t
0344 647 000
|

Btw-aftrek bij verhuur dak voor zonnepanelen?

Geen aftrek btw dak bij niet-geïntegreerde zonnepanelen

Om de btw op het dak van een woning in aftrek te kunnen brengen moet er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaan tussen de bouw van het dak en de btw-belaste verhuur.

In juli 2021 oordeelde de Hoge Raad dat ingeval een belanghebbende een huis (met dak) bouwt en daarop niet-geïntegreerde zonnepanelen aanbrengt, een dergelijk rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbreekt. De Hoge Raad oordeelde dat in zo’n geval de belanghebbende de kosten voor het huis (met dak) hoe dan ook zou hebben gemaakt, ook als er geen zonnepanelen op het dak zouden zijn geplaatst.

Geen aftrek btw dak bij btw-belaste verhuur dak?

Een belanghebbende die een nieuwe woning bouwde en het dak van de woning btw-belast verhuurde met btw aan een ander, wilde de btw op dat dak in aftrek brengen. De ander gebruikte het dak om daar niet-geïntegreerde zonnepanelen op te plaatsen en daarmee btw-belaste energie te leveren.

De Belastingdienst, de rechtbank en het gerechtshof vonden dat btw-aftrek niet mogelijk was omdat een rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbrak. Zij vonden dat de belanghebbende de kosten voor het dak ook zou hebben gemaakt, ook als het dak niet btw-belast verhuurd zou zijn.

Of toch wel?

Een A-G, een adviseur van de Hoge Raad, vindt dat aftrek btw op het dak misschien wel mogelijk is bij btw-belaste verhuur van het dak. De toets uit het arrest van de Hoge Raad uit juli 2021 geldt in deze situatie niet, oordeelt de A-G.

De A-G vindt dat er in dit geval een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de kosten van het dak en de btw-belaste verhuur van het dak. Al bij de aankoop, bij de oplevering en bij de ingebruikname van het dak stond vast dat het dak btw-belast verhuurd zou worden.

Wel moet volgens de A-G nog nader worden onderzocht of het dak wel voor 90% of meer gebruikt wordt voor btw-belaste activiteiten. Alleen dan is namelijk btw-belaste verhuur van het dak mogelijk en kan er sprake zijn van btw-aftrek.

En nu?

De Hoge Raad moet zich nog uitspreken. Tot die tijd is in ieder geval nog niet duidelijk of de Hoge Raad het advies van de A-G volgt.

Let op! De fiscale gevolgen zullen ook afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden van het geval. Laat je daarom over je eigen situatie altijd goed adviseren.

Aftrek kosten werkruimte

Een ondernemer die een werkruimte in zijn woning gebruikt voor zijn onderneming, kan de kosten van die werkruimte meestal niet in aftrek brengen. Aftrek is alleen mogelijk voor een werkruimte die naar verkeersopvattingen zelfstandig is. Om zelfstandig te zijn moet een werkruimte bijvoorbeeld een eigen ingang of opgang en sanitaire voorzieningen hebben.

Let op! Naast het criterium van een zelfstandige werkruimte moet de ondernemer ook zijn winst in die werkruimte verdienen. Heeft de ondernemer ook nog een andere werkruimte niet in de woning, dan moet de ondernemer zijn winst voor 90% of meer in of vanuit de werkruimte 
verdienen en voor 70% of meer in de werkruimte.

Werkruimte tijdens coronacrisis

Een onderneemster die al jaren lesgaf bij diverse sportscholen en organisaties, wilde in haar aangifte inkomstenbelasting 2020 het deel van de huur dat betrekking had op haar woonkamer, in aftrek brengen.

Tijdens de coronacrisis maakte de onderneemster vanuit de woonkamer podcasts en instructievideo’s. De woonkamer had volgens de onderneemster een eigen deur en zij gebruikte de woonkamer als studioruimte voor de digitale lessen. Zij gaf aan in de keuken en slaapkamer van het appartement te wonen. De onderneemster vond dat wat naar verkeersopvattingen als zelfstandig moet worden aangemerkt, gedurende de coronacrisis was veranderd, omdat er over het algemeen thuis werd gewerkt. De woonkamer was in haar geval dan ook een zelfstandige werkruimte, vond zij.

Geen werkruimte

Een gerechtshof wast het daar niet mee eens. De toiletruimte was onderdeel van het appartement als geheel en geen onderdeel van de woonkamer. De woonkamer kon daarom niet als zelfstandig worden aangemerkt. Dat tijdens de coronacrisis over het algemeen thuisgewerkt werd, maakte niet dat de woonkamer daarmee ineens zelfstandigheid verkreeg, aldus het gerechtshof. Eindconclusie was dat de onderneemster geen recht had op aftrek van de huurkosten met betrekking tot de woonkamer.

Tip!  Wil je weten of de werkruimte in jouw woning kan worden bestempeld als zelfstandige werkruimte? Overleg daarover dan met een van onze adviseurs.

 

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft hierover informatie op de website geplaatst.

Aflossingsvrije hypotheek

Bij een aflossingsvrije hypotheek lost de geldlener (over het algemeen de eigenaar van de woning waarop de hypotheek gevestigd is) de hypotheek niet af. Hij betaalt dus alleen de rente.

