t
0344 647 000
|

Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf

Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht 

Bij de overdracht van een IB-onderneming moet je rekening houden met belastingclaims. Inkomstenbelasting is aan de orde als de overdrager bij de bedrijfsoverdracht fiscale winst realiseert. Dat is het geval als de onderneming wordt verkocht voor meer dan de fiscale boekwaarde. De overdrager realiseert dan stille reserves in vermogensbestanddelen en/of goodwill in de onderneming. Daarover betaalt de overdrager het progressieve belastingtarief in box 1. 

Let op! Bij bedrijfsoverdracht moet je ook rekening houden met de desinvesteringsbijtelling. Dat is een fiscale winstbijtelling waarmee investeringsaftrek uit de laatste vijf jaar deels wordt teruggedraaid, als in een kalenderjaar voor meer dan € 2.900 (bedrag 2026) wordt gedesinvesteerd. Er wordt per bedrijfsmiddel gekeken naar het percentage van de

Let op!Investeringsaftrek van destijds en dit wordt toegepast op de huidige overdrachtsprijs. Houd bij bedrijfsoverdracht ook rekening met het vrijvallen van de fiscale reserves. 

Wordt een onderneming verkocht met een onroerende zaak (bedrijfspand) op de balans? Dan moet de overnemer waarschijnlijk overdrachtsbelasting betalen. Bij verkoop van aandelen in een bv is dat niet altijd het geval. Daarnaast is er mogelijk, onder voorwaarden, een vrijstelling van toepassing. Die komt verderop aan bod. 

Schenkt de overdrager de onderneming of verkoopt hij de onderneming voor een te laag bedrag? Dan moet de overnemer schenkbelasting betalen. Er zijn vrijstellingen en betalingsregelingen, maar daarvoor gelden voorwaarden. Die worden hierna kort besproken. 

Tip! De overdrager van een persoonlijke onderneming kan belastingheffing over de stakingswinst, onder voorwaarden, (deels) uitstellen door een premie te betalen voor een zogenoemde stakingslijfrente of door premies te storten op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht. De lijfrentepremie komt dan in aftrek op de belaste winst. De overdrager betaalt pas belasting als de uitkering uit de lijfrente gaat vloeien. Ook kan de overdrager op deze manier de bestaande oudedagsreserve omzetten in een lijfrente. Opbouw van een oudedagsreserve is overigens vanaf 2023 al niet meer mogelijk. 

Is sprake van rechtstreekse overdracht van aandelen in een bv door een dga en is de verkoopprijs hoger dan de verkrijgingsprijs van de aandelen? Dan geniet de overdrager een boekwinst (ofwel: vervreemdingsvoordeel) en dus inkomen uit aanmerkelijk belang. Daarover moet hij in 2026 31% (tot € 68.843 en bij fiscale partners tot € 137.686 is dat 24,5%) belasting betalen in box 2. 

Tip! De directe inkomstenbelastingheffing in box 2 bij verkoop van de aandelen kun je voorkomen met een holdingstructuur. De holding verkoopt dan de aandelen in de werk-bv. De boekwinst die de holding-bv daarbij geniet door de verkoop van de werk-bv valt dan onder de deelnemingsvrijstelling. Zet deze structuur wel tijdig op. Zo kan de Belastingdienst bijvoorbeeld een probleem maken van een verkoop binnen drie jaar na opzetten van de holdingstructuur met gebruik van bepaalde faciliteiten. Hoewel er een tegenbewijsregeling is, is het altijd beter om een eventuele discussie met de Belastingdienst te voorkomen. 

Let op! Denk bij schenking van jouw bedrijf ook aan de mogelijke erfrechtelijke gevolgen. Door een schenking van jouw bedrijf kunnen jouww kinderen die het bedrijf niet voortzetten worden benadeeld in hun legitieme portie. Ga daarom ook na of er erfrechtelijke gevolgen zijn verbonden aan de bedrijfsopvolging en pas eventueel jouw testament hierop aan. 

Bedrijfsopvolging persoonlijke onderneming (inkomstenbelasting) 

Een beste manier om inkomstenbelasting te besparen bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming is er niet. Het hangt af van de omstandigheden. Kijkend naar het familiebedrijf zal vaak sprake zijn van een bekende die het bedrijf overneemt: de zoon of dochter of aangetrouwde familie. Om gebruik te kunnen maken van fiscale faciliteiten, moet het wel iemand zijn die al in het bedrijf meewerkt of al als ondernemer betrokken is. Er kan dan worden gekozen tussen afrekenen of doorschuiven. 

Afrekenen 

Afrekenen betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt, de stakingswinst opgeeft aan de Belastingdienst en daarover belasting betaalt. Hij mag in 2026 € 3.630 stakingsaftrek van deze stakingswinst aftrekken als deze € 3.630 of hoger bedraagt. De mkb-winstvrijstelling van in 2026 12,7% is ook in het stakingsjaar van toepassing. Houd er wel rekening mee dat deze aftrek in 2026 slechts plaatsvindt tegen ten hoogste het belastingtarief van 37,56%. Of de bedrijfsoverdrager daadwerkelijk inkomstenbelasting betaalt, hangt ook af van de omvang van zijn gewone jaarwinst, stakingswinst en eventueel de stakingslijfrentepremieaftrek. 

Let op! De regering is van plan om de startersaftrek in 2027 te verlagen en met ingang van 2028 volledig af te schaffen. 

Let op! Een staking op de eerste werkdag van een jaar wordt gezien als een staking in het voorgaande jaar, waardoor de stakingswinst opgeteld wordt bij de gewone jaarwinst van dat jaar. 

Tip! Controleer bij het staken van de onderneming of er misschien nog sprake is van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek (NGZA) uit het verleden. Een ondernemer kan namelijk niet meer zelfstandigenaftrek claimen dan er fiscale winst is. Het bedrag dat niet in aftrek komt, wordt gestald in de NGZA. 

Afrekenen vanwege onverrekende verliezen of stakingslijfrente 

In de inkomstenbelasting kan een verlies worden verrekend met de inkomsten van de drie voorafgaande jaren en de negen volgende kalenderjaren. Afrekenen in plaats van doorschuiven bij bedrijfsoverdracht kan fiscaal voordelig zijn als de bedrijfsoverdrager nog onverrekende verliezen heeft die hij kan verrekenen met de stakingswinst. Als de bedrijfsoverdrager de stakingswinst kan omzetten in een lijfrente, kan dat ook een reden zijn om te kiezen voor afrekenen. 

De bedrijfsoverdrager betaalt op het moment van de bedrijfsoverdracht dan geen (of veel minder) inkomstenbelasting over de stakingswinst, terwijl de bedrijfsopvolger kan afschrijven over de hogere werkelijke waarde van de onderneming in plaats van over de overgenomen fiscale boekwaarde. Ook heeft de bedrijfsopvolger dan investeringsaftrek en mag hij – als hij starter is – willekeurig afschrijven. 

Tip! Verkoopt de overdrager zijn persoonlijke onderneming aan een natuurlijke persoon en blijft die de koopsom schuldig? Dan kan de overdrager, onder voorwaarden, schriftelijk verzoeken om maximaal tien jaar renteloos uitstel van betaling van de inkomstenbelastingclaim over de stakingswinst zover die betrekking heeft op de overdracht van vermogensbestanddelen. Hij moet dan wel de inkomstenbelasting in gelijke jaarlijkse delen aan de Belastingdienst betalen. Om het uitstel van betaling moet worden verzocht en er moet zekerheid worden gesteld. 

Doorschuiven 

Doorschuiven betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt en dat de bedrijfsopvolger de inkomstenbelastingclaim van de bedrijfsoverdrager overneemt. De waarde van het bedrijf wordt op hetzelfde bedrag bepaald als bij de variant van afrekenen, maar de (contante waarde van de) overgedragen inkomstenbelastingclaim komt er nog op in mindering. Deze variant heet doorschuiven, omdat de bedrijfsopvolger in deze variant voor de onderneming in zijn fiscale winstaangifte de fiscale boekwaarde van de overgenomen onderneming hanteert. 

