t
0344 647 000
|

Controleer uw beschikking Wtl 2024

LIV

U had over het jaar 2024 recht op LIV voor een werknemer als deze in 2024 een gemiddeld uurloon had van minimaal € 14,33 en maximaal € 14,91. Een andere voorwaarde is dat u voor deze werknemer minimaal 1.248 uren verloonde in 2024.

Het LIV bedroeg in 2024 € 0,49 per uur met een maximum van € 960 per werknemer.

LKV

Er zijn een aantal doelgroepen waarvoor u recht kunt hebben op een LKV, te weten oudere werknemers, arbeidsbeperkte werknemers en werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Tip! Kijk voor meer informatie over de voorwaarden op de website van het UWV.

Beschikking Wtl 2024

De Belastingdienst is begonnen met het sturen van de beschikkingen Wtl 2024. In deze beschikking staat het bedrag dat u ontvangt voor het LIV en/of het LKV over het jaar 2024. De definitieve berekening hiervan is in de bijlage bij de beschikking opgenomen.

Let op! De Belastingdienst betaalt het bedrag binnen zes weken na dagtekening van de beschikking.

Bezwaar

Klopt de beschikking niet, dan kunt u bezwaar maken. Doe dit wel op tijd, dat wil zeggen binnen zes weken na dagtekening van de beschikking.

Let op! Kloppen de verloonde uren niet, controleer dan eerst of dit misschien komt door afrondingsverschillen. In de aangifte loonheffingen worden de verloonde uren namelijk afgerond op hele uren. De berekening in de beschikking Wtl 2024 zijn hierop gebaseerd.

Overgang onderneming?

Is bij u sprake geweest van overgang van een onderneming of contractovernames waarbij de arbeidsovereenkomsten door de nieuwe werkgever ongewijzigd worden voortgezet? Dan heeft u mogelijk toch recht op een LKV of LIV.

De Hoge Raad oordeelde in ieder geval dat een LKV niet vervalt bij overgang van een onderneming. Het recht op een LKV blijft bestaan, mits aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV is voldaan.

Een gerechtshof oordeelde verder dat recht kan bestaan op LIV na overgang van een onderneming, omdat de verloonde uren van de (in die casus) eenmanszaak en de bv waarin deze was ingebracht bij elkaar opgeteld mogen worden.

Let op! Heeft u vragen over de beschikking Wtl 2024 of wilt u deze laten controleren? Neem dan contact op met onze adviseurs.

Voor wie

Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet een bedrijf of instelling een praktijk- of werkleerplaats aanbieden voor het vmbo, mbo of hbo. Daarnaast is de subsidie beschikbaar voor promovendi en toio’s, praktijkonderwijs en VSO. Per onderwijscategorie gelden andere voorwaarden. Het is belangrijk dat u voldoet aan deze voorwaarden en de administratie die daarbij hoort. De voorwaarden voor de verschillende onderwijscategorieën vindt u hier.

Let op! Een inschrijving in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) voor de leerlingen/studenten waarvoor u subsidie aanvraagt is een van de voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen.

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Zijn er meer goedgekeurde aanvragen dan het beschikbaar budget, dan kan de subsidie lager zijn dan € 2.700.

Zo is de verwachting dat het bedrag voor mbo-studenten tussen de € 2.600 en € 2.700 zal liggen en voor hbo studenten tussen de € 600 en € 650. Voor leerbedrijven die vo-leerlingen en wo-studenten begeleiden, verwacht het ministerie dat het beschikbare budget voldoende is en het dus mogelijk is om het maximale bedrag van € 2.700 uit te keren.

Let op! Vanaf het studiejaar 2024-2025 geldt er voor praktijkplaatsen in de sectoren landbouw, horeca en recreatie geen aanvullende subsidie meer. Deze sectoren kregen vanaf studiejaar 2019-2020 tot en met studiejaar 2023-2024 nog wel een aanvullende subsidie.

Aanvraag

De aanvraag voor het studiejaar 2024/2025 is in 2025 weer mogelijk vanaf maandag 2 juni 2025 tot dinsdag 17 september 2025 17.00 uur.

