t
0344 647 000
|

Welk btw-tarief geldt voor orthopedisch voetbed?

Ontbrekende delen

Voor het Hof werd duidelijk dat van belang is of een bepaald voetbed al dan niet dient ter complementering en ondersteuning van ontbrekende delen van de voet. De ontbrekende delen moeten bovendien betrekking hebben op uitwendige delen van de voet. Alleen als dit het geval is, is het lage btw-tarief van 9% van toepassing, anders het hoge tarief van 21%.

Wat is een orthopedisch voetbed?

Een orthopedisch voetbed is een medisch hulpmiddel dat de voet in de juiste stand zet en houdt. De stand van de voet wordt erdoor gecorrigeerd en gestabiliseerd om functieverlies van de voet tegen te gaan. Het complementeert de voet niet en is dan ook duidelijk iets anders dan een prothese.

Hoog tarief orthopedische voetbedden

Aangezien orthopedische voetbedden geen betrekking hebben op voeten waarvan bepaalde delen ontbreken, zoals één of meer tenen, is hierop het hoge btw-tarief van toepassing. Het Hof acht het onderscheidende criterium ook voldoende objectief, duidelijk en nauwkeurig en dus geschikt om onderscheid te kunnen maken in toepassing van het hoge of lage btw-tarief.

Vergelijking met korset gaat mank

Het feit dat op orthopedische maatkorsetten wel het lage btw-tarief van toepassing is, maakt het bovenstaande niet anders. Deze hulpmiddelen hebben namelijk een andere functie en het toepassen van een verschillend btw-tarief brengt de fiscale neutraliteit dus ook niet in gevaar. Het Hof stelde de inspecteur dan ook in het gelijk, op orthopedische voetbedden is het hoge btw-tarief van 21% van toepassing.

Overgangsregeling uitgesteld

In verband met de voorgenomen btw-verhoging was ook een overgangsregeling voorgesteld. Omdat de btw-verhoging niet doorgaat, is deze overgangsregeling uitgesteld. Dit betekent dat het lage btw-tarief voor sport, media en cultuur ook blijft gelden voor vouchers voor enkelvoudig gebruik én voor betalingen na 30 juni 2025 die betrekking hebben op prestaties die in 2026 plaatsvinden. 

Overbodig

De overgangsregeling was bedoeld om te voorkomen dat de verhoging van het btw-tarief per 1 januari 2026 kon worden ontweken. Dit kon door al in 2025, al dan niet via vouchers voor enkelvoudig gebruik, vooruitbetalingen te doen met betrekking tot prestaties op het gebied van sport, media en cultuur die pas in 2026 zouden worden geleverd. Nu de btw-verhoging in genoemde sectoren achterwege blijft, is de overgangsregeling niet langer nodig.

Instellingen van sociale en culturele aard

Voor instellingen die leveringen en diensten van sociale en culturele aard aanbieden, is in de wet een btw-vrijstelling opgenomen. Voorwaarde is onder meer dat zij geen winst beogen. 
Voor bepaalde instellingen die wel winst beogen, was in lagere regelgeving voor bepaalde diensten van sociale en culturele aard ook een btw-vrijstelling opgenomen. Het gaat hierbij om de leveringen en diensten verricht door:

  1. instellingen van wijkverpleging, voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen;
  2. dagverblijven voor gehandicapten die beschikken over een indicatiebesluit;
  3. aanbieders van preventie gericht op jeugd (als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet), mede voor het ter beschikking stellen van personeel;
  4. samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijns- en geboortezorg bekostigd door de Zorgverzekeringswet;
  5. instellingen voor algemeen maatschappelijk en bedrijfsmaatschappelijk werk;
  6. jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken en het ter beschikking stellen van personeel;
  7. instellingen die werkzaam zijn op het gebied van schuldhulpverlening, met uitzondering van bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling, voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen.

Arrest Hoge Raad en beleidsbesluit

De Hoge Raad besliste op 14 april 2023, kort omschreven, dat de lagere regelgeving in strijd was met de wet. Dit had tot gevolg dat alle hiervoor genoemde instellingen die winst beogen ten onrechte de btw-vrijstelling zouden toepassen. Zij zouden 21% btw moeten berekenen en afdragen.

