t
0344 647 000
|

Aanvraag Slim-regeling individuele mkb-ondernemingen tot 30 september 2025

Subsidiabele activiteiten

Slim-subsidie is mogelijk voor:

a. de doorlichting van de onderneming, uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan en gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;

b. het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming of, in geval van een samenwerkingsverband, werkenden in andere mkb-ondernemingen;

c. het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een L&O-methode.

Let op! Activiteiten die alleen ten goede komen aan bestuurders of eigenaren van een onderneming, komen niet in aanmerking voor de subsidie. Dit is vanaf 2025 expliciet in de regeling opgenomen. De bestuurder of eigenaar mag overigens wel deelnemen aan de activiteit, maar dus niet de enige doelgroep zijn.

Hoogte subsidie

Zowel kleine als middelgrote ondernemingen kunnen een beroep doen op deze regeling. De maximale subsidie bedraagt in 2025 60% van de subsidiabele kosten.

Let op! In 2024 gold voor kleine ondernemingen nog een percentage van 80%. Vanaf 2025 is het onderscheid tussen klein en middelgrote ondernemingen op dit punt verdwenen en bedraagt het percentage voor beiden 60%.

Per aanvraag kan maximaal € 25.000 subsidie worden aangevraagd. Voor landbouwbedrijven bedraagt dit maximum € 20.000.

Budget

Voor slim-regeling van mkb-ondernemingen was in het eerste aanvraagtijdvak al € 12,5 miljoen budget beschikbaar. In het tweede aanvraagtijdvak dat dus loopt van 1 tot 30 september 2025 is het budget eveneens € 12,5 miljoen.

Let op! Bij overschrijding van het budget vindt de volgorde van behandeling van de subsidie aanvragen plaats door loting.

Aanvragen

Het aanvragen van de subsidie kan via het subsidieportaal van Uitvoering Van Beleid. Bij het verlenen van de subsidie wordt een voorschot van 50% van het subsidiebedrag uitbetaald.

Voor SLIM-subsidies tot € 25.000 hoeft vanaf 2025 achteraf geen verzoek tot vaststelling meer te worden ingediend. Deze subsidie wordt ambtshalve vastgesteld. Ook de verplichtingen tot het maken van een evaluatieverslag en het bijhouden van een administratie zijn met ingang van 2025 vervallen voor subsidies tot € 25.000. U moet nog wel een financiële administratie bijhouden met facturen, betaalbewijzen en onderbouwing van bestede uren.

Tip! Als de subsidiabele activiteiten niet op tijd zijn afgerond door omstandigheden die niet aan de subsidie aanvrager te wijten zijn, kan maximaal drie maanden uitstel gevraagd worden.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden en meer informatie op de website Uitvoering van beleid SZW.

Tijdelijke herinvoering snellere beoordeling 60-plussers

In de voorjaarsnota 2025 is al aangekondigd dat het UWV vanaf 1 september 2025 weer zal gaan starten met de vereenvoudigde beoordeling van werknemers die bij einde van de wachttijd 60 jaar of ouder zijn. Bij akkoord van zowel de werkgever als de werknemer, gaat deze groep over het algemeen niet meer langs de verzekeringsarts, maar alleen langs de arbeidsdeskundige. Daarna ontvangen ze veelal een WGA 80-100 uitkering tot aan de AOW-leeftijd. Deze wordt gefinancierd vanuit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en daardoor niet toegerekend aan werkgevers.

Let op! Het UWV is inmiddels begonnen met de voorbereiding van de herinvoering van de WIA-claimbeoordeling 60-plus per 1 september 2025. De bedoeling is dat de tijdelijke invoering 2 jaar loopt en dus eindigt per 31 augustus 2027.

Huidige kwijtscheldingsbeleid WIA wordt structureel

Het huidige kwijtscheldbeleid van WIA-voorschotten wordt structureel gemaakt. Hierdoor krijgen mensen, die in afwachting van hun WIA-beoordeling een voorschot krijgen, de zekerheid dat ze dit voorschot niet terug hoeven te betalen.

Let op! Als na de WIA-beoordeling blijkt dat er in de voorschotperiode recht bestond op een WGA- of WW-uitkering, kan het voorschot wel met deze uitkeringen worden verrekend.

Voortzetten maatregel praktisch beoordelen

De maatregel praktisch beoordelen is tijdelijk ingevoerd van 1 juli 2024 tot 1 juli 2027. Werkt iemand bij een WIA-aanvraag, dan wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage bij praktisch beoordelen bepaald aan de hand van het inkomen dat met dat werk verdiend wordt. Het plan is om deze maatregel vanaf 1 juli 2027 voort te zetten.

Medisch advies bedrijfsarts leidend

Demissionair minister van SZW is ook van plan om het medisch advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de zieke werknemer leidend te maken bij de toets van het UWV op re-integratie inspanningen. Hierdoor zullen loonsanctie door een medisch verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts zich niet meer voordoen.

Let op! De demissionaire minister streefde er naar om een wetsvoorstel met deze maatregel voor de zomer 2026 bij de Tweede Kamer in te dienen. Het is uiteraard nog niet bekend of dit voornemen door het nieuwe kabinet straks wordt overgenomen.