Tip! Heb je iemand op het oog aan wie je de zaak fiscaal wil doorschuiven? Dat kan alleen als die persoon al 36 maanden medeondernemer of werknemer is. Laat jou bedrijfsopvolger daarom als medeondernemer of werknemer ten minste 36 maanden voorafgaand aan de overdracht meedraaien in het bedrijf. 

Let op! In sommige situaties, zoals bij langdurige ziekte van de overdrager, wordt de termijn van 36 maanden verkort. 

De bedrijfsopvolger neemt de fiscale boekwaarde over en gaat na het doorschuiven afschrijven zoals de overdrager dat deed. Hij geniet dus geen afschrijvingsvoordeel. Zijn fiscale winst ten opzichte van de variant ‘afrekenen’ zal dus hoger zijn. Hij heeft geen recht op willekeurige afschrijving en als hij binnen drie jaar staakt, heeft hij geen recht op stakingsaftrek. 

Let op! Bij doorschuiving heeft de inkomstenbelastingclaim dus grote invloed op de overnamesom. De waardering van de inkomstenbelastingclaim hangt echter af van vele variabelen, zoals looptijd en rentepercentage, waarover bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer verschillend kunnen denken. 

Doorschuiving moet daarom ‘passen’ bij de personen van de bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer. Of je nou kiest voor afrekenen of doorschuiven, er zijn veel voorwaarden aan verbonden waar je rekening mee moet houden. Voor een afgewogen beslissing overleg je met een van onze adviseurs. 

Firma als opvolgingsinstrument van persoonlijke onderneming 

Als je jou persoonlijke onderneming liever niet in één keer overdraagt, maar de bedrijfsopvolging wilt blijven begeleiden of zelfs betrokken wilt blijven, dan kun je dat doen met een firma (vof) of cv. Bij de laatste variant kun je beherend vennoot blijven (‘op de bok’) of op de achtergrond als commanditair vennoot (‘geldschieter’). 

Jouw bedrijfsopvolger wordt vennoot in de firma en u spreekt een winstverdeling af die past bij ieders vermogensinbreng. Daarnaast kun je samen een arbeidsbeloning vóór winstverdeling afspreken op grond van de arbeidsinbreng. Vervolgens kun je jouw aandeel in de firma overdragen aan jouw bedrijfsopvolger, in één keer of in fasen. 

Tip! Heb je een onderneming met veel vermogen, maar relatief weinig liquiditeit? Dan kan de firma voor jou een oplossing zijn als opvolgingsinstrument. Je blijft dan in de firma (ofwel cv) zitten als geldschieter. Uw bedrijfsopvolger kan de bedrijfsopvolging dan gemakkelijker financieren. Hij kan zijn winst opsparen om later de commandiet uit te kopen. Let ook op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. 

Samenwerkingsovereenkomst 

Zorg ervoor dat je de afspraken over bedrijfsopvolging vastlegt in een samenwerkingsovereenkomst. Met afspraken over de toedeling van het vermogen regelt u dat de onderneming bij verbreking van de samenwerking kan worden voortgezet door de bedrijfsopvolger. Deze afspraken worden wel voortzettings-, verblijvens-, toescheidings- of overnemingsbedingen genoemd. Kern van deze bedingen is dat in de samenwerkingsovereenkomst afspraken worden gemaakt over de voortzetting van de onderneming en het ondernemingsgebonden vermogen bij uittreden van een van de firmanten. 

Ook leg je vast wat het ingebrachte vermogen van een ieder is. Als je bijvoorbeeld wil dat het bedrijfspand niet overgaat, kun je dit niet inbrengen en tot je buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen rekenen. De stille reserves in het pand blijven aan je voorbehouden en gaat het bedrijfspand verhuren aan de vof. 

Bedrijfsopvolging bv (inkomstenbelasting) 

Heb je een onderneming in de vorm van één enkele bv, realiseer je zich dan dat bij overdracht van de aandelen een vervreemdingsvoordeel ontstaat. Dat is het verschil tussen de verkrijgingsprijs van uw aandelen en de verkoopprijs of waarde bij overdracht van de aandelen. U betaalt over dat verschil in 2026 31% (tot € 68.843  en bij fiscale partners tot € 137.686 is dat 24,5%) inkomstenbelasting in box 2. 

Ook als je de aandelen schenkt of voor een lagere dan zakelijke prijs verkoopt, wordt de vervreemdingswinst berekend over de volle waarde van de aandelen. In zo’n geval kan, als en voor zover binnen de bv sprake is van ondernemingsvermogen, onder voorwaarden en op verzoek een doorschuiving van de inkomstenbelasting claim plaatsvinden. De schenker rekent dan niet af en de verkrijger neemt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs over. Dit wordt ook wel de doorschuifregeling of DSR genoemd. De doorschuifregeling voor de inkomstenbelastingclaim van aandelen (ook wel DSR ab) mag alleen toegepast worden op ondernemingsvermogen en niet op beleggingsvermogen. 

Een van de voorwaarden voor de DSR ab die in 2024 nog gold, was dat de verkrijger gedurende minimaal 36 maanden voorafgaand aan de overdracht van de aandelen in dienstbetrekking was van de bv. Deze voorwaarde, ook wel de dienstbetrekkingseis genoemd, is met ingang van 1 januari 2025 te vervallen. In plaats daarvan geldt vanaf 2025 de voorwaarde dat de verkrijger op het moment van schenken minimaal 21 jaar oud moet zijn. 

Tip! Als de doorschuifregeling van toepassing is geldt meestal ook de bedrijfsopvolgingsregeling ofwel BOR, een vrijstelling voor de schenkbelasting. 

Tip! Als jouw bedrijfsopvolger de koopsom schuldig blijft, heb je onder voorwaarden recht op een renteloze betalingsregeling van maximaal tien jaar voor de inkomstenbelastingclaim. Voorwaarde is onder andere dat de bezittingen van de bv voor minder dan 30% uit beleggingen bestaan. De bedrijfsoverdrager moet om uitstel van betaling verzoeken en zekerheid stellen. 

Let op! Schenk je aandelen, dan kun je niet verzoeken om een betalingsregeling voor de inkomstenbelastingclaim. 

Holdingstructuur 

Om belastingheffing over het vervreemdingsvoordeel bij overdracht te voorkomen, kiezen de meeste ondernemers niet voor één bv maar voor een holdingstructuur. Heb je namelijk een holding die de aandelen van de werk-bv houdt, dan hoeft de holding over de overdrachtswinst op de aandelen van de werk-bv niet af te rekenen. Dat komt door de deelnemingsvrijstelling. De ontvangen verkoopprijs van de aandelen kan de holding ter belegging blijven aanhouden. Pas bij uitkering door de holding aan jou als aandeelhouder moet je over het dividend inkomstenbelasting betalen. In 2026 is dat tot € 68.843 en bij fiscale partners tot € 137.686  24,5% inkomstenbelasting in box 2. Voor zover het dividend hoger is, is dat 31% inkomstenbelasting in box 2. 

Bedrijfsopvolging met onroerende zaken – overdrachtsbelasting 

Gaan er bij de bedrijfsoverdracht van uw persoonlijke onderneming of van jouww onderneming in de bv in de vorm van de overdracht van de activa en passiva één of meer onroerende zaken over, let dan op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. De bedrijfsopvolger die de onroerende zaken overneemt, moet 10,4% (8% bij een woning) overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de overgenomen onroerende zaken. Er zijn bij bedrijfsoverdracht echter enkele vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting. 

Vrijstellingen overdrachtsbelasting 

Bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming in de familiesfeer geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Dat is het geval bij bedrijfsoverdracht aan kinderen, kleinkinderen, broers, zusters of echtgenoten van deze personen. Het moet gaan om de overdracht (en voortzetting) van de gehele onderneming, al dan niet in fasen. De onroerende zaak moet dienstbaar zijn aan de onderneming. 