Tip! Voor praktijkleerplaatsen van mbo-studenten die een opleiding volgen die bijdraagt aan klimaat- en energietransitie komt voor het studiejaar 2025/2026 extra subsidie beschikbaar van maximaal € 500 per praktijkleerplaats. De opleidingen die in aanmerking komen voor deze subsidie zijn opgenomen in bijlage 4 van de subsidieregeling praktijkleren. Aanvragen van deze subsidie wordt onderdeel van het reguliere aanvraagproces van de subsidieregeling praktijkleren.

Waarvoor?

Slim-subsidie is mogelijk voor:

a. de doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;

b. het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere mkb-ondernemingen;

c. het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een L&O-methode.

Let op! Activiteiten die alleen ten goede komen aan bestuurders of eigenaren van een onderneming, komen niet voor SLIM-subsidie in aanmerking. De bestuurder of eigenaar mag wel deelnemen aan de activiteit, maar niet de enige doelgroep zijn.

Kijk voor een overzicht van alle aanvraagcriteria op de website uitvoering van beleid SZW.

Looptijd

De SLIM-regeling blijft bestaan tot en met 2029 en kent vanaf 2025 nog maar twee regelingen: een voor individuele mkb-ondernemingen en een voor samenwerkingsverbanden in het mkb. Voor grootbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie is het vanaf 2025 niet meer mogelijk om een beroep te doen op de SLIM-regeling.

Aanvraagtijdvakken

Voor mkb-ondernemingen zijn in 2025 twee aanvraagtijdvakken (van 3 maart 2025 9.00 uur tot en met 31 maart 2025 17.00 uur én van 1 september 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 17.00 uur). Voor samenwerkingsverbanden is er maar een tijdvak (van 2 juni 2025 9.00 uur tot en met 30 juni 2025 17.00 uur).

Hoogte subsidie

Een samenwerkingsverband moet uit minimaal twee mkb-ondernemingen bestaan. Het subsidiepercentage voor een samenwerkingsverband bedraagt 60% van de subsidiabele kosten. Per aanvraag kan maximaal € 500.000 subsidie worden aangevraagd (maximaal € 200.000 per samenwerkingspartner).

Let op! Voor landbouwbedrijven bedraagt dit maximum € 20.000, voor visserijbedrijven € 30.000 en voor goederenvervoer over de weg € 100.000.

De subsidiabele kosten moeten minimaal € 210.000 bedragen. Voor de SLIM-regeling voor samenwerkingsverbanden is in 2025 € 20 miljoen budget beschikbaar.

Voorschot

Vanaf 2025 kunnen samenwerkingsverbanden een voorschot krijgen van 25% van het verleende subsidiebedrag. Als het initiatief langer dan 12 maanden duurt, kan aanvullend nog een voorschot van 50% van het subsidiebedrag aangevraagd worden als in de eerste 12 maanden minimaal 50% van de projectkosten gemaakt zijn.

Vergoeding voor controleverklaring

Voor het opstellen van een controleverklaring door een accountant – dit is bij subsidies van € 125.000 of meer verplicht –, wordt vanaf 2025 een vaste vergoeding van € 3.000 verstrekt.

Let op! Deze vaste vergoeding van € 3.000 geldt ook voor SLIM-subsidies die vóór 2025 zijn verkregen. Als de subsidie echter al is verleend, wordt die verleende subsidie niet verhoogd met dit bedrag. Het is wel mogelijk om de begroting te herverdelen en het bedrag van € 3.000 daarin op te nemen.

Uitstel

Vanaf 2025 kan een subsidieaanvrager maximaal drie maanden uitstel aanvragen als de subsidiabele activiteiten niet op tijd zijn afgerond door omstandigheden die hem niet zijn aan te rekenen. Deze uitstelaanvraag is ook mogelijk voor SLIM-subsidies die vóór 2025 zijn verkregen.

