Een koel drankje op de werkvloer
Werkplek
Als u uw personeel op de werkplek trakteert, hoeft uw personeel hierover geen belasting te betalen. De werkplek is een ruim begrip, want alle ruimtes waarvoor u als werkgever volgens de Arbowet verantwoordelijk bent, vallen eronder. Een ijsje of colaatje in bijvoorbeeld uw kantine of op kantoor is dus onbelast.
Betaal zelf
Betaalt uw personeel de verfrissing zelf en vergoedt u de kosten, dan is de vrijstelling niet van toepassing. Zorg er dus voor dat u de factuur zelf betaalt om belastingheffing te voorkomen.
Werkkostenregeling
U kunt er ook voor kiezen een fris extraatje onder te brengen in de werkkostenregeling, WKR. Bijvoorbeeld als u na het werk met uw personeel iets gaat drinken op een terrasje in de buurt. Houd er dan rekening mee dat u met al uw personeelsvoorzieningen in het jaar binnen de vrije ruimte blijft. Schiet u hier overheen, dan betaalt u als werkgever namelijk 80% belasting over het meerdere. Een ander aandachtspunt is de gebruikelijkheid. Geeft u meer dan € 2.400 aan een werknemer per jaar aan zaken of vergoedingen in de vrije ruimte? Dan zult u, voor het gedeelte boven de € 2.400 aannemelijk moeten maken dat deze zaken of vergoedingen gebruikelijk zijn. Lukt dat niet, dan mag u de WKR niet toepassen.
Voorbeeld
Uw loonsom is € 600.000. Uw vrije ruimte bedraagt dan € 400.000 x 2% + € 200.000 x 1,18%, ofwel € 8.000 + € 2.360 = € 10.360. U heeft dit bedrag dit jaar al besteed aan vergoedingen en verstrekkingen. Stel dat u met uw personeel buiten de deur iets gaat drinken voor in totaal € 450 en u brengt dit onder in de WKR. U betaalt dan € 450 x 80% = € 360 belasting via de eindheffing.
Aftrekbaar van de winst
De kosten van verfrissingen voor uw personeel zijn aftrekbaar van de winst als ze belast zijn en deels aftrekbaar als ze onbelast zijn. Deze kosten worden dan namelijk aangemerkt als ‘gemengde kosten’ en dus is vanwege het privévoordeel een deel niet aftrekbaar. Betaalt u over uw winst inkomstenbelasting, dan is 20% van de kosten niet aftrekbaar. Umag er ook voor kiezen om een vast bedrag van € 5.700 niet af te trekken.
Een rekensom leert dat dit alleen voordelig is als uw totale gemengde kosten in 2025 meer dan € 28.500 bedragen. Betaalt u vennootschapsbelasting, dan is 26,5% van de kosten niet aftrekbaar. Ook nu mag u ervoor kiezen een vast bedrag aan kosten niet in aftrek te brengen. Dit bedrag is € 5.700 of 0,4% van uw loonsom als dit meer is.
9% btw-tarief
Het 9% btw-tarief is van toepassing op de levering van hulpmiddelen zoals opgenomen in Tabel 1, post a.34 van de Wet OB. In deze post zijn invalidewagentjes, invalidekrukken, sta-op stoelen en hoog-laag bedden opgenomen. Deze hulpmiddelen mogen dan ook geleverd worden tegen 9% btw.
Toiletlift
Een toiletlift helpt iemand met verminderde spiercapaciteit bij het gaan zitten en weer opstaan van een toilet. De Belastingdienst is van mening dat het 9% btw-tarief niet van toepassing is op de levering van een toiletlift, omdat deze niet is opgenomen in de hiervoor benoemde post a.34.
Toiletlift niet gelijk aan sta-op stoel
De Belastingdienst vindt een toiletlift ook niet vergelijkbaar met een sta-op stoel omdat een toiletlift niet de functie van een stoel heeft. Het maakt daarbij naar de mening van de Belastingdienst niet uit dat een toiletlift een vergelijkbaar sta-op mechanisme heeft als een sta-op stoel en ook een hulpmiddel is voor mensen die niet zelfstandig kunnen opstaan.
Een toiletlift is ook niet vergelijkbaar met een invalidewagentje, invalidekrukken of een hoog-laag bed, aldus de Belastingdienst.