Gaat de bedrijfsoverdrager een samenwerkingsverband aan met zijn bedrijfsopvolger, dan geldt onder voorwaarden een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de inbreng van de onderneming met onroerende zaken in het samenwerkingsverband. Bij de verdeling van het vermogen van een samenwerkingsverband geldt een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de toedeling van de onroerende zaak aan de oorspronkelijke inbrengers, als de onroerende zaak vrijgesteld van overdrachtsbelasting was ingebracht. 

Let op! Heb je één of meer onroerende zaken op de ondernemingsbalans staan? Let dan bij de bedrijfsopvolging op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. Bij een bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer kan overdrachtsbelasting vaak worden voorkomen. Namelijk door het gebruikmaken van een vrijstelling of door de onroerende zaken niet in te brengen dan wel over te dragen. 

Tip! Regel de bedrijfsopvolging ook in jouw testament. Door aan jouw bedrijfsopvolger via een legaat jouw onderneming na te laten bij jouw overlijden, ontvangt jouw bedrijfsopvolger de onderneming als ‘erfrechtelijke verkrijging’. Zo’n erfrechtelijke verkrijging wordt niet belast met overdrachtsbelasting. Dat geldt ook als je bij zo’n testamentaire regeling bepaalt dat jouw bedrijfsopvolger een bedrag moet betalen aan de boedel dat ten gunste komt van de erfgenamen. 

 

Onroerendezaakrechtspersoon 

Overdrachtsbelasting kan ook aan de orde zijn bij de overdracht van aandelen in een bv die een zogenaamde onroerendezaakrechtspersoon is. Van een onroerendezaakrechtspersoon is kort omschreven sprake als de bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken, voor minimaal 30% uit Nederlandse onroerende zaken en de onroerende zaken moeten voor 70% of meer dienstbaar zijn aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van onroerende zaken. Kort gezegd moet de verkrijger van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de onroerende zaken, als hij ten minste een derde aandelenbelang heeft vóór of na de verkrijging van de aandelen. 

Bedrijfsopvolgingsregeling schenk- en erfbelasting 

De bedrijfsopvolgingsregeling, ook wel BOR- in de Successiewet is van toepassing bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (zoals een eenmanszaak, firma- of cv-aandeel) én bij aanmerkelijkbelangaandelen in een actieve bv. Om hiervan gebruik te maken, moet je bij de Belastingdienst een verzoek indienen. Dat doe je in de aangifte schenkbelasting, die je indient binnen twee maanden na het jaar waarin je de onderneming of aandelen overgedragen hebt gekregen. 

Tip! De BOR geldt, onder voorwaarden, ook bij erven van een persoonlijke onderneming en aanmerkelijkbelangaandelen in een bv. 

Let op! De BOR is vanaf 2025 bij schenken alleen nog van toepassing als de verkrijger op het moment van schenken minimaal 21 jaar oud is. Deze eis gold in 2024 nog niet. 

Let op! Vanaf 2026 gelden antimisbruikbepalingen die voorkomen dat meerdere keren gebruik wordt gemaakt van de BOR. 

 

Om in aanmerking te komen voor de doorschuifregeling bij schenken en erven van aandelen (DSR ab) en de BOR bij schenken en erven van aandelen moet de schenker of erflater een aanmerkelijk belang hebben in de bv (kort omschreven: ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal).  

Vrijstelling 

De BOR-vrijstelling wordt toegepast op de goingconcernwaarde. Als de liquidatiewaarde hoger is dan de goingconcernwaarde, dan is het verschil tussen de liquidatiewaarde en de goingconcernwaarde volledig vrijgesteld. Dat geldt bijvoorbeeld voor kapitaalintensieve bedrijven met een relatief laag rendement. De goingconcernwaarde is in 2026 100% vrijgesteld tot een bedrag van € 1.543.500 , daarboven geldt een vrijstelling van 75%. 

Betalingsregeling 

Is de goingconcernwaarde hoger dan de vrijstelling, dan kan de verkrijger kiezen voor tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de schenkbelasting over de belaste waarde. 

Bezitseis en voortzettingseis 

De schenker moet de onderneming op het moment van de schenking ten minste vijf jaar zelf hebben gedreven (bezitseis). Bij schenking van aandelen moeten deze vijf jaar tot het aanmerkelijk belang van de schenker hebben behoord.  

De voortzetter moet de onderneming een aantal jaren voortzetten. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedraagt deze termijn ten minste vijf jaar. Bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 geldt een kortere voortzettingstermijn van ten minste drie jaar. Voldoet de voortzetter niet aan de voortzettingseis, dan moet hij alsnog schenkbelasting betalen over de verkregen onderneming. 

Let op! Bij erven van een onderneming geldt een bezitstermijn van een jaar voor het moment van overlijden 

Tip! Vanaf 2026 is het eenvoudiger om van structuur of rechtsvorm te wijzigen zonder dat strijd ontstaat met de voortzettingseis of de bezitseis. Onder voorwaarden zijn onder meer de ruisende omzetting in of terugkeer uit de bv en diverse ruisende fusies en splitsingen niet meer in strijd met de bezitseis of voorzettingseis. 

Let op! Zogenaamde rollatorinvesteringen worden vanaf 2026 ontmoedigd. Bij een rollatorinvestering koopt iemand op leeftijd een onderneming met als doel om erfbelasting bij overlijden of schenkbelasting bij schenken te besparen. Vanaf 1 januari 2026 w geldt een langere bezitstermijn voor iedereen die op het moment van overlijden meer dan twee jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd of die op het moment van schenken meer dan zes jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. 

 

Ondernemingsvermogen 

De vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting geldt alleen voor het ondernemingsvermogen. Bij een persoonlijke onderneming is dat het vermogen van de onderneming zoals dat op de balans mag staan. Het gaat hierbij om zogenaamd verplicht ondernemingsvermogen of vermogen waarbij je mag kiezen om dit op uw balans te zetten of dit als privé te etiketteren. Vermogen waarbij je die keuze niet hebt, zoals duurzaam beleggingsvermogen, telt niet mee. Dit vermogen mag je namelijk niet op de ondernemingsbalans zetten maar moet je als privé etiketteren. 

Let op! Als vermogen naar keuze als ondernemingsvermogen (op de balans dus) of als privévermogen mag worden geëtiketteerd, dan vormt vanaf 2025 niet altijd meer het gehele vermogensbestanddeel ondernemingsvermogen. Met ingang van 1 januari 2025 geldt dit voor vermogensbestanddelen met een waarde in het economische verkeer van € 100.000 of meer. Als vanaf 2025 namelijk vermogensbestanddelen met een waarde in het economische verkeer van € 100.000 of meer, voor meer dan 10% bestemd zijn voor niet-zakelijke doeleinden, moet er een splitsing plaatsvinden in ondernemingsvermogen (het zakelijke deel) en niet-ondernemingsvermogen (het niet-zakelijke deel). 

 

Ook bij bv’s is de vrijstelling beperkt tot het ‘echte’ ondernemingsvermogen in de bv. Wat echt ondernemingsvermogen is wordt bepaald alsof het vermogen van een persoonlijke onderneming is. Zoals hiervoor beschreven is dus. In de bv mocht je tot en met 2024 het beleggingsvermogen voor een waarde van 5% tot het ondernemingsvermogen rekenen. Dit werd de doelmatigheidsmarge genoemd. Deze doelmatigheidsmarge is met ingang van 2025 vervallen voor de BOR. Je kunt dus niet meer 5% van het beleggingsvermogen tot het ondernemingsvermogen rekenen.  

Let op! Voor de doorschuifregeling bij schenken en erven van aandelen (DSR ab) vervalt de doelmatigheidsmarge op een later moment pas, naar verwachting niet eerder dan per 1 januari 2028. 

Tip! Zorg dat zo veel mogelijk liquide middelen tot het werkkapitaal en/of investeringskapitaal van de onderneming behoren en niet kunnen worden aangemerkt als duurzaam beleggingsvermogen. Deze worden dan meegenomen in de BOR. 

