t
0344 647 000
|

Minimumloon per 1 juli toch omhoog

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland hadden de extra verhoging ontraden, aangezien het minimumloon al fors is verhoogd en dus zorgt voor sterk stijgende loonkosten.

Eerdere verhogingen

Zo steeg het minimumloon in 2023 met ruim 10%. Per 1 januari van dit jaar steeg het opnieuw met 3,75%. Tevens is vanaf die datum voor het minimumloon ook uitgegaan van een werkweek van 36 uur. Werknemers die contractueel meer dan 36 uur werken, zijn er daardoor per 1 januari 2024 meer dan 3,75% op vooruitgegaan.

Let op! De verhoging van het minimumloon werkt ook door in de uitkeringen, zoals de AOW en de bijstand.

 

Standpunt Belastingdienst

Bij een overgang van een onderneming gaan ook de werknemers over naar een nieuwe werkgever. De Belastingdienst gaat er dan vanuit dat het recht op een LKV niet meer overgaat naar de nieuwe werkgever, ondanks dat er nog een geldige doelgroepverklaring is.

Standpunt rechter

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat een LKV in een dergelijke situatie wel meegenomen kan worden naar de overnemende werkgever. Het gerechtshof oordeelde dat de doelgroepverklaring geldig blijft. De doelgroepverklaring wordt namelijk door of namens de werknemer en niet door of namens een werkgever aangevraagd en verkregen. Een advocaat-generaal bevestigde dit oordeel.

Let op! De Hoge Raad moet hierover nog een oordeel uitspreken. Dit oordeel wordt in het voorjaar van 2024 verwacht.

Rechten veiligstellen

Beslist de Hoge Raad straks dat het recht op een LKV toch over kan gaan op de nieuwe werkgever, dan heeft u mogelijk alsnog toch recht op LKV. Om die rechten veilig te stellen, kunt u het volgende doen:

  • beoordeel voor welke werknemers op het moment van overgang van de onderneming een doelgroepverklaring aanwezig was,
  • beoordeel of nog wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV, en 
  • bewaar die doelgroepverklaring of een kopie daarvan bij uw loonadministratie.

2023

Is in 2023 nog aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV voldaan en is het vinkje voor het LKV niet aangezet? Dan moet een correctiebericht ingezonden worden waarin alsnog het LKV wordt aangevraagd.

Let op! Het insturen van deze correctieberichten voor het jaar 2023 kan nog maar tot en met 1 mei 2024!

2024

Wordt in 2024 nog aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV voldaan, zorg dan in ieder geval dat in de aangifte loonheffingen 2024 het vinkje voor het LKV is aangezet. Is het aangiftetijdvak al verstreken en is het vinkje niet aangezet? Dan moet een correctiebericht ingezonden worden waarin alsnog het LKV wordt aangevraagd.

2022

Is bezwaar gemaakt tegen de beschikking Wtl 2022, dan raadt de Belastingdienst aan ook de aangiftetijdvakken van 2022 te corrigeren. Als de Hoge Raad straks beslist dat toch recht bestaat op een LKV, dan kan de Belastingdienst namelijk sneller uw LKV’s berekenen.

Let op! Is geen bezwaar gemaakt tegen de beschikking Wtl 2022, dan bent u nu helaas te laat voor het jaar 2022. Het corrigeren van de aangiftetijdvakken 2022 heeft dan ook geen zin meer.

Mogelijk ook bij contractovername

Het oordeel van de Hoge Raad is mogelijk ook van toepassing op contractovernames waarbij de arbeidsovereenkomst door een nieuwe werkgever ongewijzigd wordt voortgezet. Bij contractovername neemt een nieuwe werkgever alle rechten en verplichtingen uit de oude arbeidsovereenkomst met de oude werkgever over en blijft de werknemer hetzelfde werk doen.
In dit soort situaties is het ook verstandig om de rechten veilig te stellen en correctieberichten in te sturen en het vinkje voor een LKV in de aangifte loonheffingen aan te zetten.

Andere oplossing

Bent u bezig met een interne reorganisatie en wilt u geen risico lopen op het verlies van het LKV? Dan kunt u er ook voor kiezen om de werknemers met een doelgroepverklaring in dienst te laten bij de oude werkgever en te detacheren aan de nieuwe werkgever. Het recht op het LKV blijft dan in stand, ongeacht het oordeel van de Hoge Raad dat dit voorjaar wordt verwacht. Neem voor een advies hierover contact op met een van onze adviseurs.

