t
0344 647 000
|

Plannen verdere verbetering kinderopvangtoeslag per 2027

Verhoging vergoedingspercentages

Het vergoedingspercentage van de kinderopvangtoeslag wordt in 2027 verhoogd naar 96% voor het eerste kind voor alle ouders die hier nu nog geen recht op hebben. Dit zijn de huishoudens met een inkomen dat in 2027 tussen ongeveer € 56.400 en € 87.700 ligt. Daarna wordt het vergoedingspercentage afgebouwd, afhankelijk van de stijging van het inkomen. 

Indexering maximumuurprijzen

Een andere verbetering betreft de indexering van de maximumuurprijzen voor kinderopvang. Deze indexering is gebaseerd op de loonvoet in bedrijven en op de consumentenprijsindex. Door de verhoging krijgen ouders een hogere toeslag als de uurprijs van de opvang boven het maximum uitkomt.

Indexering toetsingsinkomen

De hoogte van de kinderopvangtoeslag is onder meer afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Zo daalt het percentage van de vergoeding voor het eerste kind per 2027 vanaf een inkomen van zo’n € 56.400. Door ook deze toetsingsinkomens te indexeren blijft bij een toegenomen inkomen als gevolg van de inflatie de kinderopvangtoeslag ongewijzigd.

Ook recht op toeslag promovendi

Een andere wijziging betreft ouders die een traject volgen gericht op promotie of onderzoeker zijn aan een instelling of academisch ziekenhuis. Zij krijgen vanaf 2027 ook recht op kinderopvangtoeslag. 

Internetconsultatie

Let op! Deze voorstellen zijn zeker nog niet definitief. Om te beginnen kunt u nog tot 27 februari 2027 reageren op een internetconsultatie. Daarna moeten ook de Tweede en Eerste Kamer nog beslissen.

 

Vermogenstoets

Voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget is voor 2025 bepaald dat geen recht op deze toeslagen bestaat als de ontvanger ervan meer dan € 141.896 aan vermogen bezit. Heeft de ontvanger een toeslagpartner, dan mag het gezamenlijke vermogen niet meer zijn dan € 179.429. Voor de huurtoeslag geldt een maximaal vermogen van € 37.395, met een partner geldt een maximum van € 74.790. Genoemde maxima worden jaarlijks geïndexeerd.

Uitzonderingen

Op de vermogenstoets geldt voor een aantal vermogensbestanddelen een uitzondering, vanuit de gedachte dat het niet rechtvaardig zou zijn als het bezit van dergelijk vermogen aan een toeslag in de weg zou staan. Denk bijvoorbeeld aan de financiële ondersteuning die zorgmedewerkers ontvingen in verband met langdurige post-COVID klachten. Afhankelijk van het vermogensbestanddeel geldt een uitzondering voor drie of tien jaar.

Nieuwe uitzonderingen

Aan de lijst met uitzonderingen worden met ingang van 2026 twee nieuwe uitzonderingen toegevoegd. Dit betreft tegemoetkomingen die zijn uitgekeerd aan nabestaanden van een gedupeerde overleden aanvrager.

De andere nieuwe uitzondering betreft de wettelijke rente die uitkerende instanties verschuldigd zijn als een uitgezonderde uitkering niet tijdig wordt uitbetaald. Deze uitzondering geldt voor de periode die ook geldt voor het betreffende uitgezonderde vermogensbestanddeel.

Maximale huurgrens verdwijnt

Vanaf 2026 geldt er geen maximale huurgrens meer die aangeeft tot welke huur de huurtoeslag verkregen kan worden. De maximale huurgrens blijft wel bestaan voor de berekening van de huurtoeslag. Dit betekent dat wanneer meer huur betaald wordt dan de huurgrens, over het deel boven deze grens geen huurtoeslag verkregen wordt. De maximale huurgrens bedraagt dit jaar (2025) € 900,07 en zal per 2026 worden geïndexeerd.

Wijziging jongerenhuurgrens en verlaging leeftijd

Voor jongeren geldt een speciale maximale huurgrens. Ook voor deze jongeren gaat gelden dat boven deze maximale huurgrens huurtoeslag verkregen kan worden. de toeslag wordt echter berekend  tot het bedrag van de maximale huurgrens voor jongeren. Die bedraagt in 2025 € 477,20. Ook deze huurgrens wordt per 2026 hoogstwaarschijnlijk geïndexeerd.

Een andere wijziging betreft de leeftijd tot waar de jongerenhuurgrens geldt. Dit is nu nog 23 jaar, maar wordt vanaf 2026 verlaagt naar 21 jaar.

Let op! Per 2026 geldt vanaf 21 jaar voortaan dus de normale maximale huurgrens.

Geen huurtoeslag meer over servicekosten

Over gemeenschappelijke servicekosten kan nu nog huurtoeslag verkregen worden, maar vanaf 2026 niet meer. Het betreft de servicekosten voor het schoonmaken van gemeenschappelijke ruimtes, de energiekosten van deze ruimtes, de kosten van een huismeester en de kosten voor dienst- en recreatieruimtes. Vanaf 2026 wordt de huurtoeslag dus berekend over de kale huurprijs.

Geleidelijke afbouw

De huurtoeslag wordt vanaf 2026 lineair afgebouwd bij een stijging van het inkomen. Dit betekent dat de huurtoeslag vanaf 2026 in stappen wordt afgebouwd en komt dus niet meer plotseling te vervallen.

Let op! De wijzigingen zijn al door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurd en dus definitief.

Huurtoeslag

Of u recht heeft op huurtoeslag hangt in eerste instantie af van de hoogte van uw (gezamenlijke) inkomen en de hoogte van de huur. Daarnaast speelt ook uw vermogen een rol, hier geldt de zogenaamde vermogensgrens.

Als u voor 2025 huurtoeslag wilt ontvangen, mag u op 1 januari 2025 over maximaal € 37.395 aan vermogen beschikken. Heeft u een partner, dan is het maximale vermogen bepaald op het dubbele, dus € 74.790. Heeft u meer vermogen dan die voor uw persoonlijke situatie geldt, dan heeft u in 2025 geen recht op huurtoeslag.

Terugbetaling

Een huurder bracht een zaak voor de rechter, omdat de huurder vanwege de overschrijding van de vermogensgrens ruim € 4.800 aan huurtoeslag moest terugbetalen. Betrokkene beschikte namelijk op 1 januari van het betreffende jaar over € 25.083 aan vermogen, precies € 646 meer dan de destijds geldende vermogensgrens.

Foutje, bedankt!

Voor de rechter bleek dat het vermogen iets te hoog was als gevolg van een fout van de ziektekostenverzekeraar. Betrokkene was dat jaar van verzekeraar gewisseld en had de verschuldigde jaarpremie van € 1.497 op 31 december overgemaakt naar het door de nieuwe verzekeraar opgegeven banknummer. Dat nummer bleek echter niet bedoeld voor het betalen van de premie en dus werd de premie dezelfde dag teruggestort.

Evenredigheidsbeginsel geschonden

De rechters zijn op grond van deze feiten van oordeel dat de huurtoeslag niet hoeft te worden terugbetaald, omdat hierdoor het evenredigheidsbeginsel zou worden geschonden. Het terugvorderen van de huurtoeslag bij overschrijding van de vermogensgrens is op zich niet onevenredig, maar gelet op de specifieke omstandigheden wel. Daarbij achtten de rechters ook de medische beperkingen van betrokkene van belang, die een Wajong uitkering genoot.

Tip! Wilt u weten of u recht heeft op huurtoeslag? Maak dan hier een proefberekening.