Huurtoeslag niet terugbetalen ondanks te veel vermogen
Huurtoeslag
Of u recht heeft op huurtoeslag hangt in eerste instantie af van de hoogte van uw (gezamenlijke) inkomen en de hoogte van de huur. Daarnaast speelt ook uw vermogen een rol, hier geldt de zogenaamde vermogensgrens.
Als u voor 2025 huurtoeslag wilt ontvangen, mag u op 1 januari 2025 over maximaal € 37.395 aan vermogen beschikken. Heeft u een partner, dan is het maximale vermogen bepaald op het dubbele, dus € 74.790. Heeft u meer vermogen dan die voor uw persoonlijke situatie geldt, dan heeft u in 2025 geen recht op huurtoeslag.
Terugbetaling
Een huurder bracht een zaak voor de rechter, omdat de huurder vanwege de overschrijding van de vermogensgrens ruim € 4.800 aan huurtoeslag moest terugbetalen. Betrokkene beschikte namelijk op 1 januari van het betreffende jaar over € 25.083 aan vermogen, precies € 646 meer dan de destijds geldende vermogensgrens.
Foutje, bedankt!
Voor de rechter bleek dat het vermogen iets te hoog was als gevolg van een fout van de ziektekostenverzekeraar. Betrokkene was dat jaar van verzekeraar gewisseld en had de verschuldigde jaarpremie van € 1.497 op 31 december overgemaakt naar het door de nieuwe verzekeraar opgegeven banknummer. Dat nummer bleek echter niet bedoeld voor het betalen van de premie en dus werd de premie dezelfde dag teruggestort.
Evenredigheidsbeginsel geschonden
De rechters zijn op grond van deze feiten van oordeel dat de huurtoeslag niet hoeft te worden terugbetaald, omdat hierdoor het evenredigheidsbeginsel zou worden geschonden. Het terugvorderen van de huurtoeslag bij overschrijding van de vermogensgrens is op zich niet onevenredig, maar gelet op de specifieke omstandigheden wel. Daarbij achtten de rechters ook de medische beperkingen van betrokkene van belang, die een Wajong uitkering genoot.
Tip! Wilt u weten of u recht heeft op huurtoeslag? Maak dan hier een proefberekening.
Subsidie Omschakeling Plasticverwerkers 2025
De SOPV is bestemd voor het uitvoeren van één of meer productietesten waarbij (meer) gebruikt plastic in uw producten wordt verwerkt. Het gaat om een technische test waarbij het verwerken van gebruikt plastic in uw product centraal staat.
Omvang subsidie
De subsidie bedraagt 75% van de gemaakte kosten met een maximum van € 25.000 per aanvraag. U kunt maximaal twee keer de SOPV krijgen voor verschillende testen. De totale subsidie bedraagt € 13 miljoen, waarvan eind augustus nog ruim € 10 miljoen beschikbaar was.
Voorwaarden
De SOPV kent ook een aantal voorwaarden. Zo moet u in Europees Nederland een productielocatie bezitten en dienen uw producten in Nederland op de markt te komen of te worden geëxporteerd. Het gerecycled materiaal mag wel van buiten Nederland komen.
Voorwaarden productietest
Ook voor het testen geldt een aantal voorwaarden. Zo moet het verwerken van meer gerecycled plastic in uw producten het doel zijn en dit deel moet hoger zijn dan nu. Ook zijn enkele tests uitgesloten van de subsidie. Op RVO.nl treft u een overzicht aan van alle voorwaarden.
Aanvragen SOPV
U vraagt de SOPV ook aan bij RVO.nl. Hiervoor is eHerkenning niveau 2+ nodig. U moet uw project kort omschrijven en onder meer het hogere percentage gerecycled plastic vermelden. Ook moet u een begroting opstellen, waarbij u bijvoorbeeld voor loonkosten uit moet gaan van een bedrag van € 60 per uur. Verder moet u onder meer een de-minimisverklaring invullen.
Let op!Aanvragen kan tot 2 oktober 2025, 12:00 uur.
Snelle beslissing
De RVO streeft ernaar om binnen 13 weken op uw subsidieaanvraag te beslissen. Wordt uw aanvraag goedgekeurd, dan ontvangt u binnen twee weken het hele subsidiebedrag als voorschot. U moet na ontvangst van de subsidie een aantal stappen zetten ter controle dat u de subsidie op de afgesproken wijze heeft ingezet.