Het toenmalige kabinet vond dat onwenselijk en nam daarom in een beleidsbesluit op dat deze instellingen er voor kunnen kiezen om toch de btw-vrijstelling toe te passen, ondanks dat zij winst beogen.

Let op! De btw-vrijstelling geldt alleen als voldaan wordt aan de voorwaarden zoals die ook in de lagere regelgeving waren opgenomen. Het beleidsbesluit betekende dus geen uitbreiding van de btw-vrijstelling.

Nieuwe wettelijke btw-vrijstelling

Het huidige kabinet wil de wet nu zo aanpassen dat de lagere regelgeving niet meer in strijd is met de wet. Hierdoor vallen alle hiervoor genoemde instellingen van rechtswege weer in de btw-vrijstelling.

Gekozen voor 21% btw?

Het beleidsbesluit bevatte een goedkeuring om de btw-vrijstelling toe te passen. Instellingen konden er ook voor kiezen om geen gebruik te maken van de goedkeuring. Zij konden dus, in overeenstemming met de beslissing van de Hoge Raad, 21% btw (blijven) berekenen en afdragen.

De aanpassing van de wet heeft alleen gevolgen voor de instellingen die hiervoor gekozen hebben. Zij moeten namelijk vanaf 1 januari 2026 weer verplicht de btw-vrijstelling toepassen.

Let op! Omdat deze instellingen per 1 januari 2026 van een btw-belaste naar een btw-vrijgestelde situatie gaan, krijgen zij mogelijk te maken met herzienings-btw. Daarbij moeten zij mogelijk eerder in aftrek gebrachte btw op investeringsgoederen weer deels terug betalen. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Fiscale verzamelwet 2026

De wetswijziging is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026, welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De wetswijziging is daarom nog niet definitief.

Plantenterrarium

Een plantenterrarium is een (afgesloten) glazen object met daarin een of meerdere planten. De planten in dit terrarium leven van de kringloop van het water, de zuurstof en de voedingstoffen binnen het glas en hebben geen of slechts beperkt verzorging nodig.

Een ondeelbare prestatie?

Een ondernemer levert plantenterraria en berekent hierover het 9% btw-tarief. De ondernemer is van mening dat het glas en de planten één ondeelbare prestatie vormen die vallen onder 9% btw-tarief dat geldt voor sierteeltproducten.

Ja, maar niet tegen 9% btw! 

De rechtbank is het met de ondernemer eens dat sprake is van één ondeelbare prestatie. De rechtbank vindt echter niet dat deze prestatie te kwalificeren is als de levering van een sierteeltproduct waarvoor het 9% btw-tarief geldt. Een plantenterrarium is namelijk niet opgenomen in de limitatieve lijst van producten die kunnen worden aangemerkt als sierteeltproduct.

En ook geen eenvoudig omhulsel of verpakking

Verder vindt de rechtbank dat ook geen beroep gedaan kan worden op de goedkeuring waarin opgenomen is dat onder planten ook wordt begrepen “krokussen en dergelijke die zijn gevat in eenvoudige glazen of plastic potjes of verpakt in kartonnen doosjes”.

In deze goedkeuring gaat het, naar het oordeel van de rechtbank, om eenvoudige omhulsels of verpakkingen die nodig zijn om de handel in deze goederen mogelijk te maken. Het glaswerk in een plantenterrarium is meer dan een eenvoudige glazen pot en is bepalend voor het functioneren en het uiterlijk van het plantenterrarium. Om die reden kan geen beroep worden gedaan op de goedkeuring.

Daarom 21% btw

Nu het plantenterrarium één ondeelbare prestatie is en niet kan worden aangemerkt als een sierteeltproduct en ook geen beroep kan worden gedaan op de goedkeuring inzake een eenvoudig omhulsel of verpakking, rest alleen nog het belasten van het volledige product (glas + planten) tegen 21% btw. De ondernemer in kwestie mag het product dus ook niet splitsen in een deel tegen 9% btw (de planten) en een deel tegen 21% btw (de glazen pot).

Let op! Levert u ook plantenterraria of ander samengestelde sierteeltproducten? Beoordeel dan of sprake is van één ondeelbare prestatie of twee of meer prestaties. Is sprake van één ondeelbare prestatie, beoordeel dan welke btw-tarief geldt (9 of 21% btw). Is sprake van twee of meer prestaties, dan moet u de levering splitsen en per deel beoordelen welk btw-tarief geldt (9% of 21% btw).