LKV doelgroep banenafspraak structureel

De huidige maximale periode van drie jaar voor het verkrijgen van het loonkostenvoordeel (LKV) voor werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak wordt vanaf 2026 een structurele tegemoetkoming. U heeft hier vanaf 2026 dus recht op, zolang aan de voorwaarden voor dit LKV wordt voldaan.

Verbreding én inkrimping doelgroep banenafspraak

Aan de doelgroep banenafspraak worden toegevoegd:

  • Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever, en
  • mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie.

Let op! Uit de doelgroep banenafspraak worden scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk verwijderd. Vanaf 2026 bestaat voor deze doelgroepen geen recht meer op LKV.

Geen doelgroepverklaring

Voor het LKV banenafspraak hoeft u vanaf 2026 geen doelgroepverklaring meer te hebben. U moet wel in het doelgroepregister van het UWV nakijken of de betreffende werknemer is opgenomen.

Let op! Dit geldt specifiek voor dit LKV. Voor het LKV arbeidsbeperkte werknemers zult u nog wel een doelgroepverklaring nodig hebben.

Bonusregeling

Er komt vanaf een nog nader te bepalen ingangsdatum een soort bonusregeling. Deze houdt in dat wanneer er een extra heffing komt voor werkgevers omdat onvoldoende werknemers uit de doelgroep banenafspraak aan het werk zijn, de bedragen voor dit LKV substantieel verhoogd worden en de werkgever nog steeds een voordeel kan behalen.

Let op! Het plan is om vanaf op zijn vroegst 1 juli 2026 het onderscheid tussen marktwerkgever en overheidswerkgevers in de Wet banenafspraak op te heffen. Daarmee wordt de laatste belemmering weggenomen voor de uitvoerbaarheid van de quotumregeling. Dat wil overigens nog niet zeggen dat deze dan per 1 juli 2026 ook wordt geactiveerd.

Verdere verbreding doelgroep banenafspraak

In aparte wetsvoorstellen wordt nog een verdere verbreding van de doelgroep banenafspraak uitgewerkt met:

  • mensen in de WIA die niet zelfstandig het WML kunnen verdienen, en
  • mensen in de WW die vergelijkbare kenmerken hebben als mensen in de banenafspraak, en
  • schrappen leeftijdscriteria doelgroep mensen die alleen dankzij een voorziening het WML kunnen verdienen.

Stijging

Het gemiddelde premiepercentage van de premiecomponent WGA stijgt van 0,83% in 2025 naar 0,96% in 2026. Het gemiddelde percentage van de premiecomponent ZW-flex stijgt van 0,50% in 2025 naar 0,56% in 2026. De stijging komt vooral door meer (jonge) langdurige zieken, als gevolg van onder meer longcovid en psychische aandoeningen. Hierdoor wordt er meer beroep gedaan op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Let op! De premiecomponent WGA geldt voor alle dienstbetrekkingen waarvoor premies werknemersverzekeringen moeten worden afgedragen. De premiecomponent ZW geldt alleen voor flexibele en tijdelijke dienstbetrekkingen.

Rekenhulp

Op de website van het UWV is een rekenhulp opgenomen waarmee u de gedifferentieerde premies WGA en ZW-flex voor 2026 kunt berekenen.

Premieplichtig loon

De berekening van de gedifferentieerde premie Whk is afhankelijk van de grootte van uw onderneming. Op basis van de loonsom in 2024 wordt bepaald in welke categorie u als werkgever in 2026 valt. De basis hiervoor is het gemiddelde premieplichtig loon. Dit bedraagt in 2025 nog € 39.600 en stijgt in 2026 naar € 43.300.

Kleine, middelgrote of grote werkgever

De grens tussen kleine en middelgrote werkgevers ligt in 2026 bij een loonsom van maximaal € 1.082.500 (in 2025 € 990.000). Bij een loonsom van meer dan € 4.330.000 is in 2026 sprake van een grote werkgever (in 2025 € 3.960.000).

Let op! Het gaat in 2026 om de loonsom van twee jaar eerder, dus 2024. Bedroeg de loonsom in 2024 maximaal € 1.082.500, dan is sprake van een kleine werkgever.

Beschikking Belastingdienst

Grote en middelgrote werkgevers ontvangen eind 2025 een beschikking van de Belastingdienst over de hoogte van de premie. Deze hangt af van de instroom van werknemers in de ZW en WGA.

Let op! Voor kleine werkgevers is de premie afhankelijk van de sector waarin zij werkzaam zijn. Zij krijgen eind 2025 daarom geen beschikking, maar alleen een mededeling van de premie van de Belastingdienst.

Deadline eigenrisicodragers

Een eigenrisicodrager betaalt de premies niet. Bent u eigenrisicodrager, maar wilt u dat niet meer zijn vanaf 1 januari 2026? Zorg dan dat het daarvoor bestemde formulier voor de WGA en voor de Ziektewet vóór 1 oktober 2025 door de Belastingdienst ontvangen is. Bent u nog geen eigenrisicodrager, maar wilt u dat wel worden vanaf 1 januari 2026, dan moet u dat met dezelfde formulieren doorgeven, ook vóór 1 oktober 2025.