Belastingdienst ontwikkelt mee aan Europese ID-wallet
Digitaal zakendoen
Met de ID-wallet wordt het straks een stuk eenvoudiger om digitaal zaken te doen binnen de EU. Denk aan een Griekse belastingadviseur die een Nederlands bedrijf vertegenwoordigt met betrekking tot fiscale aangelegenheden in Cyprus. De ID-wallet zal hiervoor in de toekomst onmisbaar worden.
Belangrijke gegevens
De ID-wallet slaat de identiteit en belangrijke gegevens van de gebruiker op in een soort digitale portemonnee. Die gegevens kunnen dan onder meer gebruikt worden voor het doen van belastingaangifte. Ook het digitaal oprichten van een bedrijf moet tot de mogelijkheden gaan behoren.
Formele verklaring
Zo zal een in de ID-wallet opgenomen woonplaatsverklaring bijvoorbeeld ook erkend worden als een formele verklaring van een buitenlandse belastingdienst. Door deze gegevens te gebruiken kan beter worden samengewerkt, waardoor bijvoorbeeld dubbele belastingheffing eenvoudiger kan worden voorkomen.
Gebruikstest
Het uitgeven en gebruik van btw-nummers wordt een van de onderdelen van de uit te voeren gebruikstest waarin de Nederlandse Belastingdienst in 2026 participeert. Ook landoverschrijdende vertegenwoordiging door organisaties, het aanvragen en uitgeven van woonplaatsverklaringen en het digitaal indienen van belastingaangiftes gaan deel uitmaken van de gebruikstest die volgend jaar zal worden uitgevoerd. Door deel te nemen aan de test kan de Belastingdienst zich optimaal op de invoering voorbereiden.
Meer weten?
Wilt u meer weten over de ID-wallet? Kijk dan op deze site.
1. 52% belasting over de auto van de zaak met CO2-uitstoot?
Het inmiddels demissionaire kabinet is van plan om op Prinsjesdag een 52% pseudo-eindheffing in de loonbelasting in een wetsvoorstel op te nemen. Als dit plan doorgaat, is een werkgever vanaf 2027, als hij aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt, 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing geldt niet als de auto geen CO2-uitstoot of als de auto niet voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld.
2. Wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers
Het wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers is op 19 mei 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Hierin is onder meer opgenomen dat uitzendkrachten recht krijgen op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst bij de inlener. Verder is opgenomen dat de periode van zes maanden, die nodig is na drie tijdelijke contracten om weer een nieuw tijdelijk contract aan te bieden, verlengd wordt naar vijf jaar. Hierop is een beperkt aantal uitzonderingen mogelijk. Ook opgenomen is de introductie van vaste basiscontracten met een minimumaantal standaard roosteruren in plaats van de huidige oproepcontracten.
3. Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups
Het demissionaire kabinet wil een plan uitwerken voor een fiscale regeling voor start- en scale-ups. Het voorstel is om de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het voorstel is om ook het moment van belastingheffing uit te stellen naar uiterlijk het moment waarop de aandelen – die verkregen zijn na uitoefening van de aandelenopties – worden verkocht.
4. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028
In de Voorjaarsnota 2025 is opgenomen dat de versoepeling pseudo-eindheffing RVU, waardoor tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 € 2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd is, met drie jaar wordt verlengd tot en met 2028. Voorwaarde is dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast is budget opgenomen om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen. Ter dekking van de verlenging en de verhoging, neemt de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen toe tot 65% in 2028.
5. Wijzigingen minimumloon
In de Voorjaarsnota is afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80% naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60% naar 75%, voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5% naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5% naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder. Begin juli 2025 kondigde de demissionaire minister van OCW aan om vanaf 2027 ook de zogenaamde bbl-loonstaffel af te schaffen. Studenten die een beroepsbegeleidende leerweg op het mbo volgen, krijgen dan vanaf 2027 ook recht op het volledige minimumjeugdloon dat hoort bij hun leeftijd. Verder heeft het kabinet voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon vanaf 2026 jaarlijks te verlagen met 5%.
6. Massaalbezwaarprocedure belastingrente
Een rechter oordeelde dat de belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Naar aanleiding van veel bezwaarschriften zijn alle bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente voor onder meer de loonbelasting aangewezen als massaal bezwaar. Dit betekent dat de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren, maar deze aanhoudt totdat de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord. Om aan te sluiten bij de massaalbezwaarprocedure moet u wel tijdig, dat wil zeggen binnen zes weken na dagtekening van de aanslag, bezwaar maken tegen de belastingrente.
7. Toelatingsstelsel uitzendbureau per 1 januari 2027
De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat voor uitleners vanaf 2027 een toelatingsstelsel introduceert. Alleen uitleners die toegelaten worden, mogen dan straks nog arbeidskrachten ter beschikking stellen én inleners mogen alleen nog arbeidskrachten inhuren via toegelaten uitleners. Uitleners moeten voor toelating beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), moeten een waarborgsom van € 100.000 (starters € 50.000) storten en moeten aantonen dat ze voldoen aan relevante wetgeving.
8. Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet
Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) is op 7 juli 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel moet de criteria verduidelijken over wanneer iemand werknemer is of als zelfstandige werkt. Verder introduceert het wetsvoorstel een rechtsvermoeden: bij een vergoeding van minder dan € 36 per uur kan een zzp’er stellen dat hij een werknemer is. Het is dan aan de opdrachtgever om aan te tonen dat er niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Er ligt ook een initiatiefwetsvoorstel waarin een duidelijk wettelijk toetsingskader wordt voorgesteld om te bepalen wanneer als zelfstandige kan worden gewerkt met daarin twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Er is een aparte toetsingscommissie in het initiatiefwetsvoorstel opgenomen die werkrelaties kan beoordelen om zo duidelijkheid aan de markt te verschaffen. Verder wordt in het initiatiefwetsvoorstel de introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief voorgesteld, vergelijkbaar met het rechtsvermoeden in het wetsvoorstel Vbar.
9. Wijzigingen loonkostenvoordelen
De Wet banenafspraak treedt voor een deel per 1 januari 2026 in werking. Zo heeft u vanaf 2026 structureel recht op het LKV-werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en heeft u ook geen doelgroepverklaring meer nodig. Aan de doelgroep worden toegevoegd Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever en mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie. Voor de scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk bestaat vanaf 2026 geen recht meer op het LKV.
10. Voorstel vereenvoudigde inlenersaansprakelijkheid
Het demissionaire kabinet wil twee bewijsvermoedens introduceren waardoor de Belastingdienst eenvoudiger een inlener of doorlener aansprakelijk kan stellen. Het eerste bewijsvermoeden betreft het vaststellen van de omvang van de aansprakelijkheidsschuld op maximaal 35% van de factuursom, zonder dat de Belastingdienst onderzoek hoeft te doen naar de werkelijke omvang. Het tweede bewijsvermoeden is dat een onderneming die ingeschreven is in het openbaar register als toegelaten uitzendonderneming, een uitlener is. Voor beide bewijsvermoedens zou wel een tegenbewijsmogelijkheid komen.
Let op! Het voorgaande is slechts een zeer compacte samenvatting van de maatregelen. Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs. Houd er bovendien rekening mee dat een hoop maatregelen nog in wetsvoorstellen moeten worden opgenomen en/of door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden aangenomen. Bovendien is het kabinet inmiddels demissionair. Het is daarom onduidelijk of alle aangekondigde maatregelen ook daadwerkelijk doorgang vinden.
Zoekhulp betalingskenmerk
U kunt op de site van de Belastingdienst (belastingdienst.nl) zoeken via ‘zoekhulp betalingskenmerk’. Hier kunt u het betalingskenmerk vinden via uw aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer. Voor de loon- of omzetbelasting kunt u ook uw omzetbelasting- of loonheffingennummer gebruiken. Vervolgens geeft u aan om welk jaar en welke aangifte het gaat en verschijnt het juiste betalingskenmerk.
Overzicht betalen en ontvangen
Als u inlogt op de site van de Belastingdienst, ziet u onder andere uw ‘Overzicht betalen en ontvangen’. Hierin staan al uw aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet, al uw rekeningen en naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en btw en alle nog terug te betalen toeslagen. Ook hier vindt u per aanslag en rekening het juiste betalingskenmerk.
Dga-taks
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (ook wel de dga -taks) regelt grofweg dat de dga die te veel heeft geleend bij de eigen bv, hierover belasting betaalt. Er geldt een drempel van € 500.000. Een dga met schulden aan zijn bv(‘s) die op 31 december 2025 hoger zijn dan € 500.000, betaalt over het meerdere belasting in box 2.
Let op! Als de dga in 2023 of 2024 al belasting betaalde over een te hoge schuld bij eigen bv, dan wordt de drempel van € 500.000 verhoogd met de schuld waarover in 2023 of 2024 al belasting betaald is. De dga betaalt dus geen belasting over een schuld waar hij in een eerder jaar al belasting over betaalde.
Inwoner van België
Maar wat nu als de dga in België woont en een schuld groter dan € 500.000 heeft bij zijn in Nederland gevestigde bv? Op grond van de Nederlandse wet moet hij dan belasting betalen in box 2 over het deel van de schuld boven de € 500.000. Maar mag Nederland deze belasting ook heffen op grond van het Belastingverdrag tussen Nederland en België?
In principe geen heffing
De Belastingdienst geeft aan dat het antwoord op deze vraag in principe nee is. Nederland mag dus in principe geen belasting heffen als een inwoner van België een schuld van meer dan € 500.000 heeft bij zijn in Nederland gevestigde bv.
Maar wel bij conserverende aanslag
Dit is alleen anders als de dag na 15.15 uur op 15 september 2015 verhuisde naar België en daarbij een conserverende aanslag IB is opgelegd vanwege de aandelen in de in Nederland gevestigde bv. In zo’n geval kan een schuld groter dan € 500.000 wel leiden tot invordering van de conserverende aanslag IB, aldus de Belastingdienst.