t
0344 647 000
|

Aftrek vervoerkosten bij ziekte gewijzigd vanaf 2025

Aftrek zorgkosten

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar van uw inkomen. De wet bevat een limitatief aantal aftrekbare zorgkosten. Dit betreft onder andere de kosten van geneeskundige hulp, hulpmiddelen en vervoer. Bij deze laatste gaat het om vervoerskosten in verband met het bezoeken van een medisch hulpverlener of apotheek, extra vervoerskosten die men vanwege een ziekte of handicap maakt ten opzichte van een gezond persoon en de kosten van het regelmatig bezoeken van een zieke huisgenoot . 

Let op! Voor de aftrek van zorgenkosten en dus ook vervoerskosten geldt een aantal voorwaarden. Deze vindt u hier.

Wijziging vervoerskosten per 2025

In het Belastingplan 2025 wordt voorgesteld om de aftrek van vervoerskosten te vereenvoudigen. Zo hoeft u voor de bepaling van de kosten van autovervoer naar een medisch hulpverlener of apotheek niet langer de werkelijke autokosten in aftrek uit te rekenen, maar kunt u een bedrag van € 0,23 per km in aftrek brengen. Het berekenen van de werkelijke autokosten is niet eenvoudig omdat dit veel verschillende kostenposten bevat en kan discussie met de Belastingdienst opleveren.

Let op! Hoewel de aftrek tegen een vast bedrag van € 0,23 wellicht een vereenvoudiging is, voelt u dit waarschijnlijk ook in uw portemonnee. Tot en met 2024 mag u namelijk de werkelijke autokosten per kilometer in aftrek brengen. Deze zullen over het algemeen hoger zijn dan € 0,23 per kilometer.

Let op! Voor reiskosten met de taxi of het openbaar vervoer blijven de werkelijke kosten aftrekbaar. Hiervoor moet u wel uw bonnen bewaren.

Let op! In een Nota van wijziging wordt nog geregeld dat, naast het bedrag van € 0,23 per kilometer, ook de werkelijk gemaakte parkeer-, tol- en veergelden aftrekbaar zijn.

Vaste aftrek voor ernstig zieken en invaliden

Als u ziek of invalide bent en u daardoor meer vervoerskosten maakt dan mensen die niet ziek of invalide zijn, mag u op dit moment die extra kosten in aftrek brengen. Dit is geen eenvoudige berekening omdat u én de werkelijke autokosten moet berekenen én een vergelijking moet maken met de autokosten van mensen die in financieel en maatschappelijk opzicht vergelijkbaar met u zijn. Alleen als u aannemelijk kunt maken dat u door uw ziekte of invaliditeit meer autokosten maakt, mag u die aftrekken.

Vanwege de beoogde vereenvoudiging wordt ook deze aftrek van extra vervoerskosten voor ernstig zieken en invaliden gewijzigd. Zij hoeven vanaf 2025 niet langer de werkelijke extra gemaakte vervoerkosten vast te stellen, maar kunnen een vast bedrag van € 925 per jaar aftrekken. 

Om hiervoor vanaf 2025 in aanmerking te komen moet kunnen worden aangetoond dat de ernstig zieke of gehandicapte persoon niet meer dan 100 meter lopend af kan leggen. Dit kan bijvoorbeeld met een gehandicaptenkaart, PGB, gemeentebesluit WMO of doktersverklaring.

Let op! Een eventuele vergoeding die de zieke of invalide persoon ontvangt of had kunnen ontvangen moet in mindering worden gebracht op het vaste bedrag van € 925 per jaar.

Tip! Bepaalde aanpassingen aan de auto van de zieke of invalide persoon, bijvoorbeeld het aanpassen van de auto voor het vervoer van een rolstoel, blijven vanaf 2025, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, aftrekbaar als uitgaven voor een hulpmiddel.

Bezoek huisgenoot in ziekenhuis of zorginstelling

Tenslotte vindt een kleine wijziging plaats in de aftrek van vervoerskosten voor het bezoeken van een huisgenoot in een ziekenhuis of zorginstelling. Vanaf 2025 is voor toepassing van de aftrek niet langer beslissend dat bij aanvang van de ziekte een gemeenschappelijke huishouding werd gevoerd met de verpleegde, maar dat dit het geval was bij aanvang van de verpleging.

