t
0344 647 000
|

Per 2026 contante betalingen vanaf € 3.000 verboden

Contante betalingen vanaf € 3.000

Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn vanaf 1 januari 2026 in Nederland verboden. Een contante betaling van bijvoorbeeld € 2.999 blijft wel mogelijk. De ingangsdatum is op 18 november 2025 in de Staatscourant gepubliceerd.

Een Europees verbod op contante betalingen vanaf € 10.000 volgt in 2027. Dit betekent niet dat de grens in Nederland dan verhoogd wordt naar € 10.000. EU-landen mogen namelijk zelf de grens voor contante betalingen bepalen, zolang deze vanaf 2027 maar onder de € 10.000 ligt.

Alleen voor handelaren

Het verbod gaat gelden voor alle ondernemers die goederen aan- of verkopen, ongeacht in welke sector zij werkzaam zijn. Daarbij maakt het niet uit of de ondernemer aan- of verkoopt aan een andere ondernemer of aan een particulier. In alle gevallen zijn contante betalingen vanaf € 3.000 niet meer toegestaan.

Let op! Particulieren vallen buiten de verbodsbepaling. Een particulier die bijvoorbeeld via Marktplaats iets verkoopt aan een andere particulier, mag dus nog wel een contante betaling boven de € 3.000 accepteren.

Alleen voor goederen

In eerste instantie gaat het verbod alleen gelden voor de handel in goederen. Een verbod op contante betalingen voor diensten komt in 2027 op basis van Europese regelgeving.

Splitsen transacties

Het heeft geen zin om transacties te splitsen om daarmee de verbodsgrens te ontlopen. Samengestelde transacties vallen ook onder het verbod. Dit geldt bijvoorbeeld als iemand een kunstwerk koopt voor € 7.000 en dit in drie delen betaalt (€ 2.500, € 2.500 en € 2.000).

Periode niet betaald parkeren

Rechtbank Leeuwarden behandelde een zaak waarbij een automobilist een naheffingsaanslag parkeerbelasting had ontvangen. De automobilist was het hiermee niet eens, omdat de parkeerautomaat de mededeling bevatte: “Periode niet betaald parkeren“. De tekst was voorzien van een groot, geel uitroepteken.

Cryptisch bedoeld

Voor de rechtbank stelde de heffingsambtenaar dat er wel degelijk parkeerbelasting verschuldigd was. De tekst op de parkeerautomaat was juist cryptisch bedoeld en de parkeerder had dan ook moeten onderzoeken of er al dan niet parkeerbelasting verschuldigd was.

Duidelijk

De rechtbank was echter van mening dat de tekst heel duidelijk is. Ook het uitroepteken maakte dit niet anders. De rechtbank was het dan ook met de automobilist eens dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd en vernietigde deze.

Zakelijk karakter?

In een zaak die speelde voor rechtbank Zeeland-West-Brabant, ging het om de vraag of de advieskosten die aan een bv in rekening waren gebracht over het wel of niet toepassen van BOR al dan niet zakelijk waren. De bv vond van wel en had de advieskosten ten laste van de winst gebracht en de hierop drukkende btw in aftrek gebracht op de af te dragen btw. De inspecteur was het hiermee niet eens, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Continuïteit in gevaar?

In deze zaak had de grootaandeelhouder van een miljoenenbedrijf besloten om een deel van de aandelen aan zijn kinderen te schenken. Volgens hem zou het mogelijk verdwijnen van de BOR betekenen dat de verkrijgers van de aandelen de te betalen belasting zouden moeten voldoen door middel van winstuitkeringen uit de bv. Volgens de schenker zou dit de continuïteit van het bedrijf in gevaar brengen en was er dus sprake van een zakelijk belang om hierover advies in te winnen, wat hij dus ook had gedaan.

Bevrediging van persoonlijke behoefte

Volgens de rechtbank was er echter geen sprake van een zakelijk belang. De advieskosten waren gemaakt ter bevrediging van een persoonlijke behoefte, namelijk het beperken van het betalen van belasting door de verkrijgers van de aandelen. 

Vermogens- en winstpositie

Volgens de rechtbank was ook van belang dat via de aandelen het bedrijf slechts gedeeltelijk aan de kinderen werd overgedragen en dat de zeggenschap over de bv door middel van preferente aandelen bij de schenker bleef. Bovendien kwam, gelet op de vermogens- en winstpositie van de bv, de continuïteit niet in gevaar als de BOR niet langer van toepassing zou zijn geweest. 

Gelijkheidsbeginsel

De schenker voerde nog aan dat bij verkoop van het bedrijf aan een derde, de advieskosten wel aftrekbaar zouden zijn en deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank ging hier echter niet in mee en stelde dat er in die situatie geen sprake was van gelijke gevallen. 

De advieskosten konden dan ook niet ten laste van de winst worden gebracht. Evenmin was de btw aftrekbaar.

Openbaar parkeren

De Belastingdienst gaat nader in op deze situatie aan de hand van een casus. Tussen het kantoor van een werkgever en de parkeerplaatsen bevindt zich een openbare ruimte. Ook derden kunnen van de parkeergelegenheid gebruik maken. Parkeren daar kost € 16 per dag.

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat parkeren tijdens een vakantie in deze situatie belast is. De parkeerruimte bevindt zich namelijk niet op de werkplek en kan dus ook niet aangemerkt worden als een voorziening op de werkplek.

Geen nihilwaardering

Er is ook geen sprake van een nihilwaardering, omdat er sprake is van een substantieel voordeel en dit wordt maatschappelijke gezien ook als loon wordt ervaren. Het gelegenheid geven tot parkeren is bovendien in de omschreven situatie, tijdens een vakantie, niet in het belang van het arbeids- of bedrijfsproces. 

Ruimere uitleg Handboek

Het Handboek Loonheffingen hanteert echter een ruimere uitleg en stelt dat het parkeren onbelast is, als de werknemer de werkgever met succes aansprakelijk kan stellen. De Belastingdienst is van mening dat werkgevers hieraan het vertrouwen kunnen ontlenen dat parkeren onder genoemde omstandigheden onbelast is. Het Handboek zal op dit punt wel worden aangepast.

Overgangsregeling!

Vanwege deze onduidelijkheid hanteert de Belastingdienst daarom een overgangsperiode voor werkgevers die vóór het onderhavige standpunt van de Belastingdienst, dus vóór 9 oktober 2025, op basis van de tekst van het Handboek 2025 parkeergelegenheid in de omgeving van de werkplek ter beschikking hebben gesteld aan hun werknemers. Tot de datum van publicatie van het Handboek 2026 blijft in die gevallen het parkeren onbelast.

Tip! Zorg ervoor dat u in soortgelijke omstandigheden inspeelt op de aanstaande wijziging. Uw werknemer zal vanaf de wijziging belasting moeten betalen over het voordeel. U kunt dit voordeel uiteraard ook bruteren of onderbrengen in de werkkostenregeling als dit voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium.