t
0344 647 000
|

Geblokkeerde bankrekening ook in box 3?

BEM-clausule

Een bankrekening met een BEM-clausule is geblokkeerd en kan alleen met toestemming van de kantonrechter worden gedeblokkeerd. Zo’n bankrekening wordt gebruikt om bijvoorbeeld een erfenis, schenking of schadevergoeding die een minderjarige ontvangt te beschermen. BEM staat voor ‘Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen’.

Let op! Zonder toestemming van de kantonrechter kan er dus geen geld van een bankrekening met BEM-clausule worden opgenomen. Dit geldt niet voor de rente op deze bankrekening. Deze mag wel tussentijds zonder toestemming worden opgenomen.

Normaal gesproken vervalt de BEM-clausule automatisch als het minderjarige kind 18 jaar wordt. In sommige gevallen is de BEM-clausule ook mogelijk tot latere leeftijd.

Box 3

De Belastingdienst geeft aan dat een bankrekening met een BEM-clausule gewoon tot box 3 behoort tegen de nominale waarde. De BEM-clausule heeft hier dus geen invloed op. Er is geen vrijstelling in de wet op de inkomstenbelasting opgenomen voor bankrekeningen met een BEM-clausule.

De eerste brieven werden in augustus 2024 verstuurd aan een eerste groep belastingplichtigen. In september 2024 verstuurt de Belastingdienst opnieuw dergelijke brieven aan een volgende groep belastingplichtigen.

Aanslag wellicht onjuist

De Belastingdienst legt de aanslagen over 2021 de komende tijd op, omdat dit binnen de wettelijke termijn van drie jaar moet gebeuren. De aanslagen kunnen echter nog onjuist zijn, omdat er nog geen rekening kan worden gehouden met het feit dat in box 3 het werkelijke rendement in aanmerking mag worden genomen als dit lager is dan het forfaitaire rendement. 

Duidelijkheid over arresten Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 dat in box 3, ook onder de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet box 3, het werkelijke rendement in aanmerking mag worden genomen als dit lager is dan het forfaitaire rendement. De Belastingdienst onderzoekt momenteel nog de gevolgen van deze arresten, onder meer de vraag hoe het werkelijke rendement moet worden berekend. De Belastingdienst kan daarom bij het opleggen van de definitieve aanslagen over 2021 nog geen rekening houden met de arresten van 6 juni 2024. 

Berekening werkelijk rendement

De Belastingdienst werkt aan een formulier waarmee het werkelijke rendement kan worden doorgegeven. Dit formulier is naar verwachting echter pas in de zomer van 2025 beschikbaar. Ook hierover ontvangen genoemde belastingplichtigen nog een brief. 

Betaal definitieve aanslag op tijd!

Moet er belasting betaald worden op de definitieve aanslag IB/PVV 2021, betaal deze dan op tijd. Dit moet ook alsnog niet zeker is of het box 3-inkomen juist is en de aanslag wellicht in 2025 achteraf alsnog lager wordt vastgesteld.

Te veel betaald?

Blijkt achteraf in de zomer van 2025, na het indienen van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR), dat er te veel belasting is betaald op de definitieve aanslag IB/PVV 2021, dan wordt dit terugbetaald of het wordt verrekend met nog te betalen belasting.

Let op! Op uw definitieve aanslag staat aangegeven hoe u bezwaar kunt maken, als u het niet eens bent met de aanslag. Overleg met een van onze adviseurs of bezwaar maken in uw geval verstandig is.

De eerste brieven worden in augustus 2024 verstuurd aan een eerste groep belastingplichtigen.

Aanslag wellicht onjuist

De Belastingdienst legt de aanslagen over 2021 de komende tijd op, omdat dit binnen de wettelijke termijn van drie jaar moet gebeuren. Deze aanslagen kunnen echter onjuist zijn, omdat er nog geen rekening kan worden gehouden met het feit dat in box 3 het werkelijke rendement moet worden belast als dit lager is dan het forfaitaire rendement. 

