t
0344 647 000
|

Aandelen familiebedrijven toch belast in vermogensaanwasbelasting

Hoofdregel wetsvoorstel toekomstige box 3: vermogensaanwasbelasting

In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wordt voorgesteld als hoofdregel om vanaf 2027 het totale werkelijke rendement in box 3 te belasten volgens een vermogensaanwasbelasting. Dit houdt in dat ook de niet-gerealiseerde waardeontwikkeling van het vermogen in een jaar in box 3 belast wordt.

Uitzonderingen: vermogenswinstbelasting

Voor een aantal vermogensbestanddelen is in het wetsvoorstel een uitzondering opgenomen. Deze vermogensbestanddelen worden in het wetsvoorstel belast volgens een vermogenswinstbelasting. Dit betekent dat alleen bij realisatie (bijvoorbeeld bij verkoop) de vermogenswinst in box 3 belast wordt. Deze uitzondering geldt voor onroerende zaken en aandelen in innovatieve startups en scale-ups.

Aandelen familiebedrijven

In eerste instantie vielen ook aandelen in familiebedrijven onder deze uitzondering. Echter in  een Kamerbrief (d.d. 15 april 2024) informeert staatssecretaris van Rij de Tweede Kamer dat deze uitzondering vervalt. De aandelen in familiebedrijven vallen daarom in het wetsvoorstel ook onder de vermogensaanwasbelasting.

Toekomstige box 3-stelsel vanaf 2027 of later?

Op 25 januari 2024 kondigde de staatssecretaris ook al een aantal andere aanpassingen aan op het oorspronkelijke wetsvoorstel. Het wetsvoorstel voor het toekomstige box 3-stelsel staat dus nog niet vast. Tevens moeten de Tweede en Eerste Kamer nog met het straks aangeboden wetsvoorstel instemmen.

Het is daarna nog maar de vraag of de datum van 2027 gehaald gaat worden. De staatssecretaris meldt al dat het huidige voorstel veel van de systemen van de Belastingdienst vraagt en daarom hoogstwaarschijnlijk niet volledig in 2027 geïmplementeerd kan zijn. Daarnaast kunnen de uitkomsten van arresten van de Hoge Raad over het huidige box 3-stelsel veel van de systemen vragen en voor nog meer vertraging zorgen.

Arresten Hoge Raad over box 3

Momenteel loopt een aantal rechtszaken bij de Hoge Raad over box 3. De rechtszaken gaan over de jaren tot en met 2022, maar zullen ook gelden voor de box 3-heffing in 2023. De kans bestaat dat de Hoge Raad gaat beslissen dat de box 3-heffing moet plaatsvinden op basis van uw werkelijke rendement uit uw vermogen als dit lager is dan het rendement dat volgt uit de wettelijke bepalingen. Dat zou voor u een gunstige ontwikkeling kunnen zijn als uw werkelijke rendement inderdaad lager is.

Digitaal formulier

De staatssecretaris meldt dat de box 3-arresten van de Hoge Raad in augustus en/of september 2024 worden verwacht. De Belastingdienst ontwikkelt op dit moment al een digitaal formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’ voor het geval de Hoge Raad straks voor belastingplichtigen een gunstige uitspraak doet.

Geen definitieve aanslagen IB 2022 en 2023

Heeft u box 3-vermogen dat uit meer dan alleen bank- en spaartegoeden bestaat? Dan legt de Belastingdienst, in afwachting van de box 3-arresten van de Hoge Raad, nog geen definitieve aanslag IB 2022 én 2023 aan u op. Op die manier wordt voorkomen dat alle belastingplichtigen massaal bezwaar aan moeten tekenen.

Wel definitieve aanslag IB 2021?

Definitieve aanslagen IB 2021 met box 3-vermogen worden momenteel ook (nog) niet opgelegd. In verband met het verjaren van de termijn waarbinnen de Belastingdienst een definitieve aanslag moet opleggen, kan dit binnenkort anders zijn.

