Huurinkomsten belast in box 1 of box 3?
Resultaat uit overige werkzaamheden
Als werkzaamheden niet als winst of loon belast worden, kan er sprake zijn van resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). Het rendabel maken van vermogen kan ook hiertoe behoren als dit gepaard gaat met meer dan normaal actief vermogensbeheer. Er vindt dan belastingheffing plaats in box 1 en niet in box 3.
Omvang werkzaamheden
In een zaak bij de rechtbank Den Haag was een belastingplichtige in bezit van een achttal woningen. Behalve zijn eigen woning, werden alle woningen verhuurd. Uit de feiten bleek dat hij hiervoor nogal wat werkzaamheden verrichtte.
Zo loste hij gebreken aan de woningen op, inde de huur, hielp met de inrichting, regelde aansluitingen op gas, licht en water en verleende ondersteuning als personen verhuisden en er huisraad opgeslagen moest worden.
Meer dan normaal actief vermogensbeheer
Volgens de rechtbank was er sprake van meer dan normaal actief vermogensbeheer en dienden de verhuurinkomsten dan ook belast te worden in box 1.
Casus
Belanghebbende, een bv, heeft pensioenrechten toegekend aan haar bestuurder en enig werknemer, de dga. Voor de pensioentoezegging is bij de belanghebbende een passiefpost op de balans opgenomen welke op 31 december 2015 € 369.543,- bedroeg. Op 1 januari 2016 had de belanghebbende een te verrekenen verlies uit 2007 ter hoogte van € 666.946,-.
Belanghebbende wil met ingang van 2016 het omslagstelsel op de pensioentoezegging toe gaan passen en geeft de passiefpost ter hoogte van € 369.543,- tot haar belastbare winst.
Kasstelsel
De Hoge Raad merkt in zijn arrest van 23 februari 2024 ten eerste op dat het in deze casus gaat om het toepassen van het kasstelsel en niet van het omslagstelsel. Er is namelijk sprake van een werkgever met één werknemer en dus ook om een pensioenregeling voor slechts één werknemer. Om pensioenkosten te kunnen omslaan is een zeker aantal werknemers van verschillende leeftijden nodig. Dat is hier niet aan de orde.
Goed koopmansgebruik
Vervolgens komt de Hoge Raad terug op zijn arrest van 29 januari 1969. Het toepassen van het omslagstelsel dan wel kasstelsel leidt ertoe dat door de werkgever aangegane,
juridisch afdwingbare verplichtingen tot het doen van (toekomstige) pensioenbetalingen niet als kosten tot uitdrukking komen in de jaarlijkse winstbepalende balans. Het achterwege laten van passivering liggen niet in lijn met het realiteitsbeginsel en het voorzichtigheidsbeginsel (beginselen van goed koopmansgebruik). Op grond van deze beginselen moeten aangegane, juridisch afdwingbare en langlopende betalingsverplichtingen namelijk worden gepassiveerd.
Verder is toepassing van het omslag- en kasstelsel ook nog in strijd met een ander beginsel van goed koopmansgebruik. Toepassing zorgt er namelijk voor dat de met de pensioentoezegging gemoeide lasten tot uitdrukking komen in andere jaren dan die waarop de aangegane verplichtingen betrekking hebben. Dit is in strijd met het zogeheten matchingbeginsel.
Let op! Bovenstaande geldt ook voor andere verplichtingen die soortgelijk zijn aan pensioen, zoals bijvoorbeeld lijfrenten. Ook deze verplichtingen moeten op de winstbepalende balans worden gewaardeerd naar algemeen aanvaarde actuariële grondslagen waarbij een rekenrente in aanmerking wordt genomen van ten minste vier procent.
Overgangsregime
Het arrest van 29 januari 1969 zal blijven gelden voor alle verplichtingen die zijn aangegaan of overgenomen vóór 23 februari 2024 indien met betrekking tot die verplichtingen vanaf hun ontstaan of overname het omslag- of kasstelsel is toegepast. Hierbij wordt een toename van de verplichting door bijvoorbeeld stijging van diensttijd of aanpassing aan de lonen en prijzen niet aangemerkt als het aangaan van een nieuwe verplichting.
Kiezen voor btw-belaste verhuur
Kiezen voor btw-belaste verhuur kan voordelig zijn omdat de verhuurder dan de btw over de aankoop en onderhoud van de onroerende zaak in aftrek kan brengen. Hiervoor kan echter alleen gekozen worden als de huurder ondernemer is voor de btw en de onroerende zaak voor minimaal 90% (in bepaalde situaties is 70% voldoende) gebruikt voor btw-belaste handelingen.
Verklaring gebruik
De huurder moet verklaren dat hij de onroerende zaak voor minimaal 90% (of 70% in bepaalde situaties) gebruikt voor btw-belasten handelingen. Deze verklaring wordt opgenomen in de huurovereenkomst of in een apart verzoek aan de Belastingdienst.
Geen verklaring of onvolledige verklaring
Als er geen verklaring van de huurder in de huurovereenkomst is opgenomen en er ook geen apart verzoek aan de Belastingdienst is gedaan, mag de verhuur niet met btw belast worden. Het komt soms ook voor dat wel een verklaring is opgenomen, maar niet alle daarvoor benodigde gegevens in de huurovereenkomst of het verzoek zijn gemeld. Ook in dat geval mag de verhuur niet met btw belast worden.
Herstel
De staatssecretaris vindt het niet mogen verhuren met btw als gevolg hiervan in bepaalde situaties ongewenst en keurt daarom het volgende goed:
Als de huurder en verhuurder alsnog op juiste wijze opteren voor btw-belaste verhuur met een wijziging op de schriftelijke huurovereenkomst of met een apart verzoek aan de Belastingdienst, mag met terugwerkende kracht alsnog de verhuur plaatsvinden met btw als:
- de huurder al die tijd voldoet aan de 90%-norm (of 70% norm in bepaalde situaties), en
- de verhuurder en huurder al die tijd hebben gehandeld alsof rechtsgeldig was gekozen voor btw-belaste verhuur (ofwel er is gewoon btw berekend gedurende die tijd).
Let op! Als verhuurder en huurder al die tijd niet hebben gehandeld alsof rechtsgeldig was gekozen voor btw-belaste verhuur, dan keurt de staatsecretaris terugwerkende kracht van maximaal drie maanden goed.
Beoordeling huurovereenkomst
Heeft u op juiste en volledige wijze geopteerd voor btw-belaste verhuur? Twijfelt u daarover? Neem dan contact op met een van onze adviseurs. Wij kijken dan samen of u aan de voorwaarden voldoet en kunnen, waar nodig, alsnog de Belastingdienst verzoeken om btw-belast te mogen verhuren.
SBR
Deponeren moet via SBR (Standard Business Reporting). In verband hiermee wordt dit jaar het Besluit elektronische deponering handelsregister aangepast.
Uitzonderingen vervallen
Tot nu toe hoefden sommige rechtspersonen hun jaarrekening niet elektronisch aan te leveren. Deze uitzonderingen komen vanaf genoemd boekjaar dus te vervallen.
Toch op papier?
In zeer specifieke uitzonderingssituaties kan de jaarrekening toch op papier worden aangeleverd. In dat geval kan verzocht worden om de jaarrekening niet digitaal aan te leveren. Dit verzoek moet worden ingediend via sbr.ontheffing@kvk.nl.