Gemeente kan leegstandsheffing invoeren
Gemeentewet
In de Gemeentewet is sinds eind 2025 opgenomen dat een gemeente een leegstandsheffing kan opleggen aan eigenaren van woningen die langer dan twaalf maanden leegstaan. Het betreffende artikel is per 21 maart 2026 in werking getreden.
Leegstandsheffing
Nu de wettelijke bepaling in de Gemeentewet in werking is getreden, kunnen gemeenten ervoor kiezen om de leegstandsheffing op te nemen in een lokale belastingverordening. Pas nadat de leegstandsheffing is opgenomen in zo’n lokale belastingverordening, gaan de twaalf maanden voor leegstand lopen. De gemeente kan dus niet meteen na de lokale belastingverordening de heffing opleggen.
Let op!De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt aan een modelverordening die gemeenten zouden kunnen gebruiken.
De hoogte van de heffing en de beslissing om een leegstandsheffing in te voeren wordt overigens bepaald door de gemeente. Het is dus een keuze en geen verplichting.
Wijzigingen Leegstandswet
Wijzigingen in de Leegstandswet gaan binnenkort voor advies naar de Raad van State. Als deze wijzigingen door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, krijgen gemeenten effectievere bevoegdheden om leegstand tegen te gaan. Dit zijn onder meer:
- de mogelijkheid om een collectieve vergunning af te geven voor tijdelijke verhuur van woonruimtes in een gebouw of bij sloop en (ver)nieuwbouw’,
- het opvragen van het elektriciteitsverbruik van een pand om te controleren of het leegstaat,
- het opleggen van de verplichting om een langdurig leegstaand pand weer in gebruik te nemen of geven.
Wat is de BAZ?
De BAZ betreft een verplichte publieke verzekering tegen inkomensverlies bij langdurige arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen. Het gaat dus nadrukkelijk om een publieke regeling, niet om een private of commerciële verzekering. De BAZ is bedoeld als basisvoorziening. Wie door ziekte, een gebrek, een zwangerschap of bevalling langdurig niet meer kan werken, kan straks onder voorwaarden een uitkering krijgen.
Let op!De BAZ wordt om een aantal redenen ingevoerd. Zo zijn er op dit moment te weinig zelfstandigen adequaat verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, is er sprake van een ongelijk speelveld en vallen onverzekerde zelfstandigen uiteindelijk terug op de bijstand.
Voor wie geldt de BAZ?
De BAZ geldt voor ondernemers in de inkomstenbelasting (IB-ondernemers), met of zonder personeel, die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Het gaat dan concreet om ondernemers die werken vanuit een eenmanszaak, vof of maatschap.
Voor wie geldt de BAZ niet?
De volgende groepen vallen niet onder de BAZ. Dat betekent dat ze geen premie betalen, maar ook dat ze geen aanspraak kunnen maken op een uitkering.
Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) van een bv
Volgens de regering hebben dga’s gemiddeld een hoger inkomen en meer vermogen dan IB-ondernemers, waardoor de noodzaak voor overheidsingrijpen minder groot is. Bovendien zou het toevoegen van deze groep aan de BAZ voor problemen in de uitvoering kunnen zorgen.
Meewerkende partners
Ook meewerkende partners zijn om uitvoeringstechnische redenen uitgezonderd. Deze groep is namelijk vooraf niet te identificeren voor de premieheffing.
Resultaatgenieters
Mensen die resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) genieten, vallen ook niet onder de BAZ. Bij ROW gaat het vaak om bijverdiensten.
Gemoedsbezwaarden
Mensen met principiële bezwaren (vaak van godsdienstige aard) tegen elke vorm van verzekering kunnen ontheffing krijgen.
