t
0344 647 000
|

Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten

Sierteeltproducten

Bij sierteeltproducten moet gedacht worden aan bloembollen, snijbloemen, planten en boomkwekerijproducten. Deze producten vallen nu nog onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Het kabinet wil echter dat deze producten vanaf 1 januari 2028 onder het normale btw-tarief van 21% vallen.

Waarom?

Vanaf 1975 geldt het verlaagde btw-tarief op de levering sierteeltproducten. Het doel was om de betaalbaarheid van sierteeltproducten voor lagere inkomens te bevorderen en de werkgelegenheid in de sierteelt te stimuleren. Uit een evaluatie komt naar voren dat het btw-verlaagde btw-tarief niet geschikt is voor dit doel.

Internetconsultatie

Het kabinet begrijpt de impact van de voorgenomen btw-verhoging en wil iedereen de kans geven om te reageren op het voorstel. Daarom kan iedereen die dat wil tot en met 7 mei 2026 reageren op de internetconsultatie.

Eén of meer prestaties?

Het Hof boog zich allereerst over de vraag of er sprake was van één of van meerdere prestaties. Duidelijk was dat het hospice in deze casus gastenkamers ter beschikking stelde, aan de gasten eten en drinken verstrekte en daarnaast algemene zorg verrichtte voor de gasten en hun naasten. Volgens het Hof was er sprake van één ondeelbare prestatie aan de gast, namelijk het verlenen van zorg om een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te bieden aan gasten in hun laatste levensfase.

Niet splitsen

Volgens het Hof was er geen reden deze prestaties te splitsen. De prestaties waren namelijk zo nauw met elkaar verweven, dat splitsing ervan kunstmatig zou zijn. Ook was er geen sprake van verschillende prestaties met één hoofdprestatie en één of meer bijkomende prestaties. Alleen dan moeten de prestaties wel gesplitst worden.

Geen vrijstelling

Het Hof oordeelde verder dat de prestatie ook niet was vrijgesteld. De prestatie kon niet aangemerkt worden als medische prestatie. Ook kwam deze prestatie niet in aanmerking voor de vrijstelling voor sociale en culturele diensten. Daarnaast kon niet worden geprofiteerd van het destijds nog geldende lage btw-tarief voor hotelovernachtingen, omdat de prestatie veel meer omvatte dan dergelijke verhuur.

Conclusie

Het Hof achtte de prestaties dus belast tegen het normale hoge btw-tarief. Het leverde de stichting die het hospice exploiteerde in deze casus daardoor een forse aftrek op van in rekening gebrachte btw als gevolg van verbouwingswerkzaamheden.

Taak praktijkondersteuner

In een zaak die zich afspeelde voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch stelde een bv praktijkondersteuners ter beschikking aan huisartsen. De praktijkondersteuners boden zelfstandige zorg aan patiënten met lichamelijke klachten. Hun taken richtten zich met name op preventie, begeleiding, monitoring en het bieden van voorlichting en educatie met betrekking tot het omgaan met enkele chronische aandoeningen en de gevolgen daarvan.

Medische vrijstelling btw?

Voor het Hof draaide het met name om de vraag of op deze diensten de btw-vrijstelling voor medische diensten van toepassing was, zoals de bv meende, of dat het ging om het ter beschikking stellen van personeel, zoals de inspecteur aanhing. In het laatste geval zou de dienst niet vrijgesteld zijn van btw.

Overwegingen inspecteur

Volgens de inspecteur was er sprake van het ter beschikking stellen van personeel, omdat de bv specifieke personen op uurbasis ter beschikking stelde. Deze personen werden ook in de huisartsenpraktijk geplaatst en vielen onder de verantwoordelijkheid en het risico van de huisarts. 

Meer dan personeel ter beschikking stellen

Het Hof stelde echter vast dat uit de feiten bleek dat de bv eerstelijns ondersteuning bood aan de huisartsen en dus meer deed dan alleen personeel ter beschikking stellen. Ook bleek uit diverse verklaringen dat de bv opdracht had om gezondheidskundige verzorging te verlenen en de praktijkondersteuners begeleidde en ondersteunde bij hun werkzaamheden. Ook stond hen een expertteam ter beschikking, bestaande uit een gekwalificeerde kaderarts en een gespecialiseerde verpleegkundige. 

