t
0344 647 000
|

In 2026 nog compensatie transitievergoeding langdurig zieke

Regeling compensatie transitievergoeding

Je kunt bij het UWV ontslag aanvragen voor een werknemer die meer dan twee jaar ziek is. Deze werknemer heeft dan wel recht op een transitievergoeding. Voor deze transitievergoeding kun je compensatie vragen bij het UWV via de regeling compensatie transitievergoeding.

Alleen nog voor kleine werkgevers?

Het vorige kabinet was van plan om de compensatie te beperken tot kleine werkgevers. Een kleine werkgever is in dit verband een werkgever met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Daarbij wordt gekeken naar het totaal van het premieplichtige loon van de werkgever twee jaar eerder. Dit gebeurt nu ook al voor de vaststelling van de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds. In 2026 is een werkgever klein voor deze premie als het totale premieplichtige loon over 2024 niet hoger was dan € 1.082.500.

Uitstel tot 1 januari 2027

Het plan was om de beperking tot kleine werkgevers in te voeren per 1 juli 2026. Het wetsvoorstel moet echter nog door de Tweede en Eerste Kamer. Gezien de krappe tijd is de beoogde inwerkingtreding verschoven naar 1 januari 2027.

Let op! Het huidige kabinet heeft het plan om de compensatie van de transitievergoeding van een langdurig zieke per 1 januari 2028 voor alle werkgevers af te schaffen. Ook een kleine werkgevers heeft dus, als dit plan doorgaat, vanaf 1 januari 2028 geen recht meer op compensatie.

MB+-procedure

Het advies van de AG is gegeven in twee proefprocedures die onderdeel zijn van de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure). In de MB+-procedure staat de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3 toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.

De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NBA, NOB, RB en SRA) menen dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening is gehouden. Daar gaat de MB+-procedure over.

Vier proefprocedures

In de MB+-procedure zijn proefprocedures gevoerd voor vier rechtbanken. De rechtbanken hebben inmiddels allemaal de Hoge Raad gevolgd. De groep niet (of te laat) bezwaarmakers heeft dus ook volgens de rechtbanken geen recht op berekening van het box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 op basis van werkelijk rendement.

Advies AG

Twee procedures zijn inmiddels in behandeling bij de Hoge Raad. Een AG heeft hierover op 8 mei 2026 advies uitgebracht aan de Hoge Raad. Het advies is om niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 te geven.

Let op! Het is niet gezegd dat de Hoge Raad dit advies van de AG opvolgt. Het wachten is daarom op het oordeel van de Hoge Raad. Wanneer de Hoge Raad zich hierover uitspreekt, is nog niet bekend. In afwachting van het oordeel van de Hoge Raad hoef je geen nadere actie te ondernemen.

Landbouwvrijstelling

Bovenstaande discussie speelde zich af bij een zaak bij rechtbank Noord-Holland waarbij het ging om de landbouwvrijstelling. Deze vrijstelling van de winst geldt voor waardeveranderingen van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. De winst bij verkoop van de grond is dus onbelast, maar een eventueel verlies is ook niet aftrekbaar.

Makelaarskosten aftrekbaar?

In genoemde zaak ging het om een vof waarin drie agrariërs een veehouderij en kaasmakerij uitoefenden. Bij staking van het bedrijf realiseerden zij een stakingswinst van ruim € 6,2 miljoen, waarvan € 938.000 belast was en de rest vrijgesteld was ingevolge de landbouwvrijstelling. Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de bij verkoop gemaakte makelaarskosten integraal aftrekbaar waren.

Direct op de verkoop drukkende kosten

De rechtbank stelde vast dat ‘direct op de verkoop drukkende kosten’ eerst op de onder de landbouwvrijstelling vrijgestelde opbrengst in mindering moesten worden gebracht. Omdat het overgrote deel van de stakingswinst was vrijgesteld, betekende dit dat ook van de makelaarskosten van € 54.000 nog geen € 7.000 in aftrek kwam op de winst. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk.

OSS

Lever je als in Nederland gevestigde btw-ondernemer goederen of diensten aan klanten in een ander EU-land die geen btw-aangifte doen? En moet je de over die goederen of diensten verschuldigde btw aangeven in dat andere EU-land? Dan kun je er in een aantal situaties voor kiezen om de verschuldigde buitenlandse btw aan te geven via een zogenoemde OSS-aangifte.

De OSS staat voor One Stop Shop en biedt je de mogelijkheid om via het éénloketsysteem in Nederland, de btw aan te geven die je in het ander EU-land verschuldigd bent. Dat doe je dan één keer per kwartaal. De Belastingdienst stuurt dan je melding en betaling naar de Belastingdienst van dat andere EU-land.

Uitbreiding OSS

In het op 26 maart 2026 bij de Tweede Kamer ingediende wetvoorstel ‘Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie’ wordt de OSS vanaf 1 januari 2027 uitgebreid voor leveringen van elektriciteit, gas, warmte en koude aan consumenten (B2C-leveringen ofwel Business to Consumer leveringen).

Daarnaast wordt in het wetsvoorstel de OSS per 1 juli 2028 verder uitgebreid voor B2C-montageleveringen, B2C-leveringen aan boord van schepen, luchtvaartuigen of treinen, en bepaalde binnenlandse B2C-leveringen.

Verder wordt in het wetsvoorstel vanaf 1 juli 2028 een nieuwe btw-regeling geïntroduceerd voor de overbrenging van eigen goederen, de zogenoemde overbrengingsregeling.

Uitbreiding btw-verleggingsregelingen

Vanwege het wetsvoorstel wordt per 1 juli 2028 ook een aanvullende verleggingsregeling ingevoerd. Dat leidt ertoe dat buitenlandse ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd en hier geen vaste inrichting en Nederlands btw-identificatienummer hebben, de verschuldigde btw vaker kunnen verleggen naar de Nederlandse afnemer.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

De voorgestelde wetswijzigingen gaan over een van de drie onderwerpen uit de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De andere twee onderwerpen worden via aparte wetsvoorstellen geïmplementeerd in de Nederlandse btw-wetgeving. De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:

  1. De introductie van elektronische facturering en digitale rapportageverplichtingen (vanaf 1 juli 2030).
  2. Regels voor de platformeconomie in de vorm van de invoering van een zogenoemde platformfictie voor het verrichten van bepaalde diensten (vanaf uiterlijk 1 juli 2028). 
  3. De enkele btw-registratie (gedeeltelijk vanaf 1 januari 2027 en voor het grootste deel vanaf 1 juli 2028). Voor dit onderdeel is dus op 26 maart 2026 het hiervoor vermelde Nederlandse wetsvoorstel ingediend.

Waarom wordt de OSS uitgebreid?

De OSS wordt uitgebreid om de administratieve lasten te verlichten voor ondernemers met grensoverschrijdende transacties aan consumenten in andere EU-landen en om belemmeringen voor hun deelname aan de interne markt weg te nemen. 

Door de uitbreiding van de OSS krijgen ondernemers de mogelijkheid om zich voor meer B2C-leveringen in één EU-land te registreren voor de btw. In dat EU-land kunnen die ondernemers de in de andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen. Dit vermindert de administratieve lasten.

Let op! Een ondernemer is niet verplicht om voor de OSS te kiezen. Een ondernemer kan de eventueel in het buitenland betaalde btw op inkopen en investeringen niet in aftrek brengen in de OSS-aangifte. Dit kan een reden zijn om niet te kiezen voor de OSS en toch buitenlandse btw-aangiften te blijven doen

Let op!Het wetsvoorstel is nu nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer instemt, moet daarna ook de Eerste Kamer nog instemmen.