Niet geregistreerd medicijn aftrekbaar als zorgkosten
Medicijnen aftrekbaar als zorgkosten
Als een arts medicijnen aan u voorschrijft, kunt u de kosten daarvan als zorgkosten in aanmerking nemen in uw aangifte inkomstenbelasting. Hierbij geldt de voorwaarde dat de kosten van die medicijnen niet al aan u vergoed worden.
Let op! De wettelijke eigen bijdrage voor ziektekosten kunt u nooit als zorgkosten in aanmerking nemen. Dat geldt ook voor het eigen risico van uw zorgverzekering.
Niet geregistreerde medicijnen
Aan de Belastingdienst is gevraagd of het ook mogelijk is om medicijnen die niet in Nederland en ook niet in de EU geregistreerd zijn als zorgkosten in aanmerking te nemen. Volgens de Belastingdienst is dat onder voorwaarden mogelijk.
Daarbij moet eerst worden vastgesteld dat het gaat om wat in Nederland omschreven wordt als een medicijn. Dat is een middel dat wordt gebruikt om de fysiologische functies bij de mens te herstellen, verbeteren of wijzigen. Het middel mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan de behandeling of voorkoming van een ziekte.
Voorschrift arts
Volgens de Belastingdienst is aftrek als zorgkosten vervolgens mogelijk als deze medicijnen zijn voorgeschreven door een in Nederland gevestigde arts.
Formeel kan een in Nederland gevestigde arts een niet geregistreerd medicijn niet voorschrijven. Maar als deze arts kan aangeven dat het medicijn kan leiden tot verbetering van de klinische conditie van de patiënt en bovendien aangeeft hoe het medicijn moet worden gebruikt, wordt dit aangemerkt als een voorschrift.
Verder is aftrek ook mogelijk als de medicijnen zijn voorgeschreven door een naar Nederlandse maatstaven kwalificerende arts in het buitenland. Uit de rechtspraak volgt dat uitleg over het gebruik van een medicijn door een arts hierbij gelijkgesteld kan worden met een voorschrift van een arts.
Overige voorwaarden
Uiteraard moet ook nog aan de overige algemene voorwaarden die gelden voor aftrek van zorgkosten voldaan worden. Houd er ook rekening mee dat voor de aftrek van specifieke zorgkosten een inkomensafhankelijk drempelbedrag geldt. Alleen als alle zorgkosten die voor aftrek in aanmerking komen in een jaar boven dit drempelbedrag uitkomen, leidt dit tot een aftrekbaar bedrag.
Inlenersaansprakelijkheid
Een uitlener van arbeidskrachten moet loonbelasting, sociale verzekeringspremies en btw betalen over het uitlenen van die arbeidskrachten. Betaalt de uitlener niet, dan kan de Belastingdienst de inlener of doorlener aansprakelijk stellen.
Nieuw! Aansprakelijk voor 35% van de factuursom
Vanaf de inwerkingtreding van de Wtta – dit staat gepland per 2027 – kan de Belastingdienst de inlener en de doorlener aansprakelijk stellen voor (gezamenlijk) maximaal 35% van de factuursom, zonder verder onderzoek te doen naar de daadwerkelijke omvang van de aansprakelijkheidsschuld. De Belastingdienst mag dan dus een beroep doen op het vermoeden dat de omvang van de aansprakelijkheidsschuld 35% van de factuursom bedraagt.
Let op! Deze nieuwe aansprakelijkstelling is alleen mogelijk voor de belastingjaren vanaf 2027. Treedt de Wtta later dan op 1 januari 2027 in werking, dan is de nieuwe aansprakelijkstelling pas mogelijk voor belastingtijdvakken van inwerkingtreding van de Wtta.
Tegenbewijs omvang aansprakelijkheidsschuld
De inlener en doorlener mogen straks nog wel tegenbewijs leveren over de werkelijke omvang van de aansprakelijkheidsschuld, bijvoorbeeld op basis van stukken uit de eigen administratie.
Uitzendonderneming is standaard uitlener
Nu moet de Belastingdienst voor de aansprakelijkstelling altijd eerst onderzoeken of sprake is van uitlening of aanneming. Straks hoeft dat niet meer. Van elke onderneming die is ingeschreven in het openbaar register als toegelaten uitzendonderneming, mag de Belastingdienst aannemen dat het een uitlener is. De Belastingdienst kan dan dus op basis van de raadpleging van het register de inlenersaansprakelijkheid toepassen.
Let op! Het openbaar register is onderdeel van de Wtta.
Tegenbewijs inlener
De inlener of doorlener krijgt wel de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat sprake is van aanneming van werk.
Vrijwaring
Stort de inlener 35% van de factuursom op de g-rekening van de uitlener en voldoet de inlener aan administratieve verplichtingen, dan geldt straks een vrijwaring.
Casus: installatie en verhuur zonnepaneleninstallatie
De casus uit de aan de Belastingdienst gestelde vraag was als volgt. Een ondernemer plaatst niet-geïntegreerde zonnepanelen op grote daken. De ondernemer blijft zelf eigenaar, maar verhuurt de installatie aan de gebruiker van het gebouw waarop de zonnepanelen zijn geplaatst.