Wat speelde er?
De betreffende werknemer had een tijdelijk contract, dat liep van 1 oktober 2024 tot 1 oktober 2026. Op 24 januari 2025 deelde de werknemer de werkgever mee dat hij niet meer voor hem wilde werken. Vervolgens verdween hij volledig en ondanks drie herhaalde schriftelijke waarschuwingen gaf de werknemer geen enkel teken van leven. Per 25 februari 2025 heeft de werkgever het loon stopgezet. Vervolgens is de werknemer op 28 februari 2025 op staande voet ontslagen vanwege werkweigering
Schadevergoeding
De werkgever verzocht de rechter de werknemer te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 120.000 als gefixeerde schadevergoeding, bestaande uit het loon over de resterende contractduur vanwege het niet uitdienen van het contract.
De werknemer, die inmiddels weer boven water was, betwiste dat er een reden was voor een ontslag op staande voet. Ook kon hij niet ontslagen worden vanwege een opzegverbod, zo voerde hij aan. Daarnaast gaf hij aan dat hij vanaf 24 januari 2025 ziek was. Zijn gemachtigde had hem pas op 22 mei 2025 ziekgemeld en deze ziekmelding is destijds geaccepteerd door de door de werkgever ingeschakelde verzekeringsarts. De werknemer verzocht de rechter op zijn beurt de werkgever te veroordelen tot betalen van eerdergenoemde gefixeerde schadevergoeding.
Geen schadevergoeding voor de werkgever
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding niet toewijsbaar is, omdat er geen dringende reden was om de werknemer op staande voet te ontslaan. Een ontslag op staande voet is immers een uiterst middel, waarbij gekeken moet worden naar alle omstandigheden van het geval. De werkgever had in dit geval de loonstop kunnen voortzetten en een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter kunnen indienen.
De kantonrechter overweegt hierbij nog dat dat wellicht anders was geweest indien de werknemer met tussenpozen niet op het werk was verschenen en daarvoor officiële waarschuwingen had gehad. Door dan nogmaals zonder opgave van reden niet op het werk te verschijnen, kan bij de werkgever de maat vol zijn en een geldig ontslag op staande voet volgen. In dit geval was hiervan geen sprake.
De werkgever had op de zitting aangevoerd dat de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst maanden duurt en hij een andere tandarts wilde aannemen. De kantonrechter volgt de werkgever hierin niet, hij had in de periode van de loonstop al een andere tandarts in dienst kunnen nemen.
En geen schadevergoeding voor de werknemer
Ook het verzoek van de werknemer om schadevergoeding wordt door de rechter verworpen. Het verzoek is te laat ingediend en kan daarom niet meer worden gehonoreerd.
Natuurvergunning onzeker
In praktijk komt het regelmatig voor dat onzeker is of voor een bepaald project een natuurvergunning kan worden verkregen. Dit is zelfs het geval als het project zelf juist de uitstoot van stikstof vermindert. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woonwijken die willen overstappen van gas naar warmtepompen. Juist dit soort activiteiten wil het kabinet vergunningsvrij maken.
Voor welke activiteiten?
De activiteiten waarvoor straks geen vergunning meer nodig is, moeten qua activiteit wel hetzelfde blijven. Dit betekent dat het bijvoorbeeld niet geldt wanneer kantoren vervangen worden door woningen. Ook mag de activiteit niet in omvang toenemen. Het verduurzamen van een stal mag dus niet gepaard gaan een uitbreiding van de veestapel. Verder mag de activiteit ook geen negatieve gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied.
Tijdelijke extra uitstoot wel toegestaan
Een verduurzamingsproject moet minstens 30% minder stikstofuitstoot realiseren ten opzichte van de bestaande situatie waarvoor een vergunning is afgegeven, maar tijdens de uitvoering van het project mag de uitstoot van stikstof gedurende maximaal drie jaar wel hoger zijn. Dit mag echter niet meer zijn dan vijf keer de uitstoot van de uiteindelijke situatie.
Internetconsultatie
Het kabinet heeft besloten geïnteresseerden gelegenheid te geven op de plannen te reageren via een internetconsultatie. Reageren kan tot en met 5 oktober 2025.