Wetsvoorstel nieuw box 3-stelsel ongewijzigd
Beste optie
Eind 2024 werd nog bekend dat de invoering van een nieuw box 3-stelsel was uitgesteld naar 2028. Daaraan voorafgaand had de Raad van State een negatief advies uitgebracht over het wetsvoorstel voor dit nieuwe box 3-stelsel: de Wet werkelijk rendement box 3. De staatssecretaris heeft nu laten weten dat het kabinet dit wetsvoorstel echter toch de beste optie vindt.
Let op! Voor invoering per 2028 is het wel noodzakelijk dat het wetsvoorstel uiterlijk 15 maart 2026 door de Tweede Kamer is aangenomen.
Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3
Met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wordt vanaf – beoogd – 2028 het werkelijke rendement in box 3 belast. Dit rendement betreft zowel het directe rendement (denk aan rente, huur en dividend na aftrek van kosten), als wel het indirecte rendement (de positieve én negatieve waardeontwikkeling van het vermogen).
Hoofdregel voor het belasten van de waardeontwikkeling is in het wetsvoorstel een vermogensaanwasbelasting, waarbij zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardeontwikkelingen meegenomen worden. Alleen voor onroerende zaken en aandelen in startups is in het wetsvoorstel een vermogenswinstbelasting voorgesteld. De waardeontwikkeling van deze vermogensbestanddelen wordt dan alleen meegenomen bij realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop.
Dieetkosten gespecificeerd
Dieetkosten zijn wettelijk ook gespecificeerd naar ziektebeeld en dieettype. Per ziektebeeld en dieetvorm gelden vaste, aftrekbare bedragen. De werkelijke kosten van het dieet doen dus niet ter zake. De vaste aftrekbare bedragen variëren van € 200 tot maximaal € 3.450 (2024).
Tip! U vindt een overzicht van de aftrekbare bedragen, de dieetlijst, hier.
Wat bij overlap?
Bij overlappende diëten kan de vraag rijzen welk bedrag aftrekbaar is. Zo kan een dieet energieverrijkt zijn in combinatie met eiwitverrijkt, maar bijvoorbeeld ook energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt en lactosebeperkt of lactosevrij. Een voorbeeld van overlappende diëten speelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Rechtbank schrapt drie van de vijf diëten
In deze zaak had een belastingplichtige voor vijf gevolgde diëten de vaste bedragen voor de extra kosten opgevoerd. Voor de rechtbank werd echter duidelijk dat twee diëten betrekking hadden op eenzelfde dieettypering en dat drie diëten deels overeenkomend waren, terwijl zij kennelijk betrekking hadden op hetzelfde ziektebeeld.
De dieetkosten die aangevoerd mochten worden als zorgkosten werden daarop beperkt tot de kosten van twee diëten, waarbij wettelijk is bepaald dat in die gevallen uitgegaan mag worden van het hoogste genoemde aftrekbare bedrag.
Bewijslast
De uitspraak maakte ook duidelijk dat de bewijslast voor de aftrek van zorgkosten bij de belastingplichtige ligt. Omdat die hiermee niet erg secuur was omgesprongen, werd de aftrek van de totale zorgkosten ook nog eens fors beperkt. Zo waren de opgevoerde reiskosten in verband met ziekte niet onderbouwd, werd van de medicijnen niet aangetoond dat deze waren verstrekt op voorschrift van een arts en ontbraken verschillende betaalbewijzen.
Immateriële schadevergoeding
Een immateriële schadevergoeding loopt op naarmate de behandeling van uw conflict langer duurt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat bezwaar en beroep bij elkaar twee jaar mag duren. Gaat u daarna in hoger beroep, dan geldt hiervoor nogmaals een periode van maximaal twee jaar. Gaat u daarna in cassatie, dan geldt wederom een maximale behandeltermijn van twee jaar. Bij overschrijding van genoemde termijnen dient per half jaar overschrijding een vergoeding van € 500 te worden betaald.
Beperkingen
De Hoge Raad heeft in een arrest van 14 juni jl. een aantal beperkingen gesteld aan de immateriële schadevergoedingen. De Hoge Raad oordeelde dat dergelijke schadevergoedingen voortaan alleen van toepassing zijn bij een financieel belang van minstens € 1.000. Bij een geringer belang is dus geen schadevergoeding aan de orde, tenzij de overschrijding van de redelijke termijn langer dan één jaar bedraagt. In die gevallen kan de rechter zelf bepalen of er een schadevergoeding betaald moet worden.
Overgangsrecht
De Hoge Raad oordeelde tevens dat de nieuwe regels alleen gelden voor nieuwe gevallen. Ze gelden dus niet voor zaken waarin voorafgaand aan de datum van het arrest, 14 juni 2024, om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is verzocht en waarin de redelijke termijn voor de desbetreffende fase van de procedure op de datum van dit arrest al was overschreden.
Nog geen beperking in 2023
In een zaak die in augustus 2023 al speelde had een belastingplichtige een immateriële schadevergoeding geëist. Omdat op dat moment de nieuwe regels nog niet van kracht waren, besliste het gerechtshof Den Haag dat de schadevergoeding ook nog niet beperkt diende te worden en bepaalde deze op € 500, nu de overschrijding vijf maanden bedroeg.
Aftrek extra kleding en beddengoed
Als u door ziekte of invaliditeit meer kosten voor (het wassen van) kleding en beddengoed maakt dan mensen in vergelijkbare (financiële) omstandigheden, kunt u hiervoor mogelijk kosten in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Deze extra kosten moeten dan wel een rechtstreeks gevolg zijn van uw ziekte of invaliditeit die minimaal een jaar duurt of waarschijnlijk minimaal een jaar gaat duren.
Vast bedrag
Omdat voor beddengoed sprake is van een negatieve prijsmutatie, vallen de vaste bedragen in 2025 lager uit. De aftrek bestaat uit een vast bedrag dat in 2024 nog € 350 bedroeg. Voor 2025 is dit vaste bedrag verlaagd naar € 340.
Had u in 2024 extra kosten voor kleding en beddengoed die hoger waren dan € 700, dan bedroeg de aftrek in dat jaar geen € 350 maar € 875. Ook deze vaste bedragen zijn in 2025 lager. Zijn in 2025 uw extra kosten voor kleding en beddengoed hoger dan € 680, dan bedraagt de aftrek geen € 340 maar € 850.
Let op! De vaste bedragen worden elk jaar opnieuw geactualiseerd en zijn afhankelijk van de consumentenprijsontwikkeling.