Verbod op uitzendkrachten in de vleesindustrie
Doelgroep
Het verbod op uitzendkrachten zal van toepassing zijn voor bedrijven die de volgende activiteiten verrichten: slachten, verwerken, koelen en invriezen van vlees. Voor functies die niet direct samenhangen met de primaire vleesproductie zoals verkoopmedewerkers, of administratief personeel mogen straks nog wel uitzendkrachten worden ingezet.
Let op! Kleine bedrijven die minder dan 20 mensen inzetten vallen niet onder het verbod. Voor de grens van 20 mensen gaat het om het totaal van werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst voor het bedrijf werken en de uitzendkrachten.
Parlementair onderzoek
Al tijdens een parlementair onderzoek in 2011 is gebleken dat er sprake was van malafide praktijken in de vleesverwerkende industrie. Die misstanden, die vooral arbeidsmigranten betreffen omdat zij relatief veel in deze sector werken, zijn blijven voortduren. Het gaat dan om zaken als intimidatie, ontslag tijdens ziekte en onderbetaling. De Arbeidsinspectie heeft geconcludeerd dat bij de inzet van uitzendkrachten twee keer zo vaak sprake is van een overtreding van de arbeidswetten.
De vleessector is te weinig actief geweest waar het gaat om het aanpakken van de geconstateerde misstanden. Om die reden gaat de minister ingrijpen.
Ervaringen in Duitsland
Het kabinet verwijst naar de in Duitsland opgedane ervaringen, waar een vergelijkbaar verbod eerder is ingevoerd. Volgens het ministerie heeft dat daar bijgedragen aan minder arbeidsongevallen, betere naleving van arbeidsvoorwaarden en meer verantwoordelijkheid van werkgevers voor hun eigen personeel.
Gefaseerde invoering
Het verbod moet ingaan op 1 maart 2028. Voor bestaande dienstverbanden gaat een overgangstermijn gelden tot 1 juni 2028. Dit betekent dat per 1 juni 2028 het uitzendverbod in de vleesketen dus volledig van kracht is. Bedrijven hebben nu dus nog 23 maanden de tijd om zich voor te bereiden.
Let op! De Arbeidsinspectie gaat toezien op de naleving van het verbod.
Internetconsultatie
Over dit wetsvoorstel staat een internetconsultatie open van 3 juli 2026 tot en met 28 augustus 2026.
Volgens een gerechtshof kon een bv de medische btw-vrijstelling toepassen op de verkoop van testkits, waarmee consumenten zich konden testen op soa’s en hpv. Dit ondanks het feit dat de bv zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst had. Wat speelde in deze zaak?
Verkoop testkits in samenwerking met medisch diagnostisch centrum
De bv werkte samen met een medisch diagnostisch centrum. De consument die de testkit van de bv kocht, kon de test zelf afnemen. Daarna stuurde de consument het monster via Post NL rechtstreeks naar het medisch diagnostisch centrum. Het medisch diagnostisch centrum voerde de laboratoriumanalyse uit en verstrekte de uitslag aan de bv. De consument kon de testuitslag raadplegen op de website van de bv.
De bv had zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst. Bij het medisch diagnostisch centrum waren wel BIG-geregistreerde artsen in dienst. Bij een positieve diagnose van een soa-test verzorgde de bv in 91% van de gevallen ook de medische nabehandeling door een door haar ingeschakelde huisarts en apotheker. Voor een positieve diagnose van hpv bood de bv alleen medische consulten aan bij een door haar ingeschakelde huisarts, omdat hpv niet met medicijnen is te genezen. Deze nabehandeling was bij de prijs van de testkit inbegrepen.
Gezondheidskundige verzorging van de mens
De dienst die de bv verrichte aan de consumenten bestond uit het aanbieden van laboratoriumonderzoek naar soa’s en hpv. Deze dienst had de diagnose, behandeling en genezing van ziekten of gezondheidsproblemen tot doel. Daarom kwalificeerde de dienst als de ‘gezondheidskundige verzorging van de mens’, hetgeen een van de voorwaarden is om de medische btw-vrijstelling te kunnen toepassen.
BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar
Een andere voorwaarde voor de medische btw-vrijstelling is dat de medische dienst wordt uitgevoerd door een BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar. Volgens het gerechtshof voldeed de bv ook aan dit vereiste, omdat de bv tijdens haar dienstverlening gebruik maakte van de BIG-geregistreerde medici van het medisch diagnostisch centrum en de ingeschakelde huisarts. Daarmee kon de bv het voor de medische btw-vrijstelling vereiste kwaliteitsniveau garanderen, waardoor het niet uitmaakte dat deze BIG-geregistreerde artsen niet bij de bv in dienst waren.
Check de voorwaarden
Als je de medische btw-vrijstelling wilt toepassen, check dan goed of je aan alle voorwaarden voldoet. Er moet dus sprake zijn van de gezondheidskundige verzorging van de mens en de dienst moet worden verricht door BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren. Daarnaast moet de dienst gericht zijn op de individuele patiënt. Bovendien moet de dienst behoren tot het deskundigheidsgebied van de betrokken beroepsbeoefenaar en onderdeel uitmaken van de BIG-opleiding.
Let op!De voorwaarden zijn niet eenvoudig toe te passen. Overleg over je eigen situatie daarom met onze adviseurs.
Employment contract for an hourly rate below €38?
The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.
If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal
Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate
The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority.
Immediate effect from 31 December 2026
The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you.
Duits pensioen
Een inwoner van Nederland woonde en werkte meer dan 17 jaar in Duitsland. Hij was gedurende die tijd verplicht verzekerd voor de Deutsche Rentenversicherung (een Duits pensioen). Van de premies die hij voor dit Duitse pensioen betaalde was 45 procent aftrekbaar in Duitsland.
Volledig belast?
In 2018 woonde hij het hele jaar in Nederland en ontving hij uitkeringen uit het Duitse pensioen. De Belastingdienst belaste het volledige bedrag van de uitkeringen.
Of slechts ten dele?
De belastingplichtige vond dat niet terecht en stelde dat Nederland slechts mocht heffen over 45% van de uitkeringen, omdat destijds ook maar 45% van de premies aftrekbaar was in Duitsland. Het gerechtshof volgde hem in dit standpunt en belaste alleen 45% van de uitkeringen en de andere 55% niet.
Hoge Raad: slechts belast voor zover aftrek
De Hoge Raad liet dit oordeel in stand. De uitkeringen waren dus slecht belast voor zover de premies aftrekbaar waren geweest.