Let op! Ontvangt u daarom een definitieve aanslag IB 2021 van de Belastingdienst? Neem dan contact op met een van onze adviseurs om te overleggen of u in actie moet komen. Doe dat wel snel na ontvangst van de definitieve aanslag. De bezwaartermijn bedraagt namelijk zes weken.

Wat speelt er?

Box 3 is in 2023 ingedeeld in drie categorieën, te weten bank- en spaartegoeden, schulden en overige bezittingen met elk hun eigen forfaitair rendement. Voor de categorie bank- en spaartegoeden en schulden is het definitieve forfaitair rendement pas eind januari 2024 vastgesteld.

Om die reden heeft de Belastingdienst bij het opleggen van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2023 (IB 2023) voor box 3 rekening gehouden met een voorlopig forfaitair rendement van 0,36% voor bank- en spaartegoeden en 2,57% voor schulden. De definitieve rendementen die eind januari 2024 zijn vastgesteld wijken (flink) af met respectievelijk 0,92% en 2,46%.

Te lage voorlopige aanslag

Door deze afwijkende definitieve forfaitaire percentages kan, bij een gelijk vermogen in de voorlopige aanslag en de definitieve aanslag, toch meer inkomstenbelasting over 2023 verschuldigd zijn. Uw voorlopige aanslag IB 2023 is dan te laag vastgesteld.

Belastingrente 7,5%

Als u op uw definitieve aanslag IB 2023 als gevolg hiervan bij moet betalen, is over deze bijbetaling 7,5% belastingrente per jaar verschuldigd. Dit kan alleen voorkomen worden door óf vóór 1 mei 2024 uw aangifte IB 2023 in te dienen óf vóór 1 mei 2024 een wijziging van uw eerder opgelegde voorlopige aanslag IB 2023 aan te vragen.

Wie moet in actie komen?

Heeft u:

  • op 1 januari 2023 box 3-vermogen, en
  • wordt uw aangifte IB 2023 ná 30 april 2024 ingediend, en
  • is uw voorlopige aanslag IB 2023 vóór 8 maart 2024 opgelegd?

Dan kan het verstandig zijn om vóór 1 mei 2024 in actie te komen en te verzoeken om wijziging van uw voorlopige aanslag IB 2023.

Let op! Het ministerie van Financiën heeft aangegeven dat bij voorlopige aanslagen IB 2023 opgelegd vanaf 8 maart 2024 wel rekening gehouden wordt met de definitieve percentages van 0,92% en 2,46%.

Tip! Heeft u vragen over het voorgaande of wilt u dat wij uw voorlopige aanslag IB 2023 laten wijzigen? Neem dan zo spoedig mogelijk contact op met één van onze adviseurs.

Overleg ministerie van Financiën

Diverse belangenorganisaties (Consumentenbond, Bond voor Belastingbetalers, SRA, NBA, NOB, RB en NOAB) hebben op 12 april 2024 over het voorgaande met het ministerie van Financiën gesproken. Het ministerie van Financiën erkent het probleem en is druk bezig om te onderzoeken hoe de belastingrente wellicht vermeden kan worden. De belangenorganisaties wilden veiligheidshalve echter niet wachten op de uitkomst van dit onderzoek en roepen daarom hun achterban op op tot actie.

Reparatie koopkracht

Onlangs werd ontdekt dat er een fout was gemaakt in de koopkrachtberekeningen van het kabinet. Besloten is dit via de huurtoeslag te herstellen door het bedrag dat de ontvanger van huurtoeslag zelf aan huur moet betalen, te verlagen met ruim € 36.

Terugwerkende kracht

Het is de bedoeling dat de wijziging terugwerkende kracht krijgt tot 1 januari 2024. Daarvoor is wel vereist dat het wetsvoorstel vóór 1 mei van dit jaar wordt aangenomen.