t
0344 647 000
|

Geen brutering van teruggevorderde schadevergoeding

Wat speelde er?

Een werknemer werd op staande voet ontslagen door de stichting waar hij werkte. De werknemer moest een schadevergoeding aan de werkgever betalen, omdat hij de werkgever reden had gegeven om hem te ontslaan. De schadevergoeding betrof loon over de niet in acht genomen opzegtermijn, oftewel de gefixeerde schadevergoeding. Dit loon was dus nooit uitbetaald. De Belastingkamer van het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat deze schadevergoeding op het moment van betaling door de werknemer negatief loon vormde.

De werknemer was de mening toegedaan dat het betaalde negatieve loon aan de stichting gebruteerd zou moeten worden, waardoor er een bedrag als loonheffing in aanmerking moest worden genomen.  Het geschil ging over de vraag of de door de inspecteur opgelegde aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd en welk bedrag als verrekenbare voorheffing in aanmerking moest komen.

Geen brutering of verrekende loonheffing

De inspecteur is van mening dat hier geen sprake is van brutering van de gefixeerde schadevergoeding, dan wel verrekening van de loonheffing ter zake van die vergoeding. In 2012 had de stichting een bedrag aan nettosalaris dat zij aan de werknemer verschuldigd was, verrekend met de schadevergoeding die zij van de werknemer claimde. Er was geen sprake van brutering. 

Oordeel rechter

Bij brutering van de vordering tot terugbetaling van ten onrechte genoten loon, wordt het destijds door een werknemer ontvangen nettoloon verhoogd met de belasting die de werkgever daarover heeft afgedragen. Een werknemer betaalt dan het bedrag aan de werkgever. 

Deze werknemer heeft evenwel niet het gebruteerde bedrag betaald, maar hetgeen waartoe hij door de rechtbank veroordeeld was. Over die schadevergoeding heeft de stichting geen loonheffing ingehouden of anderszins betaald. Daarom gaat  de vergelijking met terugbetaling van loon niet op.

Geen loonbelasting over de betreffende schadevergoeding

Er is geen reden te oordelen dat de werknemer een groter bedrag als negatief loon in aftrek zou kunnen brengen dan hij daadwerkelijk aan de stichting heeft betaald. Ook kon de werknemer geen bedrag aan loonbelasting verrekenen dat niet is geheven. De aanslag is naar het oordeel van de rechtbank juist opgelegd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

Wat spreekt u af?

Het antwoord op de vraag of u de vrije ruimte van 2024 of 2025 moet gebruiken, is afhankelijk van de afspraken die u met uw personeel maakt over de theaterkaartjes.

Vrije ruimte in 2025

Is het de bedoeling dat het hele bedrijf gezamenlijk de theatervoorstelling in 2025 bezoekt en zijn de kaartjes in feite alleen in 2024 gegeven als een soort van vooraankondiging? Ofwel, kan de werknemer niet zelf beslissen wat hij met het theaterkaartje doet, bijvoorbeeld deze verkopen of aan iemand anders schenken? Dan is het genietingsmoment van het theaterkaartje pas op het moment van de theatervoorstelling, in 2025 dus. U moet het kaartje dan ook onderbrengen in de vrije ruimte 2025.

Let op! Dit is ook zo als u in 2024 theaterkaartjes koopt voor een theatervoorstelling in 2025 en deze in eigen beheer houdt. Ook dan vindt het genietingsmoment plaats in 2025 en moet u de vrije ruimte 2025 daarvoor gebruiken.

Vrije ruimte in 2024

Dit is echter anders als u uw werknemer in 2024 een theaterkaartje geeft voor een theatervoorstelling in 2025 en u uw werknemer de vrije hand geeft. De werknemer mag zelf weten wat hij met het kaartje doet: zelf de voorstelling bezoeken, het kaartje verkopen of schenken aan iemand anders. In dat geval vindt het genietingsmoment al in 2024 plaats, de werknemer kan op dat moment immers over het kaartje beschikken en er mee doen wat hij zelf wil. U gebruikt voor dit kaartje dan de vrije ruimte 2024.

