t
0344 647 000
|

Hou rekening met WW-uitkering bij billijke vergoeding

Bepalen hoogte billijke vergoeding

Bij het vaststellen van een billijke vergoeding wordt vaak gekeken naar de periode dat het dienstverband nog zou hebben voortgeduurd en het loon dat de werknemer dan nog ontvangen zou hebben gedurende die periode. Met andere woorden: wat is de loonwaarde die de werknemer als gevolg van het ernstig verwijtbare eindigen van het dienstverband heeft gemist. Moet er dan rekening worden gehouden met een mogelijke WW-uitkering die de werknemer over deze periode ontvangt? Hierover bestond verdeeldheid in de literatuur. 

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft bepaald dat de rechter bij het bepalen van de billijke vergoeding de mogelijke WW-uitkering over die periode op het gederfde loon in mindering mag brengen. Als de rechter bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houdt met de gevolgen voor de werknemer van het voortijdige einde van de arbeidsovereenkomst, ligt het volgens de Hoge Raad voor de hand dat hij in dat verband niet alleen rekening houdt met nadelen (verlies van loon), maar ook met eventuele voordelen die daarmee voldoende samenhangen. Denk hierbij aan het recht op een uitkering of de mogelijkheid andere inkomsten te verwerven.

Nuancering mogelijk

Het is echter ook weer geen wet van Meden en Perzen dat de WW-uitkering altijd in mindering moet worden gebracht op de loonbetaling. De Hoge Raad overweegt dat in welke mate de vastgestelde gevolgen de hoogte van de billijke vergoeding bepalen, mede afhangt van de aanwezigheid van andere omstandigheden die bij het vaststellen van de vergoeding van belang zijn. Daarbij kan ook meewegen of de werknemer wordt benadeeld in mogelijke toekomstige rechten op een WW-uitkering. Denk aan de situatie dat iemand nog jaren te gaan heeft tot zijn pensioen. In dat geval kan de werknemer, afhankelijk van bijvoorbeeld het soort werk en de arbeidsmarkt er groot belang bij hebben om zijn potentiële aanspraak op de opgebouwde WW-rechten te behouden. Dan is het mogelijk niet redelijk en niet wenselijk deze als schadebeperkingsmaatregel op de te begroten billijke vergoeding in mindering te brengen.

Het zal een interessante puzzel worden. Nog afgezien van de vraag of er, als de plannen van het nieuwe kabinet doorgaan, nog wat overblijft van de WW om van de billijke vergoeding af te trekken

Vrije ruimte

Alles wat u aan uw werknemers in 2025 vergoedde, verstrekte of ter beschikking stelde, vormt in beginsel loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Als u ervoor gekozen heeft om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon, hoeft u geen loonbelasting in te houden op het loon van uw werknemers, maar betaalt u wel mogelijk een eindheffing.

Dit is het geval als er geen nihilwaardering of gerichte vrijstelling van toepassing was en u uw vrije ruimte in 2025 overschreed. Die vrije ruimte bedroeg in 2025 2% van uw totale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Let op! Sommige zaken mag u niet aanwijzen als eindheffingsloon. Voor deze zaken moet u altijd de loonbelasting inhouden op het loon van uw werknemers. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak. Maar ook als het niet gebruikelijk is om aan te wijzen als eindheffingsloon (en dus niet aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan), mag u niet aanwijzen.

Afrekenen overschrijding vrije ruimte

Overschreed u in 2025 uw vrije ruimte, dan betaalt u 80% eindheffing over deze overschrijding. Dit geeft u uiterlijk in uw tweede aangifte loonheffingen over 2026 aan.

Let op! Is dit een maandaangifte, dan is de deadline 31 maart 2026. Bij een vierweken-aangifte, ligt de deadline op 22 maart 2026.

Bekijk ook uw financiële administratie

Niet alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zullen in uw salarisadministratie zijn opgenomen. Sommigen zult u waarschijnlijk uit uw financiële administratie moeten halen.

