t
0344 647 000
|

Schenking bij aflossing overbedelingsschuld

Schenking bij aflossen nominale waarde

Het aflossen van een schuld is normaal gesproken geen schenking. Dat kan anders zijn als je meer aflost dan de waarde van de schuld.

Een overbedelingsschuld is minder waard als je deze aflost voor je overlijden. Dit komt omdat je deze schuld pas hoeft af te lossen bij je overlijden. Als je daarom een overbedelingsschuld eerder aflost tegen de nominale waarde, los je meer af dan dat de schuld waard is.

Daarom is sprake van een schenking als je onverplicht en voortijdig (dus voor je overlijden) een hoger bedrag dan de contante waarde van de overbedelingsschuld aflost.

Berekening contante waarde

Hoe bereken je die contante waarde? Dat moet je doen tegen de marktrente, maar voor overbedelingsschulden bestaat geen markt. Daarom kan je voor de rente aansluiten bij een jaarlijks door de Belastingdienst gepubliceerde marktrente. Voor 2026 bedraagt deze marktrente 2,593%.

Voorbeeld
X is 81 jaar en heeft een renteloze overbedelingsschuld aan zijn kind van € 100.000. Bij een resterende levensverwachting van vijf jaar wordt de contante waarde als volgt berekend: €  100.000/1,02593^5 = € 87.986.

Hoogte schenking

Als X de overbedelingsschuld uit het voorgaande voorbeeld volledig aflost tegen de oorspronkelijke nominale waarde van € 100.000, is er sprake van een schenking. 

De hoogte van die schenking wordt als volgt berekend: bij schulden met minder dan 6% samengestelde rente word je als ouder geacht het (fictieve) vruchtgebruik over die schulden te hebben. De vervroegde aflossing is dan het prijsgeven van dit vruchtgebruik. 

Vervolg voorbeeld
Het vruchtgebruik berekend volgens de daarvoor bestemde tabellen in de successiewet bedraagt 24%. Dit betekent dat het vruchtgebruik op de schuld van € 100.000, € 24.000 bedraagt en de bloot-eigendom € 76.000. Als X € 100.000 aflost, bedraagt de schenking € 100.000 minus € 76.000 = € 24.000. Lost X minder af, bijvoorbeeld € 90.000? Dan bedraagt de schenking € 90.000 minus € 76.000 = € 14.000.

WOZ-waarde

Als je iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.

Medio 2025 was in een internetconsultatie een voorstel opgenomen om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen te laten plaatsvinden tegen de WEV. In de Voorjaarsnota 2026 is echter bekendgemaakt dat dit voorstel niet doorgaat.

 

Let op! Voor woningen die je erft, waren geen aanpassingen voorgesteld en zou de waardering, ook vanaf 2027, gebaseerd blijven op de WOZ-waarde.

 

Voordelen van de WOZ-waarde

Nu de wet niet gewijzigd wordt, blijven bij schenken en erven de voordelen bestaan van een verschil tussen de WOZ-waarde en de WEV van een woning. Welke voordelen dat zijn wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.

WOZ lager dan WEV: schenking woning tegen WOZ-waarde

Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.

WOZ lager dan WEV: verkoop woning tegen WOZ-waarde

Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.

Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.

Belastingrente Vpb

Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend werd op een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) te hoog was. Er was strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel omdat er geen goede rechtvaardiging was om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij andere belastingen, waaronder de IB.

Let op! Inmiddels berekent de Belastingdienst, conform het oordeel van de Hoge Raad, over aanslagen Vpb hetzelfde rentepercentage als over aanslagen IB.

Belastingrente IB

In de uitspraak van 16 januari 2026 gaf de Hoge Raad al aan dat bij de belastingrente op een aanslag IB geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of Europees recht. Die rente is dus niet te hoog volgens de Hoge Raad.

Op 10 april 2026 verwees de Hoge Raad nogmaals naar de uitspraak van 16 januari 2026 en oordeelde dat de belastingrente op een aanslag IB van minimaal 4% niet onevenredig is.

De belastingplichtige in deze casus kreeg op een ander punt wel gelijk van de Hoge Raad. De belastingrente bedroeg een tijdje 0,01% in verband met de coronacrisis, maar was per 1 oktober 2020 weer verhoogd naar 4%. De belastingrente was bij beschikking van 26 september 2020 in rekening gebracht, waarbij over de periode van 1 tot en met 20 oktober 2020 4% was berekend. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet mocht omdat de regeling waarop die hogere rente berustte nog niet in werking was getreden op 26 september 2020. Dit gebeurde immers pas op 1 oktober 2020. De belastingrente voor de periode 1 tot en met 20 oktober 2020 moest daarom berekend worden tegen 0,01%.

Belastingrente erfbelasting

Rechtbank Den Haag boog zich over de vraag wanneer een verzoek om een voorlopige aanslag bij de Belastingdienst binnen moet zijn om belastingrente over de aanslag erfbelasting te voorkomen.
De Belastingdienst vond dat dit moest binnen acht maanden na de overlijdensdatum. De rechtbank oordeelde echter dat dit moest vóór de eerste dag van de negende maand na de overlijdensmaand.

Voorbeeld
Het overlijden vond plaats op 13 mei 2023. Het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting van de erfgenamen kwam bij de Belastingdienst binnen op 31 januari 2024. De Belastingdienst bracht belastingrente in rekening, omdat het verzoek naar het oordeel van de Belastingdienst binnen moest zijn uiterlijk 12 januari 2024. De rechtbank vond dat de erfgenamen wel op tijd waren en vernietigde daarom de beschikking belastingrente.

Borgstelling

Uw kind heeft een bv. Die bv wil een lening afsluiten bij een bank, maar de bank wil de lening alleen verstrekken als er een borgstelling is. U besluit persoonlijk borg te staan voor de lening. U berekent daarvoor geen vergoeding (borgstellingsprovisie) aan de bv van uw kind. Is hier sprake van een schenking?

Schenking

De Belastingdienst geeft aan dat hier sprake is van een schenking, omdat u uit vrijgevigheid genoegen neemt met een lagere vergoeding voor de borgstelling dan wat een zakelijke vergoeding is. De schenking wordt toegerekend aan degene die voordeel heeft van die vrijgevigheid, in dat geval uw kind die de aandeelhouder is van de bv.

Let op!De schenking vindt plaats op het moment dat u de borgstelling verstrekt en dus niet pas op het moment dat u zou worden aangesproken als borg, aldus de Belastingdienst.

Hoogte schenking

Door het borgstaan voor een lagere dan een zakelijke vergoeding, worden de aandelen van de bv van uw kind meer waard volgens de Belastingdienst. De bv kan immers onder aantrekkelijke voorwaarden geld lenen bij de bank zonder (of tegen een lagere) vergoeding dan in zakelijke verhoudingen. De hoogte van de schenking is daarom gelijk aan de waardestijging van de aandelen als gevolg van die borgstelling tegen een lagere vergoeding dan zakelijk.

Tarief

Voor de schenkbelasting wordt gerekend met de tarieven en vrijstelling die gelden voor een kind. De schenking wordt immers toegerekend aan uw kind.

Let op!Het standpunt van de Belastingdienst wordt in de fiscale vakliteratuur bekritiseerd. Neem voor uw eigen situatie daarom contact op met onze adviseurs.