Let op! Ook wordt in een Nota van wijziging nog geregeld dat ook bij de al bestaande forfaitaire aftrek van vervoerskosten bij het regelmatig bezoeken van langdurig verpleegde personen de werkelijk gemaakte parkeer-, tol- en veergelden daarnaast aftrekbaar zijn.

Let op! Dit voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Tarief box 2

Het tarief van box 2 kent vanaf 2024 twee schijven. De eerste schijf kent in 2025 een tarief van 24,5%. Dit tarief blijft ongewijzigd ten opzichte van 2024, alleen de schijf wordt iets verruimd van € 67.000 in 2024 naar € 67.804 in 2025. De tweede schijf kent in 2025 een tarief van 31% voor het inkomen boven € 67.804. Dit jaar (2024) is dit tarief nog 33% en geldt dit vanaf € 67.000. In 2025 geldt dus een verlaging van het tarief met 2%.

Dubbel profijt voor partners

Fiscale partners kunnen inkomsten in box 2 overigens onderling verdelen. Als ze dit doen, kunnen ze tot een inkomen in box 2 van € 135.608 van het lage tarief van 24,5% profiteren. Alleen boven dit bedrag geldt dan ook voor hen het hoge tarief van 31%.

Tip! Als uw partner geen inkomen heeft, is het aan uw partner toedelen van een deel van dividend ook een manier om te voorkomen dat de algemene heffingskorting verloren gaat.

Box 2 voortaan ook van belang voor hoogte heffingskorting

Naast genoemde tariefsverlaging is voor dga’s van belang dat de hoogte van de algemene heffingskorting vanaf 2025 ook afhangt van het inkomen in box 2. Inkomen in box 2 zou er vanaf 2025 daarom voor kunnen zorgen dat de algemene heffingskorting lager of zelfs nihil wordt. Dit kan betekenen dat u niet alleen 24,5% betaalt over een dividenduitkering, maar ook nog minder algemene heffingskorting krijgt (ter grootte van 6,337 % van de dividenduitkering). Of dit effect daadwerkelijk optreedt is afhankelijk van de hoogte van uw andere inkomen (waaronder uw loon uit de bv).

Ook in 2024 al dividend?

In 2024 betaalt u tot € 67.000 (als u een fiscale partner heeft tot € 134.000) 24,5% in box 2. In 2024 heeft een dividenduitkering nog geen invloed op de hoogte van de algemene heffingskorting. Beoordeel daarom of u tot dit bedrag tegen het lage tarief van 24,5% een dividenduitkering kunt doen. 

Let op! Houd er wel rekening mee dat dividenduitkeringen in 2024 uw vermogen in box 3 verhogen. 

Tip! Krijgt u te maken met de Wet excessief lenen, ook wel de dga-taks genoemd? Bijvoorbeeld omdat u een schuld heeft aan uw bv die meer bedraagt dan € 500.000? Dan kunt u dat mogelijk in 2024 oplossen tegen (deels) het 24,5%-tarief in box 2. Overleg hierover met een van onze adviseurs.

1. Reduction of high rate second bracket of box 2

Since January 1, 2024, the uniform rate of box 2 has been replaced by two rates. For dividends received up to € 67,000, a rate of 24.5% will apply in 2024. This rate will remain the same in 2025, but will then apply to dividends up to € 67,804. For the year 2024, the rate of the second bracket at the end of 2023 was changed at the last minute from the originally proposed 31 to 33%. This change will now be reversed with effect from 2025. A 33% rate in the second bracket will still apply in 2024; a 31% rate in the second bracket has been proposed starting in 2025.

Tip! Tax partners benefit twice from the rate of the first low bracket, which means that a dividend distribution of €134,000 in 2024 is taxed at the low rate of 24.5%. In 2025, the low rate of 24.5% applies to tax partners up to a dividend distribution of €135,608.

Note! As of 2025, dividend payments also affect the reduction of the general tax credit. The general tax credit will generally decrease or may even become zero as a result of a dividend distribution as of 2025. In addition, a dividend distribution, even as early as 2024, affects the so called ‘dga tax’ and the amount of box 3 assets. Therefore, consult with your advisor to determine the most advantageous dividend distribution in your situation in 2024.

2. Abolition of reduced VAT rate art, culture, sports and hotel stays as of January 1, 2026

The reduced VAT rate of 9% for culture, media, lodging (hotels, vacation homes and mobile homes), books and sports will be abolished as of Jan. 1, 2026. The general VAT rate of 21% will then apply.

Note! For non-profit sports associations, the exemption continues to apply.

Tip! There are some exceptions: cinemas, circuses, camping sites and day recreation (amusement parks, playgrounds and ornamental gardens and zoos) remain subject to the reduced VAT rate of 9%.

Note!The adjustment of the VAT rate depends on when the service is provided, not when the service provider receives payment. For example, if you sell a ticket for a theater performance in 2025 for a performance that takes place in 2026, the general rate of 21% already applies in 2025.

3. Transfer tax reduction for non-owner-occupied housing

The general transfer tax rate of 10.4% will be reduced to 8% for homes not in owner-occupied use as of Jan. 1, 2026. This rate reduction does not apply to commercial properties. For homes that are owner-occupied, the transfer tax rate will remain at 2% – under the conditions already in place for this purpose. For first-time buyers under 35 years of age, the one-time exemption from transfer tax will continue to apply – under the conditions already in force for this purpose.

Note! This reduction has not yet been included in a concrete bill, but will be included in a bill to be introduced at a later date (envisaged in October 2024).

4. Business succession regulation and pass-through regulation

The purpose of the business succession regulation (BOR) and the pass-through regulation (DSR) is to prevent the continuity of the business from being jeopardized by the tax burden during real business transfers. You can therefore pass the baton to the next generation with a tax incentive. The BOR and DSR play an important role in the transfer of family businesses, but pay attention to the changes already adopted at the end of 2023 and the additional changes announced.

The Cabinet proposes to reduce the mandatory continuation period from five to three years as of January 1, 2025. If this proposal is adopted, this means that a continuation period of five years will continue to apply to acquisitions occurring before January 1, 2025, while a continuation period of three years will then apply to acquisitions as of January 1, 2025.

As of Jan. 1, 2026, the proposed changes include the following:

  • Limit the BOR and DSR for shares to common shares with a minimum interest of 5%. Options and profit certificates, among others, will then no longer qualify for the BOR and DSR for shares.
  • Simplify restructuring during the possession and continuation period. 
  • A longer possession period for donors and testators who started the business later than two years after their state pension age.
  • Addressing unintended use of double BOR.

Note! Since January 1, 2024, real estate made available to third parties (including rentals) already by default no longer qualifies as business assets. Donating or inheriting such real estate with application of the BOR is since then no longer possible.

5. Rollback of the more limited 30% ruling for expats

Employees who come to the Netherlands and meet the criteria, can claim the 30% ruling. This allows them to receive up to 30% of their salary untaxed. In the Tax Plan 2024, a moderation in steps to 10% was announced (the so-called ’30-20-10-rule’). This austerity will be largely reversed, but in addition a higher salary standard will be instituted.

As of Jan. 1, 2027, a constant flat rate of 27% will be introduced for up to five years. In 2025 and 2026, a rate of 30 will apply to all employees who meet the criteria. The salary standard will be raised from €46,107 (amount in 2024) to €50,436 from 2027. For incoming employees who are younger than 30 and have a master’s degree, the salary standard is increased from € 35,048 (amount in 2024) to € 38,338.

Note!For employees who already applied the 30% rule before 2024, the percentage of 30 will apply for the entire term. In addition, the old (indexed) income standard will continue to apply to them. Thus, they will not face 27% and a higher salary standard from 2027.

Note! These changes are not yet included in a concrete bill, but will be included in a bill to be introduced at a later date (targeted in October 2024).

6. Motor vehicle tax credit for emission-free passenger cars

Currently, users of an emission-free passenger car (fully electric or hydrogen-powered) do not pay motor vehicle tax. At the end of 2019, the Climate Agreement Tax Measures Act already adopted that a 75% motor vehicle tax rate discount will apply to such cars in 2025 and that the rate discount will be abolished from January 1, 2026. However, because zero-emission passenger cars have heavier batteries, they are also taxed more heavily. To reduce this difference and thus ensure that no fewer emission-free passenger cars will be sold, a 25% reduction in the motor vehicle tax rate for emission-free cars will apply from 2026 through 2029. The government has announced to assess in the spring of 2025 whether the 25% rate discount for emission-free passenger cars is sufficient.

Note! This change is not yet included in a concrete bill, but will be included in a bill to be introduced at a later date (targeted in October 2024).

7. Abolition of the gift deduction in corporate income tax.

For fiscal years beginning on or after January 1, 2025, the corporate gift deduction will be abolished. This means that as of that date, you can no longer deduct donations from your company from your profits. Donations from your company will additionally be considered a dividend distribution to you privately from 2025 and will therefore be taxed with dividend tax and in box 2 of the income tax. In box 2, depending on the amount of total dividend payments in a year, a rate of 24.5% or 31% will apply in 2025. However, you can, under conditions, then use the gift deduction in income tax in private.

