t
0344 647 000
|

Ook maaltijden aftrekbaar bij zakelijk verblijf

Belastingdienst: maaltijden zijn privé

Een ondernemer werkte voor zijn onderneming een groot gedeelte van het jaar ver weg van zijn woonplaats. Daarom huurde hij een verblijfsruimte dichtbij dat werk. De Belastingdienst erkende dat deze huurkosten ten behoeve van zijn onderneming werden gemaakt en stond aftrek van deze kosten van de winst toe.

De ondernemer moest echter ook eten en koos ervoor om de maaltijden niet zelf te bereiden, maar uit eten te gaan. De kosten hiervan wilde hij ook in aftrek brengen van zijn winst, maar de Belastingdienst, de rechtbank en het gerechtshof stonden dat niet toe. Zij vonden dat de noodzaak om te eten ook aanwezig was als de ondernemer gewoon thuis verbleef. De kosten waren daarom geen ondernemingskosten maar privékosten.

Hoge Raad: maaltijden in beginsel zakelijk

De Hoge Raad is het daar niet mee eens. De Hoge Raad vindt dat als de verblijfkosten zakelijk zijn, de kosten voor maaltijden dat in beginsel ook zijn. Alleen als het belopen van die kosten uitsluitend in de privésfeer zou zijn gelegen, kan dit anders zijn. Het enkele feit dat de kosten van uit eten gaan hoger zijn dan eten wat thuis bereid en genuttigd wordt, betekent echter nog niet dat het belopen van die kosten uitsluitend in de privésfeer gelegen is.

De ondernemer kon de kosten van het eten buiten de deur daarom gewoon in aftrek brengen.

Wel wettelijke correctie privé

Voor de aftrek van onder meer de kosten van voedsel is in de wet echter wel een correctie opgenomen voor het privé-element. De kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie, congressen, seminars, studiereizen en dergelijk komen tot een bedrag van € 5.600 per jaar daarom niet in aftrek van de winst. In plaats van een niet aftrekbaar bedrag van € 5.600, kan de ondernemer er echter ook voor kiezen om 80% van deze kosten in aftrek te brengen. De ondernemer uit de zaak die speelde bij de Hoge Raad kon daarom niet alle kosten voor het uit eten gaan in aftrek brengen, maar hield rekening met deze correctie.

Wat betekent dit voor u?

Als u ook in verband met uw onderneming een verblijfsruimte ver weg van uw thuis huurt, kunt u naast de huurkosten, dus ook de kosten van uw maaltijden in aftrek brengen. In het arrest van de Hoge Raad ging het om kosten van eten buiten de deur, maar uit het arrest lijkt opgemaakt te kunnen worden dat dit ook geldt voor de kosten van het in de verblijfsruimte zelf bereiden van de maaltijden.

U moet uiteraard wel rekening houden met het niet aftrekbare bedrag van € 5.600 of maar 80% van de kosten in aftrek brengen.

Vragen?

Neem voor vragen contact op met onze adviseurs. Houd er verder rekening mee dat de staatssecretaris waarschijnlijk niet blij is met het oordeel van de Hoge Raad. Mogelijk betekent dit dat de wet op dit punt in de toekomst gewijzigd wordt.

Vrachtwagenheffing

Vrachtwagens vanaf 3.500 kilo uit binnen- en buitenland moeten vanaf 2026 bij gebruik van de Nederlandse snelwegen en van enkele N-wegen en gemeentelijke wegen een bedrag per kilometer betalen. Het bedrag per kilometer is afhankelijk van de uitstoot en het gewicht van de vrachtwagen. Hoe hoger de uitstoot en hoe hoger het gewicht, des te hoger het tarief zal zijn. Volgens een berekening uit 2023 zal het gemiddelde tarief € 0,167 per kilometer bedragen.

Let op! Als de vrachtwagenheffing in werking treedt, zal het Eurovignet verdwijnen en wordt de motorrijtuigenbelasting verlaagd.

Om de vrachtwagenheffing te realiseren zal apparatuur moeten worden geïnstalleerd, zodat de heffing elektronisch kan worden geheven. De wijzigingsvoorstellen van het Besluit vrachtwagenheffing hebben vooral betrekking op de privacyaspecten die met de inning van de heffing gemoeid zijn.

