Geen CO2-rapportage meer voor bedrijven tot 250 werknemers?
Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM)
Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, WPM.
Waar gaat het om?
Bedrijven die onder de rapportageverplichting vallen moeten veel gegevens verzamelen. Denk hierbij aan het totaal aantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer en het jaartotaal aan kilometers, uitgesplitst naar soort vervoermiddel en brandstoftype.
Let op!De gegevens over 2025 moeten uiterlijk 30 juni 2026 ingestuurd zijn.
Verhoging grens naar 250 of meer werknemers
Op 15 april 2025 nam de Tweede Kamer een motie aan om de WPM af te schaffen voor bedrijven tot 250 werknemers. Op 20 november 2025 werd het voornemen tot afschaffing aangekondigd.
Inmiddels is een besluit ter internetconsultatie aangeboden waarin de rapportageverplichting voor bedrijven tot 250 werknemers wordt afgeschaft. Reageren op deze internetconsultatie is mogelijk tot 9 maart 2026.
Ook al in 2026?
Als het besluit zoals ter internetconsultatie is aangeboden ongewijzigd wordt ingevoerd, gaat de afschaffing in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Werkgevers met minder dan 250 werknemers hoeven dan ook over 2026 al niet meer te rapporteren. Eerder was aangekondigd dat de afschaffing pas vanaf 2027 zou gelden, maar dit lijkt dus een jaar vervroegd te worden.
Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl.
Diverse technieken
De nieuwe subsidie maakt onderdeel uit van de bestaande subsidieregeling Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) en subsidieert tal van technieken. Genoemd worden onder meer technieken voor het afvangen van CO2, technieken om het energieverbruik van afvangtechnieken te beperken, het efficiënter maken van bestaande afvangtechnieken en technieken om CO2 op te slaan.
Voorwaarden
De subsidie kent uiteraard voorwaarden. Onder andere moet een samenwerkingsverband minstens uit drie partijenstaan met verschillende kennis en ervaring uit verschillende sectoren en dienen alle deelnemers financieel en inhoudelijk ongeveer evenveel aan het project bij te dragen. Verder mag een project maximaal vier jaar duren en moet de innovatie binnen tien jaar klaar zijn voor gebruik. Uw project moet ook technisch en economisch haalbaar zijn en u moet de slagingskans ervan onderbouwen.
Tip! U kunt een projectidee vrijblijvend vooraf door RVO laten toetsen.
Omvang subsidie
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de te ontwikkelen activiteiten en van de bedrijfsgrootte. Voor kleine bedrijven is het hoogste subsidiepercentage van 60% beschikbaar van de door hen te dragen ontwikkelkosten, voor middelgrote bedrijven 50% en voor grote bedrijven 40%. De subsidie bedraagt maximaal € 4 miljoen en minimaal € 25.000 per deelnemer. Het totaal beschikbare budget bedraagt €10 miljoen.
Vooraanmelding
Als u voor de subsidie in aanmerking wilt komen, moet u zich eerst vooraanmelden bij RVO.nl. Dit kan vanaf 17 maart 2026 09:00 uur tot 16 april 2026 17:00 uur. U krijgt hierna een advies dat u vermeldt in uw definitieve aanmelding. Die kunt u indienen tussen 2 juni en 3 september 2026
Wettelijke regeling: e-mail mag onder voorwaarde
In de wet is opgenomen dat een bestuursorgaan zoals een heffingsambtenaar van een gemeente of een belastingambtenaar een bericht – en dus ook een uitspraak op bezwaar – per e-mail aan u mag verzenden. Voorwaarde is dat u zelf aangeeft dat u voldoende bereikbaar bent op dit e-mailadres.
Wanneer kenbaar?
De vraag is wanneer u heeft aangegeven dat u voldoende bereikbaar bent op een e-mailadres.
In de rechtspraak speelde een zaak waarin een burger bezwaar had gemaakt tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Hij had een daarvoor bestemd online contactformulier ingevuld en digitaal naar de heffingsambtenaar van de gemeente gestuurd. Hij was daarbij verplicht om zijn e-mailadres in te vullen. De heffingsambtenaar was van mening dat de burger hiermee had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op dit e-mailadres. Hij verzond de uitspraken op bezwaar dan ook per e-mail. De burger merkte de uitspraken op bezwaar niet op en was daardoor ‘te laat’ om in beroep te gaan.
Oordeel Hoge Raad
Uiteindelijk kwam de vraag of de burger had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op het e-mailadres bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde in zijn algemeenheid dat een burger dit ‘meer of minder’ uitdrukkelijk kan doen. Daarbij moet de burger ook aangeven voor welke berichten hij voldoende bereikbaar is per e-mail en op welk e-mailadres.
Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of een uiting of gedraging van een burger aan deze voorwaarden voldoet. De Hoge Raad gaf in zijn arrest een aantal aanwijzingen.
- Als de ambtenaar over het e-mailadres van de burger beschikt, betekent dit nog niet dat de burger kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn hierop.
- Als een burger online een verzoek doet en daarbij een e-mailadres opgeeft, betekent dit ook nog niet dat de burger daarmee – stilzwijgend – kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn hierop.
De Hoge Raad kwam dan ook tot het oordeel dat de heffingsambtenaar niet had kunnen concluderen dat de burger had aangegeven voldoende bereikbaar te zijn op het e-mailadres. Hij had dit immers alleen maar ingevuld op het contactformulier zonder verdere verklaring daarbij.
Advies Hoge Raad
Aan het arrest van de Hoge Raad kan nog een advies aan de ambtenaar ontleend worden. De ambtenaar kan altijd aan een burger vragen uitdrukkelijk aan te geven of hij de (bezwaar)procedure per e-mail wil voortzetten, daarop bereikbaar is en welk e-mailadres hij wil gebruiken. In het online contactformulier had de gemeente daar ruimte voor kunnen inrichten.
Let op! Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is in het parlement toegelicht dat, indien zowel post als e-mail mogelijk is bij de overheidsinstantie, u mag kiezen tussen communicatie per post of langs elektronische weg (bijvoorbeeld per e-mail). U bent zo’n geval dus niet verplicht om in te stemmen met communicatie per e-mail.
Let op!Deze advieswijzer concentreert zich met name op lenen van een bv. Een aanmerkelijk belang kan echter ook in andere entiteiten worden gehouden. Denk bijvoorbeeld aan een deelgerechtigheid in een open fonds voor gemene rekening of een lidmaatschapsrecht in een coöperatie of een aandeel in een andere (Nederlandse of buitenlandse) vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Ook in die situaties kan de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap van toepassing zijn. Op deze situaties wordt in deze advieswijzer niet ingegaan.
Voor wie geldt de wet?
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap kan van toepassing zijn op iedereen:
- die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een of meer bv’s, én
- die schulden heeft aan die bv(‘s) en/of waarvan de partner of zogenaamde verbonden personen of hun partners schulden hebben aan die bv(‘s).
Grofweg heeft iemand een aanmerkelijk belang als diegene:
- minimaal 5% van de aandelen bezit, en/of
- het recht heeft om 5% van de aandelen te verwerven, en/of
- winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst of ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd.
Een directeur-grootaandeelhouder (dga) zal doorgaans een aanmerkelijk belang hebben. Een dga kan dus geraakt worden door deze wet.
Tip! De regels om te bepalen of iemand een aanmerkelijk belang heeft, kunnen complex zijn. Zo kunt u bijvoorbeeld ook een aanmerkelijk belang hebben in een bv waarin u niet direct de aandelen bezit, maar wel indirect via een andere bv. U kunt dus een aanmerkelijk belang hebben in meerdere bv’s. Overleg met onze adviseurs of in uw situatie sprake is van een aanmerkelijk belang, in welke bv’s en hoe de regels in uw geval uitwerken.
Schulden hoger dan € 500.000 van dga én partner
Een dga met schulden aan zijn bv die op 31 december 2026 hoger zijn dan € 500.000 kan in 2026 met de gevolgen van de wet te maken krijgen. Het gaat hierbij niet alleen om de schulden van de dga zelf, maar ook om de schulden van de fiscale partner van de dga. Om te beoordelen of de € 500.000 wordt overschreden, worden de schulden van de dga en de fiscale partner bij elkaar opgeteld. Heeft u naast een schuld ook nog een vordering op de bv, dan worden die twee niet gesaldeerd; er wordt dus puur naar de schulden gekeken!
Let op! Heeft u en/of uw fiscale partner een aanmerkelijk belang in meer bv’s, dan moet u de schulden die u en uw fiscale partner hebben aan al die bv’s bij elkaar optellen. Alleen als het totaal op 31 december 2026 niet hoger is dan € 500.000, krijgt u in 2026 niet met de gevolgen van de wet te maken. U kunt dus niet maximaal € 500.000 per bv lenen, maar tezamen met uw fiscale partner maximaal € 500.000 van al uw bv’s tezamen.
Als u in 2023, 2024 of 2025 al belasting betaalde over een te hoge schuld bij eigen bv, dan wordt de drempel van € 500.000 met de schuld waar u al over afrekende verhoogd. U betaalt dus geen belasting over een schuld waar u in een eerder jaar al belasting over betaalde.
