t
0344 647 000
|

Nieuwe belastingtarieven, -kortingen en faciliteiten 2026

Tarieven en schijven inkomstenbelasting box 1 en loonheffing

In 2026 bedraagt het tarief in de inkomstenbelasting en loonheffing tot en met een belastbaar inkomen/loon van € 38.883: 35,70% (2025 tot € 38.441: 35,82%). Hier is dus sprake van een lichte daling (0,12%). 

Bij een inkomen/loon van € 38.883 tot en met € 79.137 bedraagt het tarief in 2026: 37,56% (2025 van € 38.441 tot en met € 76.817: 37,48%), een lichte stijging van 0,08%. 

Boven de € 79.137 (2025: € 76.817) bedraagt het tarief in 2026: 49,5%. Dit tarief is dus niet gewijzigd.

Let op! De schijven zijn niet voor 100%, maar voor 52,8% aangepast aan de inflatie. Het kabinet wil hierbij het gat opvullen dat ontstaat door het terugdraaien van de btw-verhoging op cultuur, media en sport.

Tarief box 2

Het tarief in box 2 is in 2026, net als in 2025, gedifferentieerd: 24,5% en 31%. Tot een inkomen in box 2 van € 68.843 (fiscale partners € 137.686) bedraagt het tarief 24,5%, daarboven 31%. In 2025 ligt die grens nog op € 67.804 (fiscale partners € 135.608).

Let op! Heef u in 2025 nog geen inkomsten in box 2? Maak dan nog gebruik van het lagere tarief van 24,5% door een dividenduitkering te doen tot maximaal € 67.804 (fiscale partners € 135.608).

Overleg hierover wel eerst met onze adviseurs. Een dividenduitkering kan namelijk ook de algemene heffingskorting, uw vermogen in box 3 en eventuele excessieve leningen beïnvloeden.

Tarief box 3

Het tarief dat u in 2026 betaalt in box 3 blijft  net gelijk ten opzichte van 2025, namelijk 36%.

Heffingskortingen

De maximale heffingskortingen zijn in 2026 ten opzichte van 2025 allemaal iets hoger. Zo bedraagt de maximale algemene heffingskorting in 2026 € 3.115 (2025: € 3.068) en maximale arbeidskorting € 5.712 (2025: € 5.599).

Verdere verlaging zelfstandigenaftrek

In 2026 heeft de ondernemer in de inkomstenbelasting, waaronder de zzp’er, recht op lagere ondernemersfaciliteiten. Dit komt door de forse daling van de zelfstandigenaftrek van € 2.470 in 2025 naar € 1.200 in 2026.

Let op! Houd er rekening mee dat de zelfstandigenaftrek in 2027 nog verder daalt naar € 900.

De mkb-winstvrijstelling is in 2026 gelijk gebleven ten opzichte van 2025, namelijk 12,7%.

Tarief vennootschapsbelasting ongewijzigd

Het tarief in de vennootschapsbelasting is in 2026 gelijk aan 2025: 19% voor de winst tot en met € 200.000 en 25,8% daarboven.

Nog niet definitief

Nog niet alle wijzigingen staan definitief vast omdat ze zijn opgenomen in het Belastingplan 2026. Dit wetsvoorstel moet straks eerst nog door de nieuwe Tweede Kamer (na de verkiezingen) worden aangenomen. Daarna moet ook de Eerste Kamer nog instemmen.

Hoger forfait overige bezittingen

Het forfaitair rendement op overige bezittingen bedraagt in 2025 nog 5,88%, maar stijgt in 2026 naar 7,78%! Deze grote stijging is met name budgettair gedreven. Nu het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement niet in 2026, maar pas in 2028 wordt ingevoerd, ontstaat er een tekort. Dit moet door het veel hogere forfaitaire rendement van 7,78% gedekt worden. Zonder deze budgettaire verhoging zou het forfaitair rendement in 2026 op 6% vastgesteld zijn.

