t
0344 647 000
|

Btw-herziening investeringsdiensten van minimaal € 30.000

Herzieningsregeling investeringsgoederen

Voor investeringen in roerende en onroerende goederen kennen we nu al een herzieningsregeling. Daarbij wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaar en het gebruik van onroerende investeringsgoederen gedurende negen jaar ná het jaar van ingebruikname gevolgd.

Gewijzigd gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties in die periode, kan gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw wordt dan mogelijk herzien. Als het gebruik gewijzigd is van btw-belast naar btw-vrijgesteld, kan dit betekenen dat btw terugbetaald moet worden. Andersom kan wellicht btw teruggevraagd worden als het gebruik wijzigt van btw-vrijgesteld naar btw-belast.

Investeringsdiensten

Een dergelijke herzieningsregeling is er nu nog niet voor investeringsdiensten aan onroerende zaken. Dat vindt het kabinet voor bepaalde situaties ongewenst. Zo gebeurt het dat woningen fors verbouwd worden en de volledige btw in aftrek wordt gebracht omdat de woningen na de verbouwing voor een korte periode btw-belast verhuurd worden. Als diezelfde woningen daarna btw-vrijgesteld verhuurd worden, wordt die btw-aftrek niet herzien.

Let op!   In principe is de verhuur van een ongemeubileerde woning btw-vrijgesteld. Alleen in zogenaamde short-stay-situaties is de verhuur met 9% btw-belast. Het is dus niet zo dat elke verhuur van woningen btw-belast is. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Voorgestelde btw-herziening investeringsdiensten

Op Prinsjesdag 2024 is voorgesteld ook voor investeringsdiensten vanaf 1 januari 2026 een btw-herzieningsregeling in te voeren. In dit voorstel worden investeringsdiensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000 exclusief btw gevolgd in het jaar van ingebruikname plus de vier daaropvolgende jaren. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

Wat is een investeringsdienst?

De btw-herzieningsregeling gaat straks niet voor iedere dienst aan een onroerende zaak gelden. Het gaat om investeringsdiensten aan onroerende zaken die meerjarig dienen. U moet dan denken aan het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van onroerende zaken. Maar ook met een verbouwing samenhangende sloopwerkzaamheden vallen hieronder.

Let op! Materialen, installaties, machines en werktuigen die opgaan in dienst en na installatie of montage hun zelfstandigheid verliezen, worden gezien als onderdeel van de investeringsdienst.

Minimaal € 30.000

Om geraakt te worden door de btw-herzieningsregeling moet de investeringsdienst wel minimaal € 30.000 (exclusief btw) bedragen. Die beoordeling vindt plaats per afzonderlijke dienst. Als bijvoorbeeld een schilder voor € 25.000 (exclusief btw) de buitenkozijnen en deuren van een pand schildert en een elektricien voor € 10.000 (exclusief btw) werkzaamheden aan de binnenkant van het pand verricht, is de btw-herzieningsregeling niet van toepassing. De beide diensten blijven immers onder de € 30.000.

Let op! In de toelichting bij het Belastingplan 2025 wordt opgemerkt dat een dienst die kunstmatig wordt opgeknipt in meerdere diensten als één dienst zal worden aangemerkt. 

Alleen voor investeringsdienst vanaf 1 januari 2026

De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze investeringsdiensten dus vóór 1 januari 2026 in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling.

Ingebruikname vóór 1 januari 2026 lijkt verstandig (indien mogelijk), als de voorgestelde regeling ertoe leidt dat u afgetrokken btw deels moet terugbetalen. Als het gebruik van uw onroerend goed wijzigt van btw-vrijgesteld naar (deels) btw-belast, kan de voorgestelde regeling echter ook positief uitwerken. In dat geval heeft u namelijk recht op meer btw-aftrek. U kunt de ingebruikname van de investeringsdienst dan (indien mogelijk) beter uitstellen naar 2026.

Let op! Het voorstel is onderdeel van het Belastingplan 2025 dat nog door de Tweede en Eerste Kamer moet worden goedgekeurd. Het is daarom nog niet definitief.

Salderingsregeling zonnepanelen

Levert u met uw zonnepanelen elektriciteit terug aan uw energieleverancier, dan zorgt de salderingsregeling ervoor dat deze elektriciteit eerst verrekend wordt met de elektriciteit die u afneemt van uw energieleverancier. Neemt u meer af dan dat u teruglevert, dan bent u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh verschuldigd. Levert u meer terug dan dat u afneemt, dan krijgt u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh.

Let op! Nagenoeg alle energieleveranciers brengen inmiddels terugleverkosten in rekening aan klanten die met zonnepanelen elektriciteit terugleveren.

Einde salderingsregeling per 2027

Het kabinet wil de salderingsregeling vanaf 2027 stoppen. U kun dan niet langer uw teruggeleverde elektriciteit verrekenen met de door u afgenomen elektriciteit. Uw energieleverancier moet u dan een vergoeding betalen voor de teruggeleverde elektriciteit. Hoe hoog die vergoeding is, is nog niet bekend. In het voorstel van het kabinet is wel opgenomen dat dit een redelijke vergoeding moet zijn.