Voorbeeld
U heeft een aanmerkelijk belang in bv X en een aanmerkelijk belang in bv Y. U heeft van beide bv’s geld geleend. Bij bv X bedraagt uw schuld op 31 december 2026 € 350.000, bij bv Y € 500.000. Tezamen bedragen uw schulden meer dan € 500.000. Als u niets doet, moet u over 2026 belasting betalen over een bedrag van € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). Bedroeg de totale schuld op 31 december 2025 ook al € 850.000. Dan moest u over 2025 al belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In 2026 hoeft u dan niet nog een keer belasting te betalen over de in 2025 al meegenomen € 350.000. Het bedrag van de drempel wordt namelijk met deze € 350.000 verhoogd. Hierdoor bedraagt de drempel in 2026 voor u dan geen € 500.000 maar € 850.000 (€ 500.000 + € 350.000).
Ook indirecte schulden en andere rechten
Bij het inventariseren van uw schulden moet u letten op alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen. Ook de indirecte schulden tellen mee.
Let op!Kan de dga en/of zijn fiscale partner alleen een externe financiering krijgen als de bv borg staat? Dan telt deze lening ook mee voor de vraag of de schulden op 31 december 2026 boven de € 500.000 uitkomen. Kan de dga en/of zijn fiscale partner wel een externe financiering krijgen zonder borg, maar zorgt borgstelling door de bv voor betere voorwaarden, dan telt de lening niet mee.
Tip! Overleg met onze adviseurs of in uw situatie mogelijk civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen aanwezig zijn en hoe u om moet gaan met borgstelling door de bv.
Ook schulden van verbonden personen
Hebben uw bloed- of aanverwanten in de rechte lijn schulden aan uw bv, dan moet u deze schulden bij uzelf meetellen voor het deel van hun schulden dat boven de € 500.000 uitkomt.
Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn zijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen enzovoort en ouder, grootouder en overgrootouders enzovoort van uw en/of uw fiscale partner.
Voorbeeld
Heeft bijvoorbeeld uw kind in 2026 € 400.000 geleend van uw bv, dan hoeft u niets mee te tellen. Bedraagt de schuld van uw kind aan uw bv op 31 december 2026 echter € 600.000, dan telt u € 100.000 mee voor de beoordeling of u boven de drempel van € 500.000 komt. Heeft u zelf in 2026 € 450.000 bij uw bv geleend, dan betekent dit dus dat u over 2026 over € 50.000 belasting moet betalen (€ 450.000 + € 100.000 -/- € 500.000).
Tip! Dit geldt niet als uw bloed- of aanverwant zelf een aanmerkelijk belang heeft in uw bv. Uw bloed- of aanverwant moet dan zelf beoordelen in hoeverre de wet op hem/haar van toepassing is. Voor uw beoordeling telt de schuld van uw bloed- of aanverwant dan niet mee.
Voorbeeld
Heeft uw kind uit het vorige voorbeeld een aanmerkelijk belang in uw bv, dan telt de € 100.000 niet bij u mee. U betaalt dan dus geen belasting. Uw kind moet echter over € 100.000 (€ 600.000 -/- € 500.000) belasting betalen.
Uitzondering voor eigenwoningschulden
Voor eigenwoningschulden geldt een uitzondering. Deze tellen niet mee voor de beoordeling of u op 31 december 2026 schulden heeft aan uw bv(’s) boven € 500.000. Het moet hierbij echter wel gaan om een schuld die voldoet aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting. Bovendien moet een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv.
Let op! Is geen hypotheek verstrekt, dan telt de lening wel mee. Dat geldt ook als wel hypotheek verstrekt is, maar de lening niet voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. Is wel hypotheek verstrekt, maar is het inschrijvingsbedrag van die hypotheekverstrekking lager dan de lening? Dan telt het deel van de lening boven dit inschrijvingsbedrag ook mee.
Tip! Bestond uw eigenwoningschuld aan de bv op 31 december 2022 al, dan geldt de voorwaarde dat hypotheek verstrekt moet zijn, niet. Deze schulden hoeven dus alleen aan de wettelijke bepalingen te voldoen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting.
Voorbeeld
U heeft op 31 december 2026 een schuld bij uw bv van € 500.000 die u heeft gebruikt voor aanschaf van uw eigen woning. Daarnaast heeft u in 2026 nog € 500.000 bij uw bv geleend voor andere zaken. De lening voor uw eigen woning voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. U heeft echter geen hypotheek verstrekt voor deze schuld aan uw bv. Als deze schuld aan de bv op 31 december 2022 al bestond, heeft u geen last van de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. De eigenwoningschuld telt namelijk niet mee voor de beoordeling en de andere lening is niet hoger dan € 500.000. Als de schuld na 31 december 2022 is verstrekt, moet u over 2026 over een bedrag van € 500.000 belasting betalen (€ 500.000 + € 500.000 -/- € 500.000). De lening voor de eigen woning telt dan namelijk wel mee.