Note! Although the gift deduction in corporate income tax disappears, this deduction in income tax remains unchanged in 2025.

Note! Do you support charities through sponsorship or advertising? Then these costs are not donations, but business expenses. These costs, like other business expenses, remain deductible from profits. The same applies to expenses you incur as part of Corporate Social Responsibility.

8. Introduction third income tax bracket

As of January 1, 2025, a new reduced first bracket will be introduced in Box 1. This will provide a more targeted reduction in the burden on middle-income earners in particular. The rate in this first bracket will drop from 36.97% (2024) to 35.82% (2025). This bracket runs in 2025 up to an income of €38,441. The rate of the second bracket in 2025 is 37.48% and runs up to € 76. 817.The limit for the third (highest) bracket is thus € 1,298 higher than in 2024. The highest rate in box 1 remains 49.5%.

Note! If you fall in the lowest rate, you will also receive deductions in the lowest rate.

9. Box 3 rate remains 36%

The rate in box 3 will remain at 36% next year. Despite expectations that the rate for box 3 would be lowered to reduce the tax burden on savers and investors, the rate will not change.

Note! On June 6, 2024, the Supreme Court ruled – briefly described – that a taxpayer is entitled to more legal recovery if the actual return in box 3 is lower than the statutory (flat rate) return. The consequences and further details of this ruling have been fleshed out a bit further in a parliamentary letter published on Prince’s Day 2024. We will inform you about this in more detail shortly.

10. Changes to the earnings stripping measure

The earnings stripping measure limits the generic interest deduction and applies to all corporate taxpayers. As a result, you can deduct less of the difference between the interest expense and interest income of money loans when determining your profit. From 2025, you can no longer deduct the interest balance if it exceeds the higher of 25% (20% in 2024) of the (adjusted) profit or the threshold of €1 million.

As of January 1, 2025, the €1 million threshold will no longer apply to real estate entities that lease real estate to third parties. This means that real estate entities can deduct a maximum of 25% of the (adjusted) profit in interest.

Note! This rule does not apply to real estate that is rented out to an affiliated entity or to an affiliated natural person.

1. Verlaging hoge tarief tweede schijf van box 2

Sinds 1 januari 2024 is het uniforme tarief van box 2 vervangen door twee tarieven. Voor ontvangen dividenden tot € 67.000 geldt in 2024 een tarief van 24,5%. Dit tarief blijft in 2025 gelijk, maar geldt dan voor dividenden tot € 67.804. Voor het jaar 2024 werd het tarief van de tweede schijf eind 2023 op het laatste moment nog gewijzigd van de oorspronkelijk voorgestelde 31 naar 33%. Deze wijziging wordt nu met ingang van 2025 teruggedraaid. In 2024 geldt nog een tarief van 33% in de tweede schijf, vanaf 2025 is een tarief van 31% in de tweede schijf voorgesteld.

Tip! Fiscale partners profiteren twee keer van het tarief van de eerste lage schijf, wat betekent dat een dividenduitkering van € 134.000 in 2024 belast wordt tegen het lage tarief van 24,5%. In 2025 geldt het lage tarief van 24,5% bij fiscale partners tot een dividenduitkering van € 135.608.

Let op! Vanaf 2025 hebben dividenduitkeringen ook effect op de afbouw van de algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting zal vanaf 2025 over het algemeen dalen of kan zelfs nihil worden door een dividenduitkering. Daarnaast heeft een dividenduitkering, ook in 2024 al, effect op de Wet excessief lenen (ook wel de dga-taks) en de hoogte van het box 3-vermogen. Overleg daarom met uw adviseur om te bepalen wat in uw situatie de voordeligste dividenduitkering is in 2024.

2. Afschaffing verlaagd btw-tarief kunst, cultuur, sport en hotelovernachtingen per 1 januari 2026

Het verlaagde btw-tarief van 9% voor cultuur, media, logies (hotels, vakantiewoningen en stacaravans), boeken en sport vervalt vanaf 1 januari 2026. Het algemene btw-tarief van 21% wordt dan van toepassing. 

Tip! Er zijn enkele uitzonderingen: bioscopen, circussen, kampeerterreinen en dagrecreatie (attractieparken, speel- en siertuinen en dierentuinen) blijven onder het verlaagde btw-tarief van 9% vallen.

