t
0344 647 000
|

Meer transparantie ANBI’s

ANBI

Donaties aan een ANBI, Algemeen Nut Beogende Instelling, worden ondersteund met fiscale faciliteiten. Zo hoeft een ANBI onder voorwaarden geen schenk- of erfbelasting te betalen en zijn giften van een donateur aan een ANBI onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar.  

Tip! Alles over de (fiscale) voorwaarden en faciliteiten betreft een ANBI is te vinden in het speciale ANBI-loket.

Digitaal berichtenverkeer

In de wet is vanaf 1 januari 2026 de mogelijkheid opgenomen om een digitale portal voor ANBI-gegevens in te voeren. Al het inkomend en uitgaande berichtenverkeer tussen de ANBI en de Belastingdienst digitaal kan dan gestructureerd worden. De bestaande wetgeving is vanaf 1 januari 2026 zo gewijzigd, dat ANBI’s voortaan hun gegevens aan de Belastingdienst digitaal aan kunnen leveren. Hierin wordt wel de mogelijkheid verwerkt om uitzonderingen op te nemen voor bijvoorbeeld kleinere ANBI’s. 

Publicatieplicht

Er bestaat nu al een publicatieplicht voor ANBI’s. Zo moeten onder meer de namen van de bestuurders, een beschrijving van de doelstelling en een actueel verslag van de uitgeoefende activiteiten op de eigen website worden gepubliceerd. 

Standaardformulier voor alle ANBI’s

In de wet is vanaf 1 januari 2026 ook de mogelijkheid opgenomen ANBI’s te verplichten om voor de verplicht te publiceren gegevens gebruik te maken van een digitaal standaardformulier. Dit is nu alleen verplicht voor grote ANBI’s. Het aanleveren moet gebeuren bij een centraal digitaal punt dat wordt gefaciliteerd door de Belastingdienst. Deze gegevens worden toegankelijk voor het algemene publiek.  

Ingangsdatum wetswijziging

De wet wijzigt per 1 januari 2026. Het daadwerkelijk in werking treden van de portal en digitale standaardformulier zal naar verwachting pas in 2029 en 2030 plaatsvinden. Dit heeft te maken met de vergaande mate van aanpassen van de automatisering van de Belastingdienst.

Let op! Deze voorstellen staan in de Fiscale verzamelwet en zijn al door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen.

Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo)

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat per 1 januari 2026 ook de Wtmo in werking zou treden. Het doel van de Wtmo is het tegengaan van ongewenste buitenlandse beïnvloeding en financieel-economisch misbruik van maatschappelijke organisaties. De wet verplicht stichtingen om jaarlijks hun staat van baten en lasten te deponeren bij de KVK. De wet voorziet ook in een informatieplicht voor stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen. 

Let op! Dit wetsvoorstel is op 25 april 2025 door de Tweede Kamer aangenomen, maar ligt nu nog bij de Eerste Kamer. Stemming in de Eerste Kamer zal niet vóór 1 januari 2026 plaatsvinden, wat inwerkingtreding per 1 januari 2026 dus niet mogelijk maakt.

Voordeel ongelijke verdeling

Aanleiding is de uitkomst van een arrest van de Hoge Raad van begin 2024 waarbij twee echtgenoten huwelijkse voorwaarden aangingen in het zicht van overlijden van een van hen. De Hoge Raad oordeelde dat de ongelijke verdeling – waarbij de langstlevende 90% kreeg toebedeeld – niet in strijd was met de wet. Het voordeel in deze casus bestond eruit dat de achterblijvende partner minder erfde en er dus minder erfbelasting hoefde te betalen dan bij een gelijke verdeling (50%-50%). 

Bredere aanpak kabinet

Het kabinet wil deze constructie bestrijden. Het voorstel in het Belastingplan 2026 gaat echter veel verder. Het wetsvoorstel heft namelijk schenk- of erfbelasting bij elke ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap en bij elk toegepast verrekenbeding waarbij aan een partner meer toekomt dan de helft van de gemeenschap of de te verrekenen som. Hiermee worden dus niet alleen huwelijkse voorwaarden getroffen die gewijzigd zijn in het zicht van overlijden, maar alle huwelijkse voorwaarden waarvan het effect is dat er een ongelijke verdeling ontstaat.

Wat betekent dit?

Als het Belastingplan 2026 ongewijzigd wordt aangenomen, betekent dit:

  • Bij overlijden: als een partner bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap of bij uitvoering van een verrekenbeding meer krijgt toebedeeld dan de helft, wordt het meerdere gezien als verkrijging op grond van erfrecht. Afhankelijk van de hoogte en andere verkrijgingen, is de langstlevende partner hierover erfbelasting verschuldigd.
  • Bij echtscheiding: als een partner door ontbinding van de huwelijksgemeenschap of uitvoering van een verrekenbeding meer krijgt toebedeeld dan de helft, wordt het meerdere gezien als schenking. Afhankelijk van de hoogte en andere schenkingen is hierover schenkbelasting verschuldigd.

