t
0344 647 000
|

Kabinet handhaaft afschaffen faciliteiten groen sparen en beleggen

Faciliteiten groen sparen en beleggen

Er bestaan momenteel verschillende fiscale faciliteiten voor groen sparen en beleggen. Voor 2025 is er een extra vrijstelling in box 3 voor groen sparen en beleggen van € 26.312. Belastingplichtigen met een partner hebben samen een vrijstelling van € 52.624. Ook is er een extra heffingskorting van 0,1% van het bedrag van de vrijstelling. Deze fiscale faciliteiten bestaan alleen voor specifieke groene fondsen.

Versobering

Het bovenstaande betekent sinds dit jaar een forse versobering van de faciliteit. Vorig jaar bedroeg de vrijstelling nog € 71.251 en het dubbele voor partners. De extra heffingskorting bedroeg 0,7%. De faciliteiten worden in 2026 nog op het niveau van dit jaar gehandhaafd, maar per 2027 afgeschaft.

Geen heroverweging

Vanuit de Tweede Kamer waren over het afschaffen van de faciliteiten vragen gesteld en voorgesteld de afschaffing te heroverwegen. Uit de antwoorden blijkt dat de faciliteiten erg succesvol zijn. Ook blijkt dat de overheid als onbetrouwbaar wordt gezien, nu deze faciliteiten op korte termijn en volledig worden  afgeschaft.

Werkkostenregeling

Toch wordt de afschaffing niet heroverwogen. De staatssecretaris wijst er in dit kader op dat de Tweede Kamer de afschaffing zelf heeft voorgesteld om op deze manier de verbetering van de werkkostenregeling te kunnen bekostigen. Het percentage van de eerste schijf van de vrije ruimte van deze regeling is per 2025 namelijk verhoogd van 1,92 naar 2,00% en zal per 2027 verder worden verhoogd naar 2,16%.

Wie?

De brief met verkeerde bedragen is verstuurd naar diegenen die een van de jaren een verminderingsbeschikking of navorderingsaanslag hebben gekregen voor het box 3-inkomen.

De brief van de Belastingdienst heeft als onderwerp ‘U mag uw werkelijk rendement aan ons doorgeven’ en hebben het kenmerk CAP/UCF/25/322 of CAP/UCF/25/323.

Nieuwe brief

Begin augustus 2025 worden nieuwe brieven verstuurd met de juiste bedragen voor de jaren die fout waren. Daarnaast krijgt u meer tijd om het OWR-formulier (Opgaaf werkelijk rendement) aan te leveren. Uw nieuwe uiterste aanleverdatum staat in de brief van begin augustus.

Hulp nodig? 

Het invullen van het OWR-formulier is geen eenvoudige klus. Verzamel alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van uw werkelijke rendement. Heeft u vragen of hulp nodig, neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Meer informatie over de Wet tegenbewijsregeling box 3 kunt u ook vinden op de website van de Belastingdienst.

Hoge Raad: aanvullend rechtsherstel box 3

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement. De Hoge Raad gaf daarbij, en ook in latere arresten, aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden.

Wet tegenbewijsregeling box 3

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is gebaseerd op de aanwijzingen van de Hoge Raad. Een belastingplichtige met een werkelijk rendement dat lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement kan mogelijk een beroep doen op deze tegenbewijsregeling.

Let op! Is uw werkelijke rendement hoger, dan hoeft u niets te doen. U hoeft dan dus niet meer box 3-heffing te betalen dan op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

Voor wie?

De tegenbewijsregeling box 3 geldt voor de belastingjaren vanaf 2021 voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen. Voor de jaren 2017-2020 geldt de tegenbewijsregeling voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen van wie de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, mits er tijdig bezwaar is gemaakt of is verzocht om ambtshalve vermindering. In deze laatste categorie vallen ook de belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar hebben gemaakt en voor wie het eerste rechtsherstel is toegepast. Zij kunnen ook bij dit tweede rechtsherstel meedoen (waarbij zij voor de jaren 2017-2019 wel tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering moeten hebben ingediend).

Let op! Voor belastingplichtigen die voor oude jaren (2017 tot en met 2020) niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, loopt nog de separate massaalbezwaarplusprocedure. Deze belastingplichtigen kunnen voor de betreffende belastingjaren geen beroep doen op de tegenbewijsregeling. Mocht de Hoge Raad in de MB+-procedure uiteindelijk oordelen dat zij toch recht hebben op rechtsherstel, dan kunnen zij alsnog een beroep doen op de tegenbewijsregeling.

Brieven Belastingdienst

Om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Is uw aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief, dan krijgt u van de Belastingdienst een brief. In deze brief staat dat u gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling.

