Is afzien van verevening pensioenrechten een schenking?
Verevening pensioenrechten
Op het ouderdomspensioen dat een echtgenoot tijdens het huwelijk opbouwt hebben beide echtgenoten voor een gelijk deel recht. Om die reden regelt de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding, Wvps, dat bij een echtscheiding dit tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen uiteindelijk aan beide echtgenoten voor een gelijk deel wordt uitgekeerd.
Let op!De Wvps maakt geldt zowel bij een huwelijk in gemeenschap van goederen als bij huwelijkse voorwaarden.
Uitsluiten van verevening
U kunt in uw huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant wel gezamenlijk regelen dat de Wvps niet van toepassing is. Dit betekent dat bij een echtscheiding het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van een echtgenoot uiteindelijk toch niet voor de helft aan de andere echtgenoot wordt uitgekeerd
Schenking?
Als een echtgenoot afziet van zijn recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de andere echtgenoot, kan er sprake zijn van een schenking door deze andere echtgenoot aan de ander. Dit is het geval als de echtgenoot niet financieel wordt gecompenseerd.
Let op! Als de echtgenoot die afziet van zijn recht op de helft van het ouderdomspensioen van de ander wel voldoende wordt gecompenseerd, zal er geen sprake zijn van een schenking. Zo’n compensatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden als bij de verdeling van de gemeenschap van goederen meer wordt toebedeeld aan deze echtgenoot.
Wvps ook voor geregistreerde partners
De Wvps is ook van toepassing op geregistreerde partnerschappen. Wat in deze tekst beschreven staat voor gehuwden geldt daarom ook voor geregistreerde partners.
Let op!Het voorgaande is gebaseerd op een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst. In vakliteratuur en de praktijk is de nodige kritiek op dit standpunt geuit. Neem voor uw eigen situatie daarom altijd contact op met één van onze adviseurs.
Schenking
Een veelgebruikte en relatief eenvoudige manier om een kind financieel te ondersteunen, is het schenken van geld. Dit kan op diverse manieren. Door handig gebruik te maken van vrijstellingen en fiscaalvriendelijke schenkingsvormen, kunt u de belastingheffing beperken. Niet alleen op het moment van schenking zelf, maar ook later. Schenken kan namelijk een voordelige manier zijn om het opgebouwde vermogen vóór overlijden al aan de volgende generatie over te dragen. Het financiële steuntje voor nu kan dan ook tegelijkertijd een gelegenheid zijn om na te denken over uw nalatenschapsplanning.
Afhankelijk van de omvang van uw vermogen en de vrijstellingen, kan de erfbelasting voor uw kind(eren) oplopen van 10% tot een waarde van de erfenis tot € 158.669 tot 20% over de waarde van de erfenis vanaf € 158.669. Voor (achter)kleinkinderen bedragen de percentages 18% tot € 158.669 en 36% daarboven (percentages en bedragen voor het jaar 2026). De schijven en tarieven in de schenkbelasting zijn gelijk aan de erfbelasting. Door het plannen van schenkingen tijdens uw leven in de eerste schijf van bijvoorbeeld 10% voor uw kind(eren), kunt u erfbelasting besparen bij uw overlijden in het voordeel van uw erfgenamen!
Let op! Voor mensen met vermogen geldt een hogere eigen bijdrage voor zorg via de Wlz (Wet langdurige zorg). Daarbij wordt altijd gekeken naar het inkomen en vermogen van twee jaar geleden. In 2026 geldt dus het vermogen op 1 januari 2024. Was het vermogen op deze datum hoger dan € 36.952 voor een alleenstaande of € 73.904 voor partners, dan telt 4% van het meerdere mee als inkomen. Wilt u door het schenken van vermogen uw eigen bijdrage Wlz verlagen, houd dan rekening met de wachttijd van twee jaar.
Fiscaalvrije schenkingen
Als ouder kunt u uw kind jaarlijks een bedrag schenken zonder dat daar belasting over betaald moet worden. Voor 2026 is dit bedrag € 6.908. Schenkt u aan een kind dat tussen de 18 en 40 jaar oud is (of van wie de partner tussen de 18 en 40 jaar oud is), dan kan deze vrijstelling eenmalig worden verhoogd naar € 33.129 (2026).
Voor schenkingen ten behoeve van een kostbare studie of opleiding kan de vrijstelling zelfs eenmalig worden verhoogd naar € 69.009 (2026).