Inwerkingtreding 1 januari 2026

In het wetsvoorstel wordt voorgesteld deze maatregel op 1 januari 2026 in werking te laten treden.

Uitzonderingen

Er gelden wel uitzonderingen. Zo worden de volgende huwelijkse voorwaarden niet getroffen door de voorgestelde wetswijziging:

  • huwelijkse voorwaarden waarin al een ongelijke verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is overeengekomen vóór 16 september 2025 16.00 uur, en
  • huwelijkse voorwaarden waarin al een finaal verrekenbeding met ongelijke breukdelen is overeengekomen vóór 16 september 2025 16.00 uur.

Let op! Alle huwelijkse voorwaarden die vanaf 16 september 2025 16.00 uur zijn aangegaan, worden wel volledig door de maatregel getroffen. Ook huwelijkse voorwaarden die vanaf 16 september 2025 16.00 uur worden gewijzigd, waarbij aanpassingen in het gemeenschappelijke vermogen naar ongelijke breukdelen plaatsvindt, worden vanaf 1 januari 2026 volledig door de maatregel getroffen. Dit geldt ook als ongelijke verdeling op dat moment iets minder ongelijk wordt (bijvoorbeeld van 90:10 naar 60:40). Het is wel mogelijk om andere wijzigingen in de huwelijkse voorwaarden aan te brengen zonder het overgangsrecht te verliezen.

Ook voor geregistreerde partners en samenwoners

De maatregel geldt niet alleen bij ongelijke verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap, maar ook in geval van geregistreerde partners en samenwoners.

Let op! De maatregel is nog niet definitief. Na de verkiezingen moeten de nieuwe Tweede Kamer en de Eerste Kamer nog instemmen.

ANBI

De eerste voorwaarde wanneer er mogelijk sprake is van een aftrekbare gift, is dat de vereniging een algemeen nut beogende instelling (ANBI) is.

Tip! Wilt u weten of een vereniging een ANBI is, dan kunt u dat opzoeken op de website van de Belastingdienst in het programma ANBI opzoeken.

Geen directe tegenprestatie

Is de vereniging een ANBI, dan is van belang of tegenover de contributie een directe tegenprestatie door de vereniging staat. Staat tegenover de contributie geen directe tegenprestatie, dan telt deze als aftrekbare gift.

Symbolische tegenprestatie

Krijgt u voor de betaalde contributie wel een directe tegenprestatie van de vereniging, dan is de contributie over het algemeen niet (geheel) aftrekbaar.

Dit is anders als de directe tegenprestatie van bijkomstige aard is, er is dan sprake van een symbolische prestatie. De aan de vereniging betaalde contributie geldt dan wel als aftrekbare gift.

Let op!Van een symbolische tegenprestatie is bijvoorbeeld sprake bij een periodiek door de vereniging uitgegeven tijdschrift of het recht om bepaalde natuurterreinen tegen een lager tarief te bezoeken. De Belastingdienst geeft aan dat bij bijvoorbeeld kortingen op verzekeringen, het verstrekken van een gratis product of gratis toegang tot evenementen echter geen sprake meer is van een symbolische tegenprestatie.

Splitsing

Is er een niet-symbolische tegenprestatie, maar is de waarde hiervan lager dan de contributie? Dan mag de contributie gesplitst worden. Het deel van de contributie boven de waarde van de tegenprestatie geldt dan als aftrekbare gift.

Let op!Is het niet mogelijk om een splitsing aan te brengen in de contributie, dan is de contributie in het geheel niet aftrekbaar als gift.

Drempel

Houd er rekening mee dat voor periodieke giften een drempel geldt. Alleen boven deze drempel van 1% van uw drempelinkomen (met een minimum van € 60), zijn de giften aftrekbaar. Daarnaast geldt er ook een maximale aftrek van 10% van uw drempelinkomen.

WOZ

Als u iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.

Voorstel: WEV

In een internetconsultatie wordt voorgesteld om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen ook te laten plaatsvinden tegen de WEV. Voor woningen die u erft, blijft de waardering ook vanaf 2027 gebaseerd op de WOZ-waarde.

Let op! Dit betreft pas een internetconsultatie. Het voorstel moet nog worden aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Pas als het daar is aangenomen, is het definitief.

Mogelijkheden tot 2027

Zolang de wet niet gewijzigd is (het voorstel is vanaf 2027) kunnen er bij schenkingen nog voordelen ontstaan bij een verschil tussen de WOZ en de WEV van een woning. Dit wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.

WOZ lager dan WEV: schenking woning tegen WOZ-waarde

Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.

Als het voorstel doorgaat, wordt  de schenkbelasting vanaf 2027 berekend op basis van € 350.000.

WOZ lager dan WEV: verkoop woning tegen WOZ-waarde

Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde. 

Als het voorstel doorgaat, wordt vanaf 2027 schenkbelasting berekend op basis van € 50.000 (WEV € 350.000 minus verkoopprijs € 300.000).

Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.