Let op!De Belastingdienst start vanaf half juli 2025 met het versturen van de brieven. De Belastingdienst stuurt de brief naar u, de belastingplichtige, en niet naar ons, uw adviseur. Ontvangt u zo’n brief, lever deze dan zo spoedig mogelijk bij ons in. U krijgt namelijk maar een beperkte termijn om het formulier OWR in te vullen. Dat is 26 weken als wij de aangifte voor u indienden en 12 weken als u zelf uw aangifte indiende.

Houd er rekening mee dat u per belastingjaar een brief krijgt van de Belastingdienst. Die brieven komen waarschijnlijk ook niet allemaal tegelijk.

Loopt er bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering tegen een of meerdere belastingjaren? Dan ontvangt u van de Belastingdienst een brief om dit bezwaar of verzoek te motiveren. Deze brief kan meerdere belastingjaren bevatten. Lever ook deze motiveringsbrief snel bij ons in. De maximale reactietermijn voor deze brieven is namelijk maar 12 weken.

Verzamel alvast uw gegevens

Wilt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling, verzamel dan alvast de gegevens die nodig zijn voor de berekening en onderbouwing van uw werkelijke rendement. Dat voorkomt straks vertraging waardoor mogelijk de inlevertermijn van het formulier OWR niet gehaald wordt.

Definitieve aanslag

Ontvangt u een definitieve aanslag? Dan kan het verstandig zijn om tijdig bezwaar te maken tegen deze aanslag. In sommige gevallen is het formulier OWR misschien onvoldoende. Neem daarom bij ontvangst van een definitieve aanslag contact op met onze adviseurs voor overleg over uw situatie.

Meer informatie

Heeft u vragen, neem dan contact op met een van onze adviseurs. Meer informatie over de Wet tegenbewijsregeling box 3 kunt u ook vinden op de website van de Belastingdienst.

Gemeenschappelijk inkomensbestanddelen

De gemeenschappelijke inkomensbestanddelen die u onderling kunt verdelen zijn:

  • het saldo van uw inkomsten en aftrekposten van uw eigen woning in box 1,
  • het inkomen in box 2 (inkomsten uit aanmerkelijk belang), en
  • alle persoonsgebonden aftrekposten (dit is onder meer de betaalde alimentatie, aftrek van zorgkosten en giften).

Verdeling inkomen box 3

Naast de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen mag u ook het inkomen in box 3 onderling verdelen met uw fiscale partner.

Let op! Verdeelt u niet, dan worden de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en het inkomen in box 3 voor de helft aan u en voor de andere helft aan uw partner toegerekend. Dit is niet altijd voordelig, dus kunt u het beste zelf voor een optimale verdeling kiezen, waarbij u samen zo min mogelijk belasting betaalt.

Keuze partnerschap

Als u een deel van het jaar een fiscale partner heeft, kunt u er in uw aangiftes in de meeste gevallen samen voor kiezen om toch het hele jaar als fiscaal partner te worden aangemerkt. Het is afhankelijk van de situatie of dit voordeliger is en het dus raadzaam is hiervoor te kiezen.

Wijzigen beperkt mogelijk

Een eenmaal gemaakte keuze voor de verdeling van uw gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en box 3 inkomen kunt u wijzigen totdat uw aanslag inkomstenbelasting onherroepelijk vaststaat. Dat geldt ook voor de keuze om al dan niet het hele jaar als fiscaal partner aangemerkt te willen worden. Dit is eind mei 2025 weer bevestigd in een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Wanneer onherroepelijk

Uw definitieve aanslag inkomstenbelasting staat zes weken na de dagtekening onherroepelijk vast, tenzij u op tijd bezwaar maakt tegen de aanslag. Dan staat de aanslag pas onherroepelijk vast zes weken na de dagtekening van het uitspraak op uw bezwaar, tenzij u op tijd in beroep gaat bij de rechtbank. Dan staat de aanslag pas onherroepelijk vast als de rechter uitspraak doet én u daar niet op tijd hoger beroep tegen aantekent.

Ambtshalve herzien

In betreffende zaak ging het om de aangifte van een inmiddels overleden belastingplichtige en zijn fiscale partner. Zij hadden voor een bepaalde verdeling van de inkomsten in box 3 gekozen en ervoor gekozen om het hele jaar als fiscaal partner aangemerkt te worden. Op die keuzes wilden ze terugkomen, nadat de definitieve aanslagen van beiden onherroepelijk vaststonden. De inspecteur weigerde de aangiftes te herzien, waarna de zaak voor de rechtbank kwam. Die was het met de inspecteur eens en liet de aangiftes in stand.

Let op! Staat de aanslag onherroepelijk vast vanwege een collectieve uitspraak na een massaalbezwaarprocedure? Dan is mogelijk nog wel wijziging van de verdeling mogelijk. Rechtbank Den Haag heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. In die casus ging het om de vraag of wijziging van de verdeling van het box 3-inkomen mogelijk is na de collectieve uitspraak op bezwaar van 4 februari 2025. Speelt dit bij u, neem dan voor meer informatie contact op met onze adviseurs.