Papieren schenking
U wilt schenken, maar u wilt of kunt nog niet het gehele bedrag in contanten aan uw kind geven. Dan heeft u de mogelijkheid tot een zogenaamde schenking onder schuldigerkenning, ook wel bekend als papieren schenking. U erkent een bedrag schuldig te zijn aan uw kind dat pas opeisbaar is na uw overlijden.
Voordeel is dat u blijft beschikken over het (geschonken) vermogen en liquiditeiten en toch handig gebruikmaakt van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Tegelijkertijd bent u vrij om tussentijds op de schuld af te lossen en daarmee uw kind geld te verstrekken. Om met deze schenking ook erfbelasting te besparen, moet u uw kind jaarlijks daadwerkelijk minimaal 6% rente betalen.
Het is verstandig om de papieren schenking bij een notaris te laten vastleggen. Doet u dat niet en betaalt u de papieren schenking volledig uit tijdens uw leven, dan heef dit geen consequenties. Is de papieren schenking niet notarieel vastgelegd en daadwerkelijk pas opeisbaar bij uw overlijden en betaalt u deze dus niet uit tijdens uw leven, dan telt deze alsnog mee voor de berekening van de erfbelasting.
Let op! De schenking op papier moet zowel door de schenker als de ontvanger in box 3 worden opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. In het box 3-stelsel in 2026 ontstaat hierbij wel een verschil tussen de belastbaarheid van de vordering en de aftrek van de schuld. Over de vordering die uw kind op u heeft, wordt namelijk een hoger forfaitair percentage (6,00% in 2026) berekend dan het forfaitair percentage waartegen de schuld die u heeft aan uw kind aftrekbaar is. Het exacte percentage voor de schuld is nog niet bekend, maar is voorlopig vastgesteld op 2,70%. Een verschil dus van 3,30%! Is het werkelijke rendement van het totale box 3-vermogen overigens lager dan het totale forfaitaire rendement, dan kan met een beroep op de tegenbewijsregeling het werkelijke rendement van 6% worden aangehouden.
Tip! Wilt u meerdere jaren achter elkaar een papieren schenking doen aan uw kind, dan bestaat de mogelijkheid om dit in één keer voor meerdere jaren bij de notaris te regelen. Laat u wel goed informeren over de voorwaarden en de voor- en nadelen die hieraan verbonden zijn.
Schenken onder voorwaarden
Een schenking kan via het huwelijksgoederenregime of een samenlevingscontract bij de schoonfamilie van uw (klein)kind terechtkomen. Wilt u dat niet, dan kunt u bij de schenking een zogenaamde uitsluitingsclausule opnemen. De schenking blijft dan eigendom van uw (klein)kind.
Door het schenken van vermogen kan het op enig moment ook gebeuren dat uw financiële draagkracht onder druk komt te staan. Wilt u schenken zonder financieel afhankelijk te worden van uw kind, dan kunt u ook schenken onder de voorwaarde dat de schenking door u herroepen kan worden.
Let op! Is uw kind getrouwd na 1 januari 2018, dan valt uw schenking niet meer automatisch in de huwelijksgemeenschap. Uw kind kan samen met zijn of haar partner in de huwelijkse voorwaarden echter bepalen dat schenkingen wel tot de gemeenschap behoren. In die situatie is de uitsluitingsclausule desgewenst nog relevant.
Bedrijfsopvolging in de familie
Wilt u uw bedrijf geheel of gedeeltelijk overdragen aan uw kind? Bij schenken van een onderneming kan, onder voorwaarden, gebruikgemaakt worden van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR). De BOR betreft een forse vrijstelling in de schenkbelasting en de DSR de mogelijkheid om de te betalen inkomstenbelasting door te schuiven, op voorwaarde dat de onderneming wordt voortgezet. De regelingen gelden alleen voor actieve ondernemingen. Beleggingsactiviteiten vallen voor de BOR geheel en voor de DSRA nagenoeg geheel buiten de regeling. De vrijstelling van de BOR bedraagt in 2026 100% voor ondernemingsvermogen tot € 1.543.500 en 75% daarboven.
Denk na over uw bedrijfsopvolging en laat u daarover goed adviseren.