Let op! Dit geldt uiteraard niet alleen voor theaterkaartjes, maar ook voor andere zaken waarover een werknemer zelf meteen kan beschikken. Geeft u bijvoorbeeld in 2024 een cadeaubon aan een werknemer, dan vindt op dat moment het genietingsmoment plaats. Het maakt dan niet uit of de werknemer de cadeaubon in 2024, 2025 of zelfs later gebruikt.

Gebruikelijk

Zoals bij alles dat u in de vrije ruimte wil onderbrengen, moet wel voldaan zijn aan de gebruikelijkheidstoets die hiervoor geldt. Dit betekent als u vergoedingen en verstrekkingen onder wilt brengen in de vrije ruimte, dit niet meer dan 30% mag afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is.

Tip! Tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de Belastingdienst er in het algemeen vanuit dat voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.

Tot 1 januari 2025

Dit handhavingsmoratorium, dat dus per 1 januari 2025 vervalt, houdt nu nog in dat er alleen gehandhaafd wordt en een boete opgelegd wordt als blijkt dat er bij gevallen van schijnzelfstandigheid sprake is van kwaadwillendheid. In alle overige gevallen volgt er eerst een aanwijzing dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarna de ondernemer de gelegenheid krijgt om hierop te handelen.

Moties

Inmiddels heeft de Tweede Kamer diverse moties aangenomen om de onrust bij bedrijven en organisaties weg te nemen en wat meer duidelijkheid te geven.

Let op! Het kabinet beslist wat er met een aangenomen motie gebeurt en is niet verplicht om deze op te volgen.

Alleen risicogericht handhaven

Zo is er een motie aangenomen waarbij de regering wordt verzocht om de eerder voorgenomen handhavingsstrategie te wijzigen en te zorgen voor een zachtere landing door voorlopig, voor in ieder geval één jaar, alleen risicogericht te gaan handhaven.

Hierbij zal de focus moeten komen te liggen op probleemgevallen, waarbij gedacht kan worden aan zaken als gedwongen zelfstandigheid, onderbetaling, evidente schijnzelfstandigen en arbeidsmigratieconstructies.

Let op! In dezelfde motie wordt ook verzocht zo veel mogelijk rekening te houden met de menselijke maat en maatwerk.

Andere moties

Verder zijn er nog diverse andere moties aangenomen die betrekking hebben op het wegnemen van de onrust rondom het inhuren van zelfstandigen.

  • Zo is er een motie aangenomen om vóór 1 november 2024 een duidelijk afwegingskader te publiceren op de website van de Belastingdienst. 
  • Ook is er een motie aangenomen die verzoekt om in de handhaving coulant om te gaan met onbewust onbekwame zelfstandigen door niet direct over te gaan tot het opleggen van boetes. 
  • Verder moet het kabinet zicht tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen dat er per 1 januari 2025 geen schijnzelfstandigen meer werkzaam zijn binnen de Rijksdienst.

Tevens is in moties aangenomen:

  • het verkennen van de mogelijkheid om de agrarische sector uit te zonderen van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen die het kabinet van plan is om in te voeren;
  • om het faciliteren van vooroverleg over de beoordeling van arbeidsrelaties en reeds goedgekeurde modelovereenkomsten effectief van kracht te laten blijven.

Eerdere toezeggingen en aankondigingen

Begin september 2024 zei het kabinet al toe om in 2025 nog geen vergrijpboetes op te leggen als werkgevers en werkenden kunnen laten zien dat zij stappen zetten tegen de schijnzelfstandigheid. 

Het kabinet kondigde verder aan dat een naheffing, die normaal tot maximaal vijf jaar terug kan worden opgelegd, maximaal met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 wordt opgelegd. Uitzondering hierop zijn de situaties waarin sprake is van kwaadwillendheid.

Let op! Het kabinet gaf ook aan dat vanaf 6 september 2024 geen modelovereenkomsten meer beoordeeld worden en bestaande modelovereenkomsten niet worden verlengd. Mogelijk dat de aangenomen motie hier nog verandering in brengt.

Werkt u met zelfstandigen?