 

Bij een holdingstructuur kan het ondernemingsvermogen geconsolideerd worden beoordeeld. Dat houdt in dat het ondernemingsvermogen van de werk-bv aan de holding kan worden toegerekend, waardoor de vrijstelling toch van toepassing is bij schenking van de aandelen van de holding. De uiteindelijke aandeelhouder moet dan wel een indirect aanmerkelijk belang (ten minste 5%) in de werk-bv hebben. 

Verhuurd vastgoed is meestal beleggingsvermogen 

Zoals aangegeven, geldt de vrijstelling van de BOR en de DSR ab alleen voor ondernemingsvermogen. Verhuurd vastgoed leidde in de praktijk altijd tot een discussie met de Belastingdienst of dit ondernemingsvermogen was of beleggingsvermogen. Aan deze discussie is per 1 januari 2024 een einde gekomen. Vastgoed dat aan derden wordt verhuurd of ter beschikking gesteld, valt met ingang van 1 januari 2024 niet meer onder de BOR en de DSR ab, omdat het in de wet is aangewezen als beleggingsvermogen. 

Tip! Onroerende zaken die gebruikt worden voor de eigen bedrijfsuitoefening zijn uitgezonderd en vormen wel ondernemingsvermogen. Verder blijven onroerende zaken die kortdurend verhuurd/ter beschikking gesteld worden ook ondernemingsvermogen. Denk hierbij aan de verhuur van een hotelkamer of tennis- en bowlingbanen. 

 

Terbeschikkingstellingsregeling (TBS) 

Ook op het ter beschikking gestelde vermogen kan de vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing zijn. Verhuur je bijvoorbeeld als directeur-grootaandeelhouder een pand aan uw bv en schenk je het pand en de aandelen aan uw opvolger, dan is op het pand en de aandelen deze vrijstelling van toepassing. Let wel, dat de BOR hierop alleen van toepassing is als het ter beschikking gestelde pand dienstbaar is aan de onderneming van de bv. 

Let op! Het schenken wordt minder aantrekkelijk doordat er wel een afrekening plaatsvindt in de inkomstenbelasting. Bij de schenking is het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer van het pand minus de boekwaarde belast met progressieve inkomstenbelasting. Er geldt hier geen doorschuifregeling. Wel kan op verzoek de belasting in maximaal tien jaar worden voldaan. 

 

Tot slot 

Start tijdig met de fiscale voorbereiding van de bedrijfsoverdracht. Reken zeker op een voorbereidingsperiode van zo’n vijf tot zeven jaar. Neem voor het overwegen van de beste opties contact met ons op. 

Disclaimer 
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen. 

 

Fasen van bedrijfsoverdracht 

Wil je jouw bedrijf in de toekomst overdragen, houd dan rekening met de volgende acht fasen van het verkoopproces. 

Fase 1: Wensen in kaart brengen 

Waarom wil je jouw bedrijf verkopen, aan wie wil je het bedrijf verkopen en wat wil je gaan doen na de verkoop? Het is belangrijk dat je eerst voor jezelf in kaart brengt wat je persoonlijke en financiële wensen zijn. Dit kan je helpen in het latere verkoopproces. 

Fase 2: De voorbereiding 

In deze fase vindt een analyse van jouw bedrijf plaats. Er wordt gekeken naar de markt waarin de onderneming opereert, de financiële situatie, de kwaliteit van het management en de organisatie van het bedrijf. Deze bevindingen worden vastgelegd in een informatiememorandum. Serieus geïnteresseerde kandidaten kunnen dit memorandum in een latere fase ter inzage krijgen. 

Fase 3: Verkoopklaar maken 

Een bedrijf dat te koop wordt aangeboden, moet in goede conditie verkeren. Het is noodzakelijk dat je solide jaarrekeningen van ongeveer vijf achtereenvolgende jaren kunt overleggen. De jaarrekening moet een juist beeld geven van de winstgevendheid van het bedrijf, maar ook een schone balans is van groot belang. 

Wellicht staan er op de balans bepaalde activa die je ook privé gebruikt. Je zult in dat geval moeten nagaan of je die in privé wilt overnemen. Hiervoor moet dan een reële prijs worden berekend. Dit kan resulteren in boekwinst of boekverlies. Privéschulden aan de bv kunnen maar beter worden afgelost. Daarnaast moet ook de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen overeenkomen met wat in de branche gebruikelijk is. 

Verder is het zaak de juridische en fiscale structuur van de onderneming zo sterk mogelijk te maken. Het kan bijvoorbeeld zinnig zijn om onroerend goed in een aparte vennootschap onder te brengen of een holdingstructuur met één of meer werkmaatschappijen te creëren. Het wijzigen van de structuur van je bedrijf kan soms grote fiscale voordelen opleveren. Tijd speelt daarbij een belangrijke rol, want soms gelden wettelijke termijnen van een aantal jaren en vaak is ook terugwerkende kracht maar beperkt mogelijk. 

Fase 4: Waardebepaling 

Al vrij vroeg in het hele overdrachtsproces wordt de waarde van je bedrijf bepaald. Hiervoor bestaan verschillende methoden. Van liquidatiewaarde tot de discountcashflowmethode en van intrinsieke waarde tot de goodwillmethode. Welke methode ook wordt gebruikt, de exacte waarde van een onderneming vaststellen is een utopie; het gaat altijd om een bandbreedte. Behalve cijfers spelen namelijk ook subjectieve waarderingen, zoals marktprognoses en groeimogelijkheden, een belangrijke rol. Eén ding is zeker: de waarde ligt altijd in de toekomstige opbrengsten en nooit in de resultaten die in het verleden zijn behaald. Houd dit ook in je achterhoofd als resultaten bijvoorbeeld door de coronacrisis zijn beïnvloed. 

Fase 5: Prijsbepaling 

Is je bedrijf helemaal verkoopklaar en is de waarde bepaald, dan is het tijd om de verkoopprijs vast te stellen. Stel daarbij de volgende vragen: 

  • Wat wil ik minimaal voor mijn bedrijf krijgen? 
  • Wat kan ik maximaal voor mijn bedrijf krijgen? 
  • Wat is een reële verkoopprijs? 

Door vooraf goed zicht te hebben op de verkoopprijs, verstevig je de onderhandelingspositie met een mogelijke koper. 

Let op! Ben je van plan je bedrijf binnen de familie over te dragen, dan ben je wellicht geneigd genoegen te nemen met een lagere verkoopprijs. Echter, als je je bedrijf overdraagt tegen een niet-marktconforme prijs kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat er sprake is van een schenking en is er in beginsel schenkbelasting verschuldigd. 

Fase 6: Geschikte koper zoeken 

In deze fase ga je op zoek naar een mogelijke koper. Dat kan een onbekende zijn, maar ook een zoon of dochter, een werknemer binnen je bedrijf of iemand uit je zakelijke netwerk.  

Heb je nog geen geschikte kandidaat, dan kun je met je bedrijf de markt opgaan. Je kunt hiervoor ook een derde inschakelen. 

Op internet zijn verschillende zoekmogelijkheden aanwezig. Alvorens je de markt opgaat, is het belangrijk dat je een korte profielschets van je bedrijf maakt om interesse van potentiële kopers te wekken. 

Fase 7: Onderhandelingsfase 

Heb je eenmaal een potentiële koper gevonden, dan start de onderhandelingsfase. Het is belangrijk om alle handelingen schriftelijk vast te leggen. Zodra duidelijk is dat een potentiële koper echt geïnteresseerd is, wordt het tijd om belangrijke informatie uit te wisselen. 

Door het opstellen van een vertrouwelijkheidsovereenkomst voorkom je dat onzorgvuldig met deze informatie wordt omgesprongen. Als beide partijen vertrouwen hebben in de uitkomst van de onderhandelingen, is het gebruikelijk om elkaars intenties op papier vast te leggen met een intentieovereenkomst (‘letter of intent’). 