Let op! ‘Overige bezittingen’ is een restcategorie. Hieronder valt grofweg alles wat geen bank- of spaartegoed of schuld is, denk aan onroerende zaken, aandelen, obligaties en vorderingen.

Lager werkelijk rendement?

Als uw totale werkelijke rendement in box 3, berekend volgens de Wet tegenbewijsregeling box 3, in 2026 lager is dan het totale forfaitaire rendement, kunt u ook in 2026 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Bij een geslaagd beroep betaalt u dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over het werkelijke rendement.

Lager heffingsvrij vermogen

Naast de verhoging van het forfaitaire rendement wordt ook budgettaire dekking gezocht in een  verlaging van het heffingsvrije vermogen van € 57.684 in 2025 naar € 51.396 in 2026 (voor fiscale partners gezamenlijk van € 115.368 in 2025 naar € 102.792 in 2026). 

Tarief

Het tarief dat u in 2026 betaalt over uw werkelijke of forfaitaire rendement blijft 36%.

Afbouw voordelen groen beleggen

Eind vorig jaar is in de wet opgenomen dat de voordelen voor groen beleggen worden afgebouwd en per 1 januari 2027 worden afgeschaft. Afschaffing per 1 januari 2027 blijkt nog niet mogelijk te zijn. Om die reden geldt ook in 2027 nog een, weliswaar geringe, vrijstelling en heffingskorting. In een overzicht:

   2025  2026 2027 2028
 Vrijstelling groen beleggen  € 26.312 (fiscale partners € 52.624)  € 26.715 (fiscale partners € 53.430)  € 200 (fiscale partners € 400)  0
 Heffingskorting groen beleggen  0,1%  0,1%  0,1%  0%

Let op! Nu de fiscale voordelen van groen beleggen steeds minder worden, is het raadzaam om uw portefeuille te (laten) beoordelen.

Aanpassing leegwaarderatio

Als u een woning verhuurt in box 3 met huurbescherming, kunt u nu al misschien een korting op de WOZ-waarde toepassen, waardoor u minder belasting betaalt in box 3. Dit heet de leegwaarderatio. Of u die korting kunt toepassen en hoe hoog die dan is, is afhankelijk van de hoogte van de huur.

Vanaf 2026 wijzigen er twee dingen in de leegwaarderatio:

  • Als de werkelijke waarde 10% of meer afwijkt van de WOZ-waarde – verminderd met de korting –, mag u uitgaan van de werkelijke waarde. Dit kon vanaf 2015 al op basis van rechtspraak, maar wordt vanaf 2026 dus wettelijk vastgelegd.
  • Bij een onzakelijke huur tussen twee gelieerde partijen (bijvoorbeeld familieleden) mag de leegwaarderatio niet meer worden toegepast.

Let op! Verhuurt u aan een gelieerde partij, zoals een familielid, beoordeel dan of u geraakt wordt door de maatregel.

Nog niet definitief

De verhoging van het forfait van de overige bezittingen, de verlaging van het heffingsvrije vermogen en de wijzigingen in de leegwaarderatio zijn opgenomen in het Belastingplan 2026. Dit wetsvoorstel moet straks eerst nog door de nieuwe Tweede Kamer (na de verkiezingen) worden aangenomen. Daarna moet ook de Eerste Kamer nog instemmen. De wijzigingen zijn daarom nog niet definitief.

Vrije ruimte en gerichte vrijstellingen werkkostenregeling

Een werkgever kan een werknemer, onder voorwaarden, onbelaste vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen geven door deze ten laste te brengen van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).

Let op!De vrije ruimte bedraagt in 2025 2% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Voor sommige vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen gelden ook gerichte vrijstellingen. Als iets gericht is vrijgesteld, is het onder voorwaarden onbelast en hoeft dit niet ten laste van de vrije ruimte te komen. Denk hierbij aan de gerichte vrijstelling van € 0,23 per zakelijke kilometer.