Afspraken sociale zekerheid België en Duitsland

In principe is een werknemer die in een ander land werkt dan waar hij woont sociaal verzekerd in het land waar hij werkt. Als een werknemer substantieel (minimaal 25%) buiten het land werkt waar zijn werkgever gevestigd is – bijvoorbeeld in hun woonland -, is hij echter sociaal verzekerd in dat andere land. Dat is lastig voor werkgevers die dan in een ander land premies moeten afdragen.
Voor thuiswerksituaties zijn daarom vanaf 1 juli 2023 met verschillende landen, waaronder met België en Duitsland, afspraken gemaakt. Grofweg komen deze afspraken erop neer dat de werknemer in het werkland verzekerd blijft als hij structureel maximaal tot 50% van zijn totale arbeidstijd thuis in zijn woonland werkt.

Let op! Er gelden meer voorwaarden. Overleg met onze adviseurs over de gevolgen in uw situatie.

Afspraken belastingheffing België

Vanaf 8 december 2023 zijn met België ook afspraken gemaakt over de belastingheffing. Een van de praktische toepassingen uit die afspraken is dat voor de werkgever geen vaste inrichting in het woonland van de werknemer bestaat als de werknemer voor maximaal 50% van zijn arbeidstijd thuiswerkt in zijn woonland. Dit is voor de werkgever praktisch omdat hij dan niet wordt geconfronteerd met onder meer inhoudingsplicht voor de loonheffing en vennootschapsbelastingplicht in het woonland van de werknemer.

Met deze afspraken sluiten de afspraken voor de sociale zekerheid en de belastingheffing op elkaar aan voor werknemers die wonen in België en werken in Nederland en vice versa.

Let op! Ook hier gelden meer voorwaarden. Overleg met onze adviseurs over de gevolgen in uw situatie.

Afspraken belastingheffing Duitsland?

De Nederlandse regering heeft geprobeerd om met Duitsland vergelijkbare afspraken te maken als met België. Duitsland is echter op korte termijn alleen bereid om een beperkte dagendrempel af te spreken. Over een verdergaande regeling is helaas geen akkoord bereikt. Dit betekent dat een afstemming tussen de sociale zekerheid en de belastingheffing zoals die met België is afgesproken, met Duitsland voorlopig niet tot stand zal komen.

Nederland blijft zich wel inzetten om dit internationaal op de agenda te houden en te proberen de afspraken te verduidelijken in EU- en OESO-verband.

 

Casus

In een recent arrest van het gerechtshof ’s Hertogenbosch ging het om de vraag of sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen een belanghebbende, een bv,  en een tweetal directeuren-grootaandeelhouders (dga’s).

De bv hield zich bezig met het ontwikkelen, verkopen, leveren, onderhouden en exploiteren van systeem- en gebruikerssoftware, hardware- en softwareapplicaties. Er waren ongeveer 11 werknemers werkzaam bij de bv.

De bv heeft managementovereenkomsten met de twee persoonlijke holdings van twee dga’s afgesloten. In deze overeenkomsten is bepaald dat de holdings de dagelijkse leiding over de bv voeren en tevens is uitdrukkelijk bepaald dat hier geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst ziet dit echter anders en merkt de dga’s van de holdings aan als werknemers van de bv waar het gaat om de sociale verzekeringen.  Dit omdat de dga’s de enige werknemers zijn van hun persoonlijke holdings. 

Geen arbeidsbepalingen in managementovereenkomst 

Het hof is van oordeel dat aan de uitvoering van de managementwerkzaamheden door de beide personen de managementovereenkomsten en de arbeidsovereenkomsten met de persoonlijke houdstervennootschappen ten grondslag liggen. De bepalingen in de managementovereenkomsten duiden er niet op dat er in wezen sprake is van arbeidsovereenkomsten. Het hof acht in dat verband van belang dat geen nadere bepalingen zijn opgenomen over de voorwaarden waaronder de opdracht moet worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld over werktijden, vakantiedagen en afspraken over ziekte. De dga’s hebben zich niet tegenover de holding verplicht om werkzaamheden te verrichten. Ook vervangen ze elkaar soms.

De bv is bovendien verplicht op grond van de managementovereenkomst een managementvergoeding te betalen. Ook heeft de Belastingdienst niet kunnen aantonen dat er door de algemene vergadering van de bv toezicht wordt gehouden op de dga’s. 

Geen privaatrechtelijke dan wel fictieve dienstbetrekking

Dit leidt ertoe dat er niet voldaan is aan de voorwaarden voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst namelijk: de gezagsverhouding en de verplichting persoonlijk arbeid te verrichten tegen loon gedurende zekere tijd. Ook aan de voorwaarden voor het aannemen van een fictieve dienstbetrekking is niet voldaan. De dga’s verrichten hun managementwerkzaamheden immers uitsluitend in het kader van de rechtsbetrekking met hun persoonlijke vennootschappen.