Controleer goed welke afspraken u met hen heeft gemaakt en hoe u dit heeft vastgelegd. Zorg ervoor dat de gemaakte afspraken op papier daadwerkelijk aansluiten bij de praktijk. Denk hierbij aan zaken zoals:

  • beding dat de zzp’er eigen verzekeringen afsluit (waaronder een aansprakelijkheidsverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering);
  • geef ruimte aan zzp’ers om voor andere opdrachtgevers te werken;
  • laat de zzp’er zelf factureren;
  • zorg dat de zzp’er zelf verantwoordelijk is voor scholing en opleiding;
  • geef de zzp’er de vrijheid om zich te laten vervangen.

Let op! Voor de beoordeling of sprake is van werken in opdracht of in dienstverband zijn alle omstandigheden van belang en dus niet alleen de hierboven genoemde voorbeelden. Deze voorbeelden zijn wel indicaties die kunnen wijzen op afwezigheid van een dienstverband.

Note! A number of these tips result from proposals from the 2025 Tax Plan and must still be approved by the Lower and Upper House. Also, new plans are constantly being announced or revised by the Cabinet; therefore, it is important to always contact your advisor to discuss.

1. Buy a van without motorcycle tax now

Entrepreneurs currently pay no motorcycle tax (BPM) if they buy a new van and use it for at least 10% business purposes. This exemption will be ended by 2025. This will cost you thousands of euros more, so buy a new van for your business this year.

Tip! You can still buy a van with no CO2 emissions without bpm in 2025.

2. Optimize your KIA

If you invest, you may be entitled to the small-scale investment deduction (KIA). The percentage of KIA decreases from a certain investment amount, so with larger investments it is often advantageous to spread them over several years (if you can). The application of the KIA is subject to a number of conditions. Therefore, discuss with your advisor whether you might therefore be better off postponing an investment at the end of this year until 2025 or bringing forward an investment planned for 2025.

3. Consider your box 2 tax planning in 2024 and 2025

The rate in box 2 in 2024 is 24.5% up to an amount of €67,000. If you have a tax partner, you can even pay dividends at 24.5% up to an amount of €134,000. However, any amount above that will be taxed at 33% in 2024. Therefore, pay dividends up to a maximum of €67,000 – or if you have a tax partner €134,000 – and take advantage of the lower rate. In 2025, you can distribute up to an amount of € 67,804 at 24.5% and with a tax partner up to an amount of €135,608. The proposal on Prince’s Day 2024 is to reduce the rate for any amount above that from 33% to 31% in 2025. 

So if you want to pay out a large amount in dividends, it is better to pay out part of it in 2025. Keep in mind, however, that dividends as of 2025 may also affect the amount of your general tax credit and your assets in Box 3. A debt to your company in excess of €500,000 may also affect the decision to pay dividends. Check the effects of this and calculate whether, and if so how much dividend, you would be better off paying out in 2024 or rather in 2025.

4. Respond to changes in BOR and DSR

The business succession regulation (BOR) and the carry forward regulation (DSR) will change significantly as of 2025. For example, the amount of the 100% exemption will increase to € 1,500,000 (in 2024 still € 1,325,253), but the exemption above this will go from 83% in 2024 to 75% in 2025. This means that in 2024, the schemes could provide a greater benefit if the value of your business exceeds about €1,870,000. If the value of your company remains below that, then the schemes may provide a greater benefit in 2025. Therefore, consider whether you should transfer your business this year or wait until 2025. Take other considerations into account as well, such as the other changes that apply to the BOR and DSR as of 2025.

Tip! Because a business transfer is customized and one change as of 2025 may be to your advantage while the other is not, we always recommend consulting with one of our advisors. They can update you on all the changes likely to take effect as of 2025 and 2026 and advise you on your own situation.

5. Use your total free allowance

Under the working expenses scheme, under certain conditions, you do not pay any tax as an employer if you stay within the free margin with your allowances and benefits in kind to your staff. For 2024, the free margin over your total wage bill is 1.92% up to and including €400,000. Above € 400,000, the free margin in 2024 is 1.18%. Check whether you have any free space left and make use of it if you want to reward your employees extra, because a surplus of free space cannot be carried over to 2025.