Duidelijkheid Hoge Raad

De Belastingdienst was in afwachting van duidelijkheid van de Hoge Raad over de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet box 3 en kan hier nog geen rekening mee houden voor de definitieve aanslagen over 2021.

Berekening werkelijk rendement

De Belastingdienst werkt nog aan een formulier waarmee het werkelijke rendement kan worden doorgegeven. Dit formulier is naar verwachting echter pas in de zomer van 2025 beschikbaar. Ook hierover ontvangen genoemde belastingplichtigen een brief. 

Te veel betaald?

Blijkt achteraf dat er te veel belasting is betaald, dan wordt dit terugbetaald of het wordt verrekend met nog te betalen belasting. 

Te weinig betaald?

Moet er belasting betaald worden, let dan op voor wanneer u dit moet betalen. Dit moet ook als nog niet zeker is of het inkomen in box 3 achteraf alsnog lager wordt vastgesteld.

Let op! Op uw definitieve aanslag staat ook aangegeven hoe u bezwaar kunt maken, als u dit wilt. U kunt hier altijd even met uw adviseur over overleggen.

Geen belastingschuld van schenker

De aanslag schenkbelasting wordt altijd opgelegd aan de ontvanger van de schenking. Dit is ook het geval als u als schenker de schenkbelasting voor uw rekening neemt bij een schenking vrij van recht.

Belastingschulden mag u in principe niet in aftrek brengen op uw vermogen in box 3, maar dat geldt niet voor de schenkbelasting die u op 1 januari nog moet betalen met betrekking tot een schenking van het voorgaande jaar. Dat u de schenkbelasting betaalt, is namelijk niet te beschouwen als een belastingschuld van u, maar als een schuld aan de ontvanger van uw schenking.

Schuld aftrekbaar in box 3

Het gevolg is dat de nog te betalen schenkbelasting bij u als schuld meetelt in box 3. Anderzijds telt bij de ontvanger van de schenking echter deze schuld ook mee in box 3 en wel als overige bezitting.

Let op! Vorderingen en schulden tussen fiscale partners en vorderingen van minderjarige kinderen op hun ouders en de daarmee corresponderende schulden van die ouders worden sinds 2023 tegen elkaar weggestreept en dus genegeerd in box 3. In zo’n geval worden ook de schuld en de vordering die ontstaan door de schenking vrij van recht niet in box 3 meegenomen.

Nog geen aanslag opgelegd, wat nu?

Het voorgaande is ook van toepassing als de ontvanger van de schenking uiterlijk acht weken voor het einde van het kalenderjaar de aangifte schenkbelasting heeft ingediend. Het kan zijn dat, ondanks de tijdige indiening van de aangifte,  op 1 januari van het jaar volgend op het jaar van schenking toch nog geen (voorlopige) aanslag schenkbelasting is opgelegd. Of dat die (voorlopige) aanslag wel is opgelegd, maar dusdanig laat dat de schenkbelasting redelijkerwijs niet vóór 1 januari betaald kan worden.

Ook in die situaties mag u de nog te betalen schenkbelasting als schuld meetellen in box 3, en dient de ontvanger hetzelfde bedrag op te nemen als overige bezitting in box 3.

Onder voorwaarden extra aftrek bij ontvanger

In die situatie mag de ontvanger van de schenking het bedrag van de te betalen schenkbelasting ook in aftrek brengen op zijn banktegoeden in box 3. Let wel, dit mag dus alleen als de aangifte schenkbelasting uiterlijk acht weken voor het eind van het jaar van schenking is ingediend en de Belastingdienst de (voorlopige) aanslag schenkbelasting zodanig laat oplegt dat deze redelijkerwijs niet meer vóór 1 januari van op het jaar van schenking volgende jaar betaald kan worden.

Let op! Door deze extra aftrek kunnen de banktegoeden in box 3 niet minder worden dan nul.

Tip! Deze aftrek van de te betalen schenkbelasting van de banktegoeden geldt ook bij vorderingen en schulden tussen fiscale partners of tussen ouders en minderjarige kinderen, hoewel de schuld en vordering zelf dan in box 3 tegen elkaar weggestreept en dus genegeerd worden.