Voertuigdocumenten

Zo moeten van vrachtwagens voertuigdocumenten worden aangeleverd, onder meer om het tarief van de heffing vast te kunnen stellen. Ook moet er informatie worden aangeleverd met betrekking tot vrijgestelde vrachtauto’s, zodat die niet per ongeluk een sanctie ontvangen. Hetzelfde geldt voor auto’s die op een vrachtauto lijken, maar dit niet zijn, zoals bepaalde campers.

Geboortedatum

Uit de internetconsultatie blijkt dat in verband met de mogelijkheid om sancties op te leggen ook de geboortedatum van de chauffeur moet worden vastgelegd. Ook dit vereist een aanpassing, waarop gereageerd kan worden.

Reageren op de voorstellen

Geïnteresseerden kunnen tot en met 25 november 2024 reageren op de voorstellen. Er wordt met name gevraagd wat men vindt van de keuze van de documenten die men dient te overleggen voor het bepalen van het tarief van de heffing en wat men vindt van de wijzigingen met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens. Reageren op de internetconsultatie kan hier digitaal.

Alleen elektrisch

Als een gemeente een zero-emissiezone invoert, betekent dit dat in dat gebied alleen elektrische trucks en bestelauto’s mogen rijden. Hierdoor wordt de CO2-uitstoot beperkt. Echter, nog lang niet alle ondernemers die zo’n zero-emissiezone normaal gesproken betreden, beschikken reeds over een elektrische truck of bestelauto, onder meer vanwege de aanschafkosten.

Met spoed nadere invulling

In de motie staat onder meer dat er vele soorten ontheffingen zijn, dat de uitvoering door gemeentes verschillend is, dat er nog onvoldoende oplaadpunten zijn en dat de prijs van een elektrische bedrijfsauto voor veel ondernemers te hoog is. De motie roept de regering daarom op om uiterlijk op 1 november 2024 aan te geven hoe invulling kan worden gegeven aan een landelijk gestandaardiseerde uitzondering van de zero-emissiezones.

Gemeentes liggen dwars

Inmiddels hebben 14 gemeentes al aangegeven per 1 januari 2025 toch zero-emissiezones in te voeren en de motie naast zich neer te leggen. Of degenen die zonder elektrische truck of bestelauto de zero-emissiezone toch binnenrijden dan beboet kunnen worden, is echter nog maar de vraag. Volgens deskundigen kan het kabinet namelijk een landelijke ontheffing instellen, zodat een boete niet aan de orde is. Het is nog onduidelijk of het kabinet hiertoe over gaat.

Voorwaarden

De subsidie kent een aantal voorwaarden. Zo moet een groepshulp een arbeidsovereenkomst van ten minste 12 maanden hebben met een startdatum vanaf 1 augustus 2023 of later. Ook moet de groepshulp deelnemen aan scholing via praktijkleren in het mbo, gericht op het behalen van een praktijkverklaring, mbo-certificaat of diploma. Deze scholing moet tussen 1 augustus 2023 en 31 oktober 2026 zijn gestart. Verder is vereist dat de kinderopvangorganisatie voor de groepshulp ook subsidie heeft gekregen via de Subsidieregeling Praktijkleren of Praktijkleren in de derde leerweg.

Uitgangspunt 36-urige werkweek

Voor de subsidie is een 36-urige werkweek het uitgangspunt. Dit betekent dat wanneer een groepshulp voor bijvoorbeeld 18 uur wordt gecontracteerd, ook maar de helft van de beschikbare subsidie wordt verkregen.

Vermindering bij overtekening

Iedereen die voldoet aan de voorwaarden en de subsidie en op tijd heeft aangevraagd, heeft recht op een deel van het beschikbare budget. De subsidie per aanvraag wordt dus minder als het totale beschikbare budget wordt overtekend. Voor 2024 is € 1.590.000 beschikbaar.

Aanvraagperiodes 2024, 2025 en 2026

Er zijn in totaal drie aanvraagperiodes (hiervoor is eHerkenning nodig). De eerste periode loopt van 4 november 2024 9.00 uur tot 29 november 2024 17.00 uur. De andere twee periodes lopen van 3 november 2025 9.00 uur tot 28 november 2025 17.00 uur en van 2 november 2026 tot 27 november 2026 17.00 uur. Per aanvraagperiode kan voor maximaal twee groepshulpen subsidie worden aangevraagd. U kunt de subsidie aanvragen bij RVO.nl.