Tip! If you already make maximum use of your free space and still want to do something extra for your employees at the end of the year, see if you can carry this forward to the beginning of 2025. 

6. Check your provisional tax bill 2024

Check your provisional tax bill 2024. If the provisional bill is too low, change it as soon as possible. If you still pay the further provisional bill in 2024, this leads to lower assets as of January 1, 2025 in box 3 and you may save tax. Also, starting July 1, 2025, the Tax Office will charge interest of probably 6.65% on your 2024 tax bill. This is high, especially compared to the interest rate on a savings account. So avoid owing this high tax interest and check that your 2024 provisional bill is correct. 

Tip! If you change the provisional tax bill more than eight weeks before the end of the year and the Tax Authorities do not succeed in imposing the further provisional assessment in time so that you can still pay this year, you can still take this tax debt into account on January 1, 2025.

Tip! For companies for which the fiscal year ends earlier than December 31, for example due to incorporation in a fiscal unity, the calculation of tax interest starts earlier, namely on the day that lies six months after the close of the fiscal year. Request a provisional assessment in time, i.e. within four months after the end of the fiscal year, to avoid tax interest in box 3.

7. One more time gift deduction corporate income tax

In the corporate income tax there is a regulation for gift deduction. It amounts to a maximum of 50% of the profit up to a maximum of €100,000. It has been proposed to abolish this gift deduction for fiscal years beginning on or after January 1, 2025. In addition, the proposal is to treat any gift made by a company to an ANBI or support foundation SBBI, as of 2025, as a dividend distribution by the company to the shareholder(s) withholding dividend tax and tax in box 2. Therefore, if your company wants to support a charity (ANBI or support foundation SBBI), do so in 2024. 

Note! Of course, your company must make sufficient profit in 2024, otherwise the gift will not lead to a deduction.

8. Apply for the SEBA for the last time

You can apply for the Emission Free Company Cars Subsidy (SEBA) only in 2024. The subsidy applies when you purchase a new zero-emission electric company car with a maximum weight of 4,250 pounds. The subsidy depends on your company size and amounts to a maximum of €5,000 per car. Please note that you have not yet entered into a final purchase or financial lease agreement at the time you apply for the subsidy.

Note! Don’t wait too long to apply for the subsidy. At 7 October 2024 only € 20,000,000 (33%) budget was still available of the total budget of € 60,000,000. The counter at RVO.nl closes at noon on December 31.

9. Check your contracts and agreements with self-employed workers

As of January 1, 2025, the Tax and Customs Administration can again enforce if a working relationship you have with a self-employed worker or other non-employee should be considered an employment relationship. Although the Lower House agreed a softer landing when the enforcement moratorium is lifted on January 1, 2025, now is the time to review your employment relationships within your company and take action where necessary.

10. Optimize private assets composition

Your private assets composition on January 1, 2025 will again form the basis of the box 3 tax you pay in 2025. The rate in box 3 looks set to remain at 36% in 2025! Therefore, toward the end of 2024, assess your box 3 assets. For example, if you are planning to sell investments, then it seems wiser – in the context of the box 3 tax rate – to do so at the end of 2024 rather than the beginning of 2025. This is because of the much higher flat rate for investments than for bank and savings deposits. Of course, the box 3 tax should not be the only variable on which you base your decision. And notice, you may not exchange bank balances for other investments within three months.

More tips to reduce your box 3 assets include buying valuables in late 2024 instead of early 2025, gifting an amount in late 2024 instead of early 2025 and purchasing so-called green investments. These ‘green’ investments are still exempt up to an amount of €71,251 (tax partners €142,502) in 2024, but only up to an amount of €30,000 (tax partners €60,000) in 2025. In addition, you are entitled to a tax credit of 0.7% on your exempt ‘green’ investments.

Note! In recent rulings, the Supreme Court ruled that in box 3 you may take into account the actual return – as defined by the Supreme Court – if it is lower than the statutory flat rate return. Therefore, the statutory flat rate return is still relevant as of January 1, 2025. You can only deviate from this if you can prove that your actual return, calculated in the manner prescribed by the Supreme Court, is lower than this lump-sum return.