Na de intentieovereenkomst zal de potentiële koper de informatie die je als verkoper hebt verstrekt, willen toetsen. Daarvoor dient het due diligence-onderzoek. In de meeste gevallen is dit een zo breed mogelijk onderzoek naar het bedrijf. Alle juridische, fiscale, financiële en bedrijfseconomische aspecten komen aan bod. 

Zodra beide partijen in de onderhandelingsfase op hoofdpunten een akkoord hebben bereikt, kan een voorovereenkomst worden gesloten. 

Fase 8: Verkoop 

Als de onderhandelingsfase is afgerond, kan de definitieve koopovereenkomst worden gesloten. Als je de aandelen in een bv verkoopt, is nog een gang naar de notaris nodig. Daar worden de aandelen officieel overgedragen. Nadat je de koopsom hebt ontvangen, is je bedrijf definitief verkocht. 

Alhoewel de overdracht nu is afgerond, wil dat nog niet zeggen dat je alle banden met je onderneming hebt doorgesneden. Misschien blijf je nog actief betrokken bij de onderneming. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat je afspraken hebt gemaakt over de koopsom, waarbij de uiteindelijke hoogte mede wordt bepaald door de toekomstige resultaten van de onderneming. 

Fiscale gevolgen 

Bij een bedrijfsoverdracht krijg je altijd te maken met de Belastingdienst. Daarbij maakt het verschil of het gaat om bijvoorbeeld de overdracht van een eenmanszaak of van een bv. Vaak zal er moeten worden afgerekend, maar dat hoeft niet altijd. Er is namelijk een aantal ‘verzachtende’ regelingen. De belangrijkste zetten wij voor je op een rij: 

  • De inkomstenbelasting kent onder andere een doorschuiffaciliteit bij de overdracht van een eenmanszaak of een aandeel in een vennootschap onder firma. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, hoeft niet te worden afgerekend met de Belastingdienst en gaan de fiscale claims over op de koper.
  • Om van deze faciliteit gebruik te kunnen maken, is een van de voorwaarden dat de overdracht in beginsel moet plaatsvinden aan een medeondernemer die ten minste 36 maanden als ondernemer winst uit jouw onderneming heeft gehad of ten minste 36 maanden als werknemer in jouw onderneming werkzaam was. Wil je van deze faciliteit gebruikmaken, houd hier dan tijdig rekening mee.
  • De doorschuiffaciliteit hoeft niet altijd voordeliger te zijn, dus is het voor jou en voor de koper van belang vooraf de voordeligste optie te laten berekenen.
  • De inbreng van een onderneming in een bv tegen uitreiking van aandelen kan geruisloos plaatsvinden.
  • Voor de aanmerkelijkbelanghouder is er een doorschuiffaciliteit, bijvoorbeeld bij een aandelenfusie of juridische splitsing.
  • Ook de vennootschapsbelasting kent een aantal doorschuiffaciliteiten, zoals de bedrijfsfusiefaciliteit.
  • Er is een doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen. Ook bij vererving van aanmerkelijkbelangaandelen is er een doorschuiffaciliteit.
  • De Successiewet kent de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Een verkrijging van ondernemingsvermogen of aandelen in een bv is voor 100% voorwaardelijk vrijgesteld van erf- of schenkbelasting als de waarde van de objectieve onderneming niet groter is dan € 1.543.500 (2026). Is de onderneming meer waard, dan geldt een voorwaardelijke vrijstelling van 75% over het meerdere. 

Wijziging doorschuiffaciliteit (DSR) en bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) 

Het kabinet heeft de doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet in de afgelopen jaren op een aantal punten herzien.. Omdat dit alles veelomvattend is, adviseren wij je de Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf te raadplegen. Hier wordt uitgebreid ingegaan op de BOR en de DSR. 

Tot slot 

De koop en verkoop van een bedrijf is een uitermate complexe aangelegenheid. Daarbij spelen bedrijfseconomische, juridische, fiscale, financiële en sociale aspecten een grote rol. Neem voor advies op maat contact met ons op. 

Disclaimer 
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk. 

In deze advieswijzer wordt op hoofdlijnen nader ingegaan op btw-verplichtingen waarmee je te maken kunt krijgen als je zaken doet met het buitenland.

Waar en door wie is btw verschuldigd?

Om te bepalen waar – in Nederland of in het buitenland – btw verschuldigd is, is het essentieel om eerst vast te stellen in welk land de prestatie voor de btw plaatsvindt. Is dit in Nederland, dan heb je te maken met Nederlandse btw-verplichtingen. Is dit in het buitenland, dan heb je te maken met btw-verplichtingen in het buitenland.

 

Let op! De plaats waar je bent op het moment dat je een prestatie verricht, is lang niet altijd de plaats waar de prestatie voor de btw plaatsvindt. Maak daarom niet de vergissing om automatisch aan te nemen dat bijvoorbeeld een dienst die je in Nederland verricht, ook daadwerkelijk in Nederland belast is met btw.

 

De btw-regels om vast te stellen waar de prestatie plaatsvindt, zijn niet eenvoudig. Van belang is om in ieder geval onderscheid te maken tussen de levering van goederen en het verrichten van diensten. Voor beide categorieën gelden namelijk andere regels.

 

Bepalen de btw-regels dat je prestatie voor de btw in het buitenland plaatsvindt, dan hoef je lang niet altijd in het buitenland ook daadwerkelijk btw te betalen. Als je afnemer een btw-ondernemer is, kun je in veel gevallen binnen de EU een zogenoemde verleggingsregeling toepassen. Je kunt dan verschuldigde buitenlandse btw verleggen naar je afnemer. Je afnemer moet dan zorgdragen voor de afdracht van de buitenlandse btw.

 

Levering van goederen

Levering van goederen aan een ondernemer in de EU

Bij levering van goederen aan een ondernemer in de EU zal over het algemeen sprake zijn van een intracommunautaire levering (ICL) tegen het 0% btw-tarief. Voorwaarde is dat de goederen vanuit Nederland naar een andere EU-lidstaat worden vervoerd en dat je over het btw-identificatienummer beschikt van de in die EU-lidstaat gevestigde ondernemer. Hierbij is belangrijk dat je met documentatie kunt aantonen dat de goederen zijn vervoerd vanuit Nederland naar een andere EU-lidstaat.

 

Tip! Je kunt het btw-identificatienummer van je afnemer checken op een website van de EU

 

Je berekent 0% btw, maar geeft deze ICL wel aan (tegen 0% btw) in je btw-aangifte en in je opgaaf intracommunautaire prestaties. Je buitenlandse afnemer verricht in de andere EU-lidstaat een intracommunautaire verwerving (ICV) en draagt daar de btw af tegen het daar geldende btw-tarief (maar kan deze btw over het algemeen in zijn btw-aangifte ook weer in aftrek brengen).

Voorbeeld
Je levert goederen aan een ondernemer in Frankrijk met een Frans btw-identificatienummer. De goederen worden in verband met de levering vanuit Nederland naar Frankrijk vervoerd. Deze levering betreft een ICL. Voor de btw vindt de levering plaats in Nederland tegen het 0% btw-tarief. Je Franse afnemer verricht in Frankrijk een ICV. Hij draagt de btw hierover in Frankrijk af tegen het daar geldende btw-tarief.

Levering van goederen aan particulieren in de EU

Voor de levering van goederen aan consumenten en ondernemers die niet btw-plichtig zijn (hierna: consumenten) en die in andere EU-lidstaten wonen, gelden ander btw-regels. Dit zijn de zogenoemde afstandsverkopen. Volgens de hoofdregel zijn de afstandsverkopen binnen de EU belast in de EU-lidstaat waar de consument woont.

 

Let op! Voor 1 juli 2021 golden andere regels voor afstandsverkopen.

