t
0344 647 000
|

Denk aan maximale looptijd lening bij oversluiten hypotheek

Looptijd per ongeluk te lang

Het is van groot belang goed op de voorwaarde van 30 jaar te letten, zeker als u een hypotheek oversluit. In een zaak die speelde bij Rechtbank Noord-Nederland had een belastingplichtige de in 2014 afgesloten hypothecaire lening in 2021 overgesloten bij een andere bank. De nieuwe lening was opnieuw afgesloten voor een periode van 30 jaar. 

Geen aftrek van rente en kosten

Omdat er inmiddels al zeven jaren waren verlopen sinds de oorspronkelijke lening was afgesloten, was de looptijd van opnieuw 30 jaar van de nieuwe hypothecaire lening te lang. Het gevolg was dat de rente die betrekking had op de nieuwe lening, helemaal niet meer aftrekbaar was. Ook de financieringskosten van het oversluiten van de nieuwe lening waren daardoor niet aftrekbaar.

Geen correctie met terugwerkende kracht

De belastingplichtige voerde aan dat de lening in 2024 was aangepast, waarbij voor de looptijd werd uitgegaan van 30 jaren onder aftrek van de inmiddels verstreken jaren. De rechtbank was echter van mening dat aan deze correctie geen terugwerkende kracht kon worden verleend en liet de aanslag in stand. 

Aanslag stond niet onherroepelijk vast

Dat de aanslag nog niet onherroepelijk vaststond, deed volgens de rechtbank niet ter zake. De lening voldeed bij het aangaan van de schuld niet aan de wettelijke voorwaarden en dit kon achteraf niet worden hersteld.

WOZ-waarde is bepalend

Voor woningen vanaf € 75.000 geldt het EWF van 0,35%, voor woningen met een WOZ-waarde vanaf € 1.350.000 geldt een hoger EWF van 2,35% over het meerdere. 

Strijd met Europees recht?

Al langer vragen met name bezitters van duurdere woningen zich af of dit hogere forfait in strijd is met het Europese recht. Ze voeren onder meer aan dat er strijdigheid is met het gelijkheidsbeginsel en dat er geen redelijke verhouding meer is tussen het gehanteerde middel van de heffing en het beoogde doel.

Rechtbank volgt Hof

In een zaak die eind oktober vorig jaar speelde voor Gerechtshof Amsterdam, kwam het Hof tot de conclusie dat het hoge forfait niet in strijd is met het Europese recht. Het hogere forfait is mede ingevoerd vanwege het beleggingsaspect dat voor duurdere woningen zou gelden, naast het bestedingsaspect in de vorm van het woongenot. Een vergelijkbare zaak werd behandeld door Rechtbank Den Haag en ook die komt tot de conclusie dat er geen strijd is met het Europese recht.

Hoge forfait beperkt aftrek

In deze zaak handelde het om een woning met een WOZ-waarde van € 1.683.000. In het jaar betreffende jaar (2023) kwam het EWF uit op € 15.550. Vanwege dit hoge forfait was van de betaalde hypotheekrente van € 24.533 slechts een bedrag van € 8.983 aftrekbaar.

Toegenomen belang vanwege afbouw Wet Hillen

De discussie rond het hoge forfait staat de laatste tijd extra in de belangstelling vanwege de versnelde afbouw van de aftrek volgens de Wet Hillen. Bezitters van een eigen woning met een geringe hypotheek kunnen namelijk niet het hele rentebedrag in aftrek op het EWF brengen, als het EWF hoger is dan de aftrekbare hypotheekrente. Het niet-aftrekbare bedrag zou oorspronkelijk pas in 2048 zijn terugbracht naar nihil, maar in het Belastingplan 2026 is dit vervroegd naar 2041. Vanaf dit jaar gaat men in deze situatie dus minder profiteren van de aftrek van de hypotheekrente, ook als met te maken heeft met de villatax. 

Toegenomen belang vanwege beperking aftrek tot 30 jaar

In dit kader is ook van belang dat de aftrek van hypotheekrente van de eigen woning beperkt is tot maximaal 30 jaar. Bij leningen die vóór 2001 zijn afgesloten, begint deze termijn op 1 januari 2001. Aftrek van hypotheekrente is na 30 jaar dan niet meer mogelijk, terwijl voor duurdere woningen wel de villatax van kracht blijft.

Wachten op Hoge Raad

Vanwege het grote belang van de uitspraken is het vrijwel zeker dat deze worden voorgelegd aan de Hoge Raad. Pas dan zal duidelijk worden of de villatax in stand kan blijven.