Combinatieverdieners met voldoende WIA-dekking
Sommige zelfstandigen combineren het zelfstandig ondernemerschap met een baan in loondienst. Zij zijn voor de werkzaamheden in loondienst via hun werkgever verzekerd voor de WIA. Daarom vallen ze, afhankelijk van de hoogte van hun loon, niet of slechts gedeeltelijk onder de BAZ. Bedraagt het SV-loon (het loon waarover premies werknemersverzekeringen worden betaald) minimaal 142,86% van het minimumloon, dan is de zelfstandige niet premieplichtig voor de BAZ. Het gaat hier naar verwachting om ongeveer 600.000 combinatieverdieners.
Medegerechtigden
Commanditaire vennoten en anderen die winst uit onderneming genieten zonder daarvoor arbeid te verrichten (bijvoorbeeld na een bedrijfsoverdracht), vallen niet onder de BAZ.
AOW-gerechtigden
Zelfstandigen boven de AOW-gerechtigde leeftijd betalen geen premie, maar hebben ook geen recht op een uitkering.
Kiezen voor private verzekering: opt-out
Zelfstandigen hoeven niet deel te nemen aan de BAZ. Ze kunnen namelijk kiezen voor een opt-out. Ze moeten dan wel een private (commerciële) verzekering hebben die aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Dat betekent dat een private verzekering onder meer:
- een dekking moet bieden tot de AOW-leeftijd;
- een uitkering van minimaal 70% van de winst (waarbij de winst maximaal 42,86% van het wettelijk minimumloon bedraagt) moet geven;
- een wachttijd moet hebben van maximaal 104 weken;
- periodiek uitkeert (geen eenmalige uitkering);
- een premie moet hebben die minimaal gelijk is aan de publieke premie.
De verzekeraar kan dan voor de verzekerde een opt-out aanvragen bij het UWV. Deze opt-out kan alleen ingaan per 1 januari of bij de start van de onderneming.
Stabiliteitsbijdrage
Als een zelfstandige kiest voor een private verzekering via de zogenaamde opt-out, moet hij toch nog een premie betalen, de zogenaamde stabiliteitsbijdrage. Dit betreft een vast bedrag per privaat verzekerde. De gedachte hierbij is dat zo wordt voorkomen dat de publieke verzekering vooral de zwaardere risico’s overhoudt en daardoor snel duurder wordt. Deze bijdrage wordt afgedragen door de verzekeraar, maar zal naar verwachting in de premie voor de verzekerde worden verwerkt. De verwachting is dat deze stabiliteitsbijdrage uit zal komen op een bedrag tussen de € 25 en € 35 per maand bij volledige risicoverevening.
Overgangsrecht voor zelfstandige met private AOV
Voor zelfstandigen die al een private arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben, gaat er overgangsrecht gelden. Om onder het overgangsrecht te vallen, moet de verzekering:
- tot stand zijn gekomen vóór de peildatum;
- een wachttijd hebben van maximaal 104 weken;
- een eindleeftijd hebben van minimaal 55 jaar;
- periodiek uitkeren;
- geen ongevallenverzekering of woonlastenbeschermer zijn.
Voldoet de verzekering aan genoemde voorwaarden, dan hoeft de zelfstandige niet verplicht aan de BAZ deel te nemen. De verzekerde hoeft dan ook niet opnieuw medisch gekeurd te worden. De stabiliteitsbijdrage blijft wel van toepassing.
Als de verzekering niet aan de voorwaarden voldoet, kan de zelfstandige deze aanpassen, kan hij een nieuwe verzekering afsluiten die wel aan de eisen voldoet of toch instromen in de publieke BAZ.
Let op!De verzekeraar moet binnen dertien weken na inwerkingtreding van de wet een aanvraag doen bij het UWV voor toepassing van het overgangsrecht.
Let op!Alleen wie voor de peildatum een verzekering heeft, kan gebruikmaken van dit overgangsrecht. Op dit moment is nog onduidelijk wanneer die peildatum bekend wordt gemaakt. Vaak gaat deze direct na de bekendmaking in, dus wacht niet te lang met actie ondernemen.
Hoe hoog is de premie voor de BAZ?
De premie voor de BAZ bedraagt 5,4% van de winst uit onderneming. Er geldt een maximum van circa € 171 bruto aan te betalen premie per maand.
