t
0344 647 000
|

Vergeet uw afrekening WKR 2025 niet!

Vrije ruimte

Alles wat u aan uw werknemers in 2025 vergoedde, verstrekte of ter beschikking stelde, vormt in beginsel loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Als u ervoor gekozen heeft om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon, hoeft u geen loonbelasting in te houden op het loon van uw werknemers, maar betaalt u wel mogelijk een eindheffing.

Dit is het geval als er geen nihilwaardering of gerichte vrijstelling van toepassing was en u uw vrije ruimte in 2025 overschreed. Die vrije ruimte bedroeg in 2025 2% van uw totale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Let op! Sommige zaken mag u niet aanwijzen als eindheffingsloon. Voor deze zaken moet u altijd de loonbelasting inhouden op het loon van uw werknemers. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak. Maar ook als het niet gebruikelijk is om aan te wijzen als eindheffingsloon (en dus niet aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan), mag u niet aanwijzen.

Afrekenen overschrijding vrije ruimte

Overschreed u in 2025 uw vrije ruimte, dan betaalt u 80% eindheffing over deze overschrijding. Dit geeft u uiterlijk in uw tweede aangifte loonheffingen over 2026 aan.

Let op! Is dit een maandaangifte, dan is de deadline 31 maart 2026. Bij een vierweken-aangifte, ligt de deadline op 22 maart 2026.

Bekijk ook uw financiële administratie

Niet alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zullen in uw salarisadministratie zijn opgenomen. Sommigen zult u waarschijnlijk uit uw financiële administratie moeten halen.

Verbod contante betalingen vanaf € 3.000

Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn vanaf 1 januari 2026 in Nederland verboden. Het verbod geldt voor alle ondernemers die in of vanuit Nederland goederen aan- of verkopen, ongeacht in welke sector zij werkzaam zijn. Daarbij maakt het niet uit of de ondernemer aan- of verkoopt aan een andere ondernemer of aan een particulier. Verder maakt het ook niet uit of de transactie in Nederland plaatsvindt of in het buitenland. In alle gevallen zijn contante betalingen aan of van in Nederland gevestigde ondernemers vanaf € 3.000 niet toegestaan.

Let op!Particuliere verkopers vallen buiten de verbodsbepaling. Een particulier die bijvoorbeeld via Marktplaats iets verkoopt aan een andere particulier, mag dus nog wel een contante betaling boven de € 3.000 accepteren.

Uitzondering voor aankopen buiten de EU

Voor aankopen buiten de EU geldt bij de handhaving van het verbod een uitzondering. Een in Nederland gevestigde ondernemer kan daarom wel een aankoop buiten de EU van € 3.000 of meer contant betalen.

Geen andere uitzonderingen

Vertegenwoordigers van verschillende voertuig-, metaal- en scheepvaartbranches waar partijen uit Afrika, Zuid-Amerika en Oost-Europa vaak contant betalen, hebben met de minister van Financiën gesproken over knelpunten die door het verbod op contante betalingen ontstaan. Deze gesprekken hebben de minister er echter niet toegebracht om voor deze sectoren een uitzondering te maken.

De minister is namelijk niet van plan om een bredere uitzondering toe te staan voor specifieke goederen of sectoren of transacties met buitenlandse partijen. Dit zou in strijd zijn met het doel van het verbod op contante betaling, niet te handhaven zijn en niet goed aansluiten bij het in 2027 in te voeren Europese verbod op contante betalingen.

Europees verbod

Vanaf 10 juli 2027 geldt ook een Europees verbod op contante betalingen vanaf € 10.000. Dit Europese verbod betekent niet dat de grens in Nederland dan verhoogd wordt naar € 10.000. EU-landen mogen namelijk zelf de grens voor contante betalingen bepalen, zolang deze vanaf 10 juli 2027 maar onder de € 10.000 ligt.

Goederen, vanaf 10 juli 2027 ook diensten

Het verbod geldt nu alleen nog voor de handel in goederen. Een verbod op contante betalingen voor diensten volgt vanaf 10 juli 2027 bij de invoering van het Europese verbod. De grens voor diensten komt in Nederland, net als voor goederen, op € 3.000 te liggen.

Hoogte belastingrente

Over de hoogte van de belastingrente liep de afgelopen jaren een rechtszaak. Uiteindelijk heeft de hoogste rechtsinstantie, de Hoge Raad, geoordeeld dat de belastingrente voor de btw niet te hoog is. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt deze belastingrente 5%.

