t
0344 647 000
|

Belastingrente bij trage behandeling btw-teruggaaf

Acht weken

De Belastingdienst heeft in principe acht weken de tijd om je verzoek om btw-teruggaaf af te handelen. Duurt dit langer, dan heb je recht op vergoeding van belastingrente als de btw-teruggaaf betrekking heeft op een voorgaand jaar én het al 1 april is geweest.

Voorbeeld
De Belastingdienst ontvangt je verzoek om btw-teruggaaf over het vierde kwartaal 2025 op 20 januari 2026. Als je op 1 april 2026 nog geen teruggaafbeschikking van de Belastingdienst ontvangen hebt, heb je vanaf 1 april 2026 recht op vergoeding van belastingrente.

Berekening belastingrente

Het tijdvak waarover de belastingrente berekend wordt, vangt aan op 1 april of acht weken na ontvangst van je verzoek (als dit later is dan 1 april). Het tijdvak loopt tot veertien dagen na de dagtekening van de teruggaafbeschikking..

Vervolg voorbeeld
Als de Belastingdienst een teruggaafbeschikking afgeeft met dagtekening 15 juni 2026, dan moet de Belastingdienst 5% belastingrente vergoeden over de periode 1 april 2026 tot en met 29 juni 2026.

Tijdig bezwaar bij afwijzing verzoek om btw-teruggaaf

Wijst de Belastingdienst je verzoek om btw-teruggaaf ten onrechte af? Kom dan op tijd, dat wil zeggen binnen zes weken na de dagtekening van de afwijzende beschikking, in bezwaar. Als de Belastingdienst dan alsnog de btw-teruggaaf verleent, heb je ook recht op vergoeding van belastingrente.

Let op! De Belastingdienst heeft op vragen daarover laten weten dat geen recht bestaat op vergoeding van de belastingrente als het oorspronkelijk verzoek om btw-teruggaaf te laat is ingediend en/of als het bezwaar tegen de afwijzende beschikking te laat is ingediend.

Overdrachtsbelasting

Bij de koop van een woning is de koper in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Het normale tarief bij verkrijging van een woning bedraagt op dit moment 8%. Wordt de woning door de koper na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, dan geldt een tarief van 2% of is, onder voorwaarde, een startertsvrijstelling van toepassing. Maar geldt er ook een termijn waarbinnen je de woning als hoofdverblijf moet gaan gebruiken?

Woning verbouwd

Of er een termijn geldt voor het als hoofdverblijf gaan gebruiken, is voor een verbouwing van een woning besproken bij de totstandkoming van de wet. Ook in de rechtspraak is dit al enkele keren aan de orde geweest. Daarbij is geen termijn genoemd waarbinnen de verbouwing voltooid dient te zijn. In 96% van de gevallen wordt een woning namelijk binnen een jaar bewoond. Duurt een verbouwing langer, dan kan door de Belastingdienst gevraagd worden aannemelijk te maken dat je de woning toch anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Terminaal ziek

In een zaak die speelde voor rechtbank Noord-Nederland had een echtpaar een woning gekocht, maar gingen hier niet direct zelf in wonen. In plaats daarvan verhuurden ze de woning aan hun terminaal zieke dochter en haar twee kinderen. Ze gaven aan het appartement gekocht te hebben omdat ze zelf kleiner wilden gaan wonen. Ze zouden het gelijkvloerse appartement na het overlijden van hun dochter zelf gaan bewonen.

Welk tarief overdrachtsbelasting?

Voor de rechtbank stond de vraag centraal welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was. De ouders wezen erop dat het hun intentie was de woning op termijn zelf als hoofdverblijf te gaan gebruiken en bepleitten een tarief van 2%. Volgens de Belastingdienst was de woning echter aangekocht voor de dochter. De Belastingdienst vond dat het echtpaar daarom de woning na verkrijging niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf was gaan gebruiken. Het normale tarief van toen nog 10,4% (voor woningen is dat nu 8%, waarschijnlijk vanaf 2027 7%) was daarom van toepassing, aldus de Belastingdienst.

Geen fatale termijnen

De rechtbank kwam echter tot de conclusie dat de woning was gekocht met de intentie deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Dat dit niet direct na aankoop gebeurde was volgens de rechtbank niet van belang, nu aannemelijk was dat de intentie aanwezig was en ook zou worden uitgevoerd na overlijden van de dochter. 

De wet bevat ook geen fatale termijnen, waarbinnen de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt moet gaan worden, aldus de rechtbank.

