Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more
Cash payments of €3,000 or more
For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.
Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.
The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.
Base fine amount: €10,000
The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Financial and Economic Integrity Service (DFEI), part of the Ministry of Finance, oversees compliance with the ban.
Lower or higher fine
Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.
Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.
€ 52 per dag
Voor 2026 is het bedrag vastgesteld op € 52 per dag, ofwel een verhoging van € 2 ten opzichte van vorig jaar. Het bedrag van € 52 per dag is voor de transportondernemer aftrekbaar van de winst.
Voorwaarden
Het bedrag is alleen aftrekbaar als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- De rit duurt langer dan 24 uur.
- De verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand. De regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar.
- Het aantal gereden dagen moet je kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen, tachograafschijven of rittenstaten.
- De vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.
- Je geeft de winst aan in de aangifte inkomstenbelasting.
Optioneel
De regeling is optioneel. Je mag er ieder jaar opnieuw voor kiezen de regeling al dan niet te gebruiken. Als je de regeling gebruikt, hoef je de verblijfkosten niet aan te tonen met facturen en dergelijke. Dat moet wel als je de regeling niet gebruikt en je de werkelijke verblijfkosten in aftrek wilt brengen. Dit is dus alleen voordelig als de aftrek per saldo hoger uitvalt dan € 52 per dag.
Let op! Daarbij is wel van belang dat sommige kosten niet volledig aftrekbaar zijn, zoals de kosten van maaltijden.
Ritten die starten op meer dan 50 km van het woonadres
De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur.
In dat geval moet je wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
- Deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft.
- Het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.
Niet voor bv’s
Transportondernemers met een bv kunnen de regeling niet toepassen. Eigen rijders met een bv kunnen hun verblijfkosten wel onbelast door de bv laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.
Vrachtwagenheffing
Vanwege de invoering van de vrachtwagenheffing per 1 juli 2026, wordt de mrb voor vrachtwagens lager. Via de vrachtwagenheffing moet op bijna alle snelwegen en een aantal andere wegen voortaan een heffing per gereden kilometer worden betaald. De omvang van de heffing hangt onder meer af van de uitstoot van CO2. Op de website van RDW kun je berekenen wat het bedrag per kilometer wordt.
Let op! In de Tweede Kamer is een motie aangenomen waarin de regering onder meer verzocht wordt op de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk te verlagen.
Vermindering mrb
De vermindering van de mrb hangt onder meer af van het gewicht van de vrachtauto, het aantal assen en van de vraag of er al dan niet sprake is van luchtvering en een koppelinrichting, waarmee een aanhangwagen of oplegger verbonden kan worden. Zo bedraagt bijvoorbeeld de maximale mrb vanaf 1 juli 2026 € 232,25 per drie maanden voor een vrachtauto van 40 ton of meer met koppelinrichting en zonder luchtvering, terwijl dit nu nog € 752 is.
Let op! Voor alle vrachtwagens tot 12.000 kg verdwijnt de mrb zelfs helemaal. Ditzelfde geldt voor bepaalde vrachtwagens die zwaarder zijn, afhankelijk van het gewicht, het aantal assen, wel of geen koppeling en wel of geen luchtvering. De nieuwe tarieven vind je op de website van de Belastingdienst.
Bijzondere tarieven vervallen
Per 1 juli 2026 vervalt ook een aantal bijzondere tarieven in de mrb. Dit zijn de bijzondere tarieven voor personen- en vrachtauto’s die zijn ingericht als werktuig of werkplaats, voor personen- of vrachtauto’s die alleen gebruikt worden voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden en voor rijdende winkels. Voor deze voertuigen moet vanaf 1 juli 2026 het volledige tarief voor personen- respectievelijk vrachtauto’s betaald worden.
Bedrijfsvoertuigenpark
Ook de speciale regeling voor bedrijfsvoertuigenparken vervalt per 1 juli 2026. Via deze regeling kan een bedrijf nu nog mrb terugvragen als het meer vrachtauto’s dan aanhangwagens bezit, gebaseerd op de combinatie. Je kunt via een speciaal formulier op de website van de Belastingdienst over de periode 1 juli 2026 nog mrb terugvragen.
Vanaf wanneer nieuwe tarief?
Je betaalt de mrb altijd per drie maanden. De nieuwe tarieven gaan in vanaf het eerste tijdvak dat begint vanaf 1 juli 2026. Loopt je tijdvak bijvoorbeeld van 10 april 2026 tot en met 9 juli 2026? Dan betaal je pas het nieuwe tarief vanaf 10 juli 2026.
Let op!Is een voertuig geschorst en gaat het na 1 juli weer uit de schorsing, dan betaal je het nieuwe tarief vanaf de datum dat het voertuig uit de schorsing gaat.
Let op! Je kreeg uiterlijk eind april 2026 een brief over deze wijzigingen.
Toename met 1,90%
De indexatie van het wettelijk minimumuurloon is een gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en de overheid. In totaal neemt het wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2026 met 1,90% toe ten opzichte van 1 januari 2026. Het komt daarmee uit op € 14,99.
Let op! Het referentiemaandloon stijgt hierdoor per 1 juli 2026 naar € 2.337 bruto per maand. Dit referentiemaandloon wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte en indexatie van diverse uitkeringen
Wettelijk minimumjeugdlonen ook omhoog
De wettelijk minimumjeugdlonen zijn een percentage van het wettelijk minimumuurloon dat geldt voor iedereen van 21 jaar en ouder. Door de indexatie van het wettelijk minimumuurloon stijgen ook de minimumjeugdlonen per 1 juli 2026.
| Leeftijd | Percentage | Minimumloon |
| 21 jaar en ouder | 100% | € 14,99 |
| 20 jaar | 80% | € 11,99 |
| 19 jaar | 60% | € 8,99 |
| 18 jaar | 50% | € 7,50 |
| 17 jaar | 39,5% | € 5,92 |
| 16 jaar | 34,5% | € 5,17 |
| 15 jaar | 30% | € 4,50 |
Let op! Het percentage gaat voor werknemers in de leeftijd van 16 tot en met 20 jaar met ingang van 1 januari 2027 omhoog. Voor een 20-jarige bedraagt dit dan 87,5%, voor een 19-jarige 75%, voor een 18-jarige 62,5%, voor een 17-jarige 50% en voor een 16-jarige 40%. Voor een 15-jarige blijft het percentage gehandhaafd op 30%.
Ook minimumjeugdloon bbl’er stijgt mee
Bbl’ers (leerlingen in een beroepsbegeleidende leerweg met een arbeidsovereenkomst) in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en vanaf 21 jaar hebben recht op het minimumuurloon zoals hiervoor vermeld. Voor bbl’ers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar gelden afwijkende lagere percentages.
| Leeftijd | Percentage | Minimumloon |
| 20 jaar | 61,5% | € 9,22 |
| 19 jaar | 52,5% | € 7,87 |
| 18 jaar | 45,5% | € 6,82 |
Let op!Met ingang van 1 januari 2027 gelden er voor bbl’ers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar geen afwijkende lagere percentages meer. De bbl’ers in deze leeftijdscategorie hebben dan ook recht op het reguliere minimumjeugdloon.