Let op!De maximale premie van € 171 is gebaseerd op 142,86% van het minimumloon in 2025. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. De maximale premie van € 171 bruto per maand is verschuldigd vanaf een winst uit onderneming van € 38.000 (5,4% van € 38.000 gedeeld door 12).
Door de koppeling van de BAZ-premie aan de winst uit onderneming, betaalt een zelfstandige met een winst van nul of lager geen BAZ-premie.
Tip! De BAZ-premie is fiscaal aftrekbaar in de aangifte IB als uitgave voor inkomensvoorzieningen.
De zelfstandige ontvangt voor de BAZ-premie een aparte aanslag, naast de aanslag IB en de aanslag Zvw.
Hoe hoog is de BAZ-uitkering?
De hoogte van de BAZ-uitkering is ook afhankelijk van de winst uit onderneming en bedraagt 70% van de gemiddelde winst, maar maximaal het wettelijk minimumloon. Bij de eerdergenoemde winst van € 38.000 of meer is de uitkering dus het minimumloon. Bij een lagere winst bedraagt de uitkering 70% van de gemiddelde winst.
Let op!Bij winst uit onderneming gaat het om de belastbare winst voor belastingen, vermeerderd met ondernemersaftrekken (zoals de zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk en de stakingsaftrek) en vermeerderd met de mkb-winstvrijstelling.
De uitkering is dus erg laag. Reden waarom gesproken wordt van een basisverzekering. Wie meer uitgekeerd wil krijgen, zal zich aanvullend moeten verzekeren.
Het is verder een alles-of-nietsverhaal. Dat betekent dat er wel of geen recht op uitkering bestaat. Er is geen mogelijkheid van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zoals bij de WIA. Eventuele inkomsten naast de uitkering worden voor 70% gekort. Werken loont dus wel.
Arbeidsongeschikt in de zin van de BAZ
De BAZ hanteert een absoluut criterium. Iemand is arbeidsongeschikt als hij of zij door ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling niet meer in staat is om met arbeid ten minste het wettelijk minimumloon per maand te verdienen. Het feitelijk verdiende inkomen is dus niet van belang. Het UWV gaat kijken of iemand zogeheten basisfuncties kan uitvoeren. Het gaat dan om functies die op de Nederlandse arbeidsmarkt voorkomen met een relatief lage belasting, op of rond minimumloonniveau. Denk hierbij aan eenvoudig administratief werk of lichte productiewerkzaamheden.
Lukt het om zo’n functie uit te voeren, dan is er geen sprake van arbeidsongeschiktheid.
Let op!Het gegeven dat iemand als zelfstandige zijn eigen werk niet meer kan uitvoeren, is dus niet van belang.
Wachttijd
Er geldt een wachttijd van twee jaar voordat eventueel tot uitkering wordt overgegaan. Dit heeft als voordelen dat de premie lager uitvalt en de druk op de uitvoering voor het UWV afneemt. Deze wachttijd kan de zelfstandige op verschillende manier overbruggen, zoals door eigen vermogen, een broodfonds of een private verzekering. Wel kan er gedurende de wachttijd een beroep worden gedaan op de re-integratiedienstverlening door het UWV.
Behandeling wetsvoorstel
Het kabinet wil de BAZ snel door het parlement loodsen. Dit hangt samen met de deadline van 31 augustus 2026 in verband met het EU Herstel- en Veerkrachtplan en de samenhang met de Zelfstandigenwet, waarin een arbeidsongeschiktheidsverzekering een voorwaarde wordt voor het werken als zelfstandige. Het is de verwachting echter dat de BAZ niet eerder dan in 2030 wordt ingevoerd.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
U kunt de SLIM-subsidie krijgen voor de kosten van een adviseur die een scholings- en ontwikkelingsplan maakt voor uw bedrijf, of uw personeel loopbaan- en ontwikkeladvies geeft. Ook projecten om uw personeel te stimuleren om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen, vallen onder de subsidiemogelijkheden.