Vrije ruimte in de inkomstenbelasting

In de inkomstenbelasting is een met de loonbelasting vergelijkbare wettelijke bepaling opgenomen. Doel van deze bepaling is om inwoners van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting hetzelfde te behandelen als inwoners van Nederland met een Nederlandse werkgever.

De Hoge Raad oordeelde in 2022 al dat door deze wettelijke bepaling werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting. Deze werknemers kunnen in 2025 in principe zonder nadere voorwaarden 2% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon aftrekken in de inkomstenbelasting. Dit geldt tot een brutoloon van maximaal € 400.000, daarboven is het 1,18%.

Let op!Dit kan niet als de buitenlandse werkgever in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting. Dan gelden namelijk gewoon de regels die ook voor Nederlandse werkgevers gelden.

Gerichte vrijstelling in de inkomstenbelasting

De Hoge Raad had nog niet geoordeeld over de vraag of een inwoner van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, ook de zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt in aftrek mag brengen in de aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst vond dat dit niet kon, ondanks het oordeel van de Hoge Raad in 2022 over de vrije ruimte.

De Hoge Raad heeft nu (5 september 2025) echter geoordeeld dat dit wel kan: het is voor het toepassen van de gerichte vrijstelling volgens de Hoge Raad, net als bij de vrije ruimte, niet nodig dat de werkgever de vergoedingen of verstrekkingen heeft aangewezen als eindheffingsbestanddeel.

Wel onderbouwing nodig

Aftrek van zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, kan overigens niet zonder meer. Er moet namelijk wel aannemelijk zijn dat de zakelijke kosten gemaakt zijn. Verder moet getoetst worden of de zakelijke kosten binnen de voorwaarden en grensbedragen van de gerichte vrijstellingen blijven.

Onderzoek bij vaste kostenvergoeding

De Hoge Raad merkt nog op dat als sprake is van een vaste kostenvergoeding hier een onderzoek naar de werkelijke gemaakte kosten aan ten grondslag moet liggen. In tegenstelling tot vaste kostenvergoeding die door een in Nederland inhoudingsplichtige werkgever worden gegeven, hoeft dit onderzoek niet al verricht te zijn voordat de werknemer de vergoeding ontvangt. Bovendien kan het onderzoek naar de werkelijke kosten door de werknemer worden gedaan zonder dat de werkgever daarbij betrokken is, aldus de Hoge Raad.

Let op!Bent u inwoner van Nederland, maar werkt u voor een niet-inhoudingsplichtige buitenlandse werkgever? Dan kunt u dus onder voorwaarden in uw aangifte inkomstenbelasting ook een beroep doen op gerichte vrijstellingen. Neem voor overleg over deze voorwaarden contact op met onze adviseurs.

OWR-formulier

Met het OWR-formulier kan een belastingplichtige zijn werkelijke rendement in box 3 opgeven. Als dit lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement in box 3, leidt dit tot een lagere belastingaanslag.

Onterechte afwijzingen

De afgelopen periode heeft de Belastingdienst afwijzingsbrieven gestuurd naar belastingplichtigen die een OWR-formulier indienden. De reden van afwijzing was onder meer dat er niet op tijd een bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering was ingediend. In een beperkt aantal gevallen (241) is de afwijzingsbrief ten onrechte verzonden. De belastingplichtigen hebben hierover al een excuusbrief gehad met uitleg over mogelijke acties die zij moeten ondernemen.

Toetsing tijdelijk stil

Om te voorkomen dat nog meer OWR-formulieren ten onrechte afgewezen worden, ligt het geautomatiseerde toetsingsproces momenteel stil. De verwachting is dat uiterlijk begin oktober 2025 het probleem is opgelost en de toetsing weer wordt opgestart.

Let op! De verwachting van het ministerie is dat de tijdelijke stop geen of een beperkte impact heeft op de doorlooptijd van de OWR-formulieren.