Risico voor bv

Hiernaast controleerde de bv het niveau van de geleverde zorg, aangezien men hier verantwoordelijk voor gesteld kon worden en de bv hiervoor dan ook verzekerd was. Het geheel overziend kwam het Hof tot de conclusie dat de aard van de door de bv verrichte dienst aangemerkt moest worden als een overeenkomst van opdracht tot het verlenen van gezondheidskundige verzorging. Dit betekende dat de btw-vrijstelling van toepassing was.

Casus: installatie en verhuur zonnepaneleninstallatie

De casus uit de aan de Belastingdienst gestelde vraag was als volgt. Een ondernemer plaatst niet-geïntegreerde zonnepanelen op grote daken. De ondernemer blijft zelf eigenaar, maar verhuurt de installatie aan de gebruiker van het gebouw waarop de zonnepanelen zijn geplaatst.

Naast de niet-geïntegreerde zonnepanelen maken ook de volgende zaken onderdeel uit van de installatie: rasters waarop de zonnepanelen worden gelegd, kabels en kabelgoten, transformators, omvormers en een op maat gemaakte groepenkast. Als de zonnepanelen niet aan het dak worden bevestigd, gebruikt de ondernemer ook ballasttegels om de constructie te verzwaren.
In het Nederlandse civiele recht is de zonnepaneleninstallatie een onroerende zaak.

Voor btw geen verhuur onroerende zaak

Desondanks antwoordt de Belastingdienst dat de verhuur van de zonnepaneleninstallatie geen verhuur van een onroerende zaak is. De Belastingdienst oordeelt dat voor de btw de zonnepanelen roerend zijn, omdat ze afzonderlijk kunnen worden gebruikt en in bouwkundig opzicht geen onderdeel worden van de onroerende zaak waarop ze geplaatst zijn.

Let op! Dit oordeel geldt niet voor geïntegreerde zonnepanelen. Geïntegreerde zonnepanelen vervullen ook een rol als dakbedekking en worden daarmee in bouwkundig opzicht onderdeel van de onroerende zaak. Geïntegreerde zonnepanelen zijn dus wel onroerend.

Nu de verhuur van de zonnepaneleninstallatie naar het oordeel van de Belastingdienst geen verhuur van een onroerende zaak is, zal deze verhuur altijd met btw belast zijn.

Geen btw-verlegging voor installateur

De ondernemer in de casus maakt voor de installatie van de zonnepanelen gebruik van de diensten van een derde. Deze treedt op als uitvoerder en hield supervisie en controle. De Belastingdienst oordeelt dat de btw-verleggingsregeling hier niet van toepassing is omdat de derde geen fysieke werkzaamheden verricht aan een onroerende zaak. De derde realiseert, in de visie van de Belastingdienst, immers een roerende zaak en geen onroerende zaak.

Gevolg van dit oordeel is dat de derde bij installatie van niet-geïntegreerde zonnepanelen altijd btw berekenen en deze niet mag verleggen naar de opdrachtgever/hoofdaannemer. Let wel dat in het geval van installatie van zonnepanelen op een woning, onder voorwaarden, een nultarief geldt.

Let op! Ook in dit geval was het oordeel van de Belastingdienst anders geweest als het geïntegreerde zonnepanelen zouden zijn in plaats van niet-geïntegreerde zonnepanelen. Bij geïntegreerde zonnepanelen is de btw-verleggingsregeling wel van toepassing.

Let op! Ondanks dat de zonnepaneleninstallatie in het Nederlandse civiele recht een onroerend zaak is, neemt de Belastingdienst voor de btw een ander standpunt daarover in. Voor de heffing van de btw geldt namelijk een ander rechtskader en wordt niet in alle gevallen de Nederlandse civiele kwalificatie gevolgd.