Familielening
U kunt uw kinderen natuurlijk ook geld lenen. Het is niet altijd eenvoudig, ook niet voor uw kinderen, om een financiering bij een bank te krijgen. Bij een lage rente op een spaardeposito kan een familielening dan een aantrekkelijke optie zijn. Maak wel zakelijke afspraken en leg de voorwaarden, zoals rente, duur, aflossing, aanwending van de geldsom, opeisbaarheid, opzeggingsgronden en eventuele zekerheden, goed vast. Dit zorgt voor financiële en juridische duidelijkheid voor u en uw kind en voorkomt veelal onnodige fiscale narigheid.
Let op! Houd er rekening mee dat door het box 3-stelsel in 2026 hierbij wel een verschil ontstaat in belastbaarheid. Over de vordering die u op uw kind heeft, wordt namelijk een hoog forfaitair percentage (6% in 2026) berekend in box 3 terwijl de schuld voor uw kind een lager forfaitair percentage kent (voor 2026 voorlopig vastgesteld op 2,70%). Is het werkelijke rendement van het totale box 3-vermogen overigens lager dan het totale forfaitaire rendement, dan kan met een beroep op de tegenbewijsregeling het werkelijke rendement aangehouden worden.
Eigenwoninglening
Via een notariële of onderhandse akte kunt u uw kind geld lenen voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Over de lening ontvangt u van uw kind rente. Voor u behoort de (zakelijke) lening tot uw box 3-vermogen waarvoor het hoge forfaitaire rendementspercentage van 6% in 2026 van toepassing is. Is het werkelijke rendement van uw totale box 3-vermogen overigens lager dan het totale forfaitaire rendement, dan kan met een beroep op de tegenbewijsregeling het werkelijke rendement aangehouden worden.
Is de lening aan uw kind een zogenaamde eigenwoninglening die aan de fiscale voorwaarden voor een eigenwoninglening voldoet? Dan valt die lening voor uw kind niet in box 3 en is de rente aftrekbaar bij uw kind in box 1.
De belangrijkste fiscale voorwaarde is dat de lening binnen dertig jaar volledig en minimaal annuïtair moet worden afgelost. Ook moet uw kind de gegevens van de lening jaarlijks doorgeven in de aangifte inkomstenbelasting. Dat geldt zowel voor een nieuwe lening als voor een wijziging van een bestaande eigenwoninglening.
Let op! Het is verstandig om voor de lening een hypotheek te vestigen. Niet alleen voor de terugbetaling, maar ook om het zakelijke karakter fiscaal te onderbouwen. Voor het vastleggen van een hypotheek moet u bij de notaris zijn.
Lening én schenking
U kunt uw kind extra financieel steunen door bijvoorbeeld de eigenwoninglening aan te vullen met een schenking. In hetzelfde jaar dat het kind de rente aan u betaalt, zou u uw kind een bedrag kunnen schenken binnen de jaarlijkse schenkingsvrijstelling (2026: € 6.908). Uw kind profiteert bij een eigenwoninglening van de fiscale renteaftrek en bij de schenking van de schenkingsvrijstelling. Per saldo kunt u zo (een deel van) de rente weer belastingvrij teruggeven. De schenking en rentebetaling moeten overigens los van elkaar staan en zeker niet met elkaar worden verrekend, anders valt het fiscale voordeel weg. Overleg met uw adviseur over de mogelijkheden.
Risicodragende deelname
Tot slot nog een laatste tip: heeft uw kind plannen om een onderneming voor zichzelf te beginnen, dan is een geldlening wellicht een voor de hand liggende optie. Maar misschien is een risicodragende deelname van u als financier in het startende bedrijf van uw kind voor beiden interessant. Er zijn vele manieren om dit vorm te geven. Vraag het ons!
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.
Wanneer doet u aangifte?
Heeft u van uw ouders een schenking ontvangen, dan is deze in 2025 tot en met een bedrag van € 6.713 vrijgesteld van belasting. Was de schenking meer dan € 6.713, dan doet u aangifte schenkbelasting.
Gaat het niet om de schenking van uw ouders maar van een ander, dan geldt voor 2025 een vrijstelling van belasting voor een bedrag tot en met € 2.690 per schenker. Ontving u meer dan € 2.690 van dezelfde schenker, dan moet u aangifte schenkbelasting doen.