Voordeel

Een voordeel is dat hierdoor de maandelijkse lasten minder groot zijn dan bij een niet-aflossingsvrije hypotheek. In de huidige woningmarkt is een woning dan eerder betaalbaar.

Risico’s

Een nadeel van een aflossingsvrije hypohteek is dat de hypothecaire schuld niet afneemt en dus bestaan. Dit brengt een risico met zich mee als de huizenprijzen dalen en de woning verkocht wordt. Het kan zijn dat er dan een restschuld bij de bank overblijft. Bovendien brengt dit het risico met zich mee dat er mogelijk geen nieuwe hypothecaire geldlening verstrekt wordt als de hypotheek afloopt. Dit kan zich voordoen als er op dat moment onvoldoende inkomen is om een nieuwe hypotheek af te sluiten.

Renteaftrek beperkt

Een ander belangrijk nadeel is dat de rente van aflossingsvrije hypotheken die vanaf 1 januari 2013 zijn afgesloten, niet fiscaal aftrekbaar is. Daardoor kunnen de lasten van een dergelijke hypotheek een stuk hoger zijn dan die van niet-aflossingsvrije hypotheken.

Let op!Aflossingsvrije hypotheken komen naar verwachting dan ook vooral voor bij hypotheken van vóór 2013.

Waarschuwing toezichthouders

Toezichthouders waarschuwen dat er in Nederland te veel aflossingsvrije hypotheken worden verstrekt. Men is bang dat bij dalende huizenprijzen de bezitters van een aflossingsvrije hypotheek met een hoge schuld blijven zitten. Daarom hebben de banken de opdracht gekregen minder aflossingsvrije hypotheken te verkopen en bij hypotheken uitgebreider aandacht te besteden aan de financiële draagkracht van de geldlener.

Wat verandert er?

Een drietal banken heeft inmiddels besloten dat klanten nog maar maximaal 30% van hun hypothecaire geldlening aflossingsvrij mogen lenen. Bij de meeste andere banken is dit maximaal 50%. Ook moeten woningbezitters er rekening mee houden dat de banken meer informatie vragen over hun financiële positie. Banken zijn hiertoe verplicht.

Gevolgen voor personen met aflossingsvrije hypotheek

Voor degenen die nu al een aflossingsvrije hypotheek bezitten, verandert er in eerste instantie niets. Deze hypotheken worden gewoon voortgezet onder de afgesproken voorwaarden. Bij het aflopen van de hypotheek of bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek (bijvoorbeeld bij een verhuizing), moet men er rekening mee houden dat wellicht een geringer deel van de hypotheek aflossingsvrije gefinancierd kan worden.

Tip! Maakt u zich nu al zorgen over uw aflossingsvrije hypotheek of toekomstige situatie, neem dan contact op met uw financiële adviseur of met uw bank.

PAS-melder

In deze casus was een melkveebedrijf een PAS-melder. In het verleden had dit melkveebedrijf gebruikgemaakt van de uitzondering die door het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (het PAS) werd geboden op de vergunningsplicht voor bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken.

WOZ-waarde lager?

De eigenaar van het melkveebedrijf vond dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld omdat hij een PAS-melder was. De verkoopbaarheid van zijn bedrijf stond namelijk al sinds 2019 onder grote druk ten opzichte van agrarische bedrijven die wel over de benodigde vergunningen beschikten.

Oordeel rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank Noord-Nederland vond, net als het melkveebedrijf, dat bij het bepalen van de WOZ-waarde rekening gehouden moest worden met het PAS-melderschap.

In 2019 oordeelde de Raad van State immers dat PAS-melders alsnog vergunningsplichtig waren. Na het vaststellen van een legalisatieprogramma door de Minister van LNV, had aanvankelijk in 2025 duidelijkheid voor PAS-melders moeten bestaan. Die termijn is echter inmiddels verlengd naar 2028. Dit heeft een waardeverminderend effect. En dit effect deed zich ook voor bij het melkveebedrijf, aldus de rechtbank.

Agrarische taxatiewijzer

De in de door de gemeenteambtenaar gebruikte agrarische taxatiewijzer zijn kengetallen opgenomen die gebaseerd zijn op agrarische objecten die wél over de benodigde vergunningen beschikken. Daarom is deze taxatiewijzer naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer toepasbaar voor de waardebepaling bij een PAS-melder.

Let op!De WOZ-waarde werd in deze casus door de rechter verlaagd van € 1.091.000 naar € 850.000. Deze verlaging betrof deze specifieke casus en kan daarom niet een op een getalsmatig worden doorgetrokken naar andere casussen.

De rechtbank gaf nog aan dat het feit dat er inmiddels aan oplossingen wordt gewerkt voor de PAS-melders en dat uitkoop ook een optie was, niet leidde tot een ander oordeel. Ook het gegeven dat het betreffende melkveebedrijf nog draaide en als kansrijk kon worden gezien, maakte niet dat er geen waardedruk was. Hetzelfde gold voor de vestiging van het bedrijf buiten een Natura 2000-gebied.