Hoeveel subsidie?
Individuele bedrijven kunnen maximaal € 24.999 subsidie krijgen, voor landbouwbedrijven is dit maximaal € 20.000. Samenwerkingsverbanden krijgen maximaal € 500.000 per aanvraag en maximaal € 200.000 per partner. De subsidie bedraagt in de meeste gevallen 60% van de subsidiabele kosten. Alleen voor loopbaan- en ontwikkeladviezen geldt een vast subsidiebedrag van € 700 per afgerond loopbaan-of ontwikkelingstraject
Aanvragen SLIM-subsidie
Individuele ondernemers kunnen de SLIM-subsidie aanvragen van 7 april 2026 9.00 uur tot en met 4 mei 2026 17.00 uur. Aanvragen is ook mogelijk van 10 augustus 2026 9.00 uur tot en met 7 september 2026 17.00 uur. Samenwerkingsverbanden kunnen de subsidie aanvragen van 8 juni 2026 9.00 uur tot 6 juli 2026 17.00 uur.
Aanvragen
Als u de SLIM-subsidie wilt aanvragen, moet u zich eerst registreren. Dit kan via website van Uitvoering van Beleid. Houd er rekening mee dat u de nodige formulieren moet meesturen, zoals een activiteitenplan en een begroting.
Loting
Als er te veel aanvragen worden ingediend, wordt de subsidie toegedeeld via loting. Dit was al zo voor individuele ondernemingen, maar sinds dit jaar voor het eerst ook voor samenwerkingsverbanden. Met deze nieuwe aanpak wordt voorkomen dat de beschikbare subsidie voor samenwerkingsverbanden te snel is uitgeput.
PAS-melder
In deze casus was een melkveebedrijf een PAS-melder. In het verleden had dit melkveebedrijf gebruikgemaakt van de uitzondering die door het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (het PAS) werd geboden op de vergunningsplicht voor bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken.
WOZ-waarde lager?
De eigenaar van het melkveebedrijf vond dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld omdat hij een PAS-melder was. De verkoopbaarheid van zijn bedrijf stond namelijk al sinds 2019 onder grote druk ten opzichte van agrarische bedrijven die wel over de benodigde vergunningen beschikten.
Oordeel rechtbank Noord-Nederland
Rechtbank Noord-Nederland vond, net als het melkveebedrijf, dat bij het bepalen van de WOZ-waarde rekening gehouden moest worden met het PAS-melderschap.
In 2019 oordeelde de Raad van State immers dat PAS-melders alsnog vergunningsplichtig waren. Na het vaststellen van een legalisatieprogramma door de Minister van LNV, had aanvankelijk in 2025 duidelijkheid voor PAS-melders moeten bestaan. Die termijn is echter inmiddels verlengd naar 2028. Dit heeft een waardeverminderend effect. En dit effect deed zich ook voor bij het melkveebedrijf, aldus de rechtbank.
Agrarische taxatiewijzer
De in de door de gemeenteambtenaar gebruikte agrarische taxatiewijzer zijn kengetallen opgenomen die gebaseerd zijn op agrarische objecten die wél over de benodigde vergunningen beschikken. Daarom is deze taxatiewijzer naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer toepasbaar voor de waardebepaling bij een PAS-melder.
Let op!De WOZ-waarde werd in deze casus door de rechter verlaagd van € 1.091.000 naar € 850.000. Deze verlaging betrof deze specifieke casus en kan daarom niet een op een getalsmatig worden doorgetrokken naar andere casussen.
De rechtbank gaf nog aan dat het feit dat er inmiddels aan oplossingen wordt gewerkt voor de PAS-melders en dat uitkoop ook een optie was, niet leidde tot een ander oordeel. Ook het gegeven dat het betreffende melkveebedrijf nog draaide en als kansrijk kon worden gezien, maakte niet dat er geen waardedruk was. Hetzelfde gold voor de vestiging van het bedrijf buiten een Natura 2000-gebied.