 

Uniform drempelbedrag

Op de hiervoor vermelde hoofdregel geldt een uitzondering als de totale omzet van de afstandsverkopen plus de omzet van eventuele digitale diensten op jaarbasis niet hoger is dan het drempelbedrag van € 10.000. Blijft de ondernemer onder dit drempelbedrag en is die ondernemer alleen in Nederland gevestigd, dan berekent hij het Nederlandse btw-tarief en doet hij in Nederland btw-aangifte. Het transport van de afstandsverkopen moet dan wel in Nederland beginnen. Dit is gebaseerd op de Vereenvoudigde regeling voor kleine ondernemers. Deze vereenvoudiging geldt voor afstandsverkopen en/of digitale diensten aan consumenten in de EU buiten Nederland.  

 

Let op! Zowel de omzet van de afstandsverkopen als de omzet van digitale diensten telt mee voor de drempel van € 10.000. Als deze drempel in enig jaar wordt overschreden, moet direct worden gestart met de berekening van buitenlandse btw voor de afstandsverkopen, alsmede voor de digitale diensten, en mag de drempel van € 10.000 niet langer worden gebruikt, ook niet in het volgende kalenderjaar.

 

Het drempelbedrag van € 10.000 geldt niet per EU-lidstaat, maar voor alle EU-lidstaten tezamen. Alleen als het totaal van alle afstandsverkopen aan consumenten in alle andere lidstaten en digitale diensten niet meer dan € 10.000 bedraagt, is de uitzondering van toepassing.

Keuze om drempelbedrag niet toe te passen

Het is ondernemers toegestaan om voor afstandsverkopen en/of digitale diensten te kiezen voor btw-heffing in het buitenland en dus geen gebruik te maken van het drempelbedrag van € 10.000. Deze keuze moet de ondernemer op tijd melden bij de Belastingdienst. De keuze gaat namelijk pas in op de eerste dag van het op de melding volgende kalenderkwartaal. Wil de ondernemer de keuze in laten gaan met ingang van de datum van de eerste digitale dienst of afstandsverkoop, dan moet de melding uiterlijk de 10e van de daaropvolgende maand bij de Belastingdienst binnen zijn. Keuze voor btw-heffing in het buitenland kan voordelig zijn als het btw-tarief in de EU-lidstaat waar de consument woont lager is dan in Nederland en met de klant een prijs inclusief btw is afgesproken. Ook kan via de buitenlandse btw-aangifte de buitenlandse voorbelasting van dat land worden teruggevraagd. Uiteraard brengt het wel extra administratieve lasten met zich mee.

 

Let op! Voorgaande btw-regels gelden alleen als de goederen worden verzonden of vervoerd door de leverancier of door indirecte tussenkomst van de leverancier of voor rekening komen van de leverancier. Is jouw situatie anders, dan kunnen andere btw-regels gelden. Neem bij twijfel over je specifieke situatie contact met ons op.

 

Eénloketsysteem

Komen de afstandsverkopen boven het drempelbedrag uit of is vrijwillig gekozen om het drempelbedrag niet toe te passen, dan berekent de ondernemer de btw van de EU-lidstaat waar de goederen heengaan. De ondernemer moet in die EU-lidstaat de btw afdragen en btw-aangifte doen. Hij kan ook kiezen voor een eenvoudig éénloketsysteem, ook wel OSS (One Stop Shop) genoemd.

In dit éénloketsysteem kan de ondernemer de in andere EU-lidstaten verschuldigde btw aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Hij moet zijn bedrijf dan aanmelden voor de ‘Unieregeling’ binnen het éénloketsysteem van de Belastingdienst. Zij zorgen dan dat de verschuldigde btw aan de diverse EU-lidstaten wordt doorbetaald. Aanmelding kan via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

 

Tip! Bij toepassing van de Unieregeling gelden voor facturering de Nederlandse btw-regels. Dit betekent dat je voor de afstandsverkopen niet verplicht bent om een factuur uit te reiken.

 

Via het éénloketsysteem kan geen voorbelasting worden teruggevraagd. Als er buitenlandse btw in rekening is gebracht, moet die worden teruggevraagd via een teruggaafverzoek buitenlandse btw. Het rechtstreeks terugvragen van buitenlandse btw kan wel als je ervoor kiest om in het buitenland btw-aangifte te doen.

Ook niet-EU-ondernemers kunnen zich aanmelden voor het éénloketsysteem. Hiervoor is een tussenpersoon verplicht. Die moet gevestigd zijn in de EU-lidstaat waar de niet-EU-ondernemer zich wil aanmelden.

Levering van goederen aan een ondernemer of een particulier buiten de EU

Bij levering van goederen aan een ondernemer of een particulier buiten de EU is sprake van de uitvoer van goederen als de goederen naar een land buiten de EU worden vervoerd. Over de uitvoer van goederen ben je 0% btw verschuldigd. Voorwaarde hiervoor is dat je kunt aantonen dat de goederen de EU hebben verlaten. Je berekent 0% btw, maar geeft deze export wel aan (tegen 0% btw) in je btw-aangifte.

Overige leveringen

Hiervoor zijn de hoofdregels voor de levering van goederen beschreven. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij de regels anders uitwerken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de levering van nieuwe (of bijna nieuwe) vervoermiddelen of aan ABC-leveringen. Bij ABC-leveringen worden de goederen door A aan B verkocht en vervolgens doorverkocht door B aan C. De goederen worden echter rechtstreeks van A naar C vervoerd. Denk ook aan dropshipping (webshop koopt en verkoopt door, maar de leverancier van de webshop vervoert of verzendt de goederen rechtstreeks naar de particulier die op de webshop bestelde). Voor deze situaties kunnen andere btw-regels gelden. 

 

Tip! Overleg altijd met onze adviseurs over de btw-regels die in jouw specifieke situatie van toepassing zijn.

 

Verrichten van diensten

Diensten aan een ondernemer in de EU

Volgens de hoofdregel is de dienst aan een ondernemer uit een andere EU-lidstaat belast in de EU-lidstaat van de afnemer. Je berekent dan geen Nederlandse, maar ook geen buitenlandse btw. Je verlegt de btw namelijk naar je afnemer en je afnemer geeft de btw aan in zijn eigen land (tegen het daar geldende btw-tarief). Je geeft de dienst wel aan in je eigen btw-aangifte en je opgaaf intracommunautaire prestaties.

 

Let op! Op deze hoofdregel gelden uitzonderingen. Bijvoorbeeld als de dienst betrekking heeft op onroerende zaken, het verlenen van toegang tot bepaalde evenementen, verhuur van een vervoermiddel voor een korte periode, personenvervoer of restaurant- of cateringdiensten. Laat je daarom altijd vooraf goed informeren door onze adviseurs over de btw-regels in je eigen situatie.

 

Diensten aan een ondernemer buiten de EU

Diensten aan een ondernemer buiten de EU zijn op grond van de hoofdregel belast in het land van de afnemer. In de Nederlandse btw-aangifte geef je hiervan niets aan. Informeer in het land van je afnemer aan welke btw-verplichtingen je daar moet voldoen.

 

Let op! Op deze hoofdregel gelden ook uitzonderingen. Laat je daarom goed informeren over de btw-regels in je eigen situatie.

 

Diensten aan een particulier

Volgens de hoofdregel is de dienst aan een particulier in het buitenland belast in Nederland. Je berekent hierover Nederlandse btw. Ook hier zijn echter vele uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld bij een dienst met betrekking tot een onroerende zaak, bij vervoersdiensten, restaurantdiensten, bemiddelingsdiensten etc.

Voor digitale diensten aan een particulier in een andere EU-lidstaat geldt de hiervoor beschreven Vereenvoudigde regeling voor kleine ondernemers of je kunt kiezen voor btw-heffing in de EU-lidstaat waar de consument woont.