Eenmalig verhoogde vrijstellingen
Voor kinderen van 18 jaar tot 40 jaar die een schenking van hun ouders ontvangen, geldt voor 2025 eenmalig een verhoogd vrijgesteld bedrag van € 32.195. Wordt het geld aantoonbaar gebruikt voor een dure studie, dan bedroeg de hoogte in 2025 € 67.064.
Let op! Doet u een beroep op een schenking van een van deze eenmalige verhoogde vrijstellingen, dan moet u altijd aangifte schenkbelasting doen.
Hoe aangifte schenkbelasting doen?
U kunt online uw aangifte schenkbelasting indienen. U logt in met uw DigiD en vult de benodigde gegevens in. U hoeft geen rekening te houden met de vrijstellingen, want dit doet het programma automatisch. U krijgt geen berekening te zien van de te betalen schenkbelasting.
Tip! U kunt op de site van de Belastingdienst berekenen hoe hoog de te betalen schenkbelasting is. U dient de noodzakelijke gegevens in te vullen, waaronder de omvang van het ontvangen bedrag. Ook is van belang wie de schenkbelasting betaalt. Vervolgens berekent het programma de te betalen belasting.
Voorbeeld
U ontving in 2025 van uw ouders een schenking van € 10.000. Er wordt geen beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De te betalen schenkbelasting bedraagt dan € 328. Van het geschonken bedrag is namelijk € 3.287 (€ 10.000 -/- € 6.713) niet vrijgesteld. Hierover moet 10% schenkbelasting worden afgedragen.
Let op! Zorg dat uw aangifte schenkbelasting over 2025 vóór 1 maart 2026 bij de Belastingdienst is ingediend.
Welke regels van toepassing zijn, is afhankelijk van uw individuele situatie. In deze advieswijzer komen verschillende situaties aan bod.
Overdrachtsbelasting: drie tarieven en hogere startersvrijstelling in 2026
Bij de aanschaf van onroerend goed betaalt u overdrachtsbelasting. De overdrachtsbelasting kent vanaf 2026 voor woningen drie tarieven en een vrijstelling.
Woning voor eigen gebruik
In 2026 geldt bij de overdracht van een woning die een koper zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, onder voorwaarden, een overdrachtsbelastingtarief van 2%. Dit is niet anders dan in 2025 toen hiervoor ook al het 2%-tarief gold.
Overige woningen
Wat wel gewijzigd is, is het tarief voor overige woningen. Verkrijgt u een woning die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, dan gold daar in 2025 nog een overdrachtsbelastingtarief van 10,4%. Vanaf 2026 is dit tarief 8%. Bij overige woningen moet u denken aan een vakantiewoning, een woning die u koopt voor een studerend kind of een woning die u verhuurt.
Overig onroerend goed
Voor de verkrijging van overig onroerend goed blijft het overdrachtsbelastingtarief, net als in 2025, 10,4%.
Vrijstelling overdrachtsbelasting
De vrijstelling van overdrachtsbelasting, de startersvrijstelling, geldt voor jongeren tussen 18 en 35 jaar (dus 18 jaar of ouder en jonger dan 35 jaar) die een eigen woning kopen en deze duurzaam zelf gaan bewonen. De vrijstelling is beperkt tot woningen met een waarde van maximaal € 555.000 (2026).
Tip! Ook voor 2027 is de woningwaardegrens al bekend, deze bedraagt € 615.000.
Let op! Er kan maar één keer gebruik worden gemaakt van de vrijstelling van overdrachtsbelasting.
Let op! Voor toepassing van de vrijstelling is de datum van levering van de woning bij de notaris bepalend. Kocht u in 2025 een woning die pas in 2026 door de notaris geleverd wordt, dan geldt een woningwaardegrens van € 555.000 en dus niet van € 525.000 (de grens in 2025).
Eigenwoninglening, aflossing en renteaftrek
Voor een eigenwoninglening geldt dat de rente alleen aftrekbaar is als de lening in maximaal 30 jaar volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. Dit betekent dat de maandelijkse som van rente plus aflossing tijdens de rentevaste periode hetzelfde blijft. Naast de aflossingseis geldt de voorwaarde dat de lening is aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van de eigen woning.
Deze regels gelden in principe voor elke lening die vanaf 1 januari 2013 is afgesloten. Het kan echter zijn dat een op of na 1 januari 2013 afgesloten lening onder overgangsregels valt. Er gelden dan geen aflossingseisen. Onze adviseurs kunnen u informeren over uw eigen, specifieke situatie.
