t
0344 647 000
|

Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis

Doel wet

Het doel van de wet is werkgevers meer mogelijkheden te geven om personeel te behouden in toekomstige crisissituaties zoals een pandemie, uitval van vitale infrastructuur, oorlogssituaties of uitzonderlijke weersomstandigheden.

Instrumenten 

De instrumenten waarover werkgevers na invoering van de wet de beschikking krijgen zijn:

  • de mogelijkheid tot herplaatsing van werknemers, en
  • de mogelijkheid tot een lagere loondoorbetaling over tijd die door de crisis niet gewerkt kan worden.

Let op! Beide instrumenten vereisen een aanvraag bij het UWV.

Algemene voorwaarden

De werkgever moet aantonen dat de onderneming daadwerkelijk door een crisis is geraakt.  De bedrijven moeten gedurende minimaal twee maanden tenminste 20% minder werk hebben. Ze kunnen dan gedurende maximaal zes maanden gebruikmaken van de instrumenten.

Let op! De OR, de personeelsvertegenwoordiging of de personeelsvergadering moeten advies kunnen uitbrengen over het gebruik van de instrumenten.

Herplaatsing in ander werk

Als werkgevers voldoen aan de voorwaarden, mogen werkgevers hun werknemers tijdelijk herplaatsen in ander werk. Wel zijn ze dan verplicht het loon te blijven doorbetalen. 

Minder loon

Een andere optie is als werknemers niet herplaatst kunnen worden. Werkgevers kunnen dan hun werknemers 10% minder loon betalen over de uren die door de crisis niet gewerkt kunnen worden.

In deze situatie kan de werkgever vervolgens loonsubsidie aanvragen bij het UWV. Het UWV kent dan een subsidie toe van 65% van de loonkosten over de niet-gewerkte uren verhoogd met een opslag voor werkgeverslasten. De loonkosten die dan nog overblijven (25%) zijn voor rekening van de werkgever. Voor werknemers met een lager loon geldt een alternatieve berekening op basis van 75% van het wettelijk minimumloon. Op die manier dragen zowel de overheid, de werkgever, als ook de werknemer bij om crisissituaties het hoofd te bieden.

Let op!Er wordt gebruikgemaakt van gegevens uit de polisadministratie van UWV, wat grote nabetalingen of terugvorderingen moet voorkomen.

Snel duidelijkheid

De minister van Werk en Participatie krijgt de mogelijkheid om bij een grote crisis criteria vast te stellen waardoor snel duidelijk wordt welke bedrijven geraakt zijn. Denk hierbij aan het vaststellen van postcodes na een overstroming of aan het aanwijzen van sectoren die geraakt worden door een opgelegde sanctie van een buitenlandse overheid. Dit bespaart het UWV werk omdat niet elke aanvraag getoetst hoeft te worden.

Invoering

Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en de Eerste Kamer worden aanvaard. Als beide Kamers instemmen, kan het wetsvoorstel op 1 januari 2029 in werking treden.

De casus: einde dienstverband door overlijden

De verwachting van een ernstig zieke werknemer was dat deze spoedig zou komen te overlijden. Het einde van de wachttijd van 104 weken was op 14 september 2023. Daarna ontstond een zogenaamd slapend dienstverband.

De werkgever vroeg een ontslagvergunning aan en kreeg deze op 25 oktober 2023. De betreffende werknemer overleed een paar dagen later op 27 oktober 2023. De werkgever had toen nog niet gebruikgemaakt van de ontslagvergunning: het dienstverband was officieel nog niet opgezegd.

Bij het overlijden eindigt de arbeidsovereenkomst altijd automatisch (van rechtswege). De werkgever hoeft dan geen transitievergoeding te betalen. Deze werkgever betaalde de transitievergoeding toch aan de erven van de overleden werknemer. Hij vroeg vervolgens compensatie van de uitbetaalde transitievergoeding aan bij het UWV.

UWV: geen compensatie van onverplichte transitievergoeding

Het UWV weigerde de compensatie van de transitievergoeding. Volgens het UWV was er geen verplichting om de transitievergoeding te betalen. Bovendien was de arbeidsovereenkomst niet geëindigd vanwege opzegging door de werkgever, wat een voorwaarde is om in aanmerking te komen voor de compensatie transitievergoeding.

De werkgever was het niet eens met de beslissing van het UWV en stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank gaf de werkgever echter geen gelijk. De werkgever in deze zaak greep daarom mis en kreeg geen compensatie van de betaalde transitievergoeding.

Wel compensatie door buitenwettelijk beleid?

Het interessante aan deze uitspraak is dat hieruit volgt dat het UWV buitenwettelijk beleid heeft. Op basis van dat buitenwettelijke beleid had het UWV de compensatie wel toegekend als de beëindiging van het dienstverband al ‘concreet in gang was gezet’ op het moment van het overlijden. Dit betekent concreet dat wanneer de opzegging was gedaan voorafgaand aan het overlijden, maar de einddatum van de arbeidsovereenkomst ná het overlijden lag, de compensatie wel zou zijn toegekend. Datzelfde geldt als een ontbindingsbeschikking is afgegeven voor het overlijden.

Willen partijen de arbeidsovereenkomst beëindigen door middel van een beëindigingsovereenkomst, wat in de praktijk vrij gebruikelijk is, dan moet voor ‘concreet in gang zetten’ over de inhoud overeenstemming zijn bereikt. Het is niet nodig dat de beëindigingsovereenkomst al is ondertekend.

Let op! Het is voor een werkgever van belang zo snel mogelijk na ontvangst van de ontslagvergunning het dienstverband op te zeggen. Als deze werkgever op 26 oktober 2023 zou hebben opgezegd, was er namelijk wel recht geweest op compensatie van de transitievergoeding.