Ook voor bepaalde andere diensten, zoals reclame- of adviesdiensten die je verricht aan een particulier buiten de EU, gelden andere regels. Deze diensten zijn over het algemeen belast in het land waar uw particuliere afnemer zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

Kleineondernemersregeling (KOR)

De Nederlandse kleineondernemersregeling (KOR) geldt voor ondernemers met een omzet tot € 20.000 per jaar die belast is met Nederlandse btw. Als je deelneemt aan de KOR, hoef je aan je afnemers geen btw in rekening te brengen. Je kunt echter de door jou betaalde btw ook niet aftrekken. De KOR is daarom niet in alle situaties voordelig.

Europese kleineondernemersregeling (EU-KOR)

Sinds 1 januari 2025 is het mogelijk om de KOR aan te vragen in andere EU-lidstaten waar je btw bent verschuldigd. Je bepaalt zelf voor welke EU-lidstaten je de KOR aanvraagt. Je hoeft in die EU-lidstaat dan geen btw-aangiftes te doen, maar hebt dan ook geen recht op aftrek van door jou betaalde btw. Wel moet je ieder kwartaal aan de Nederlandse belastingdienst een overzicht verschaffen van de omzet die je in het kwartaal in de andere EU-lidstaten hebt behaald.

Eisen EU-KOR

Voor de EU-KOR is vereist dat je hoofdvestiging in Nederland ligt. Je omzet mag in alle EU-lidstaten, inclusief Nederland, maximaal € 100.000 bedragen. Ook geldt voor de deelnemers de nationale omzetgrens van de EU-lidstaat waar ze de EU-KOR willen toepassen. In Nederland bedraagt deze dus € 20.000 op jaarbasis.

Teruggaaf van in EU betaalde btw

Als je in 2025 als ondernemer ergens in de EU goederen en diensten hebt gekocht, kun je de buitenlandse btw via de Nederlandse Belastingdienst terugvragen. Je moet aan speciale formaliteiten voldoen en de in een andere EU-lidstaat betaalde btw vóór 1 oktober 2026 terugvragen. Te laat teruggevraagde btw wordt niet terugbetaald. Bij in de EU betaalde btw kun je denken aan btw op getankte brandstof of bijvoorbeeld aan btw op een taxirit of een hotelovernachting tijdens een congres. Het gaat dus om alle buitenlandse btw op zakelijk aangeschafte goederen en diensten.

 

Let op! Btw terugvragen moet digitaal via de volgende site: https://eubtw.belastingdienst.nl/netp/. Daarvoor dien je over inloggegevens te beschikken. Vraagt je adviseur de btw voor je terug, dan heb je allebei inloggegevens nodig.

Let op! Het verzoek om teruggave van in 2025 betaalde btw moet per EU-lidstaat minstens € 50 aan btw betreffen en moet vóór 1 oktober 2026 ingediend worden. Onder deze drempel beslist het betreffende land zelf of het je btw terugbetaalt. Grotere bedragen kun je al in de loop van het kalenderjaar terugvragen, als het bedrag minstens € 400 per drie maanden is.

Tot slot

De btw-wetgeving is niet eenvoudig. Er gelden hoofdregels, maar het zijn met name de uitzonderingen hierop die het ingewikkeld maken. Bijna geen enkele situatie is echt standaard. Overleg daarom met onze adviseurs over de btw-regels voor je eigen, specifieke situatie.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Een loonkostenvoordeel bestaat uit een vast bedrag per verloond uur met een vast maximaal bedrag per jaar.

Loonkostenvoordelen

Om voor een van de loonkostenvoordelen (LKV’s) in aanmerking te komen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet de werknemer verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen en mag de AOW-leeftijd nog niet zijn bereikt.

Verschillende soorten LKV’s

Er zijn in 2026 nog drie soorten LKV’s, namelijk voor:

  1. Oudere werknemers die vóór 2024 in dienst kwamen;
  2. Arbeidsbeperkte werknemers (nieuw of herplaatsen);
  3. Doelgroep banenafspraak.

Tip! Per loonkostenvoordeel verschillen de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen. Neem voor de exacte voorwaarden contact op met onze adviseurs.

LKV oudere werknemers (vóór 2024 in dienst): 2026 laatste jaar

Voor dienstbetrekkingen die begonnen op of ná 1 januari 2024 is het LKV oudere werknemers per 1 januari 2026 afgeschaft. Wel vindt hiervoor in 2026 nog uitbetaling van het LKV 2025 plaats.

Voor dienstbetrekkingen die begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV voor oudere werknemers van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar gewoon in stand tot het einde van de looptijd van maximaal drie jaar. In 2026 kan dus nog recht bestaan op dit LKV. Uitbetaling hiervan vindt plaats in 2027.

LKV arbeidsbeperkte werknemer

Misschien heb je voor een oudere werknemer in 2026 wel recht op het LKV arbeidsgehandicapte of herplaatsen arbeidsbeperkte werknemer. Deze LKV’s zijn namelijk niet afgeschaft, maar samengegaan in het LKV arbeidsbeperkte werknemer. In tegenstelling tot het LKV banenafspraak heb je in 2026 voor het LKV arbeidsbeperkte werknemer nog wel een doelgroepverklaring nodig.

De aanvraag voor het LKV arbeidsbeperkte werknemer kun je doen zodra je een doelgroepverklaring van je werknemer hebt. De doelgroepverklaring vraagt je werknemer aan bij het UWV. Deze wordt alleen verstrekt aan de werknemer, tenzij deze je gemachtigd heeft om de verklaring aan te vragen en te ontvangen.

Let op! De doelgroepverklaring moet tijdig aangevraagd worden, namelijk binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Als de aanvraag te laat binnen is, krijgt je werknemer geen doelgroepverklaring meer en kun je geen aanspraak maken op het LKV.

LKV banenafspraak 

Met ingang van 2026 is het LKV doelgroep banenafspraak gewijzigd: 

  • Je hebt geen doelgroepverklaring meer nodig, maar moet wel in het doelgroepregister van het UWV nakijken of de betreffende werknemer is opgenomen.
  • Je hebt vanaf 2026 recht op dit LKV zolang de werknemer bij je in dienst is én in het doelgroepregister is ingeschreven. De maximale termijn van drie jaar is dus komen te vervallen. 

Aan de doelgroep banenafspraak zijn met ingang van 1 januari 2026 toegevoegd: 

  • Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever, en 
  • mensen met een IVA-uitkering die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en werken met loondispensatie. 

Overgangsrecht LKV scholingsbelemmerden en beschut werk 

Uit de doelgroep banenafspraak zijn met ingang van 2026 scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk verwijderd. .In de volgende situatie kun je, voor de resterende duur van maximaal drie jaar zoals die gold tot en met 2025, nog wel het LKV doelgroep banenafspraak aanvragen voor deze werknemers: 

  • de dienstbetrekking is vóór 2026 begonnen, en 
  • je beschikt voor de werknemer over een geldige doelgroepverklaring banenafspraak en scholingsbelemmerden (die je bij je administratie bewaart). 

Bedragen LKV voor 2026

Hoeveel loonkostenvoordeel je krijgt, hangt af van het aantal verloonde uren en van het soort loonkostenvoordeel. De bedragen voor 2026 die in 2027 worden uitbetaald, zijn:

Loonkostenvoordeel Bedrag per verloond uur Maximumbedrag per jaar Maximaal aantal jaren
 Oudere werknemer die voor 2024 in dienst kwam  € 3,05  € 6.000  3 jaar
 Arbeidsbeperkte werknemer  € 3,05  € 6.000  3 jaar, bij herplaatsing maximaal 1 jaar
 Doelgroep banenafspraak  € 1,01  € 2.000  Maximaal tot aan AOW- gerechtigde leeftijd

Hoe vraag je een LKV aan?

Je vraagt het loonkostenvoordeel aan in je aangifte loonheffingen door de indicatie voor het LKV aan te zetten. Zonder deze indicatie ontvang je geen LKV.

Je krijgt uiterlijk 15 maart een voorlopige berekening van de loonkostenvoordelen waar je voor je werknemers over het voorgaande jaar recht op hebt. De berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over het voorgaande jaar die je tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar hebt gedaan. Je kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar insturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening van je loonkostenvoordelen. De definitieve berekening hiervan ontvang je vóór 1 augustus van de Belastingdienst, op basis van de berekening van het UWV.