Verbod contante betalingen vanaf € 3.000

Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn vanaf 1 januari 2026 in Nederland verboden. Het verbod geldt voor alle ondernemers die in of vanuit Nederland goederen aan- of verkopen, ongeacht in welke sector zij werkzaam zijn. Daarbij maakt het niet uit of de ondernemer aan- of verkoopt aan een andere ondernemer of aan een particulier. Verder maakt het ook niet uit of de transactie in Nederland plaatsvindt of in het buitenland. In alle gevallen zijn contante betalingen aan of van in Nederland gevestigde ondernemers vanaf € 3.000 niet toegestaan.

Let op!Particuliere verkopers vallen buiten de verbodsbepaling. Een particulier die bijvoorbeeld via Marktplaats iets verkoopt aan een andere particulier, mag dus nog wel een contante betaling boven de € 3.000 accepteren.

Uitzondering voor aankopen buiten de EU

Voor aankopen buiten de EU geldt bij de handhaving van het verbod een uitzondering. Een in Nederland gevestigde ondernemer kan daarom wel een aankoop buiten de EU van € 3.000 of meer contant betalen.

Geen andere uitzonderingen

Vertegenwoordigers van verschillende voertuig-, metaal- en scheepvaartbranches waar partijen uit Afrika, Zuid-Amerika en Oost-Europa vaak contant betalen, hebben met de minister van Financiën gesproken over knelpunten die door het verbod op contante betalingen ontstaan. Deze gesprekken hebben de minister er echter niet toegebracht om voor deze sectoren een uitzondering te maken.

De minister is namelijk niet van plan om een bredere uitzondering toe te staan voor specifieke goederen of sectoren of transacties met buitenlandse partijen. Dit zou in strijd zijn met het doel van het verbod op contante betaling, niet te handhaven zijn en niet goed aansluiten bij het in 2027 in te voeren Europese verbod op contante betalingen.

Europees verbod

Vanaf 10 juli 2027 geldt ook een Europees verbod op contante betalingen vanaf € 10.000. Dit Europese verbod betekent niet dat de grens in Nederland dan verhoogd wordt naar € 10.000. EU-landen mogen namelijk zelf de grens voor contante betalingen bepalen, zolang deze vanaf 10 juli 2027 maar onder de € 10.000 ligt.

Goederen, vanaf 10 juli 2027 ook diensten

Het verbod geldt nu alleen nog voor de handel in goederen. Een verbod op contante betalingen voor diensten volgt vanaf 10 juli 2027 bij de invoering van het Europese verbod. De grens voor diensten komt in Nederland, net als voor goederen, op € 3.000 te liggen.

Hoogte belastingrente

Over de hoogte van de belastingrente liep de afgelopen jaren een rechtszaak. Uiteindelijk heeft de hoogste rechtsinstantie, de Hoge Raad, geoordeeld dat de belastingrente voor de btw niet te hoog is. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt deze belastingrente 5%.

Voorkom belastingrente

U kunt deze belastingrente voorkomen door vóór 1 april 2026 uw btw-suppletie over het jaar 2025 in te dienen. Dus heeft u in 2025 te weinig btw aangegeven in uw btw-aangifte en dus te weinig btw afgedragen, corrigeer dit dan vóór 1 april 2026 met een btw-suppletie.

Let op!Ontvangt de Belastingdienst uw btw-suppletie 2025 niet vóór 1 april 2026, dan berekent de Belastingdienst vanaf 1 januari 2026 5% belastingrente.

Boete

U bent verplicht om een btw-suppletie in te dienen binnen acht weken nadat u constateerde dat u zo’n suppletie moet doen. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen.

Let op! De termijn van acht weken kan nog korter zijn. U moet uw btw-suppletie namelijk ook indienen voordat u weet of redelijkerwijs moet weten dat de Belastingdienst al bekend was of zou worden met de te weinig aangegeven of afgedragen btw.

Digitaal

Doet u zelf uw btw-suppletie, dan doet u dat digitaal via het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’. U vindt dit als u bent ingelogd op Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Btw-suppletie tot en met € 1.000

Bedraagt uw btw-suppletie € 1.000 of minder, dan verwerkt u de correctie in uw eerstvolgende btw-aangifte. U dient dan dus geen btw-suppletie in.

Tip! De Belastingdienst legt geen vergrijpboetes op als uw btw-suppletie € 1.000 of minder bedraagt.