Gevolgen niet-nakomen aflossingsverplichtingen
De aflossingsverplichtingen moeten bij het aangaan van de lening in de leenovereenkomst zijn overeengekomen en ook worden nageleefd. Als op een lening te weinig wordt afgelost, is de rente op die lening in principe niet meer aftrekbaar. Gelukkig is het mogelijk om, onder voorwaarden, een tijdelijke achterstand in aflossingen te herstellen of een nieuw aflossingsschema af te spreken. Als tijdig aan deze herstelmogelijkheden wordt voldaan, blijft de renteaftrek behouden. Wordt niet tijdig aan deze herstelmogelijkheden voldaan, dan gaat de renteaftrek op dat moment verloren.
Tip! Het verlies aan renteaftrek is niet definitief. Als u de aflossingsachterstand die aanwezig was op het moment van verlies van de renteaftrek weer inhaalt, is de rente vanaf dat moment weer aftrekbaar.
Informatieverplichtingen
Heeft u een eigenwoninglening waarvoor een aflossingseis geldt en is deze lening niet afgesloten bij een in Nederland gevestigde bank, verzekeraar of andere financiële instelling, dan heeft u een informatieplicht. Deze informatieplicht loopt via uw aangifte inkomstenbelasting voor alle schulden die zijn aangegaan na 31 december 2015 en voor alle wijzigingen in uw eerder afgesloten lening die zich voordoen vanaf 1 januari 2016. Onder de informatieplicht vallen onder andere de NAW-gegevens van de leningverstrekker, de hoogte van de lening, de looptijd en het rentepercentage. Voldoet u niet (tijdig) aan uw informatieplicht, dan is de rente niet aftrekbaar. Als u in een later jaar alsnog de informatie verstrekt, is de rente vanaf het daaropvolgende jaar (weer) aftrekbaar.
Let op! Dit geldt dus ook voor de dga die een lening voor zijn eigen woning heeft afgesloten bij zijn eigen bv.
Beperking renteaftrek in de hoogste schijf
Vanaf 2014 is de maximale renteaftrek van de hypothecaire lening jaarlijks verlaagd. Voor het jaar 2026 betekent dit dat de rente die aftrekbaar is in de hoogste belastingschijf (49,5%) niet meer tegen 49,5%, maar tegen maximaal 37,56% aftrekbaar is. Deze aftrekbeperking geldt zowel voor leningen die afgesloten zijn na 1 januari 2013 als voor leningen die voor die datum zijn afgesloten.
Overgangsrecht: bestaande eigenwoninglening
Voor een oude eigenwoninglening hoeft u niet aan de aflossingseis te voldoen. Een oude eigenwoninglening is een lening die u op 31 december 2012 voor uw eigen woning had (hoofdregel). In een aantal uitzonderingsgevallen wordt ook een na 31 december 2012 afgesloten lening (gedeeltelijk) aangemerkt als een oude eigenwoninglening. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als in de periode tot eind 2013 sprake is geweest van tijdelijke huur tussen twee eigen woningen in, de aankoop van een andere woning of van het verrichten van onderhoud of verbetering aan de eigen woning. Daarnaast is er een regeling voor expats.
Oversluiten lening
Uw lening blijft aangemerkt als een oude eigenwoninglening als u deze (gedeeltelijk) oversluit, bijvoorbeeld bij het aflopen van uw rentevaste periode of bij de aankoop van een nieuwe woning. Leent u echter een hoger bedrag, dan wordt het extra bedrag aangemerkt als nieuwe eigenwoninglening en is de rente hierover alleen aftrekbaar als aan de aflossingseisen wordt voldaan.
Aftrek beperkt tot maximaal 30 jaar
De aftrek van hypotheekrente inzake de eigen woning is beperkt tot maximaal 30 jaar. Bij leningen die vóór 2001 zijn afgesloten, begint deze termijn op 1 januari 2001. Dit betekent dat degenen met een dergelijke hypotheek de rente vanaf 2031 niet meer af kunnen trekken en dus een (fors) hogere maandlast tegemoet kunnen zien. De termijn van 30 jaar gaat iedere keer opnieuw in voor het bedrag waarmee u uw hypotheek verhoogt.