Korting producten uit eigen bedrijf

Je kunt werknemers een korting of vergoeding geven voor de aankoop van producten uit jouw eigen bedrijf. Als je daarbij voldoet aan de voorwaarden, geldt daarvoor een zogenaamde gerichte vrijstelling. Dit betekent dat over de korting of vergoeding geen loonbelasting verschuldigd is. De voorwaarden zijn:

  • de producten zijn niet branchevreemd voor jouw bedrijf, en
  • de korting of vergoeding per product is maximaal 20% van de waarde in het economische verkeer (dat is de prijs waartegen het product aan een willekeurige derde wordt verkocht), en
  • de kortingen en vergoedingen bedragen in een kalenderjaar maximaal € 500.

Bedragen de kortingen en vergoedingen meer dan 20% van de waarde in het economische verkeer of in een kalenderjaar voor een werknemer meer dan € 500? Dan is het meerdere belast als loon voor de werknemer. Je kunt er ook voor kiezen om dit meerdere ten laste te brengen van je vrije ruimte in de werkkostenregeling. Dat kan alleen als de hogere kortingen en vergoedingen voldoen aan de gebruikelijkheidstoets.

Let op! Gebruikt een werknemer de € 500 in een jaar niet volledig, dan mag het niet-gebruikte deel doorgeschoven worden naar het volgende jaar.

Geen gerichte vrijstelling meer vanaf 2027

Van het doorschuiven kan voor het jaar 2026 geen gebruik meer worden gemaakt. Het kabinet heeft namelijk aangekondigd dat de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf, met ingang van 2027 vervalt.

Dat betekent dat elke korting of vergoeding vanaf 2027 bij de werknemer belast is als loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Dat kun je voorkomen door de korting of vergoeding ten laste te brengen van je vrije ruimte in de werkkostenregeling, mits dat voldoet aan de gebruikelijkheidstoets.

Let op!Onbelaste korting of vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf kan dus nog wel vanaf 2027, maar dit gaat dan ten laste van je vrije ruimte. Je houdt dan dus minder vrije ruimte over voor andere vergoedingen en verstrekkingen.

Waarom vervalt de gerichte vrijstelling?

De gerichte vrijstelling vervalt omdat daarmee geld vrijkomt om het fiscale maatregelenpakket in verband met het conflict in het Midden-Oosten te betalen. In dat pakket is onder meer een verhoging van de onbelaste reiskosten van € 0,23 naar € 0,25 en verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van btw-ondernemers en vrachtauto’s opgenomen.

Een eerder aangekondigd versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) gaat niet door. 

Let op! Een andere dekking van het fiscale maatregelenpakket betreft de afschaffing van de startersaftrek. Deze afschaffing gebeurt in twee tranches. In 2027 wordt de startersaftrek verlaagd en vanaf 2028 wordt deze volledig afgeschaft.

Employers and employees

Employers may provide their employees in the Netherlands with a tax-free travel allowance of €0,25 per kilometer retroactively effective January 1, 2026. Until now, this tax-free amount was €0,23 per kilometer in 2026.

This amount applies to commuting and business travel. It does not matter which mode of transportation the employee uses. The allowance therefore applies to travel by car, bicycle, on foot, or by public transportation.

Please note!The government is encouraging employers to utilize this maximum tax-free travel allowance, but an employer is not required to actually reimburse the employee €0,25 per kilometer. The amount of the allowance is and remains an agreement between the employer and the employee.

Tip! If an employee travels by public transportation, an employer may also choose to reimburse the actual costs of public transportation tax-free. This was already possible and has therefore not changed.

Tip! Employers who make use of the retroactive effect may use correction notices to incorporate the increase in the tax-free travel allowance into the 2026 payroll-tax returns already filed.

Entrepreneurs and profit-sharing participants

The increase from €0,23 to €0,25 also applies to entrepreneurs subject to income tax (IB) and profit-sharing participants. They will be able to claim deductible business travel expenses at a rate of €0,25 per kilometer in their 2026 income tax return for the entire year 2026.

Volunteers

A volunteer who waives their right to a travel allowance may also include €0,25 per kilometer for their mileage throughout 2026 when calculating their charitable donation deduction on their 2026 income tax return.

Please note! Only the amount has changed from €0,23 to €0,25 per kilometer. The other conditions for this deduction remain unchanged. You must therefore still meet these conditions before you are eligible for the deduction..

Individuals

Individuals can also claim €0,25 per kilometer for the entire year in their 2026 income tax return. This applies to:

  • deduction of travel expenses to, among other places, a doctor or other healthcare provider and a pharmacy,
  • deduction of travel expenses for visiting the sick, and
  • deduction of travel expenses related to weekend expenses for people with disabilities.

Please note!Additional conditions also apply to these deductions. These have not changed, so you must still meet them to be eligible for the €0.25 per kilometer deduction.

Structural

The approval to reimburse €0,25 instead of €0,23 tax-free is included in a policy decision. On Prinsjesdag 2026, this will be included in a bill. The increase from €0,23 to €0,25 is not just for 2026, but is structural. This means that the €0,25 rate will still apply after 2026.

Affordable unlimited train travel

The government is exploring further measures to mitigate the impact of high fuel prices. For example, there is a proposal to offer unlimited train travel during off-peak hours (weekdays between 9 a.m. and 4 p.m. and from 6:30 p.m. to 6:30 a.m., and all day on weekends and holidays) for €49 per month. This would be available from June 21 to September 1, 2026.

Please note! A similar product for unlimited travel during off-peak hours with NS already exists. It is called Flex Dal Vrij and currently costs €127.95 per month. During the period from June 21 to September 1, 2026, this would cost €49 per month.