De rechtbank achtte het ook niet aannemelijk dat de woning voor de dochter was gekocht, aangezien die er nog maar een korte periode in kon wonen. Vanwege de situatie van de dochter was de aankoop door het echtpaar vervroegd en het bewonen door henzelf slechts kort uitgesteld. Er diende dan ook uitgegaan te worden van een overdrachtsbelastingtarief van 2%.

Let op! De uitspraak van rechtbank Noord-Nederland betekent niet dat bij elk uitgesteld gebruik van bewoning, het 2% tarief van toepassing is. Dit is altijd afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Bovendien is nog niet bekend of er mogelijk hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom over uw eigen situatie met onze adviseurs.

 

Vaste kostenvergoeding onbelast

Je bent een uitzendorganisatie die een uitzendkracht te werk stelt bij een onderneming. Die onderneming betaalt aan zijn werknemers een vaste kostenvergoeding. De onderneming heeft hierover overleg gevoerd met de Belastingdienst. Zij zijn samen tot de conclusie gekomen dat een deel van de vaste kostenvergoeding onder een gerichte vrijstelling valt en een deel is aan te merken als een vergoeding voor intermediaire kosten. Kortom, de vaste kostenvergoeding kan onbelast en raakt de vrije ruimte van de werkkostenregeling van de onderneming niet.

Ook voor uitzendkracht?

Je wilt de uitzendkracht dezelfde vaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de onderneming krijgen waar de uitzendkracht te werk is gesteld. Kun je dan gebruik maken van de afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming? Ofwel mag je er van uit gaan dat de vaste kostenvergoeding aan de uitzendkracht ook onbelast is en jouw vrije ruimte van de werkkostenregeling niet raakt.

Ja, onder voorwaarden

In principe kun je geen beroep doen op een afspraak tussen de Belastdienst en een andere partij. Voor deze situatie heeft de Belastingdienst echter aangegeven dat je de kostenvergoeding wel onbelast mag vergoeden aan de uitzendkracht als je aannemelijk maakt dat:

  • de uitzendkracht werkzaam is in een gelijke functie als de werknemer van de onderneming, én
  • de uitzendkracht vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeert als de werknemer van de onderneming.

De uitzendkracht verkeert vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden als hij met dezelfde soort kosten wordt geconfronteerd. Bij gelijkenis van werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden, vindt de Belastingdienst dat het aannemelijk is dat dit het geval is.

Let op! Een andere voorwaarde die de Belastingdienst stelt is dat je dezelfde voorwaarden stelt en dezelfde vergoedingen geeft volgens de afspraak die de onderneming heeft met de Belastingdienst. Je moet daarom ook beschikken over (een kopie van) de geldige afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming.

Huurtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen per 1 januari 2025 niet te hoog was en je een zelfstandige woonruimte huurde in dat jaar, heb je mogelijk recht op huurtoeslag. Vroeg je de huurtoeslag voor 2025 nog niet aan, dan heb je nog tot en met 31 december 2026 de tijd om dat alsnog te doen.

Tip! Meer informatie over de huurtoeslag vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Huurtoeslag.

Zorgtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen op 1 januari 2025 niet te hoog was, heb je over 2025 recht op zorgtoeslag. Ook de zorgtoeslag 2025 kun je nog tot en met 31 december 2026 aanvragen.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden. Meer informatie vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Zorgtoeslag.

Kindgebonden budget

Met het kindgebonden budget kun je een bijdrage krijgen in de kosten voor je kinderen tot 18 jaar. Ook voor het kindgebonden budget 2025 mag je inkomen en vermogen niet te hoog zijn. Kom je in aanmerking, vraag dan het kindgebonden budget 2025, uiterlijk 31 december 2026 aan.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden en meer informatie op de website van de Belastingdienst, onderdeel Kindgebonden budget.

Proefberekening

Op de website van de Belastingdienst kun je een proefberekening maken van de toeslagen waarop je voor het jaar 2025 recht hebt. Die berekening kan je overigens ook maken voor eerdere jaren en voor het jaar 2026.

Kortere termijn kinderopvangtoeslag

Voor kinderopvangtoeslag gelden andere termijnen. De kinderopvangtoeslag kun je met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht aanvragen. Je kunt dus nu geen kinderopvangtoeslag 2025 meer aanvragen.

Andere termijn voor ondernemers met uitstel

Vroeg je als ondernemer uitstel aan voor het indienen van je aangifte inkomstenbelasting 2025? Dan geldt voor jou een andere termijn voor het aanvragen van huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget. Je kunt deze toeslagen voor het jaar 2025 nog aanvragen tot de datum waarop je uitstel voor het indienen van je aangifte afloopt.