Verzekeringen eigen woning
Het is al lange tijd niet meer mogelijk (sinds 2013) om een nieuw spaar-, verzekerings- of beleggingsproduct gekoppeld aan de eigen woning af te sluiten. Heeft u een bestaand spaar-, verzekerings- of beleggingsproduct gekoppeld aan de oude eigenwoninglening, dan wijzigt er niets.
Deze blijft vrijgesteld in box 1. Een gekoppeld spaar-, verzekerings- of beleggingsproduct volgt het overgangsrecht dat geldt voor de oude eigenwoninglening: is uw in 2013 afgesloten lening aan te merken als een oude eigenwoninglening, dan was het ook nog mogelijk om hier in 2013 een spaar-, verzekerings- of beleggingsproduct aan te koppelen.
Tip! In beginsel kunt u vanaf 1 april 2017 vrij gebruikmaken van de vrijstelling voor uw spaar-, verzekerings- of beleggingsproduct. Afkoop is over het algemeen financieel niet aantrekkelijk. Overleg daarom vooraf met onze adviseurs over uw eigen situatie.
(Extra) aflossen of niet?
Nu de rente op een spaarrekening laag is, is het de vraag of extra aflossen misschien raadzaam is. Aflossen heeft verschillende fiscale en financiële gevolgen. We zetten er een aantal op een rij:
- U hoeft na aflossing geen hypotheekrente meer te betalen.
- U kunt na aflossing die rente niet meer in aftrek brengen in box 1.
- Houd er rekening mee dat u mogelijk boeterente moet betalen vanwege de extra aflossing.
- De rente op uw spaarrekening zult u waarschijnlijk nauwelijks missen gezien de lage rentestand.
- Mogelijk bespaart u belasting in box 3 vanwege het voor de aflossing gebruikte spaargeld.
- Heeft u uw hypotheek afgelost, dan heeft u ook geen bijtelling (meer) vanwege het eigenwoningforfait. Deze faciliteit wordt echter vanaf 2019 in dertig jaar geleidelijk afgebouwd. Deze geleidelijke afbouw wordt vanaf 2026 versneld. Dit betekent dat u in 2026 nog maar 71,87% van het verschil tussen uw eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten voor uw eigen woning als aftrek krijgt. Het percentage neemt vanaf 2026 ieder jaar af met 4,8%. Vanaf 1 januari 2041 vervalt de aftrek helemaal.
Let op! Of het raadzaam is om af te lossen op uw hypothecaire lening, is volledig afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden. Mogelijk heeft u uw spaargeld op een later moment voor andere doeleinden nodig. Gebruikt u uw spaargeld om af te lossen, dan zit dit geld echter ‘vast’ in uw woning en kunt u dit alleen weer vrij besteedbaar krijgen door verkoop van de woning of het afsluiten van een nieuwe lening. Bedenk daarbij dat het niet altijd zal meevallen om een nieuwe lening af te sluiten en dat bovendien de rente die u op deze lening betaalt dan niet meer aftrekbaar is in box 1. Laat u zich daarom goed adviseren over uw persoonlijke situatie.
Restschulden
Als de verkoopopbrengst van uw eigen woning onvoldoende is om uw eigenwoningschuld en de verkoopkosten te dekken, blijft u zitten met een restschuld. Als deze restschuld is ontstaan in de periode tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017, dan mag u de rente over deze restschuld gedurende vijftien jaar na het ontstaan ervan in aftrek brengen in box 1.
Verhuisregelingen
U kunt onder voorwaarden ook uw te koop staande lege of gekochte lege eigen woning onder de eigenwoningregeling houden en de rente op de bijbehorende leningen in aftrek blijven brengen; de termijn voor deze verhuisregelingen bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u de oude woning heeft verlaten. Voor uw woning die vanaf 2023 leeg te koop staat of voor uw woning die u vanaf 2023 kocht en die in 2026 nog leegstaat of in aanbouw is, heeft u daarom tot en met 31 december 2026 nog renteaftrek.
De regeling kan ook worden toegepast als een woning niet direct wordt aangeboden voor de verkoop, maar pas vanaf het moment waarop de woning wordt aangeboden voor de verkoop. De aftrek van de hypotheekrente is dan dus nog slechts mogelijk voor het restant van de periode waarover de verhuisregeling maximaal kan worden toegepast.