Let op! De aanpassing van het btw-tarief is afhankelijk van het moment waarop de dienst wordt geleverd en dus niet van het moment waarop de dienstverrichter de betaling ontvangt. Als u in 2025 bijvoorbeeld een ticket voor een theatervoorstelling verkoopt voor een voorstelling die in 2026 plaatsvindt, geldt in 2025 al het algemene tarief van 21%.

3. Verlaging overdrachtsbelasting voor woningen niet in eigen gebruik 

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting van 10,4% wordt per 1 januari 2026 verlaagd naar 8% voor woningen die niet in eigen gebruik zijn. Deze tariefsverlaging geldt niet voor bedrijfspanden. Voor woningen die wel in eigen gebruik zijn, blijft – onder de daarvoor nu al geldende voorwaarden – het tarief voor de overdrachtsbelasting 2%. Voor starters onder de 35 jaar blijft – onder de daarvoor nu al geldende voorwaarden – de eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting gelden.

Let op! Deze verlaging is nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar wordt opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel.

4. Bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling

Het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) is om bij reële bedrijfsoverdrachten te voorkomen dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt door de belastingdruk. U kunt daarom met een fiscale stimulans het stokje aan de volgende generatie doorgeven. De BOR en DSR spelen een belangrijke rol bij de overdracht van familiebedrijven, maar let daarbij wel op de wijzigingen die eind 2023 al zijn aangenomen en de extra wijzigingen die zijn aangekondigd.

Het kabinet stelt voor om per 1 januari 2025 de verplichte voortzettingstermijn te verkorten van vijf naar drie jaar. Als dit voorstel wordt aangenomen, betekent dit dat voor verkrijgingen die zich voordoen vóór 1 januari 2025 een voortzettingstermijn blijft gelden van vijf jaar, terwijl voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 dan een voortzettingstermijn van drie jaar geldt.

Vanaf 1 januari 2026 worden onder andere de volgende aanpassingen voorgesteld:

  • Beperken van de BOR en DSR voor aandelen tot gewone aandelen met een minimaal belang van 5%. Onder meer opties en winstbewijzen kwalificeren dan niet meer voor de BOR en DSR voor aandelen.
  • Vereenvoudiging van de herstructureringen gedurende de bezits- en voortzettingstermijn. 
  • Een langere bezitstermijn voor schenkers en erflaters, die later dan twee jaar na hun AOW-leeftijd met de onderneming zijn gestart.
  • Aanpak van onbedoeld gebruik van dubbele BOR. 

Let op! Sinds 1 januari 2024 kwalificeert aan derden ter beschikking gesteld (waaronder verhuur) vastgoed al standaard niet meer als ondernemingsvermogen. Dergelijk vastgoed schenken of erven met toepassing van de BOR is sindsdien niet meer mogelijk.

5. Terugdraaiing versobering 30%-regeling voor expats

Werknemers die naar Nederland komen en voldoen aan de criteria, kunnen aanspraak maken op de 30%-regeling. Hierdoor ontvangen zij maximaal 30% van hun salaris onbelast. In het Belastingplan 2024 was een versobering aangekondigd in stappen naar 10% (de zogenaamde ‘30-20-10-regeling’). Deze versobering wordt grotendeels teruggedraaid, maar daarnaast wordt een hogere salarisnorm ingesteld.

Per 1 januari 2027 wordt een constant forfait ingevoerd van 27% voor maximaal vijf jaar. In 2025 en 2026 geldt voor alle werknemers die voldoen aan de criteria een percentage van 30. De salarisnorm wordt vanaf 2027 verhoogd van € 46.107 (bedrag in 2024) naar € 50.436. Voor ingekomen werknemers die jonger zijn dan 30 jaar en een master hebben, wordt de salarisnorm verhoogd van € 35.048 (bedrag in 2024) naar € 38.338.

Let op! Voor werknemers die al vóór 2024 de 30%-regeling toepasten, geldt gedurende de gehele looptijd het percentage van 30. Daarnaast blijft voor hen de oude (geïndexeerde) inkomensnorm gelden. Zij worden dus niet vanaf 2027 geconfronteerd met 27% en een hogere salarisnorm. 

Let op! Deze wijzigingen zijn nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar worden opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel. 