Let op!Onderstaande voorgenomen wijzigingen moeten nog in wetsvoorstellen worden gegoten en worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Voorgenomen wijzigingen voor ondernemers en werkgevers

  • Fiscale regeling medewerkers start-ups en scale-ups
    Er komt een nieuwe fiscale regeling om medewerkersparticipatie voor start-ups en scale-ups te stimuleren. De grondslag van het inkomen uit aandelenopties voor medewerkers van start-ups en scale-ups wordt beperkt tot 65%. Hierdoor wordt over minder inkomen belasting geheven. Ook gaan zij pas belasting betalen als zij hun aandelen verkopen in plaats van op het moment dat de aandelen verhandelbaar worden. Deze plannen worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Deze moet per 2027 in werking treden.
  • Verlaging en afschaffing stakingswinst
    De stakingsaftrek wordt per 2027 verminderd van € 3.630 naar € 908 en wordt per 2030 volledig afgeschaft.
  • Verlaging en afschaffing meewerkaftrek
    De meewerkaftrek wordt per 2027 met 75% verminderd en per 2030 helemaal afgeschaft.
  • Minder inflatiecorrectie inkomstenbelasting
    In de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2026 de inflatiecorrectie voor 46,2% in plaats van 51% toegepast (de tabelcorrectiefactor). Er wordt hierdoor minder gecorrigeerd voor inflatie in de belastingschijven en de heffingskortingen.
  • Verhoogd btw-tarief cultuur, sport en media van de baan
    De voorgenomen verhoging van de btw naar 21% op media, sport en cultuur per 2026 wordt niet doorgevoerd.
  • Verhoging budget MIA en verlaging VAMIL
    De budgetreserve voor de MIA wordt verhoogd met € 35 miljoen. De budgetreserve voor de VAMIL wordt met hetzelfde bedrag verlaagd.
  • Verlaging lage Aof-premie en verhoging hoge Aof-premie
    De hoge Aof-premie wordt met 0,03% verhoogd in 2026 en met 0,04%-punt verhoogd in 2027. De lage Aof-premie wordt daarentegen in 2026 verlaagd met 0,21%-punt en voor 2027 met 0,23%-punt.
  • Fietsregeling versoepeld
    De regeling voor fietsen van de zaak wordt versoepeld. Voor fietsen van de zaak die over het algemeen niet thuis worden gestald, vervalt de bijtelling.

Voorgenomen wijzigingen voor huishoudens en dga

  • Wijzigingen box 3
    In box 3 zal voor de jaren 2026 en 2027 worden uitgegaan van een hoger forfaitair rendement op overige bezittingen. De stijging bedraagt 1,78%-punt per 2026. 
    Ook wordt voor 2026 en 2027 het heffingsvrije vermogen verlaagd van € 57.684 (2025) naar € 51.396.
  • Verlaging energiebelasting
    De vermindering van de energiebelasting wordt in 2026 tot en met 2028 verhoogd met € 200 miljoen. Hierdoor wordt de vermindering van energiebelasting in 2026 € 529,10.
  • Verlagen vermogensgrens zorgtoeslag en kindgebonden budget
    Huishoudens hebben bij een vermogen van een bepaalde omvang geen recht meer op enkele toeslagen. Besloten is om voor het recht op zorgtoeslag en het kindgebonden budget deze vermogensgrens te verlagen. Voor alleenstaanden komt de grens op € 113.000 te liggen, voor partners op € 150.000.
  • Constructie erfbelasting
    Door een arrest van de Hoge Raad is het mogelijk om, met aanpassing van de huwelijkse voorwaarden, erfbelasting voor een groot deel te voorkomen. Voorgesteld wordt dat er toch schenk- en erfbelasting kan worden geheven, voor zover er bij een ontbinding van de huwelijkse voorwaarden meer dan 50% van deze gemeenschap wordt verkregen.
  • Schenk- en erfbelasting biologische kinderen
    Biologische kinderen worden wat betreft de schenk- en erfbelasting gelijkgesteld met juridische kinderen. Op deze manier hebben ook biologische kinderen recht op kindvrijstelling en het lagere tarief.
  • Vereenvoudiging toeslagpartnerschap
    Per 2027 wordt het toeslagpartnerschap vereenvoudigd door het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen. 

Let op!Er zijn nog meer wijzigingen in de Voorjaarsnota. Deze selectie is dus niet compleet. Voor alle wijzigingen verwijzen wij naar de Voorjaarsnota 2025.