Behoud LKV bij overgang van onderneming

Bij overgang van een onderneming gaan ook de werknemers over naar een nieuwe werkgever. De Belastingdienst ging ervan uit dat het recht op een LKV in zo’n situatie nooit mee overgaat. De Hoge Raad heeft echter op 24 mei 2024 geoordeeld dat een loonkostenvoordeel (LKV) niet vervalt bij overgang van een onderneming.

Was in jouw situatie ook sprake van overgang van een onderneming, dan blijft het recht op een LKV dus bestaan, mits aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV is voldaan. Om in 2026 recht te hebben op het LKV, dien je in de aangifte loonheffingen 2026 het vinkje voor het LKV aan te zetten.

Op 3 februari 2026 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel voor behoud van het LKV bij overgang van een onderneming aangenomen. Na inwerkingtreding van deze wet wordt een doelgroepverklaring niet langer alleen verleend aan een specifieke werknemer, maar wordt deze ook gekoppeld aan een werkgever.

De nieuwe werkgever (na overgang van de onderneming) kan dan een doelgroepverklaring nieuwe werkgever aanvragen en het LKV arbeidsgehandicapte werknemer voor de resterende looptijd voor de werknemer genieten. De nieuwe werkgever moet dan wel het vinkje aanzetten in zijn aangifte loonheffingen.

De nieuwe wet biedt ook de mogelijkheid om het LKV te behouden als een werknemer bij een nieuwe werkgever in dienst treedt, zonder dat sprake is van overgang van een onderneming. Ook deze nieuwe werkgever kan een doelgroepverklaring nieuwe werkgever aanvragen en daarmee een beroep doen op de resterende duur van het LKV arbeidsgehandicapte werknemer.

Let op! De exacte inwerkingtreding van de wet is nog niet gepubliceerd, maar beoogd is een inwerkingtreding per 1 januari 2027.

Loonkostensubsidie

Je kunt in aanmerking komen voor loonkostensubsidie voor werknemers met een arbeidsbeperking die niet in staat zijn om met voltijds werken 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen (en die onder de gemeentelijke doelgroep Participatiewet vallen).

Deze subsidie wordt aan je uitgekeerd door de gemeente waar de werknemer woont. Daar kun je ook de aanvraag indienen. Door middel van een loonwaardebepaling wordt de productiviteit van de werknemer vastgesteld en op basis daarvan wordt de hoogte van de loonkostensubsidie bepaald.

Deze bedraagt ten hoogste 70% van het referentiemaandloon (vanaf 1 juli 2026 is dat € 2.294,40 per maand). Zodra de loonwaarde van de werknemer gelijk is aan het refentiemaandloon, stopt de loonkostensubsidie. Je ontvangt daarnaast een compensatie voor de premies werknemersverzekeringen, het werkgeversgedeelte van de pensioenpremie, de loondoorbetaling tijdens vakantiedagen en andere werkgeverslasten. Deze compensatie bedraagt in 2026 25%. Het percentage vergoeding werkgeverslasten is een gemiddelde van de werkgeverslasten in de verschillende bedrijfstakken.

Een bijzondere vorm van de loonkostensubsidie is een forfaitaire loonkostensubsidie in het eerste halfjaar van een dienstverband van een werknemer. Dat houdt in dat je samen met de gemeente of het werkcentrum (het kan zijn dat de gemeente de uitvoering heeft uitgezet bij een werkcentrum) de mogelijkheid hebt om voor het eerste halfjaar van het dienstverband een loonkostensubsidie van 50% van het minimumloon overeen te komen. Na het eerste halfjaar past de gemeente de loonkostensubsidie aan op basis van een objectief op de werkplek vastgestelde loonwaarde van de werknemer. Een forfaitaire loonkostensubsidie maakt de start van een dienstverband met iemand uit de doelgroep loonkostensubsidie misschien gemakkelijker voor je als werkgever. Bovendien kan in het eerste halfjaar een goed beeld worden verkregen van de capaciteiten van de werknemer.

Let op! Aanvragen moet in beginsel vóór de start van het dienstverband of binnen één maand na de start. Voor een bepaalde doelgroep kun je ook binnen zes maanden na de start de loonkostensubsidie aanvragen. Het gaat hierbij onder meer om schoolverlaters uit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entreeopleiding mbo en voor mensen die vallen onder de re-integratieverantwoordelijkheid van de gemeente.

Let op! Inmiddels ligt er een voorstel om de loonkostensubsidie niet langer afhankelijk te laten zijn van de loonwaarde, maar de loonkostensubsidie standaard vast te stellen op 68% van het wettelijk minimumuurloon plus een vergoeding voor werkgeverslasten. Of dit voorstel doorgaat en wanneer dat dan wordt ingevoerd, is nog niet bekend.
Loondispensatie

Loondispensatie

Je kunt het UWV toestemming vragen om minder dan het wettelijk minimumloon uit te betalen aan een werknemer. Een arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelt of de werknemer minder presteert door zijn ziekte of handicap en bepaalt dan welk percentage van het wettelijk minimumloon je aan de werknemer moet betalen. De werknemer krijgt van het UWV een aanvulling op het salaris.

Vanaf 1 maart 2026 zijn de voorwaarden voor loondispensatie gewijzigd. Hierdoor kan een werkgever eerder loondispensatie aanvragen voor een werknemer met een Wajong- of IVA-uitkering. Een werkgever kan op grond van een tijdelijke regeling vanaf 1 maart 2026 loondispensatie aanvragen voor een werknemer als:

  • de werknemer een Wajong- of IVA-uitkering heeft, én
  • de werknemer door een ziekte of handicap minstens drie maanden minimaal 5% minder werk aankan dan andere werknemers in dezelfde functie.

Tot 1 maart 2026 konden werkgevers pas loondispensatie aanvragen als de werknemer gedurende minstens zes maanden minimaal 25% minder werk aankon dan een collega.

Let op! In de situatie tot 1 maart 2026 mocht de loondispensatie maximaal vijf jaar duren. Vanaf 1 maart 2026 mag de loondispensatie maximaal twee jaar duren.

Met het instrument loondispensatie neemt het UWV tijdelijk een deel van de loonkosten van de werkgever over. Door de versoepeling van de voorwaarden wordt het voor mensen met een Wajong- of IVA-uitkering makkelijker om aan het werk te gaan en te blijven.

Regeling inclusiviteitstechnologie voor het mkb

Werkgevers in het mkb met maximaal 50 werknemers en een jaaromzet van maximaal € 50 miljoen kunnen ook in 2026 subsidie aanvragen voor inclusiviteitstechnologie. Dit is technologie die werknemers met een arbeidsbeperking ondersteunt bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Er is een lijst beschikbaar met technologieën die in aanmerking komen voor de subsidie. Een voorbeeld van deze technologie is een voorleesbril of een collaborative robot.

Tip! Werkgevers kunnen ook subsidie krijgen voor advies- en implementatiediensten met betrekking tot het gebruik van deze technologie, tot maximaal een bedrag van € 1.000.

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000 per aanvraag. De subsidie moet minimaal € 2.500 zijn. Het beschikbare budget bedraagt in 2026 € 1.000.000.

Let op! De subsidie kan in 2026 worden aangevraagd van 5 januari 2026 9:00 uur tot en met 29 mei 2026 17:00 uur. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

Andere regelingen

Naast de hiervoor beschreven subsidies en tegemoetkomingen zijn er nog meer regelingen, aan te vragen bij het UWV of de gemeente, bijvoorbeeld:

  • een vergoeding of ondersteuning voor een aangepaste werkplek voor een werknemer met een ziekte of handicap;
  • een no-riskpolis bij het in dienst nemen van een werknemer met een hoog uitvalrisico;
  • het via een proefplaatsing twee maanden op proef laten werken van een werknemer;
  • persoonlijke ondersteuning/jobcoach.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.