Tip! De uitzondering voor eigenwoningschulden geldt ook voor schulden van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn. Zijn dit eigenwoningschulden die voldoen aan de hiervoor beschreven voorwaarden, dan tellen deze schulden dus niet bij u mee.
Peildatum 31 december 2026
Op 31 december 2026 wordt voor het jaar 2026 gepeild of uw schulden hoger zijn dan € 500.000 of niet. Dit uiteraard met inachtneming van alle regels die hiervoor gelden en die we hiervoor (deels) beschreven. Zijn uw schulden op dit moment hoger dan € 500.000 en was dat in 2025 nog niet het geval, dan heeft u dus tot die tijd om in actie komen. Overleg met onze adviseurs wat u eventueel nog kunt doen.
Tip! Voor de beoordeling van de grens van € 500.000 mag u vorderingen die u heeft op uw bv(’s) niet salderen met schulden die u heeft aan uw bv(’s). Mogelijk kan het daarom verstandig zijn om vóór 31 december 2026 deze vorderingen en schulden officieel met elkaar te verrekenen. Overleg daarover met een van onze adviseurs.
Belastingtarief
U bent over het surplus boven de € 500.000 belasting (of de hogere drempel die ontstaan is door betaalde belasting over excessief lenen in 2023, 2024 of 2025) verschuldigd in box 2. In 2026 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen (voor fiscale partner het dubbele bedrag) bent u 24,5% verschuldigd, over het meerdere 31%.
Gevolgen bij latere aflossing schuld
Heeft u in 2023,2024 of 2025 over het deel van uw schulden boven de drempel van € 500.000 belasting betaald, dan wordt de drempel van € 500.000 met dit deel van uw schulden verhoogd. Dit voorkomt dat u elk jaar opnieuw over het surplus boven de drempel moet afrekenen. Hetzelfde systeem geldt als u in 2026 belasting betaalt over het deel van uw schulden boven de drempel van € 500.000 (of al hogere drempel).
Een latere aflossing op deze schulden leidt dan tot een negatief inkomen in box 2. Dit negatieve inkomen wordt verrekend met andere positieve inkomsten in box 2 in dat jaar of leidt tot een verlies in box 2. Dit verlies kan vervolgens verrekend worden met box 2-inkomen van het voorafgaande jaar of met box 2-inkomen van de zes opvolgende jaren.
Voorbeeld
U heeft een aanmerkelijk belang in een bv en op 31 december 2025 een schuld van € 850.000 aan deze bv. Deze schuld is in 2025 ontstaan. U moet in 2025 belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In uw aangifte inkomstenbelasting 2025 bent u hierover € 104.092 (24,5% over € 67.804 plus 31% over € 282.196) belasting verschuldigd. Als u in 2026 € 350.000 aflost op de schuld (en er in dat jaar geen ander inkomen uit box 2 is), ontstaat een verlies in box 2 van € 350.000. Dit verlies kunt u volledig verrekenen met de winst uit 2025, waardoor de in 2025 betaalde belasting van € 104.092 wordt teruggegeven. De schuld bedraagt na de aflossing € 500.000 gelijk aan de drempel op 31 december 2026.
Tip! Wilt u meer weten over de gevolgen van een latere aflossing in uw situatie, bespreek dit dan met onze adviseurs.
Schulden tot € 500.000
Bedragen de schulden minder dan € 500.000, dan kunt u nog steeds een risico lopen op belastingheffing, als de Belastingdienst meent dat sprake is van een verkapte dividenduitkering. De Belastingdienst moet dit wel aannemelijk kunnen maken. Zorg daarom dat uw leningen altijd schriftelijk in een overeenkomst met zakelijke voorwaarden zijn vastgelegd. De bewijspositie van de Belastingdienst wordt dan een stuk lastiger.
Alleen fiscale werking
Als uw bv wordt geconfronteerd met de gevolgen van deze wet en dus belasting moet betalen over het surplus boven € 500.000, dan heeft dat alleen fiscale gevolgen. Met andere woorden: de schuld blijft wel gewoon bestaan. U mag de schuld ook in uw aangifte inkomstenbelasting blijven opvoeren.
Tot slot
De Wet excessief lenen kan ook in 2026 weer voor een ongewenste afrekening op 31 december 2026 zorgen. Heeft u, uw partner of met u verbonden personen schulden aan uw bv? Overleg dan met onze adviseurs welke gevolgen de wet en de verlaging van de drempel voor u kunnen hebben.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.