binnen de BOR komen beperkingen voor die betrekking hebben op de verhuur of verpachting van landbouwgrond. De organisaties stellen voor deze beperkingen op te heffen. In zijn reactie geeft het kabinet aan dat zowel in de regeling inzake de landbouwvrijstelling als die inzake de BOR er al vergaande tegemoetkomingen voor de agrarische sector zijn opgenomen. Toch gaat het kabinet onderzoeken of de uitzondering op devastgoedmaatregel binnen de BOR kan worden verruimd. Besluitvorming hierover kan naar verwachting in augustus 2026 worden verwacht.
Voorwaarden voorziening
Om een voorziening te kunnen vormen, moet aan drie eisen worden voldaan:
- De toekomstige uitgaven moeten hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich in de periode voorafgaande aan de balansdatum hebben voorgedaan.
- De toekomstige uitgaven moeten aan die periode kunnen worden toegerekend, ze zijn dus niet toe te rekenen aan toekomstige voordelen en het zijn ook naar hun aard geen kosten van toekomstige jaren.
- Er moet een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de toekomstige uitgaven zich zullen voordoen.
Ook piekvereiste?
Onlangs kwam voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch de vraag aan de orde of voor het vormen van een voorziening ook een piekvereiste geldt. De inspecteur stelde dat het vormen van een onderhoudsvoorziening alleen mogelijk is als de onderhoudsuitgaven in enig jaar substantieel afwijken van de normale, gemiddelde omvang van de onderhoudsuitgaven. Is er geen sprake van een ‘piek’ in de onderhoudsuitgaven, dan zou het vormen van een voorziening dus niet mogelijk moeten zijn.
Alleen eisen Baksteenarrest
Het Hof komt echter tot de conclusie dat voor het vormen van een voorziening geen piekvereiste geldt. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 1980, het zogenaamde Baksteenarrest, volgen de eisen voor het kunnen vormen van een voorziening en een piek in de uitgaven behoort niet tot deze eisen. Voor de betreffende zaak betekende dit dat een woningcorporatie een voorziening van ruim € 54 miljoen kon vormen en dat de aanslag vennootschapsbelasting dienovereenkomstig werd verminderd.
Niet altijd rapporteren
De gegevens betreffen onder meer NAW-gegevens, het btw-identificatienummer en de omzet per kwartaal. Eigenaren van online platformen hoeven niet altijd dergelijke gegevens aan de Belastingdienst door te geven. Zo is er onder meer voor de verkoop van goederen een minimum en hoeft men alleen te rapporteren over verkopers die in een jaar 30 keer of meer verkopen of voor meer dan € 2.000.
Tip! U kunt hier eenvoudig checken of u rapportageplichtig bent.
Gering aantal gegevens
Het nieuwe DAC7-portaal is met name geschikt voor exploitanten van platforms die slechts enkele tientallen gegevens dienen door te geven. Via het nieuwe portaal kan over 2023 en de jaren erna worden gerapporteerd.
Geen wijzigingen
Via het nieuwe portaal kunnen nog geen wijzigingen worden doorgegeven. Deze functionaliteit volgt later. Voor gebruik van het nieuwe portaal is geen specifieke software nodig. Wel dienen de exploitanten te beschikken over eHerkenning niveau 3.
Handhaving weer opgestart!
De Belastingdienst kondigt aan dat de tijdelijke terughoudendheid voor wat betreft de handhaving van de rapportageplicht is beëindigd. Nu het nieuwe portaal beschikbaar is, dienen de exploitanten er dus rekening mee te houden dat er op de rapportageplicht gecontroleerd gaat worden.
Let op!Rapporteren kan online.
Maatschappelijk vastgoed
De DUMAVA kan worden aangevraagd door maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen. Ook stichtingen en verenigingen met gebouwen met een publieksfunctie en eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.
Kijk voor alle voorwaarden die gesteld worden aan de maatschappelijke instelling en het vastgoed hier.
Let op! Ook amateursportverenigingen kunnen DUMAVA aanvragen. Hiervoor gelden extra voorwaarden. Ontving de vereniging al eerder BOSA-subsidie voor de sportaccommodatie, dan is aanvragen van DUMAVA niet mogelijk.
Hoogte subsidie
De hoogte van de subsidie is afhankelijk of u een, twee of drie losse verduurzamingsmaatregelen treft of een integraal verduurzamingsproject start:
- Bij een, twee of drie losse verduurzamingsmaatregelen bedraagt de subsidie 20% van de projectkosten, het energieadvies en het energielabel samen met een minimum subsidiebedrag van waarschijnlijk € 2.500 (in 2025 nog € 5.000) en een maximum van € 1,5 miljoen.
- Bij een integraal verduurzamingsproject bedraagt de subsidie 30% (in bepaalde gevallen tot 40%) van de projectkosten, het energieadvies en het energielabel samen met een minimum subsidiebedrag van € 25.000 en een maximum van € 1,5 miljoen.
Let op!Het minimale subsidiebedrag voor 2026 wordt waarschijnlijk verlaagd van € 5.000 in 2025 naar € 2.500 in 2026. Eigenaren van kleinere maatschappelijke gebouwen krijgen zo ook recht op de DUMAVA.
Aanvraagperiode en budget
De aanvraagperiode loopt van 1 juni 2026 9.00 uur tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen beschikbaar. In 2025 werd ruim € 389 miljoen aangevraagd en was er voldoende budget beschikbaar.
Let op!De DUMAVA moet worden aangevraagd voordat gestart wordt met de verduurzaming of een contract met een aannemer getekend wordt. Wordt er gestart voordat de aanvraag is goedgekeurd, dan bestaat er het risico van minder of geen subsidie DUMAVA.
Tip! RVO organiseert op dinsdag 7 april tussen 19.00 en 20.00 uur een informatiesessie over de subsidie DUMAVA voor maatschappelijke organisaties en (sport)verenigingen.