6. Tariefskorting motorrijtuigenbelasting emissievrije personenauto

Op dit moment betalen gebruikers van een emissievrije personenauto (volledig elektrisch of waterstof aangedreven) geen motorrijtuigenbelasting. Eind 2019 is met de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord al aangenomen dat voor dergelijke auto’s in 2025 een tariefskorting van 75% geldt op de motorrijtuigenbelasting en dat vanaf 1 januari 2026 de tariefskorting wordt afgeschaft. Doordat emissievrije personenauto’s zwaardere accu’s hebben, worden deze echter ook zwaarder belast. Om dit verschil te verkleinen en er zo voor te zorgen dat er niet minder emissievrije personenauto’s verkocht gaan worden, geldt vanaf 2026 tot en met 2029 een tariefskorting van 25% in de motorrijtuigenbelasting voor emissievrije auto’s. Het kabinet heeft aangekondigd om in het voorjaar van 2025 te beoordelen of de tariefskorting van 25% voor emissievrije personenauto’s voldoende is.

Let op! Deze wijziging is nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar wordt opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel. 

7. Afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting

Voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025 wordt de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting afgeschaft. Dit betekent dat u vanaf die datum geen giften vanuit uw vennootschap meer van uw winst kunt aftrekken. Giften uit uw vennootschap worden daarnaast vanaf 2025 beschouwd als een dividenduitkering aan u in privé en worden daarmee belast met dividendbelasting en in box 2 van de inkomstenbelasting. In box 2 geldt, afhankelijk van de hoogte van het totaal aan dividenduitkeringen in een jaar, in 2025 een tarief van 24,5 of 31%. U kunt wel, onder voorwaarden, in privé dan gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting.

Let op!Hoewel de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting verdwijnt, blijft deze aftrek in de inkomstenbelasting in 2025 nog onveranderd.

Let op! Steunt u goede doelen door middel van sponsoring of reclame? Dan zijn deze kosten geen giften, maar zakelijke kosten. Deze kosten blijven, net als andere bedrijfskosten, aftrekbaar van de winst. Datzelfde geldt voor uitgaven die u doet in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

8. Introductie derde schijf inkomstenbelasting

Per 1 januari 2025 wordt een nieuwe, verlaagde eerste schijf in box 1 geïntroduceerd. Dit zorgt voor een gerichtere lastenverlichting bij met name middeninkomens. Het tarief in deze eerste schijf daalt van 36,97% (2024) naar 35,82% (2025). Deze schijf loopt in 2025 tot een inkomen van € 38.441. Het tarief van de tweede schijf bedraagt in 2025 37,48% en loopt tot € 76. 817.De grens voor de derde (hoogste) schijf is daarmee € 1.298 hoger dan in 2024. Het hoogste tarief in box 1 blijft 49,5%.

Let op! Valt u in het laagste tarief, dan krijgt u ook aftrek in het laagste tarief.

9. Box 3-tarief gaat toch niet omlaag

Het tarief in box 3 blijft ook volgend jaar 36%. Ondanks de verwachting dat het tarief voor box 3 zou worden verlaagd om de belastingdruk op spaarders en beleggers te verlichten, verandert het tarief niet. 

Let op! Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad – kort omschreven – dat een belastingplichtige recht heeft op meer rechtsherstel als het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het wettelijke (forfaitaire) rendement. De gevolgen en nadere uitwerking van dit oordeel zijn in een op Prinsjesdag 2024 verschenen Kamerbrief weer een beetje verder ingevuld. Hierover zullen wij u binnenkort nader informeren.

10. Wijzigingen in de earningsstrippingmaatregel

De earningsstrippingmaatregel beperkt de generieke renteaftrek en geldt voor alle vennootschapsbelastingplichtigen. Hierdoor kunt u van het verschil tussen de rentelasten en de rentebaten van geldleningen minder aftrekken bij het bepalen van de winst. Vanaf 2025 kunt u het rentesaldo niet meer aftrekken als dat meer bedraagt dan het hoogste van 25% (20% in 2024) van de (gecorrigeerde) winst of de drempel van € 1 miljoen.

Vanaf 1 januari 2025 geldt de drempel van € 1 miljoen niet langer voor vastgoedlichamen die onroerend goed aan derden verhuren. Dit betekent dat vastgoedlichamen maximaal 25% van de (gecorrigeerde) winst aan rente kunnen aftrekken.

Let op! Deze regeling is niet van toepassing op vastgoed dat verhuurd wordt aan een verbonden lichaam of aan een verbonden natuurlijk persoon.