Voorkom belastingrente

U kunt deze belastingrente voorkomen door vóór 1 april 2026 uw btw-suppletie over het jaar 2025 in te dienen. Dus heeft u in 2025 te weinig btw aangegeven in uw btw-aangifte en dus te weinig btw afgedragen, corrigeer dit dan vóór 1 april 2026 met een btw-suppletie.

Let op!Ontvangt de Belastingdienst uw btw-suppletie 2025 niet vóór 1 april 2026, dan berekent de Belastingdienst vanaf 1 januari 2026 5% belastingrente.

Boete

U bent verplicht om een btw-suppletie in te dienen binnen acht weken nadat u constateerde dat u zo’n suppletie moet doen. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen.

Let op! De termijn van acht weken kan nog korter zijn. U moet uw btw-suppletie namelijk ook indienen voordat u weet of redelijkerwijs moet weten dat de Belastingdienst al bekend was of zou worden met de te weinig aangegeven of afgedragen btw.

Digitaal

Doet u zelf uw btw-suppletie, dan doet u dat digitaal via het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’. U vindt dit als u bent ingelogd op Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Btw-suppletie tot en met € 1.000

Bedraagt uw btw-suppletie € 1.000 of minder, dan verwerkt u de correctie in uw eerstvolgende btw-aangifte. U dient dan dus geen btw-suppletie in.

Tip! De Belastingdienst legt geen vergrijpboetes op als uw btw-suppletie € 1.000 of minder bedraagt.

Wel afschriften, geen uitleg

De Hoge Raad geeft aan dat op verzoek de afschriften van de betreffende gegevens moeten worden verstrekt en dat deze ook per gemeente kunnen verschillen, maar dat hierover geen uitleg hoeft te worden gegeven. Of de gegevens nuttig of noodzakelijk zijn voor de waardebepaling, is niet van belang. De bronnen van de betreffende gegevens hoeft een gemeente echter niet aan te geven. 

Gebruik internet

De gemeente moet ook inzage geven tot informatie wat gaat over eventueel gebruikte berekeningen. Ook zaken die een belastingplichtige zelf kan vinden, bijvoorbeeld via internet, moeten ter beschikking worden gesteld. Het vermelden van een site op internet kan in beginsel voldoende zijn, tenzij de site niet meer beschikbaar is. 

Taxatieverslag niet altijd voldoende

Is door een gemeente een taxatieverslag gebruikt, dan is dit alleen niet voldoende als er ook gegevens zijn gebruikt die hier niet in staan, maar wel bij de waardebepaling zijn gebruikt. De informatieverplichting geldt bovendien niet alleen voor het pand waarvoor de WOZ-waarde is bepaald, maar ook voor de vergelijkingsobjecten waar deze waarde mede op is gebaseerd.

Objectkenmerken

Voor wat betreft de factoren waarop de waarde kan worden bepaald, noemt de Hoge Raad primaire en secundaire objectkenmerken. Bij primaire objectkenmerken gaat het onder meer om het type woning, het bouwjaar, de gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte. Bij de secundaire kenmerken gaat het met name om zaken als kwaliteit, onderhoud, uitstraling, doelmatigheid, voorzieningen en ligging (KOUDVL-kenmerken) van een woning. Hierop toegepaste correcties vanwege afwijkingen van het gemiddelde dienen ook als gegeven te worden verstrekt, maar de basis waarop deze correcties zijn gebaseerd weer niet, aldus de Hoge Raad. Hetzelfde geldt voor correcties gebaseerd op een al dan niet aanwezigheid van een reserve in een Vereniging van Eigenaren.

Kennis en ervaring valt buiten informatieplicht

Gemeentes hoeven daarentegen geen informatie te verstrekken die gebaseerd is op kennis en ervaring, of van de bronnen ervan. Hiervan kunnen immers geen afschriften worden verstrekt, zo meent de Hoge Raad.

Bewijslast

De bewijslast dat niet de benodigde gegevens door de gemeente zijn verstrekt, ligt bij de belastingplichtige. Dit is echter anders als deze niet over deze gegevens kan beschikken, omdat ze in bezit zijn van de gemeente en deze de gegevens niet heeft verstrekt. In dat geval dient de gemeente aan te tonen dat de gevraagde gegevens niet aan de waardebepaling van de woning hebben bijgedragen.