Wat dan redelijk is, is niet gedefinieerd. In het voorstel is wel vastgelegd dat de vergoeding niet redelijk is indien die vergoeding onevenredig laag is gezien de kosten en baten van de marktdeelnemer en niet concurrerend is.

Geen energiebelasting over opgewekte meteen gebruikte elektriciteit

Het kabinet wil eigenaren van zonnepanelen stimuleren om zoveel mogelijk de opgewekte elektriciteit meteen zelf te gebruiken. Op die manier wordt het overbelaste elektriciteitsnet minder zwaar belast. Over opgewekte elektriciteit die meteen zelf gebruikt wordt, hoeft ook geen energiebelasting te worden betaald. Dat is nu al zo en blijft ook zo vanaf 2027.

Let op! Het voorstel is op Prinsjesdag 2024 ingediend en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Het is daarom nog niet definitief.

Vrijstelling bpm

De vrijstelling in de bpm geldt nu nog voor ondernemers die de bestelauto meer dan 10% van het totaal aantal kilometers per jaar zakelijk gebruiken. Dit moet desgevraagd aannemelijk gemaakt worden. Een rittenregistratie is daarvoor niet verplicht.

Tip! Wilt u nog een nieuwe bestelauto zonder bpm kopen, wees er dan snel bij. Bij veel dealers kunt u niet meer terecht of alleen kiezen uit de aanwezige modellen.

Doorschuifregeling

Verkoopt u uw bestelauto die u zonder bpm aanschafte binnen 5 jaar na aanschaf aan een andere ondernemer die voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling bpm? Dan kunt u gebruikmaken van de doorschuifregeling. U hoeft dan niet alsnog bpm af te dragen. U kunt deze doorschuifregeling ook vanaf 2025 nog gebruiken voor bestelauto’s die u vóór 2025 aanschafte met toepassing van de vrijstelling bpm voor ondernemers.

Verhoging bpm personenauto

In het Belastingplan 2025 is voorgesteld de bpm voor personenauto’s te verhogen. De bpm voor personenauto’s bestaat uit een vast basisbedrag plus een opslag gekoppeld aan de CO2-uitstoot. Het vaste bedrag wordt per 2025 verhoogd met € 200 en komt daarmee op € 640.

Tip! Voor een nieuwe personenauto zonder CO2-uitstoot geldt in 2025 alleen het vaste basisbedrag van € 640 zonder CO2-uitstootopslag.

Bpm bestelauto

Voor bestelauto’s geldt in 2025 geen vast basisbedrag, maar alleen een tarief van € 66,91 vermenigvuldigd met het aantal gram/km CO2-uitstoot. Voor een bestelauto zonder CO2-uitstoot betekent dit dus dat de bpm nul bedraagt.

Afschaffen bpm-voordeel plug-in hybride auto’s

Plug-in hybride elektrische auto’s, kennen nu nog een apart bpm-tarief. Vanwege een nieuwe Europese meetmethode inzake de CO2-uitstoot zou dit aparte bpm-tarief veelal leiden tot een veel hogere bpm. Om die reden is in de belastingplannen voor 2025 voorgesteld om de aparte bpm-tabel  per 2025 te laten vervallen. Vanaf 2025 worden de plug-in hybride auto’s belast tegen het bpm-tarief dat geldt voor alle personenauto’s.

Let op! Alle voorstellen uit de belastingplannen voor 2025 moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Accijns op brandstoffen niet verhoogd

Sinds 1 juli 2023 zijn de accijnzen op brandstoffen verlaagd ter compensatie voor de hoge brandstofkosten. De accijnzen op brandstoffen zijn ook in 2024 niet verhoogd en in de belastingplannen wordt voorgesteld dit voor het jaar 2025 zo te houden. De inflatiecorrectie inzake de accijnzen op brandstoffen blijft eveneens achterwege. Op die manier blijven burgers en bedrijven gecompenseerd voor de hoge brandstofprijzen.

Geen rode diesel

De belastingplannen 2025 bevatten nog geen voorstellen voor wat betreft de herintroductie van rode diesel voor de landbouw. Rode diesel werd tot 2013 veel in de landbouw gebruikt en kende een lagere accijns, maar vanaf 2013 betalen ook agrariërs de reguliere accijns over de door hen gebruikte diesel. In het Hoofdlijnenakkoord was nog een voorstel opgenomen om rode diesel vanaf 2027 weer toe te staan, maar in de belastingplannen 2025 komt dit voorstel nog niet terug.

Koppeling kentekenregister

De definitie van een personen- en bestelauto is voor de diverse belastingwetten (bijvoorbeeld voor de bijtelling vanwege privégebruik van de auto of voor de bpm) niet altijd gelijk en wijkt soms ook af van de registratie in het kentekenregister. Het kabinet wil dit uniformeren en vereenvoudigen en voor alle fiscale wetgeving aansluiten bij de registratie in het kentekenregister. Vanwege uitvoeringstechnische redenen gaat deze wijziging pas per 2027 in. 

Let op! Deze voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.