Is de contributie van een vereniging aftrekbaar als gift?
ANBI
De eerste voorwaarde wanneer er mogelijk sprake is van een aftrekbare gift, is dat de vereniging een algemeen nut beogende instelling (ANBI) is.
Tip! Wilt u weten of een vereniging een ANBI is, dan kunt u dat opzoeken op de website van de Belastingdienst in het programma ANBI opzoeken.
Geen directe tegenprestatie
Is de vereniging een ANBI, dan is van belang of tegenover de contributie een directe tegenprestatie door de vereniging staat. Staat tegenover de contributie geen directe tegenprestatie, dan telt deze als aftrekbare gift.
Symbolische tegenprestatie
Krijgt u voor de betaalde contributie wel een directe tegenprestatie van de vereniging, dan is de contributie over het algemeen niet (geheel) aftrekbaar.
Dit is anders als de directe tegenprestatie van bijkomstige aard is, er is dan sprake van een symbolische prestatie. De aan de vereniging betaalde contributie geldt dan wel als aftrekbare gift.
Let op!Van een symbolische tegenprestatie is bijvoorbeeld sprake bij een periodiek door de vereniging uitgegeven tijdschrift of het recht om bepaalde natuurterreinen tegen een lager tarief te bezoeken. De Belastingdienst geeft aan dat bij bijvoorbeeld kortingen op verzekeringen, het verstrekken van een gratis product of gratis toegang tot evenementen echter geen sprake meer is van een symbolische tegenprestatie.
Splitsing
Is er een niet-symbolische tegenprestatie, maar is de waarde hiervan lager dan de contributie? Dan mag de contributie gesplitst worden. Het deel van de contributie boven de waarde van de tegenprestatie geldt dan als aftrekbare gift.
Let op!Is het niet mogelijk om een splitsing aan te brengen in de contributie, dan is de contributie in het geheel niet aftrekbaar als gift.
Drempel
Houd er rekening mee dat voor periodieke giften een drempel geldt. Alleen boven deze drempel van 1% van uw drempelinkomen (met een minimum van € 60), zijn de giften aftrekbaar. Daarnaast geldt er ook een maximale aftrek van 10% van uw drempelinkomen.
WOZ
Als u iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.
Voorstel: WEV
In een internetconsultatie wordt voorgesteld om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen ook te laten plaatsvinden tegen de WEV. Voor woningen die u erft, blijft de waardering ook vanaf 2027 gebaseerd op de WOZ-waarde.
Let op! Dit betreft pas een internetconsultatie. Het voorstel moet nog worden aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Pas als het daar is aangenomen, is het definitief.
Mogelijkheden tot 2027
Zolang de wet niet gewijzigd is (het voorstel is vanaf 2027) kunnen er bij schenkingen nog voordelen ontstaan bij een verschil tussen de WOZ en de WEV van een woning. Dit wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.
WOZ lager dan WEV: schenking woning tegen WOZ-waarde
Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.
Als het voorstel doorgaat, wordt de schenkbelasting vanaf 2027 berekend op basis van € 350.000.
WOZ lager dan WEV: verkoop woning tegen WOZ-waarde
Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.
Als het voorstel doorgaat, wordt vanaf 2027 schenkbelasting berekend op basis van € 50.000 (WEV € 350.000 minus verkoopprijs € 300.000).
Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.
Niet-erkend biologisch kind
In een zaak die op 6 september 2024 speelde voor de Hoge Raad was de vrijstelling en het tarief dat in de erfbelasting geldt voor kinderen, niet toegepast op de erfenis die een niet erkend kind had verkregen van zijn biologische vader. Bij een niet-erkend kind is namelijk geen sprake van de voor de kind-vrijstelling en het kind-tarief benodigde bloedverwantschap maar enkel van biologische verwantschap.
Family-life
In de betreffende zaak had een kind geërfd van zijn biologische vader. Die kon het kind niet erkennen, omdat de biologische moeder daar in eerste instantie geen toestemming voor gaf en haar partner het kind heeft erkend. Formeel bestond er dus geen familierechtelijke betrekking tussen de biologische vader en het kind. Tussen beiden bestond wel een familieleven (family life volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – EVRM). Toch kon er conform de wettelijke bepalingen geen kind-vrijstelling en -tarief worden toegepast.
Schending discriminatieverbod
De Hoge Raad stelde vast dat in de casus wel sprake was van schending van het discriminatieverbod, omdat er een nauwe persoonlijke band (family life) tussen de vader en het kind aanwezig was. De Hoge Raad liet de aanslag erfbelasting met de lagere vrijstelling en het hogere tarief echter in stand en liet de beslissing om rechtsherstel te bieden voor de schending van dit discriminatieverbod over aan de wetgever.
Wetsvoorstel
Er is inmiddels een wetsvoorstel in voorbereiding waarin de schending van het discriminatieverbod wordt weggenomen. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026.
Hardheidsclausule
Verder is bekendgemaakt dat in bovengenoemde casus op verzoek de hardheidsclausule is toegepast. Andere erfgenamen in soortgelijke situaties kunnen eveneens een beroep op deze hardheidsclausule doen.
Voorwaarden
Daarbij is wel van belang dat aangetoond wordt dat er een biologische relatie tussen beiden bestaat. In de zaak die voor de Hoge Raad speelde had de erfgenaam dit aangetoond via een DNA-test. Verder is vereist dat er aantoonbaar een vorm van family life is geweest tussen vader en biologisch niet-erkend kind. In genoemde casus bleek dit bijvoorbeeld uit een beschikking van de rechtbank, waarin een omgangsregeling was vastgelegd.
Aftrekbare kosten
Tot de aftrekbare kosten behoren onder meer de kosten van de urn of kist, rouwkaarten, grafrechten, de grafsteen en het plaatsen ervan. Maar ook bijvoorbeeld de huur van de aula waar men van de overledene afscheid neemt plus de afsluitende koffietafel, behoren tot de aftrekbare kosten.
Let op!De aftrek is beperkt tot de normale kosten van een uitvaart en mogen dus niet bovenmatig zijn.
Niet aftrekbaar
De Belastingdienst heeft ook een opsomming gegeven van niet aftrekbare kosten. In de praktijk blijken namelijk regelmatig kosten in aftrek te worden gebracht, die volgens de wet niet aftrekbaar zijn. Gedacht moet worden aan de kosten van het laten overkomen van familie voor de begrafenis en aan de notariskosten voor de afwikkeling van de erfenis.
Verzekering
Is de overledene verzekert voor de uitvaartkosten, dan moet u de uitkering van de verzekeraar in mindering brengen op de kosten. Wordt meer uitbetaald dan de daadwerkelijke kosten, dan moet het meerdere worden aangegeven in de aangifte erfbelasting.
Overzicht op site
Het overzicht van aftrekbare en niet-aftrekbare kosten treft u aan op de website van de Belastingdienst.
Let op! Bovengenoemde kosten zijn alleen aftrekbaar voor de erfbelasting en dus niet voor de inkomstenbelasting.