Daarom is post a.34 niet van toepassing. Omdat een toiletlift ook niet vergelijkbaar is met enig ander product of hulpmiddel uit een ander post van Tabel I is het 9% btw-tarief niet van toepassing.
Een of wee auto’s ter beschikking
Het uitgangspunt is dat de bijtelling per auto van de zaak berekend wordt als er privé meer dan 500 km per kalenderjaar mee wordt gereden. Beschikt de werknemer dus gedurende het jaar over een auto van de zaak én tijdens de vakantie over een andere auto van de zaak, dan wordt voor beide auto’s een bijtelling berekend gedurende de periode dat de beide auto’s ter beschikking staan.
Voorbeeld
De werknemer beschikt het hele jaar over een auto met een cataloguswaarde van € 25.000 en een bijtelling van 17%. In de maand juli beschikt hij over een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 en een bijtelling van 22%. De bijtelling bedraagt € 25.000 x 17% + 1/12 x € 40.000 x 22% = € 4.250 + € 733 = € 4.983.
Alleen een zakelijke auto voor vakantie?
Beschikt de werknemer normaal gesproken niet over een auto van de zaak, maar wel tijdens de vakantie, dan krijgt hij alleen voor deze periode de bijtelling. In bovenstaand Voorbeeld is de bijtelling dan € 733.
Auto van de zaak ingeleverd tijdens vakantie?
Levert de werknemer gedurende een vakantie de reguliere auto van de zaak in, zodat deze hem niet meer ter beschikking staat? Dan wordt de bijtelling voor deze auto met die periode verminderd.
Let op! Beschikt een werknemer over een auto van de zaak waar geen bijtelling voor geldt en krijgt deze werknemer tijdens de vakantie een vervangende auto, dan krijgt hij voor beide auto’s wél bijtelling als hij met deze auto’s samen, dus inclusief de vervangende auto voor de vakantie, meer dan 500 km privé rijdt per jaar. In deze situatie wordt het een dure hobby, en dit is dan ook niet te adviseren.
Lijfrentes
Personen die onvoldoende of geen pensioen opbouwen, kunnen via de aanschaf van een lijfrente zelf zorgen voor extra inkomen op hun oude dag. Lijfrentepremies zijn in beginsel aftrekbaar, maar slechts tot het bedrag dat in relatie staat tot het huidige inkomen.
Jaarruimte
Het bedrag aan lijfrentepremie dat u jaarlijks mag aftrekken, is afhankelijk van verschillende factoren. Met name uw inkomen is van belang en dus kunt u via de tool diverse inkomensbronnen opvoeren, zoals winst, uitkeringen en eventuele alimentatie inkomsten. Daarnaast is van belang of u het voorafgaande jaar al pensioen heeft opgebouwd. Ook dit kunt u via de tool aangeven.
Reserveringsruimte
Via de tool kan ook inzichtelijk worden gemaakt welke bedragen aan lijfrentes u de afgelopen tien jaar af had mogen trekken. Is niet het volledige bedrag aan de aankoop van lijfrentes besteed, dan kan deze ruimte, de zogenaamde reserveringsruimte, alsnog aan de aankoop van een aftrekbare lijfrente worden besteed.
Gegevens nodig
De tool is eenvoudig in het gebruik, maar u dient uiteraard wel over de juiste inkomens- en pensioengegevens te beschikken. Uw inkomensgegevens kunt u afleiden uit uw aangiftes van de voorgaande jaren. Uw pensioenaangroei wordt jaarlijks verstrekt door uw pensioenfonds of -verzekeraar.
Tip! Heeft u vragen over de juiste inkomensgegevens? Neem dan even contact met uw adviseur, deze kan even met u meekijken en indien gewenst verder helpen.
Let op! Voor de omvang van de pensioenaangroei in 2024 gaat de tool uit van de pensioenregeling zoals die op 30 juni 2023 al bestond en die na 2023 niet is aangepast aan de fiscale kaders van de Wet toekomst pensioenen. De aangroei voor een pensioenregeling tot de wet toekomst pensioenen en nadat deze is aangepast, verschillen. Beoordeel de pensioenregeling dus zorgvuldig.