Rentemiddeling
Rentemiddeling biedt een mogelijkheid om tegen een lagere hypotheekrente te lenen zonder dat ineens de boeterente vanwege vervroegd aflossen betaald hoeft te worden. Bij rentemiddeling is de boeterente namelijk niet ineens verschuldigd, maar wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevaste periode. Hiermee wordt een lagere hypotheekrente ineens bereikbaar voor een veel grotere groep.
De boeterente bij rentemiddeling is eveneens aftrekbaar. Naast de boeterente kan het rentepercentage ook verhoogd worden met andere opslagen die geen verband houden met de boeterente. Bijvoorbeeld een opslag voor het risico van vroegtijdig aflossen van de hypotheekschuld. Deze andere opslagen, boven op de hypotheekrente en de boeterente, mogen in totaal niet hoger zijn dan 0,2%. In dat geval is er ook sprake van renteaftrek voor de andere opslagen.
Tip! Onderzoek of in uw situatie rentemiddeling een mogelijkheid is.
Lening energiezuinige woning
Bij het Nationaal Warmtefonds kunt u tegen een aantrekkelijke rente een lening afsluiten om uw woning energiezuiniger te maken. Het bedrag van de lening moet liggen tussen de € 1.000 en € 28.000 en de looptijd bedraagt zeven, tien, vijftien of twintig jaar. De lening mag alleen gebruikt worden voor energiebesparende maatregelen. Wilt u maatregelen nemen om uw woning volledig energievrij te maken, dan is een lening mogelijk van maximaal € 28.000. Voor de aanschaf van een thuisbatterij is een lening van maximaal € 8.500 mogelijk. Deze lening moet u binnen zeven, vijftien of twintig jaar aflossen. De hoogte van de rente is afhankelijk van de looptijd van de lening en varieert van 3,66% tot 4,33% (januari 2026). Bedraagt uw verzamelinkomen minder dan €60.000, dan is soms een rente van 0% mogelijk. Inwoners van de gemeentes Capelle aan den IJssel, Den Haag en Leidschendam-Voorburg kunnen via hun gemeente een lager rentepercentage krijgen.
Btw op zonnepanelen terugvragen
Het btw-tarief op zonnepanelen die u op uw woning legt, is per 1 januari 2023 verlaagd naar 0%. Voor particulieren betekent dit in de meeste gevallen dat men zich niet meer bij de Belastingdienst hoeft aan te melden vanwege de btw en ook geen btw-aangifte meer hoeft te doen. Heeft u uw zonnepanelen aangeschaft vóór 2023, dan is hierover 21% btw gerekend. Deze btw heeft u terug kunnen vragen. U moest daartoe binnen zes maanden na het jaar van aanschaf het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ naar de Belastingdienst zenden. Na deze periode kunt u echter toch nog vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de zonnepanelen zijn gekocht, het formulier inzenden.
Let op! De salderingsregeling van zonnepanelen zorgt er nu nog voor dat de teruggeleverde elektriciteit wordt verrekend met de afgenomen elektriciteit. Met ingang van 1 januari 2027 wordt de salderingsregeling definitief afgeschaft. Vanaf dat moment moeten energieleveranciers wel een redelijke vergoeding betalen voor de teruggeleverde elektriciteit. Die redelijke vergoeding mag tot en met 1 januari 2030 nooit minder bedragen dan 50% van voor de levering overeengekomen prijs.
Laag tarief btw schilderen, stukadoren en isoleren oudere woning
Is uw woning ouder dan twee jaar, dan bedraagt het btw-tarief voor schilderen, stukadoren en het aanbrengen van isolatiemateriaal geen 21, maar slechts 9%.
Let op! Dit verlaagde btw-tarief geldt vanaf 1 juli 2025 alleen voor woningen die particulier bewoond worden. Panden die deels particulier bewoond worden en deels gebruikt worden als bedrijfspand, moeten gesplitst worden. Het schilderen en/of stukadoren van het deel dat als bedrijfspand wordt gebruikt, moet vanaf 1 juli 2025 worden belast tegen 21%.
Vragen?
De fiscale regels met betrekking tot uw eigen woning zijn niet eenvoudig. Het naast elkaar bestaan van verschillende regelingen kan de uitwerking behoorlijk ingewikkeld maken, zeker bij complexere situaties als verhuizing, echtscheiding, trouwen en overlijden. Neem voor uw eigen, specifieke situatie daarom contact met ons op.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.