Naast de niet-geïntegreerde zonnepanelen maken ook de volgende zaken onderdeel uit van de installatie: rasters waarop de zonnepanelen worden gelegd, kabels en kabelgoten, transformators, omvormers en een op maat gemaakte groepenkast. Als de zonnepanelen niet aan het dak worden bevestigd, gebruikt de ondernemer ook ballasttegels om de constructie te verzwaren.
In het Nederlandse civiele recht is de zonnepaneleninstallatie een onroerende zaak.
Voor btw geen verhuur onroerende zaak
Desondanks antwoordt de Belastingdienst dat de verhuur van de zonnepaneleninstallatie geen verhuur van een onroerende zaak is. De Belastingdienst oordeelt dat voor de btw de zonnepanelen roerend zijn, omdat ze afzonderlijk kunnen worden gebruikt en in bouwkundig opzicht geen onderdeel worden van de onroerende zaak waarop ze geplaatst zijn.
Let op! Dit oordeel geldt niet voor geïntegreerde zonnepanelen. Geïntegreerde zonnepanelen vervullen ook een rol als dakbedekking en worden daarmee in bouwkundig opzicht onderdeel van de onroerende zaak. Geïntegreerde zonnepanelen zijn dus wel onroerend.
Nu de verhuur van de zonnepaneleninstallatie naar het oordeel van de Belastingdienst geen verhuur van een onroerende zaak is, zal deze verhuur altijd met btw belast zijn.
Geen btw-verlegging voor installateur
De ondernemer in de casus maakt voor de installatie van de zonnepanelen gebruik van de diensten van een derde. Deze treedt op als uitvoerder en hield supervisie en controle. De Belastingdienst oordeelt dat de btw-verleggingsregeling hier niet van toepassing is omdat de derde geen fysieke werkzaamheden verricht aan een onroerende zaak. De derde realiseert, in de visie van de Belastingdienst, immers een roerende zaak en geen onroerende zaak.
Gevolg van dit oordeel is dat de derde bij installatie van niet-geïntegreerde zonnepanelen altijd btw berekenen en deze niet mag verleggen naar de opdrachtgever/hoofdaannemer. Let wel dat in het geval van installatie van zonnepanelen op een woning, onder voorwaarden, een nultarief geldt.
Let op! Ook in dit geval was het oordeel van de Belastingdienst anders geweest als het geïntegreerde zonnepanelen zouden zijn in plaats van niet-geïntegreerde zonnepanelen. Bij geïntegreerde zonnepanelen is de btw-verleggingsregeling wel van toepassing.
Let op! Ondanks dat de zonnepaneleninstallatie in het Nederlandse civiele recht een onroerend zaak is, neemt de Belastingdienst voor de btw een ander standpunt daarover in. Voor de heffing van de btw geldt namelijk een ander rechtskader en wordt niet in alle gevallen de Nederlandse civiele kwalificatie gevolgd.
Van zes naar drie maanden
De regels voor asielzoekers om te mogen werken gaan veranderen. Nu mogen asielzoekers die in de asielprocedure zitten na zes maanden gaan werken. Vanaf 12 juni 2026 mag dat al na drie maanden nadat hun asielprocedure is gaan lopen.
Let op! Dit geldt alleen voor asielzoekers die een grotere kans hebben om in Nederland te mogen blijven.
Schrappen 24-weken-eis
Op dat moment wordt eveneens de 24-weken-eis officieel uit de regels geschrapt. Asielzoekers mochten maar 24 weken werken per periode van 52 weken. Dit om te voorkomen dat ze recht op een WW-uitkering zouden krijgen. Na een uitspraak van de Raad van State in november 2023 dat deze 24-weken-eis in strijd is met Europees recht, past het UWV deze ook al niet meer toe.
Nog wijzigen
Om bovenstaande regels te kunnen invoeren, moeten het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 nog worden gewijzigd. Hierover is al wel een internetconsultatie geweest.
Let op! Voor statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning) hoeft u geen TWV aan te vragen. Datzelfde geldt voor asielzoekers die vrijwilligerswerk gaan doen. De werkgever moet dan wel een vrijwilligersverklaring aanvragen.
Aanvragen werkvergunning
De werkvergunning van een asielzoeker geldt voor de duur van het Vreemdelingen Identiteitsbewijs (W-document). Het aanvragen van de vergunning gebeurt bij het UWV.
Aanleiding
Aanleiding voor het veranderen van deze regels is het EU Asiel- en migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt. Er geldt vanaf dat moment één gezamenlijk Europees asielsysteem. In het pact zitten verordeningen en een richtlijn die ervoor moeten zorgen dat de instroom van asielzoekers naar Nederland en de EU afneemt.
Vragen?
Bij vragen over werkvergunningen of werknemers uit het buitenland kan het Landelijk Steunpunt Arbeidsmigratie (LSA) ondersteuning bieden. Het LSA kan de werkgever ondersteunen vanaf het begin van de zoektocht naar nieuwe werknemers.
Arbeidsmigranten die vragen hebben over hun rechtspositie in Nederland kunnen hier een kijkje nemen.