Aftrek zorgkosten

De meeste zorgkosten zijn aftrekbaar van het inkomen. Dat kan in 2026 tegen maximaal 37,56%. Daarnaast is bepaald dat u voor een deel van uw zorgkosten geen aftrek krijgt, de zogenaamde drempel. Alleen het bedrag boven de drempel is aftrekbaar. De drempel neemt toe naarmate uw inkomen hoger is.

Kosten regelmatig ziekenbezoek

Kosten van regelmatig ziekenbezoek kunnen aftrekbaar zijn als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo moet er sprake zijn van regelmatig bezoeken, moet de bezochte persoon wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand worden verpleegd en moeten de bezoeker en verpleegde bij aanvang van de verpleging een gezamenlijke huishouding voeren. Ook moet de afstand tussen de woning of verblijfplaats van de bezoeker en de plaats van verpleging meer dan tien kilometer bedragen.

Werkadres als verblijfplaats?

De Belastingdienst is aan de hand van een bepaalde situatie ingegaan op de vraag of onder omstandigheden ook een werkadres als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Uitgegaan wordt van een belastingplichtige die bij zijn ouders woont waarvan er één langdurig chronisch ziek is en thuis wordt verpleegd. Belastingplichtige rijdt regelmatig tussen de middag van zijn werk naar huis en terug om te assisteren bij de verpleging. Kunnen deze reiskosten dan worden opgevoerd als zorgkosten, ofwel kan het werkadres als verblijfplaats worden aangemerkt?

Uitsluiting aftrek voorkomen

De Belastingdienst stelt zich op basis van de wetsgeschiedenis op het standpunt dat een werkadres niet als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Uit het standpunt kan worden afgeleid dat dit zowel geldt voor ondernemers als voor werknemers, zoals de ondernemer die vanuit de zaak op ziekenbezoek gaat bij zijn partner. Verduidelijkt wordt dat behalve een woning soms ook van een verblijfplaats kan worden uitgegaan. Dit om te voorkomen dat een bezoeker die tijdelijk elders verblijft, maar bij aanvang van de verpleging wel een gezamenlijke huishouding met de verpleegde voerde, de reiskosten niet zou kunnen opvoeren als zorgkosten.

Bredere werking

Door de gegeven toelichting is duidelijk dat een werkadres of de plaats van een onderneming voor de zorgaftrek niet als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Dit zal alleen anders zijn voor thuiswerkende ondernemers en werknemers, omdat de woning en het werkadres dan samenvallen.

Subsidie vervangt aftrek

De aftrek van scholingskosten is per 2022 vervallen en vervangen door de STAP-subsidie. Die subsidie is inmiddels weer vervangen door de SLIM-subsidie. Via de SLIM-subsidie kunnen werkgevers in het mkb subsidie aanvragen om werknemers en stagiairs op te leiden of om te scholen.

Aftrek voor algemene opleiding?

In een zaak waarbij nog vóór 2022 scholingskosten waren gemaakt, werd de aftrek geweigerd omdat de betreffende studie, een vwo-studie, volgens de inspecteur in een te ver verband stond met de doelstelling om inkomen te verwerven. De belastingplichtige was het hiermee niet eens en stapte naar de rechter.

Te ver verwijderd verband?

Voor rechtbank Noord-Holland ging het met name om de vraag of een algemeen vormende opleiding, zoals de vwo-opleiding, in een te ver verwijderd verband stond met het verwerven van inkomen. In dat geval was in principe geen aftrek mogelijk, zo besliste de Hoge Raad in 2013, al zijn er uitzonderingen mogelijk. Dit bleek weer uit een arrest van de Hoge Raad uit 1980, waarin de kosten van een mavo-opleiding wel in aftrek werden toegestaan.

Situaties niet vergelijkbaar

Volgens de rechtbank zijn beide zaken echter niet vergelijkbaar. Zo was de belastingplichtige uit het arrest uit 1980 na de mavo-opleiding direct een beroepsopleiding gaan volgen. 

In de zaak voor de rechtbank Noord-Holland was hiervan geen sprake en wilde de belastingplichtige op termijn als paleontoloog aan de slag. Ze kon na de vwo-opleiding worden toegelaten tot de bachelor studie. Daarna moesten echter nog een master, extra curriculaire activiteiten en promotieonderzoek worden gedaan om een paleontoloog te worden. 

Volgens de rechtbank was er daarom een veel verder verband met het verwerven van inkomen dan in de zaak waarbij een mavo-opleiding was gevolgd. De inspecteur werd dan ook in het gelijk gesteld.